Globaal bekeken
In januari 1923 verscheen het eerste nummer van Het Convent, een orgaan t.b.v. de gelijknamige actie om kerkeraden van gereformeerde signatuur binnen de Hervormde Kerk te bundelen. Bij het doornemen van de jaargangen van Het Convent, die ons van een oude, vertrouwde lezer van ons blad, zijn geworden, trof ons de worsteling in die tijd om enerzijds een belijdende (gereformeerde) kerk en anderzijds het zuiver houden van het blazoen als het gaat om prediking en gemeente.
Het Convent stond onder redactie van prof. dr. J.A.C. van Leeuwen en dr. J. Severijn. Medewerkers waren o.a. ds. R. Barthema en ds. I. Kievit. Hier volgt een stuk uit het decembernummer van 1924 over 'Preeken in andere gemeenten' (bedoeld is in vrije samenkomsten). Er blijkt niets nieuws onder de zon te zijn:
'(...) Aan het preeken in andere Gemeenten zijn zeer zeker groote bezweken verbonden. Elke goede zaak heeft in deze wereld haar schaduwzijde. De zonde doet zich overal en immer gelden, vooral in misbruik van het goede. We zouden daarom niet gaarne beweren, dat iedere Evangelisatie uit het rechte beginsel is opgekomen en dat iedere predikant, die in een andere Gemeente gaat preeken, gedreven wordt door zuivere liefde tot de waarheid en oprechte liefde tot het heil der zielen. Er schuilt hier veel kaf onder het koren.
De menschen in onze dagen zijn bizonder kitteloorig; ze meten de prediking vaak meer met den maatstaf van hun eigen bevattelijkheid en eigen opvattingen dan met den maatstaf van het Woord.
Ook maakt de democratische zin onzer dagen, dat menigeen zich zeer verongelijkt gevoelt, wijl hij nooit voor een kerkelijke betrekking in aanmerking is gekomen, want nog altijd worden de vooraanzittingen begeerd. Voeg hier nog bij verschillende persoonlijke kwesties en wrijvingen en ge hebt een menigte van oorzaken, die vaak leiden tot vormen van een eigen kring in de Gemeente, maar die bedekt worden met het voorwendsel, dat men voor de Waarheid wenscht op te komen. Neen, 't is niet alles goud, wat er blinkt. De arglistigheid van 's menschen hart is groot.
Niet minder geldt dit de predikanten. Ook hier drijft vaak een zeer onzuivere drijfveer. Velen voelen zich in eigen Gemeente zoo weinig thuis, dat een Zondag uit preeken gaan voor hen een welkom uitstapje is. Terwijl de bijverdienste niet te versmaden is. Er kan dan weer een extra sigaartje af. De evangelisatiebesturen kennen hun menschen, want als ze een predikant uitnoodigen schrijven velen erbij wat er aan te verdienen valt.
Ze weten wel, dat dat van grooten invloed kan zijn op het te nemen besluit. Als men sommige evangelisatie-besturen en vacante Gemeenten vraagt of ze nog al geschikt predikanten krijgen kunnen, is vaak het antwoord: o ja wel, dat gaat goed; maar zie je, we betalen ook goed.
Bij deze uitwendige drijfveer voegt zich vaak een innerlijke. Is het niet erg streelend voor het gemoed, uitgenoodigd te worden in een andere Gemeente, wijl men daar de Waarheid niet hooren kan? Is het niet een eer boven anderen verkoren te worden, als iemand die de Waarheid recht snijdt? Geloof maar gerust, dat er predikanten zijn, die in eigen oog een stuk groeien als ze zien, dat een ander verwerpelijk is bevonden, maar zij aangenomen. Ze voelen zich voortaan veel gewichtiger, nu ze op deze wijze meenen beproefd te zijn bevonden. Er zijn zelfs predikanten, die openlijk durven zeggen, dat ze overal gaan, waar ze uitgenoodigd worden, m.a.w. eenig voorafgaand onderzoek, een informatie naar de plaatselijke toestanden enz. achten ze geheel overbodig, men begeert hen te hooren, dat is voor hen voldoende om te gaan, ze bekommeren er zich niet om of ze misschien ook een kwade zaak steunen.
