De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gereformeerden op zoek naar God (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gereformeerden op zoek naar God (5)

Een voortgezet gesprek

10 minuten leestijd

De 'toeleidende weg'
We zouden het dit keer hebben over de zgn. toeleidende weg. Bij de reacties op mijn boek zijn er nogal wat, die daar nadrukkelijk op ingaan. Enerzijds merkte ik op, dat men vindt, dat wat ik over de zgn. toeleidende weg geschreven heb, een te beperkt gereformeerde benadering is, als het gaat om de vraag, hoe God en mens elkaar weer opnieuw kunnen ontmoeten. Van die kant kwam ook het bezwaar, dat ik deze toeleidende weg teveel zag als een weg naar Christus toe, terwijl zij juist wilden beklemtonen, dat Christus Zelf die weg is en dus reeds aan het begin ervan staat.
Anderen twijfelden juist aan deze 'gereformeerdheid'. Zij suggereerden enigszins, dat ik wel zeg me in dit opzicht te willen aansluiten bij de prediking van de Nadere Reformatie, waarin de toeleidende weg, als de weg tot het (verzekerd) geloof in Christus grote aandacht heeft gekregen. Maar men vroeg zich af, of ik er toch niet iets heel anders mee bedoelde, een veel meer moderne aanpak in de prediking, die de bedoeling heeft om de mens van vandaag te bereiken. Als ik door al deze reacties nog eens opnieuw erover nadenk, vermoed ik, dat ik het terechte van de meeste opmerkingen moet erkennen. Tegelijk zou ik eraan willen toevoegen, dat de geopperde bezwaren meer de vorm dan de inhoud raken van wat ik heb bedoeld.

De christologische invulling
Laat ik beginnen met het bezwaar, dat ik die zgn. toeleidende weg te weinig christologisch heb ingevuld, dus te weinig van het begin af door Christus zelf heb laten beheersen. Ik stem dit toe. Maar ik voeg eraan toe: ik heb dit kennelijk niet of niet voldoende laten uitkomen, maar ik heb het toch wel zo bedoeld. Namelijk, dat het van het begin af aan Christus Zelf is, die door Zijn Woord en Geest de mens tot Zich trekt. De geschiedenis van de Samaritaanse vrouw is daar het bijbelse bewijs van. Omdat ik in 'Wapenveld' hierop dieper ben ingegaan, wil ik het wat dit punt betreft hierbij laten.

Wel of geen aansluiting bij de Nadere Reformatie?
In de tweede plaats wil ik ingaan op de vraag, of ik die aansluiting bij de Nadere Reformatie op dit punt wel serieus bedoeld heb. Dat heb ik zeker wel. Maar wel is het zo, dat ik graag een onderscheid maak tussen een zonder meer (klakkeloos) overnemen van èn een zich aansluiten bij de Nadere Reformatie. Het lijkt me duidelijk, dat ik er niet zo over geschreven heb, dat ik de 'toeleidende weg' zoals de Nadere Reformatie haar heeft gepredikt, in precies dezelfde vorm heb overgenomen. Dat was mijn bedoeling ook niet.

Het is me bekend, dat dit door velen onder ons nog wel zo wordt gedaan. Ik las ergens, als een tegenwerping tegen wat ik heb ingebracht tegen de traditionele prediking van velen onder ons: wij prediken nog de heilsorde. Dat was bedoeld in de zin van: wat wil je nog meer? Gereformeerder dan dit kan niet. Inderdaad, daar ben ik het mee eens. Maar daar heb ik nu juist mijn bedenkingen tegen. Want in zo'n prediking wordt ook de toeleidende weg gepreekt, maar dan ingekaderd in de vaststaande heilsorde, ontleend aan de gereformeerde scholastiek met haar ten diepste wijsgerig-causale denkwijze. Dit acht ik een verstarde en daarom onvruchtbare manier van de 'toeleidende weg' preken. Het resultaat van deze prediking is dan ook, dat ieder gemeentelid bij iedere prediking al kan voorspellen wat er komt. Omdat iedere tekst weer opnieuw wordt ingepast in ditzelfde heilsordelijke schema. Ik ben ervan overtuigd, dat het o.a. over dit soort prediking gaat, als de gemeente, met name de jonge gemeente erover klaagt, dat er een geestelijke wereld in de prediking ten tonele wordt gevoerd, die weinig of niets meer heeft uit te staan met haar eigen werkelijke wereld, waarin zij leeft. M.a.w., de door mij in mijn boek gesignaleerde abstractie van de geloofservaring, die doorgaat voor bevinding maar in feite een afgetrokken bespiegeling is en daarom een slag in de lucht, die abstractie is nu juist het resultaat van een repristinatie van de in de 17e en 18e eeuw gedoceerde heilsorde. Nogmaals, dat ik die kant niet op wil, als ik het in mijn boek over de toeleidende weg heb, mag duidelijk zijn.

