De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Fernand Legrand, Het teken van de talen, uitg. Medema, Vaassen, 184 blz., ƒ 22,50.
De schrijver, een uit Franssprekend België afkomstige evangelist en nu woonachtig in Frans Zwitserland, heeft vele jaren verkeerd in de kringen van de Pinksterbeweging.
In 1984 schreef hij zijn boek 'Talen, tongen?' onder het pseudoniem G.F. Rendal. Dit is een geheel nieuw boek, waarin hij eveneens, maar nu veel uitgebreider, ingaat op het spreken in vreemde talen, de tongentaal. De schrijver acht tongentaai zoals die nu plaatsvindt een dwaling. Tongentaal was er alleen in de allereerste christentijd om de Joden ervan te overtuigen dat ook heidenen uit de volken in het heil van Christus mogen delen, evenals het visioen dat Petrus ontving van de reine en onreine dieren. De 'talen' zijn volgens hem geen vreemde klanken, maar bestaande talen als teken dat het evangelie voor alle volken is.
Ondanks grondige lezing van het boek heeft hij mij met overtuigd. Ik ben het met hem eens, dat de tongentaal in de Pinkstergemeenten veel te grote nadruk krijgt als een bijzondere ervaring waar iedere gelovige naar zou moeten, staan. Voor velen is dat zo'n obsessie, zegt de schrijver, dat men de kunst gaat beoefenen zo maar wat te brabbelen. Voor wie het wil kan de schrijver ter plekke een demonstratie van tongentaal geven. Toch wil dat m.i. zeer beslist niet zeggen, dat tongentaal niet meer zou kunnen voorkomen als bijv. een lofprijzing van God. De schrijver geeft heel wat voorbeelden van ontsporingen op het gebied van de zgn. tongentaal bij de Pinksterbeweging. Dat mensen in tongen plotseling de taal van primitieve volken zeggen te spreken, of dat anderen dat van hen zeggen, heeft de schrijver ervaren als ongelofelijke onzin (60). Alle gevallen van 'uitleg' van tongentaal die hij gehoord en gecontroleerd heeft, zijn niets anders dan menselijke knutselarij en bedrog (67). Zijn voorstel om tongentaal op de cassette-recorder op te nemen en door verschillende 'uitleggers' afzonderlijk te doen uitleggen, werd afgewezen. De schrijver heeft ook ernstige bezwaren tegen het uitwissen van de grenzen tussen de r.kath.kerk en de charismatische beweging als het gaat om tongentaal. M.i. terecht! Tongentaal en Geestesgaven kunnen zoveel nadruk krijgen dat dogmatische verschillen er niet meer toe doen.
De schrijver zet zich sterk aftegen de Pinksterbeweging waar hij jarenlang onderdak had. Dat is begrijpelijk maar jammer. Het maakt de argumentatie in zijn boek niet sterker, maar zwak. Vandaar dat hij op allerlei manieren afwijst dat tongentaal nog zou kunnen voorkomen.

H. Veldhuizen, Hillegersberg

Woord in beweging, exegetisch-homiletische commentaren, deel 6, red. J.H. van de Laan, Kok Kampen 1991, 221 p., ƒ 42,50.
Dit zesde deel in de serie 'Woord in beweging' bevat 23 exegetisch-homiletische commentaren op Bijbel-perikopen, meest uit het NT, ten gebruike in de zgn. Veertigdagentijd (weken voor Pasen). De opzet van elke bijdrage is steeds dezelfde: eerst een uiteenzetting over 'hoe de perikoop op 't eerste gehoor overkomt'; daarna een meer inhoudelijk commentaar op de tekst (met vermelding van literatuur en de eigen visie van de auteur); vervolgens het klankbord van de tekst (de liturgische setting) en tenslotte de tekst in beweging (naar de hoorder van vandaag toe; dus de hermeneutische en homiletische overwegingen). Vooral dit 'uitzicht' van de behandelde perikoop moet de prediker van nu helpen om met de boodschap ervan de deur uit, de kansel op te gaan. Aan deze bundel is meegewerkt door predikanten van diverse kerkelijke komaf (hervormde, gereformeerde, chr. gereformeerde, evangelisch-lutherse en remonstrantse predikanten).
Het is zeker instructief om op de wijze van en methodisch als in deze 'Postille' van de tekst naar de hoorder van de 20e eeuw toe te gaan. Ook kan ik me indenken, dat hedendaagse homileten dankbaar kennisnemen van vele nieuwe inzichten die in het exegetisch materiaal, dat hier geboden wordt, de revue passeren. Als zodanig zal dit boekwerk best zijn diensten bewijzen, ook aan pastores die gewend zijn zich exegetisch en homiletisch te oriënteren aan de reformatie. Of zij echter in de praktijk met het hier gebodene veel komen, betwijfel ik. Daarvoor ademt het geschrift te zeer de geest van het huidige theologische denkklimaat. Een forser bijdrage van de kant van predikanten, die bewust in de Calvijnse traditie willen staan bij hun Schriftuitleg en prediking, zou de redactie aan te bevelen zijn. Opdat ook dit geluid gehoord worde.

C. den Boer, Bennekom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's