Werkelijk er is in dit opzicht menige strijd en menig opkomen voor de Waarheid, die het licht der Waarheid niet dragen kunnen. Er kleeft veel ongerechtigheid aan dit werk. Maar het misbruik eener zaak kan nooit het rechte gebruik veroordeelen. Het richtingsverschil in de Hervormde Kerk is nu eenmaal een feit en ook zij, die in theorie iedere Hervormde Gemeente als een wettige Gereformeerde Gemeente willen beschouwen, als de openbaring van het lichaam van Christus daar ter plaatse, ook zij, die de Nederlandse Hervormde Kerk beschouwen als de voortzetting van de Ned. Gereformeerde Kerken van vroeger, houden in de practijk rekening met dit feit en gaan evangeliseeren. Het bloed kruipt nu eenmaal, waar het niet gaan kan. De band des Geestes spreekt sterker dan de band eener uitwendige kerkelijke organisatie. Wie, die den nood der ziel kent en weet, hoe op menige plaats een ander Evangelie gebracht wordt dan het Evangelie der Schriften, zou het kunnen veroordeelen, datmen samenkomt om elkander op te bouwen in het geloof en van elders hulp vraagt, opdat men van de openbare prediking des Woords niet geheel en al verstoken zij? En wie durft hier den man aanklagen, die zulk een verzoek niet durft af te slaan? Het preeken in andere Gemeenten, zooals dat in de Hervormde Kerk ten gevolge van den richtingsstrijd gevonden wordt, te veroordeelen zou niet minder inhouden dan een afbreken van veel kennelijk van God aangewezen arbeid.
In mijn buurt woont een kleine jongen, wiens grootste lust het is andere jongens te plagen; eerst als hem dit gelukt, heeft hij rechten schik. Maar o wee, als er bij geval een jongen bijkomt, die hem aandurft, dan gaat het spoedig in een draf je krijschend en schreeuwend naar huis en vader en moeder belden worden te hulp geroepen om den vreemden indringer van het erf te verjagen. Tal van groote menschen zijn nog aan dien kleinen
Tal van groote menschen zijn nog aan dien kleinen jongen gelijk; ook onder de predikanten. Heldhaftig met het zwaard des Geestes in de hand geklemd trekt men er op uit om in andere Gemeenten op te treden, maar o wee, als bij geval een ander in eigen Gemeente doordringt: dan roept men ach en wee over zooveel onrecht en is men een en al verontwaardiging over dit snood bedrijf. Waarom stelt men zich toch zoo kinderachtig aan? Heeft men zich nooit ingedacht, toen men er zelf op uitloog, dat men een dergelijk optreden terug kon verwachten?
Nog niet zoo lang geleden verscheen er in de Waarheidsvriend een ingezonden stuk, ik meen van de Veluwe afkomstig, om te protesteeren tegen het optreden van Johannes de Heer in die streken. Wat wil men toch eigenlijk met een dergelijk protest? Men meent toch niet, dat men daarmee Johannes de Heer op de vlucht jaagt? Ook is het niet noodig de lezers van de Waarheidsvriend in te lichten, dat men in die streek overal een Gereformeerde prediking heeft; dat weten ze wel. Neen, zulk een protest is niet anders dan vrucht van ondoordacht optreden; men wil wel aanvallen, maar heeft zich de terugstoot niet ingedacht en er niet op gerekend.
Het is al jaren geleden, dat ik iemand met betrekking tot een dergelijk geval hoorde zeggen: dat is de rechtvaardige straf Gods. Men heeft bij een ander de boel in de war gestuurd, nu krijgt men zijn eigen werk thuis. Ja, antwoordde ik: (ik stond in dien tijd nog op het confessioneele standpunt ten opzichte der kerkelijke vragen) dat is volkomen waar, met wat mate gij meet, zal u wedergemeten worden.
Zoo kan men echter alleen spreken, als men alle Evangeliseeren als zoodanig veroordeelt. Doet men dit niet, dan dient men een ander oordeel te vellen. Natuurlijk ontkennen we hiermee niet, dat God de Alwetende Hartekenner, voor Wien ook de min edele drijfveeren, die op dit gebied gevonden worden, niet verborgen zijn, ook een predikant nog vaak de bittere vrucht van zijn eigen zaaisel thuis bezorgt, maar dat is een persoonlijke kwestie, die ieder voor zich heeft uit te maken. Het gaat in het algemeen genomen, niet aan om het optreden in andere Gemeenten te beschouwen als een goddelijke wedervergelding, wijl de predikant aldaar zich aan hetzelfde euvel heeft schuldig gemaakt. Immers, dan moet eerst bewezen worden dat het een euvel is. En deze opvatting der zaak wordt bijna bij niemand gevonden. Ook de confessioneelen gaan Evangeliseeren, al is het eigenlijk in strijd met hun beginsel.'
De bijbel in Nederland
Uit het jaarverslag 1990 van het N.B.G. nemen we over een Verspreidingsstatistiek.
Zie tabel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's