De Bijbel over de 'toeleidende weg'
Maar wat heb ik dan wel ermee bedoeld? Ik kan dat eigenlijk niet duidelijker maken dan door opnieuw Joh. 4, de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw aan de orde te stellen. Jezus, van wie in Joh. 4 gezegd wordt, dat Hij de Heiland der wereld is, komt op Zijn reis door het Samaritaanse land vermoeid en dorstig terecht bij de Jacobsbron. Hij is moe en heeft dorst, want Hij is mens zoals ieder mens. Zo en daar ontmoet Hij deze vrouw, die ook aan dezelfde bron terechtkomt vanwege een door en door menselijke nood. Ook omdat zij dorst heeft en water komt halen. Maar tegelijkertijd is ze hier, op dit moment, vanwege een zwart verleden.
Nu, alleen dit al, dat Jezus hier deze vrouw ontmoet, waar de concrete werkelijkheid van het leven van deze vrouw aan de orde is: dàt zegt ons al zoveel. Ontmoeten wij in onze prediking de mens, waar hij werkelijk is? En ontmoeten wij hem als medemens? Of hebben we een weliswaar gereformeerd, maar toch abstract beeld van hem, waarop wij in de preek mikken, zonder dat we de mens zelf raken? Als die concrete mens zelf erin ontbreekt, en helaas doet hij dat menigmaal, dan komt dat, denk ik, o.a. daardoor, dat we niet zoals Jezus mede-vermoeid en mededorstig bij de bron verkeren.
Vervolgens is het opmerkelijk, dat Jezus in het gesprek, dat hij met deze vrouw aanknoopt, niet inzet bij een geestelijk onderwerp, dat los van deze concrete lichamelij­ke werkelijkheid staat, maar dat Hij juist over dat laatste Zijn gesprek gaat beginnen. En dan niet als een doorzichtig springplankje voor het geestelijke, maar in de diepe overtuiging dat wat hier rondom de bron zich afspeelt, het leven van deze vrouw zelf aangaat, waarmee alle andere nood en schuld onlosmakelijk samenhangen. Zo zien wij dan ook, dat Jezus in het vervolg van het gesprek het hele, weer uiterst concrete leven van deze vrouw blootlegt, niet door het haar aan te praten, maar door haar zelf daartoe te brengen, omdat zij zich in de woorden van Jezus herkent. Treffend is dan ook, wat deze vrouw straks aan haar stadgenoten vertelt (vs. 29): Komt, ziet een Mens, die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is deze niet de Christus?

Wat ik ermee wil zeggen
Wat ik er vooral mee heb willen zeggen, sluit aan bij wat ik boven reeds schreef. Er vindt onder ons zoveel prediking plaats, die goed gereformeerd en goed bevindelijk is, maar die aan het werkelijke bestaan van de mens en de gemeente voorbijgaat. Dan komt het er alleen nog maar op aan, of 'de stukken' aan de orde zijn geweest, met name het stuk van de ellende. Men knikt goedkeurend, als dit zo is, maar er is niemand die met verslagenheid en/of verwondering de kerk verlaat, omdat hij moet zeggen: nu is er een mens (prediker in Gods naam), die gezegd heeft al wat ik gedaan heb. Daardoor is deze prediking levensvreemd geworden en werkt ze vervreemdend. Dan zijn het woorden en geen realiteiten. En dat werkt ten diepste de Godsverduistering in de hand.
Onze roeping is om weer levens-echt te prediken, in de volle zin van het woord. Jezus zegt van zichzelf, dat Hij gekomen is om te zoeken: de verlorene. Dat is in navolging van Hem ook de opdracht van de prediker nu. Hij heeft de mens te zoeken, waar hij zich ophoudt, in zijn concrete situatie, die dan, gehouden tegen het licht van Gods Woord, een situatie van verlorenheid blijkt te zijn. Maar dat blijkt dan ook! Om zo deze levende mens met de levende Christus in ontmoeting te brengen, dank zij de in-werking van het Woord door de Geest.

