Het conventikel als kerk
Het is niet de eenvoudigste opdracht, om een overzicht te geven van de geschiedenis van de zogenaamde 'ledeboerianen' en hun kerkelijk verband. Het gaat daarbij om de tekening van een bonte verscheidenheid van voorgangers en gemeenten, in telkens veranderende onderlinge relaties en met heel bijzonder toegespitste theologische opvattingen. Om daar enig inzicht in te kunnen geven, moet er wel sprake zijn van affiniteit met het geestelijk klimaat, tegelijk is er echter een kritische distantie nodig, om een kerkhistorisch verantwoorde studie af te leveren. In het proefschrift van H. Florijn over 'de Ledeboerianen' zijn beide vereisten goed aanwezig, zodat er een boeiende studie is ontstaan, waarin deze vaak vergeten en vertekende geestelijke stroming 'naar het leven getekend' wordt. Daarbij heeft hij grondig gebruik gemaakt van reeds bestaande studies en van een veelheid van bronnen, waarvan het grote aantal van meer dan 1500 noten getuigenis geeft. Zo is er een boek ontstaan, dat overigens in omvang nog behoorlijk beperkt gebleven is, maar wat inhoud betreft veel te bieden heeft, en zeker ook aanzetten bevat voor verdere studie. Overigens bestaat de indruk, dat er niet direct zoveel dingen aan het licht zijn gekomen, die nog niet bekend waren, maar het is vooral de verdienste van deze studie, dat nu voor het eerst een systematische weergave van de theologische achtergrond van de ledeboerianen wordt gegeven.
De breuke Sions
De inhoud laat zich als volgt samenvatten. Het eerste hoofdstuk gaat over het ontstaan van de ledeboerianen, een aparte stroming van gemeenten uit de tijd van de Afscheiding van 1834, genoemd naar de predikant van Benthuizen, die in 1840 geschorst werd als hervormd predikant. Na een kortstondig contact met de afgescheidenen, bij wie hij zich niet thuis kon voelen, werd hij voorganger van allerlei gezelschappen en gemeenten, die het ledeboeriaanse kerkverband gingen vormen. Twee stromingen van gemeenten waren daarbij duidelijk te onderscheiden, de bakkerianen en de dijkianen. Men stond in deze gemeenten sterk op de beginselen van de 'oude gereformeerde kerk', te weten de Drie Formulieren van Enigheid, de Dordtse Kerkorde en de Psalmberijming van Datheen, die alle in de Hervormde Kerk teloor waren gegaan. In hoofdstuk 2 gaat Florijn nader in op de specifieke opvattingen van de ledeboerianen op kerkelijk en maatschappelijk gebied. Ze verkeerden op beide terreinen in een duidelijk, zelfgekozen isolement, dat uiterlijk op allerlei wijze werd benadrukt. In de beslotenheid van de gezelschappen waren ze in hun element. De 'breuke Sions', het diep verval, van land, volk en kerk, werd er bevindelijk doorleefd en beweend. De voorgangers, in bijzonder de predikanten, namen een sleutelpositie in. Het derde hoofdstuk draagt de titel: 'Theologie van de ledeboerianen'. Het typische is, dat er geen bepalend lidwoord voorafgaat. 'De' theologie, daarvan kan geen sprake zijn. 'een' theologie, dat is nog maar de vraag bij een geestelijke stroming, die bijzonder weinig op had met de theologie als zodanig. Florijn merkt dan ook op, dat de ledeboerianen er zelf bezwaar tegen zouden hebben gemaakt, als er van hun theologie zou worden gesproken. De nadruk lag op de bevinding, waarbij het uitgangspunt was: 'de mens niets. God het al'. Dat was de grondstelling van elke theologische bezinning. Echte systematische theologen moeten we onder hen niet zoeken. Van de voorgangers, die in dit boek besproken worden, vinden we eigenlijk alleen bij de oprichter van de Gereformeerde Gemeenten, ds. Elias Fransen, een wat meer uitgewerkte theologie. Bij de ledeboerianen waren niet zozeer de dogmatieken, maar meer de bekeringsgeschiedenissen handboeken voor kerkelijk en geestelijk leven. De predestinatie nam een beslissende plaats in en beheerste het geheel van de andere geloofswaarheden. Over het aanbod van genade was geen eenstemmigheid. Ledeboer bijvoorbeeld, was een voorstander van een welmenend aanbod van genade. De rechtvaardiging werd als bevindelijk gebeuren bijzonder sterk benadrukt. Het luisterde daarbij nauw, en de persoonlijke bevinding van de voorganger was vaak beslissend. Om een voorbeeld te noemen: een verschil van mening over een klein onderdeel van het stuk der verootmoediging was aanleiding genoeg voor de bakkerianen en dijkianen om gescheiden te blijven.
