De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schriftwoorden en hun gebruik

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftwoorden en hun gebruik

Tekst en context

9 minuten leestijd

Het vertalen van de Bijbel is een uiterst verantwoordelijk werk, dat vraagt om nauwggezette weergave van de bijbeltekst uit de grondtalen. Wat dit betreft zijn er goede en minder goede, betrouwbare en minder betrouwbare vertalingen. De kracht van de Statenvertaling is nog altijd, dat woordjes zijn gespeld, in nauwkeurige aansluiting bij de grondtekst.
In bepaald opzicht is het dan merkwaardig te noemen dat, terwijl soms wordt gediscussieerd over punten en komma's van de vertaling, er wat betreft de uitleg van de Schrift en de vraag naar de echte betekenis van de Schriftwoorden veel minder sprake is van nauwkeurigheid in de bijbelse zin van het woord. Dan kan er veel meer mee door. Sommigen achten Bijbelstudie of ook theologische studie zelfs verdacht.
Er wordt nog wel eens gezegd, dat exegese 'vrij' is. Welnu, ook al wordt dit zo niet openlijk gezegd, in de praktijk blijkt er veel ruimte en verscheidenheid te zijn als het gaat om de uitleg van de Schriftwoorden. Niet zelden is de Schrift vogelvrij in naam van vrijheid van exegese, terwijl wat de vertaling betreft de zaken nauwkeurig worden gewikt en gewogen. In het uiterste geval wordt exegese zelfs volstrekt onbelangrijk geacht.

Tekst en context
Het juiste gebruik van de Schriftwoorden is, naar een oude stelregel, 'Schrift-met-Schrift-vergelijken'; dat wil óók zeggen: de tekst lezen in de context. Daarom is het, wat de huiselijke Schriftlezing betreft, nuttig en leerzaam om van tijd tot tijd de Schriften hoofdstuk voor hoofdstuk te lezen. Uiteraard is het van tijd tot tijd ook goed om Schriftgedeelten naar de eis van de omstandigheden te lezen of soms ook willekeurig of aan de hand van een Bijbelrooster. Continue lezing bewaart echter voor persoonlijke voorkeuren en doet de Schriftwoorden oplichten in hun verbanden. Op die wijze kan men zich ook de totáálboodschap van een bijbelschrijver eigen maken of zich daarmee vertrouwd maken. Dan komt men ook Schrifthoofdstukken tegen, die in feite onbekend zijn, bijvoorbeeld óók, omdat ze zelden of nooit worden gelezen in de eredienst. Ik bedoel dan niet alleen de hoofdstukken met de befaamde geslachtsregisters of andere opsommingen van namen. Er zijn immers ook hoofdstukken, die dermate barok van taal en stijl en inhoud zijn, dat de lezing ervan in de eredienst om geheel andere redenen maar zelden voorkomt. Wie bijvoorbeeld alle hoofdstukken van het boek Ezechiël achter elkaar leest, stuit daarbij op gedeelten, die op z'n minst directe uitleg of toelichting vragen, met name naar de kant van de jongeren. Bijvoorbeeld als de profeet de opdracht krijgt menselijke uitwerpselen te eten (Ez. 4 : 12).
Bij continue lezing van de Schriften blijkt echter telkens hoe onuitputtelijk rijk het Woord is en hoe men altijd weer vorderen moet in kennis van de Schriften en hoe telkens weer onbekende maar ook beken­ de delen van de Schrift nieuw oplichten, tot ontdekking of vertroosting.

Verbuiging
Kleinere of grotere verbuiging van Schriftwoorden vindt soms plaats waar deze klakkeloos, los van de verbanden, waarin ze voorkomen of los van hun oorspronkelijke bijbelse betekenis, worden gehanteerd. Anderzijds hebben soms Schriftwoorden ook een geschiedenis gekregen door een bepaalde toepassing naar het geestelijk leven toe. Dat gebeurde best te goeder trouw, maar ongemerkt kan er toch sprake zijn van een betekenis, die wordt toegekend aan bijbelwoorden, die niet direct op de bijbelse context teruggaat. Hoe licht is niet de traditie of zijn niet bepaalde moderne inzichten gaan woekeren over de Schriftwoorden heen. Zó zelfs, dat Schriftwoorden ook wel van hun intrinsieke kracht zijn beroofd.


