De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Soms ziet men spotprenten uit het verleden, waarop mensen zijn afgebeeld, half als mens, half als dier. Zo is er van Calvijn een caricatuur gemaakt door Guiseppe Arcimboldi (1566) waarop het gezicht van Calvijn bestaat uit een kippelijf, een vissebek, een kikker en een vissestaart. Dat men overigens in het bestaan van zulke wezens 'geloofde' blijkt uit beschrijvingen, waarin de schijn wordt gewekt dat ze gesignaleerd werden. In een boekje 'Marco Polo en de zijderoute' (uitgave Unieboek, Houten) troffen we onderstaande beschrijvingen:

• Hondenmonsters
'Het leger van de Mongoolse Tartaren bereikte het land van de Samojeden, een volk dat uitsluitend van de jacht leeft en hutten en kleding van dierehuiden maakt. Vervolgens kwam het leger op een grondgebied aan de oceaan (de Noordelijke IJszee). Dit land wordt bewoond door monsters die zoals, men ons heeft verzekerd, een menselijke gedaante hebben, maar met hun benen die in koeiepoten eindigen. Hun schedel heeft dezelfde bouw als de onze, maar hun gezicht is als dat van een hond. Deze vreemde wezens spreken twee woorden, net als mensen dat doen, en blaffen dan als een hond het derde woord. Omdat zij hun uitroepen herhalen, is hun verhaal met het geblaf ertussen wel te begrijpen. De troepen kwamen tenslotte in het land van de Komanen waar nog een Mongoolse minderheid woont

Cyclopen
Na de volkeren uit de Kaukasus te hebben overwonnen, trokken de Mongolen naar het zuiden in de richting van Armenië. Toen zij door de woestijn gingen zagen zij, zoals men ons heeft verzekerd, monsters die er als mensen uitzien, maar halverwege het bovenlichaam slechts een arm en een been hebben. Twee mannen gebruiken samen een boog. En zij kunnen alle zo snel rennen dat een paard hen niet bij kon houden. Dit rennen doen zij door op een been te springen of, als ze moe worden, afwisselend op hun hand en voet te springen en daarbij als een wiel ronddraaien. Isodorus van Sevilla heeft deze exentrieke wezens de naam cyclopen gegeven. Als zij van deze tweede wijze van voortbewegen uitgeput raken, springen zij weer op hun ene been. De Mongolen hebben sommigen gedood (...)'.
(Giovanni da Piano di Carpini,
Geschiedenis van de Mongolen)


• Hondskopapen
'Als men de twee genoemde eilanden (de Nicobaren) verlaat en ruim 140 mijl in westelijke richting aflegt, komt men bij Angaman, een tamelijk groot en rijk eiland zonder koning. De mensen doen aan afgoderij en leven als wilde beesten die wet noch orde kennen en geheel niets hebben, zelfs geen huis. Ik zal u in ons boek over deze mensen vertellen. U moet in ieder geval weten dat de mensen op dat eiland allen een hondekop hebben mei de tanden en ogen van een hond. Hier dient u niet aan te twijfelen, want ik zeg u met weinig woorden dat zij allen koppen hebben die zeer veel gelijkenis veronen met jachthondekoppen. Zij hebben een overvloed van specerijen. Het zijn wrede mensen die rauw mensenvlees eten. Zij eten alle mensen die zij te pakken kunnen krijgen, mits dezen niet tot hun familie behoren. Zij hebben allerlei soorten etenswaar in overvloed. Hun voedsel bestaat uit rijst, sorghum en melk en zij eten in ieder geval onrein vlees. Zij hebben ook Faraonoten, Paradijsappels en zeer veel ander fruit dat zij zelf kweken of uit de natuur halen. Deze fruitsoorten kennen wij niet.
Dit eiland ligt midden in een zee die zo diep is en waar de stroming zo sterk is dat zeilschepen er niet kunnen ankeren. Zij kunnen er helemaal niet varen, want de stroming voert ze mee naar een bepaalde baai waaruit zij nooit meer weg kunnen komen. Deze woeste zee ondermijnt de kust en velt de bomen met wortels en al, die dan naar deze baai worden gestuwd waar ze vast komen te zitten. In deze maalstroom worden steeds zoveel bomen meegesleurd dat het een wonderbaarlijk schouwspel is. De zeilboot die hier dan ook in terechtkomen, worden zo tussen deze boomstammen geklemd; dat zij niet meer voor- of achteruit kunnen en voorgoed erin blijven vastzitten (...)'
(Marco Polo, II Mllione)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's