Het volgende hoofdstuk bespreekt de verhouding met de andere kerkverbanden. De Hervormde Kerk werd totaal afgeschreven, de Christelijk Afgescheidene Gereformeerde Kerk kwam niet voor kerkelijke vereniging in aanmerking vanwege de 'vrijheidsaanvraag'. Met de dolerenden waren incidenteel wel contacten, maar de geestelijke achtergronden verschilden teveel. Alleen met enkele kruisgemeenten en hun leraren kon men tot grotere toenadering komen, maar er bleven toch schibboleths, die niet overwonnen konden worden. Het valt op, dat men van zaken die toch geen kerkscheiding konden wettigen, toch halszaken maakte, zoals bijvoorbeeld de handhaving van de psalmberijming van Datheen. Het bevindelijk independentisme had sterk de overhand. Alleen met de Gereformeerde Gemeenten van E. Fransen kwam het tot een vereniging, althans wat een deel van de ledeboerianen betrof Hoofdstuk 5 gaat uitvoerig in op het ontstaan en de betekenis van deze gemeenten, vooral de plaats daarbij van ds. Fransen. In 1907 verenigden zij zich met de dijkianen tot de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Nadere Reformatie
Het laatste hoofdstuk is een onderzoek van de wortels van de ledeboerianen, die vooral te zoeken zijn in de Nadere Reformatie. Ze waren diep beïnvloed door de geschriften van Brakel en Van der Groe, Van Lodenstein en vooral ook Smytegelt. Het waren echter wel de schrijvers uit de 'nabloei' van de Nadere Reformatie, die van groot gezag waren in de kringen van het gezelschap en de gemeenten daarmee verwant. De grote aandacht voor het bevindelijke leven, de verinnerlijking, was daar het gevolg van. Er was echter ook sprake van een verenging ten opzichte van de mannen van de Nadere Reformatie, die nog in het grote geheel van de volkskerk stonden en daar hun getuigenis gaven voor kerk en volk. De gezelschappen van de ledeboerianen waren veel meer verzelfstandigd dan tijdens de Nadere Reformatie, in zichzelf gekeerd sloten ze zich achter de luiken weg. Het brede kader, dat de Nadere Reformatie nog kende en wenste te behouden, was grotendeels verloren gegaan. Bij dit hoofdstuk moet worden opgemerkt, dat de invloed van de Nadere Reformatie op de ledeboerianen meer getekend is door de weergave van de overeenkomstige opvattingen waren, en wat de verschillen waren, dan dat er duidelijk wordt gemaakt, hoe nu precies de lijnen hebben gelopen. Daarom houdt dit hoofdstuk helaas iets vaags, het is te algemeen en willekeurig. Er zou wellicht nog wat meer te zeggen zijn over dit onderdeel van de studie, dat als heel wezenlijk en als nieuwe bijdrage aan het kerkhistorisch onderzoek is gepresenteerd. Wellicht zou het verschil in kerkelijke positie en waardering van de theologische vorming ook wat meer uitgewerkt kunnen worden. De vraag is, of de ledeboerianen ondanks alle affiniteit de Nadere Reformatie, als kerkelijke beweging, wel echt hebben verstaan, of dat ze eclectisch de bevindelijke elementen eruit genomen hebben, die hen na aan het hart lagen, maar dan wel uit het verband gerukt. De bevindelijke zaken waren wel eender, maar het kader verschilde toch behoorlijk, het was de Kerk of het gezelschap, dat tot Kerk werd omgevormd.