Wie het boek Ezechiël leest — hoewel niet alléén Ezechiël — wordt getroffen door het feit, dat daarin nogal eens woorden voorkomen, die b.v. in het bevindelijke taalgebruik hun eigen plaats hebben gekregen, terwijl ze toch in de Schrift in een bepaalde, wijdere context fungeren. Er vindt een bepaalde duiding plaats of een louter citeren op de klank af.
Als voorbeeld wil ik noemen bepaalde woorden uit Ezechiël 13. Daarin gaat het — dat wèl — over diegenen, die het volk verleiden, over 'dwaalleraars' (Calvijn).
Van die valse profeten wordt gezegd, dat ze muren 'pleisteren met loze kalk'. Die muren zullen het begeven als er een forse regenbui komt.
Ze spreken over vrede waar geen vrede is.
De profeet waarschuwt verder voor hen (de vrouwen), die 'kussens naaien voor alle oksels der armen'. Het zijn diegenen, die 'de zielen jagen naar de bloemhoven'.

In zijn boek 'De weg in woorden', rangschikt dr. C. van de Ketterij deze Schriftplaatsen onder de afwijkingen 'ter linkerzijde'. Predikanten met name, zegt hij, wijken ter linkerzijde af door 'oksels of kussens te naaien onder de armen' of te pleisteren met loze kalk of 'valse pleisters op de wonden te leggen'. Verduidelijkend voegt hij toe: 'om steun te geven voor de eeuwigheid'. Hij voegt aan de afwijkingen ter linkerzijde verder toe: het opbouwen van de ziel 'in gestalten', de ziel bouwen op een psalmversje, meegaan met allerlei wind van leer, een mensenbehager zijn, de zaken in het hoofd en niet in het hart hebben, een letterknecht zijn, opgeblazen zijn met (letter)kennis en het 'twee voet te hoog' zitten.
Het zal duidelijk zijn, dat alle zaken, die Van de Ketterij hier op een rij zet, helaas in de praktijk van het kerkelijke leven voorkomen. Maar Van de Ketterij heeft — vanuit een gegroeide praktijk — deze woorden intussen wel geduid in één richting. Met het gevaar, dat anderen kunnen menen zo van deze profetenwoorden af te zijn. Ze zijn voor 'de ander bestemd'. Een predikant wijkt namelijk (alleen) dàn 'ter rèchter zijde' af, aldus Van de Ketterij, als hij wettisch is, stenen voor brood geeft of 'kinderen vermoordt op de weg naar Sichem'.


Leest men nu de uitvoerige commentaar van Calvijn op dit hoofdstuk, dan wordt duidelijk hoe hij worstelt om het rechte verstaan van de Schriftwoorden (ook vanuit de grondtekst), zonder dat hij komt tot kwalificaties in één bepaalde richting. Zoals eerder gezegd, het gaat om verleiders, om dwaalleraars. Maar die kunnen overàl insluipen.
Bij het 'pleisteren met loze kalk' spreekt Calvijn over hen, die niet optreden in de bressen, omdat ze zich van de verstrooiing van het volk niets aantrekken en geen zorg dragen voor het heil van het volk.
Bij vers 16, waar gesproken wordt over de profeten, die over Jeruzalem 'een gezicht des vredes' hebben, zegt Calvijn, dat ze zich beroemden op een gezicht 'omdat ze zeiden de Geest te hebben'. 'Zij hadden (echter) géén gezicht, want als God hun iets had geopenbaard door Zijn Geest dan zou Hij dat met de daad bevestigd hebben.'
Het is de roeping van alle ware leraars, zo zegt Calvijn dan, om vrede te verkondigen. Ze zijn boodschappers der verzoening, bieden Christus aan, die 'onze vrede is en onze verzoening met de Vader'. De dwáálleraars, die over vrede spreken, laten echter het voornaamste na te zeggen, namelijk 'geloof en bekering'. De ware dienaars maken levend degenen, die berouw voelen. De valse profeten maken levend degenen, 'die reeds aan het verderf zijn overgegeven'.

