De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

In Eendrachtsbode, De Thoolse Courant stond een 'brief van soldaat Jan Schot uit 1813' ('gevestigd in Zierikzee'), in onvervalst Zeeuws dialect (men lette op de h aan het begin van woorden!). Een Thoolse visser werd ingelijfd door Keizer Napoleon.

• 'Twintig Tholenaren
'Jan Schot was vanuit Tholen niet de enige die moest gaan dienen in het Franse leger Bij keizerlijk decreet van 20 januari 1813 moesten 159 mannen geleverd worden. De kantons Zierikzee, Tholen (eiland) en Brouwershaven daarvan respectievelijk 18, 20 en 12 conscripts. Jan trok nummer 18. Hij vroeg vrijstelling op grond van het feit dat twee zwagers van hem bij de marine dienden, op het fregat Doggersbank te Den Helder. Maar dat werd niet verleend. (...)
Al deze jongens werden de laatste maart 1813 met nog ruim 200 man aan boord gebracht van het Franse fregat L'Ocean en vervoerd naar Rochefort. Velen kwamen nooit meer terug. Alleen Mattheus Verkamman kwam uit de strijd terug en trouwde te Tholen op 17 april 1815 met Lena de Jonge. In 1865 vertrokken zij naar Den Briel.
In de drie jaar dat Nederland deel uitmaakte van het Franse keizerrijk dienden 28.000 Nederlanders onder de Franse adelaar. Van hun namen er 15.000 deel aan de veldtocht naar Rusland, waarvan er slechts enkele honderden terugkwamen. Waar toch zijn al die arme jongens gebleven. Misschien gesneuveld of door besmettelijke ziekten geveld? Wij weten het niet. Napoleon beroemde zich erop dat tijdens de Russische veldtocht in 1812 slechts 50.000 zuivere Fransen waren gevallen. Maar was dat de moeite waard, vroeg de keizer, om zich druk over te maken? Deze bloedheffing kwam in de onderworpen landen uitsluitend neer op boeren, vissers en arbeiders. De bevoorrechte klassen stuurden immers plaatsvervangers!'

• Brief
De letterlijke tekst van de brief, geadresseerd aan Willem Schot wonende in de Visstraat te Tholen Dep. Des Bouches de l'Escaut, luidt als volgt:

Rosvort den 13 Mey 1813.

Zeer waarde vader en moeder, ik kan niet naalaten om u een letter te schrijven alsdat ik nog vris en gezont gezijn. Ik wensch hetzelfven van uwentwege, wast het anders tat zou mij van arte leat zijn. En ik laaien u weten alsdat wij den 6 in de stat Rossevort gekoomen ben en dat wij nou in een brakken leggen daar wij met ons 2 hondert in leggen. Zeer geliefde vader en moeder en zusters en broeder huwen kunt wel denken hoe dat ik daaronder staan. Dat is voor mijzelven maar slegt, dat kunt u wel denken zeer geliefde vader en moeder en zusters broeder. Maar wij hebben door Gos goetheid noch goet te heeten en te drinken, zoo lang als ons geit nog zo durt.
Maar huwen kont wel denken dat wij niet veel hebben van zoo een reizen, want wij zijn tweehondert 50 hueren van huis en wij als Taolenaars weeten er niets van vanweegen de rijzen. Maar zeer geliefde vader en moeder en zusters en broeder hout maar goede moet. En dat meten wij hook maar doen. Want wij moeten maar op Godt vertrouwen, want die heeft ons erin gebragt en die kan ons hook er hult helpen. En die op Godt vertroud heeft zeeker op geen zant geboudt.
Almagttig Godt van 't heemelrijken.
Gij die door U wijsheit regiert,
wij bidden nu al gelijke
want Gij doorloge zelvens stiert.
Wilze o Heere van 't land tog wenden.
Wilt aar met Uwen geest bedouwen
o Heere tot dat zalig werk.
Dat zij met oogen aanschouwe
en 't zamen neemen agtsen werk
dat veelen landen zijn in 't bederven
hering en koopmanschappen sterven.
De edel heeren en regente
die met den oorlog zijn belast,
waar onderdanen met zwaard, zware renten
om de landen te ouden vast,
die zouden dan al ast beginnen
door de vreede ruste te gewinnen.
Omtrent die zijn twintig jaaren
zijn nu met veelen aat en nijt
alvast versieeten en weggevaren.
Is 't niet een kostelijke tijd die
tem alzo mogte besteeden
in liefde, in prijs en rusten en vreeden.
Maar dikwils is 't anders gebleken
die door den oorlog fel en strank
aar land verlieten en zijn ontweeken.
Aar goed gerooft tegens aaren dank;
wilden zij nog daarover klaagen,
kregen dikwils huyd vol slaagen.
Zeer waarde vader en moeder en zusters en broeder en allen goeden vrinden, teen reedelijken gezontheid en 't wenschen ik u voor het laatsten. Nu breeken ik haf, wel met de pen maar niet met mijn art. Ik blijven u zeergeliefde en getrouwe zoon totter doot toe. Jan Schot.
En Twe Verkammen die gaat in het hospetaal en zegt zijn houders gedag van hem, en zijn vrinden. En Andries de Korte is... (niet leesbaar).'


