Kerkdienst in Guatemala (2)
Van overzee
De ingenieur en Romeinen 3 : 23
Vanmorgen na de dienst kwam hij ineens resoluut op me toestappen. Weerzin en bewogenheid streden om de voorrang. Hij was niet om aan te pakken! 't Was lang geleden dat z'n kleren gewassen waren en de alcoholwalm sloeg me in 't gezicht. In zijn handen — hij had dikke rouwranden onder z'n nagels — droeg hij een grote zak met onbekende inhoud; misschien z'n laatste en enige bezittingen? Ik weet het nog steeds niet, 't doet er ook niet toe. Hij kwakte de zak voor m'n voeten neer en gaf me een stevige handdruk.
Maar dat klopte niet met mijn eerste indruk toen hij op me af kwam stevenen. Ik dacht toen: 'die denkt natuurlijk dat ik een rijke "gringo"s1 ben en neemt de kans te baat om me met een zielig verhaal wat quetzales af te troggelen en zich verder te bedrinken, maar daar trap ik niet in! Die truc kennen we al.'
Een stevige handdruk dus en ondanks zijn wat waterige ogen keek hij me vast aan. Toen begon ik door die ongewassen en ietwat verlopen buitenkant heen iets te ontwaren van wat hij kwijt was.
Eigenlijk had hij een knappe kop, straalde toch nog iets van waardigheid en wilskracht uit. Intelligente vent, recht van lijf en leden en (nog?) niet alle zelfrespekt verloren, want hij begon met zichzelf voor te stellen.
'Hermano pastor2', zo stak hij van wal..., maar ik haastte mij te zeggen die ik die morgen slechts als gastpredikant voorgegaan was enne... 'daar staat de dominee'. Dat was even de weerzin die de overhand kreeg, 'k Wou eigenlijk van hem af, 'k had al genoeg dronkemansverhalen gehoord en het komt toch allemaal op hetzelfde neer: geld! Hij ging echter onverdroten door. 'Hermano pastor, mijn naam is Andreas en...' En inderdaad, daar kwam het zielige dronkemansverhaal, maar hij bleef me recht in de ogen kijken. Hij had aan de San Carlos Universiteit gestudeerd en was civiel ingenieur. (Die tweede indruk klopte dus!) Maar nu werkte hij in La Maquina en z'n pickup — een blauwe Datsun — was gestolen en of ik wat geld voor hem had om de bus te betalen.
'k Had er eerlijk gezegd bar weinig zin in, maar ik kon niet van hem af komen. Niet omdat hij door bleef bedelen — eigenlijk bedelde hij heel niet, maar (in zijn eigen woorden) hij legde me een verzoek voor en daar kon ik ja of nee op zeggen. Weer bleek er iets van zijn overgebleven zelfrespekt. Misschien was het dat wel waardoor ik niet van hem loskwam, of die handdruk, of die enigszins wazige maar toch vaste blik, of...
Hoe dan ook, daar stond ik. Wat moest ik? Weerzin..., maar vooral toch ook bewogenheid. Want ik geloofde hem. De feiten werden wel wat verward gepresenteerd, maar ooit heeft hij als ingenieur een goede baan gehad en in een blauwe Datsun gereden. Die was hij (hoe lang geleden?) kwijtgeraakt en meer dan dat. 'k Besloot hem een quetzal te geven, genoeg om een heel eind richting La Maquina te gaan, maar niet genoeg voor nóg een borrel. Was het daarom dat hij me er nog een vroeg? Hij kreeg hem in elk geval niet en ik voegde er aan toe dat ik een goede neus had en hoopte dat hij het niet zou verdrinken. Als antwoord vormde zich een trieste glimlach om zijn bebaarde kaken. Niet eens zozeer omdat ik 'm door had, maar als omlijsting van de tragiek die met een enkele traan uit zijn ogen vloeide. Dronken krokodilletranen?
'Ha, nu gaat hij op de sentimentele toer', dacht ik, 'hij denkt zeker dat dat meer effekt heeft'. En iets dergelijks kwam eerst naar boven toen hij ook nog eens een bijbeltekst aansleepte. Was het inderdaad de zoveelste pijl op z'n dronkemansboog?
Ach, wat zou het! Want wat hij me met vindplaats en al — hij moet dus vroeger op zondagsschool gezeten hebben, schoot het door me heen — onder de neus wreef was dit:
'Want zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods; ...'
Romeinen 3 : 23.