En wat het 'kussens naaien onder de oksels' betreft, zegt Calvijn, dat vrouwen, waarvan hij met Joël 2 erkent, dat ze met de gave van de profetie bedeeld kunnen zijn, voor deze misleiding door de satan worden gebruikt. De kussens onder de oksels duidt Calvijn in de richting van 'bedriegelijke ceremonieën, die als bedeksels waren om de ongelukkige mensen te bedriegen'. Valse profeten zijn altijd overmatig in ceremonieën, zegt hij. Voor de valse profeten verbindt hij daaraan ook nog geldbejag en klantenbinding. 'Want naar hun eigen lust werpen zij sommigen neer, en vervloeken de gehele wereld tot in het diepst der hel, wanneer er voor hen zelf geen winstje te maken is.'
Het tekstwoord over het 'jagen naar de bloemhoven' vertaalt Calvijn met: 'de zielen, die hij (dus: de valse profeet) jaagt om te doen vliegen'. Dit woord toepassend zegt hij: 'terwijl gij heerlijke openbaringen belooft, hebt gij met zulke zeepbellen de ongelukkigen bedrogen, die alleen door hun nieuwsgierigheid worden voortgedreven.'


Al met al zijn de valse profeten voor Calvijn diegenen, die met de waarheid der Schriften niet tevreden zijn 'en niet van matigheid weten in hun wijsheid'. Als ik Calvijn goed versta bedoelt hij zowel diegenen, die oppervlakkige gronden aanreiken voor het behoud maar duidt hij ook in de richting van overgeestelijkheid.
Lezing van dit alles deed mij tot de overtuiging komen, dat woorden soms al te oppervlakkig, al te veel op-de-klank-af worden geduid in één bepaalde richting. Die gedachte wordt nog versterkt wanneer we Ezechiël aan het woord horen in de eerdere hoofdstukken, waarin hij de ongerechtigheid onder het volk concreet aan de orde stelt en dit toepast op de wijze, waarop men met de ander omgaat en op concrete gruwelen.
Het is daarom nog niet zó eenvoudig om de Schriftwoorden in hùn context naar de context van vandáág over te brengen, ter linker- en ter rechterzijde.

Onbruik
Misbruik heft het rechte gebruik intussen niet op. Dat geldt ook voor Schriftwoorden. We zien dat bepaalde uitdrukkingen in de Schrift soms, al of niet verbogen met betrekking tot hun bijbelse context, in bepaalde geledingen van de kerk(en) gebruikt worden, terwijl ze elders uit het bijbels woordenboek verdwenen lijken te zijn. Is het op zìch al zo, dat vele gedeelten uit de Schrift onbepreekt blijven, anderzijds is het ook zo, dat we uit het geheel van de bijbelse woordenschat van met name ook het Oude Testament vaak heel wat zijn kwijt geraakt.
Over de bloemhoven van Ezechiël 13, om even bij het hierboven genoemde voorbeeld te blijven, horen we niet zoveel meer (s)preken. Toch gaat het daar over misleiding van de zijde van dwaalleraars, vroeger en nu. Als zodanig zijn zulke Schriftwoorden ook vandaag actueel en vragen ze om contextuele uitleg.
Bovendien is het zo, dat met name in het Oude Testament een rijkdom aan woorden en begrippen is te vinden, die, afgezien nog van het feit, dat ze alleen al zo literair geláden zijn, zich slechts op straffe van geestelijke verschraling laten opbergen in groeperingen binnen de kerken.

Het Woord van God wil integraal gelezen, bestudeerd, en gepredikt worden. Als zodanig is lectio continua, doorlopende lezing van de Schriften, leerzaam en verrijkend. Het brengt ons buiten de geijkte paadjes, die ieder voor zich in het kerkelijk leven vaak getrouw lijkt aan te harken en te bewandelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Schriftwoorden en hun gebruik

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's