De kontekst van de Nadere Reformatie en de onze.
Dus ja, enerzijds is dit inderdaad toch een aansluiting bij de Nadere Reformatie. Want wat zij ten diepste beoogde, was ook om de werkelijke mens met zijn noden en vragen en zonden in de prediking op het spoor te komen en hem zo bij Jezus te brengen, of beter om zo Jezus bij hem te brengen. Alleen waren deze predikers tegelijk theologen, die in hun verstaan van de Schrift tegelijk op hun eigentijdse manier theologiseerden en daarom gebruik maakten van een scholastisch beïnvloede heilsorde. Kenmerkend daarvoor was het causale karakter, waardoor het ene stadium van de geloofsweg een oorzakelijke functie kreeg ten opzichte van het volgende stadium en zo het gevaar liep een (chrono)logische orde en tegelijk een voorwaarde te worden. Je moet eerst dit beleefd hebben en dan pas kom je in aanmerking voor dat...
Nu beginnen we van lieverlede van dit scholastische klimaat los te komen en gaan wij gebruik maken van wat ons in onze tijd ten dienste staat om de mens in de realiteit van zijn bestaan op te sporen. Daarom is het nodig om de mens van nu te kennen. Je vraagt je tegelijk af, of vele predikers daar echt wel hun best voor doen.

Het gevaar van de abstractie
In ieder geval is het van wezenlijke betekenis, dat we de mens, die wij tot Jezus willen brengen, in zijn volle bestaanswerkelijkheid aanspreken. Daarmee wil ik nogmaals beklemtonen, dat we nog steeds moeten waken voor de abstractie. Boven signaleerde ik de zgn. 'bevindelijke' abstractie. Er is ook, maar dan in andere kringen, een maatschappelijke of een politieke abstractie te vinden. Dat lijkt een volstrekt tegenovergestelde positie. Maar in al zulke gevallen gaat het echter om hetzelfde manco: een verminkte realiteit. Dat is m.i. de oorzaak ervan, dat de gemeente niet alleen onder een abstracte geestelijke prediking maar evenzeer onder een abstracte politieke of sociale prediking wegkwijnt. Want háár zaak wordt niet behandeld.
Daarmee kom ik bij het eerstgenoemde bezwaar tegen 'mijn' toeleidende weg, namelijk, dat het hierin zou gaan om een te eng gereformeerde aanpak. De echte moderne mens kun je ook hiermee niet bereiken, zo hoor ik zeggen. Over dit punt ben ik nog steeds aan het nadenken. Ik kom er dus nog op terug. Nú zou ik er dit van willen zeggen. In principe is het toch zo, dat als we de werkelijke mens zoeken te raken, wij ook moeten bedenken, dat in de gemeente, die onze prediking hoort, ook deze moderne mens zich ophoudt. Misschien meer dan we beseffen. En dat we dus ons erop moeten richten om ook hem te bereiken, en dus alle hulpmiddelen daartoe aanwenden. Of we dan met een heel andere mens in aanraking komen dan de mens zoals de Schrift ons die tekent, o.a. in de Samaritaanse vrouw, staat nog te bezien. De Schrift tekent ons in ieder geval een mens, in wiens leven concrete levensechte nood en schuld en vervreemding van God een eenheid vormen. Nu heb ik het vermoeden, dat er geen mens is, hoe modern ook, waarin deze eenheid niet wordt gevonden. Maar nogmaals, daar kom ik nog op terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gereformeerden op zoek naar God (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's