Dat was hij kwijt! Niet zijn blauwe Datsun, niet zijn baan als civiel ingenieur, niet het respekt van zijn medemensen, maar de heerlijkheid Gods. Hij was God kwijt! Van zijn geschonden uiterlijk straalde niet veel meer van de mens die een weinig minder dan de engelen gemaakt is. Het beeld Gods was zoek, aan gruizels!
Dát was hij kwijt... en ik ook!
Waarom hij deze tekst precies aanhaalde, dat weet de Heere. Een belijdenis, een erkenning van de diepste wortel van zijn trieste toestand? Een terechtwijzing aan mijn adres? In elk geval ervoer ik het als mij onder de neus gewreven. Allen hebben we gezondigd, hij niet meer dan ik. Hij én ik, we missen de heerlijkheid van God. 't Is Gods genade dat ik niet in zijn afgetrapte schoenen sta. Want na vers 23 komt 24:
'... en worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is.'
Dat had gelukkig de overhand toen hij zei dat hij zich wilde 'verzoenen 3' en me vroeg met hem naar voren te gaan en met/voor hem te bidden. Even dacht ik wel 'nu wordt hij nog vroom ook', maar de bewogenheid won het en ook dat is genade.
We gingen naar voren, waar hij in 't kort ook zijn verhaal — hij vertelde nu ook dat hij altijd op een christelijke school gezeten had — afstak tegen de plaatselijke predikant en vervolgens neerknielde. Die legde zijn hand op zijn hoofd en ik na enige aarzeling (tóch nog wat weerzin!?) op zijn schouder en zo hebben we met en voor hem gebeden. Hem aan de Heere opgedragen en gevraagd of Hij hem wilde verlossen van de drank en Zijn werk in het hart van deze ongelukkige wilde voltooien.
Was dat te veel gezegd? Wilde hij ons tóch alleen maar bij het been nemen om wat felbegeerde quetzales? Hij vroeg namelijk aan die predikant ook weer om geld. Die deed het niet, ook niet nadat hij zei dat ik het wel gedaan had. En zo ging hij weg... Starend naar het beeldscherm van mijn PC zie ik hem nog door het middenpad de kerk uitlopen. Een rechte en vaste gang, het hoofd omhoog. Te trots om te laten merken dat 't hem dit keer helaas niet gelukt was? Of omdat hij het spoor weer gevonden had en gesterkt was door het gebed? Omdat hij toch weer iets van Gods heerlijkheid gezien had?
'k Weet het niet, maar zal vanavond voor hem bidden.
Naschrift
'k Heb het nog eens overgelezen en ben me bewust dat het verhaal niet af is. Laten we het voor onszelf afmaken, elke dag opnieuw. Want het maakt bij mij — opnieuw — wel heel wat vragen los in verband met ons leven hier. Misschien een andere keer wat meer daarover. Maar voor dáár — in Nederland dus — rijzen er ook vragen:
— Zou die man vanwege onze attente kosters (op dat moment als vertegenwoordiger van onze kerkelijke gemeenschap!) verder gekomen zijn dan het portaal van de kerk?
— Op wie lijken wij als er een medeschepsel op onze weg komt, uit wiens situatie zo ongemaskerd het gemis van de heerlijkheid Gods blijkt, op de leviet/priester of op de Samaritaan? Of strijden beide om de voorrang, de weerzin en de bewogenheid?
Noten
1. 'Gringo': zo wordt in Guatemala een staatsburger van de Verenigde Staten genoemd. Zo het al geen scheldwoord is, dan klinkt er toch een zekere minachting in door. Wij zijn ook blank en worden dus zonder meer voor 'gringo's' aangekeken, 't Is ook erg moeilijk te begrijpen dat Holland géén deel van de V.S. is, dat we géén Engels spreken, en dat ons vaderland in Europa ligt (waar is dat ergens?).
2. 'Hermano pastor': letterlijk 'broeder dominee', wij zouden gewoon 'dominee...' zeggen; in elk geval is het een aanspraak die van respekt getuigt.
3. Dat moeten we even uitleggen, want hoe kan een mens zich verzoenen met God? Zo reageert immers ons gereformeerd verstand. 'Reconcilair' (= verzoenen) is hier namelijk een staande uitdrukking waarmee men doelt op iemand die bij de kerk hoort/hoorde, het spoor bijster en ver van God raakte, maar onder belijdenis van schuld terugkeert en uitspreekt dat hij met Gods hulp een nieuw begin wil maken. Dat gebeurt dan vaak in het openbaar in de kerkdienst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's