N.a.v. mijn artikel over 'de rijkdom van het verbond' (22 aug.) zond een lezer een jaarboekje der 'Ned. Hervormde Vereeniging Calvijn te Utrecht 1898-1899', waarin een bijdrage van dr. Ph.J. Hoedemaker over 'De verbondsgedachte in de praktijk van het leven'. Andere bijdragen waren van ds. E.E. Gewin, ds. J.W.H. Kalkman, ds. J.M.Ph. Schippers, dr. H. Visscher en dr. J.D. de Lind van Wijngaarden. (Hoedemaker en Visscher samen!). Hieruit de volgende passage:

'De God van Israël is de God der geslachten.
Dit is nu het ware beginsel der schriftuurlijke opvoeding en der bijbelsche tucht.
Het staat niet aan ons of, hoe, door wien en waar wij onze kinderen willen opvoeden of laten opvoeden.
Deze kinderen, die God ons gegeven heeft, zijn de zijnen, niet alleen uit kracht van de schepping, maar ook krachtens het verbond. De ouders zijn stedehouders Gods, door wie het Gode behaagt hen te regeeren en de kinderen zijn van Zijne wet dl aan zijn woord onderworpen.
Men meene niet, dat deze gedachte, dit beginsel geen invloed uitoefenen op de praktijk van het leven. Op dezen wortel bloeit nader gezegd het gemeenschappelijk leven en streven, waardoor het huisgezin één lichaam wordt, één leven leidt en door éénen geest wordt bezield, zooals wij dit in de wereld d.i. buiten de kerk en het verbond onder den invloed der zonde en der dwaling als een gevolg van het samenleven en de bloedsbetrekking bespeuren.
Indien men diep doordrongen is van dit beginsel, zal dit op allerlei wijze in de praktijk van het leven uitkomen. Een voorbeeld bij wijze van opheldering.
"Heb ik goed gezien", vraagt een predikant aan een huisvader, die hem gastvrijheid had aangeboden, toen hij in eene evangelisatie optrad, "dat uwe dochter onder het lezen van Gods Woord en van het gebed, haar schoolwerk zat te maken?"
"Zeker!" was het antwoord, "mijne dochter, is modern. Zij was eene onderwijzeres. "Ik laat niet na voor haar te bidden en met haar te spreken, maar ik dwing haar niet. God is een God, die naar waarheid vraagt en met bloote vormen niet gediend is" enz. enz.
Het gesprek, dat zich hierop ontspon drong door tot den diepsten dogmatischen ondergrond van deze echt doopersche opvatting. De man gevoelde niets voor den kinderdoop en begreep niets van de verbondsgedachte.
Die arme, van het eigenlijk leven des gezins vervreemde dochter, heeft waarschijnlijk als klein kind op den schoot harer moeder reeds haar eigen leven geleid. Tijdens den huisgodsdienst heeft men haar denkelijk geen bijbel en geen psalmboek in de hand gegeven, opdat zij op hare wijze zou meedoen; maar veeleer een speeltuig om haar stil te houden. Dit zijn kleinigheden. Maar juist in die kleinigheden steekt een beginsel van zeer ruime strekking.
Nog een voorbeeld.
Zondagsavonds kwamen de vrienden samen, nu hier dan daar, onder bevindelijke gesprekken, zooals men ze tegenwoordig zelden hoort, nu menig gezelschap tengevolge van den kerkelijken strijd uiteengerukt, of tengevolge van geesteloosheid en wereldschgezindheid weggekwijnd en gestorven is.
Men sprak over de Heilige Schrift, over de waarheid naar die Schrift en over het leven des geloofs.
Die avonden waren onvergetelijk.
Ook voor de opwassende kinderen, die in de tweede rij achter de ouderen gezeten, luisterden, naar hetgeen hunne bevatting wel eens te boven ging en buiten hunnen gezichtskring lag, maar dat toch met eerbied werd aangehoord en soms met graagte werd ingedronken.


Er zijn gevaren en bezwaren aan deze wijze van doen verbonden.
Het zij zoo.
Maar zij was de uitdrukking van een leven, waarbij de eenheid van oud en jong in het ééne huis werd bewaard. Het is Gods werk de bekeering ten leven te geven. Zij is geen vrucht van de opvoeding. De zonen van Eli waren goddeloos, de zonen van Samuël eveneens. Hiskia week af van den weg van Achaz, maar Manasse had een afkeer van Hiskia's vroomheid. De verbondsgedachte, toegepast in het werk der opvoeding, doorgevoerd in de praktijk van heel het leven, houdt evenwel de schadelijke invloeden op een afstand, die de strekking hebben de harten der kinderen van de vaderen te vervreemden en de eenheid van het gezin te verbreken en is een geneesmiddel tegen velerlei dwalingen en verkeerde praktijken, die het werk der opvoeding in christelijke gezinnen dikwerf met onvruchtbaarheid slaan.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's