Het onderscheid tussen analogieën en directe beïnvloeding, dat de schrijver op bladzijde 162 opmerkt, verdient ook wat de andere aspecten betreft meer aandacht. Overigens wordt ook geconstateerd, dat de 'oude gereformeerde kerk' door de ledeboerianen teveel werd geïdealiseerd en verheerlijkt. De beslissende kenmerken, die zij meenden vast te moeten stellen, zoals bijv. de psalmberijming van Datheen en de ambtskleding, zijn meer vrucht van hun eigen geïsoleerde positiekeuze dan gegeven uit de tijd van de Nadere Reformatie.
De epiloog leidt ons uit naar de tijd na 1907. De lotgevallen van de kerken, die zich beroepen op hun ledeboeriaanse wortels, worden kort aangestipt. Het is toch wel een verdrietig vervolg, waarbij verdere afscheiding en verbrokkeling niet ontbroken heeft. Was 1907 wel echt een vereniging of verborg het ledeboeriaanse subjectivisme zich alleen voor een korte tijd? Kerkelijk en bevindelijk subjectivisme versterken de verdeeldheid waar de redenen objectief maar zeer betrekkelijk aanwezig lijken te zijn. De verschillen vertonen vaak nog een grote felheid, zeker waar het gaat om de afstammelingen, die ieder voor zich willen claimen, dat ze in de linie van Ledeboer c.s. staan. Anders dan de dijkiaanse liniekwestie (wie weten wil wat dat was, leze dit boek), lijkt er tot de dag van vandaag een theologische 'liniekwestie' te zijn bij de onderscheiden gereformeerde gemeenten, waar het gaat om de geestelijke erfenis van ds. Ledeboer. Een verzuchting zou kunnen zijn, dat er in de lijn van Ledeboer in ieder geval de ernst moge blijven van de beleving van de breuk van Sion. Misschien dat zelfs Hervormden daarin dan mee zouden kunnen komen.
De oude gereformeerde kerk
Tenslotte is er nog één punt, waar ik een kanttekening bij wil zetten. Een belangrijk element in de beoordeling van Ledeboer is de beleving van de breuk der Kerk. Volgens Florijn was de afstand tussen de ledeboerianen en de Hervormde Kerk groter dan sommigen wel willen geloven, en hebben Ledeboer en zijn volgelingen geen herstel meer verwacht van de Hervormde Kerk. De ledeboerianen wisten zich er door Gods hand uitgeleid, het was geen afscheiding geweest. En zo verbleven ze tijdelijk in de 'noodwoning' van het verkerkelijkte gezelschap, totdat van Godswege de breuk van de kerk geheeld was. Er waren nog wel enkele kinderen Gods in de Hervormde Kerk over, maar zij was als zodanig niet meer de 'Kerk der vaderen', waarvan men het herstel verwachtte. Florijn vindt dat anderen ten onrechte meenden, dat de ledeboerianen in hun spreken over de 'oude gereformeerde kerk' doelden op de diep vervallen Nederlandse Hervormde Kerk van hun dagen. Zij bedoelden daarmee echter de kerk van voor 1816. Aldus bezien zou de situatie voor de ledeboerianen er een geweest zijn, waarin de kerk geheel afwezig was, en alleen het conventikel, dat kerkelijke vormen aannam, restte onder het oordeel Gods. Ik vraag me echter toch af, of datgene wat in deze studie over dit kernpunt door Florijn naar voren is gebracht, een zo absolute conclusie wel rechtvaardigt, als hij over de beoordeling van de oude gereformeerde kerk en de Hervormde Kerk schrijft: 'Voor de ledeboerianen hadden deze twee echter niets met elkaar gemeen'. Ik vraag me ook af of, ondanks de absolute bewoordingen, waarmee men de Hervormde Kerk van hun dagen afwees, er toch niet meer affiniteit bestond met de gemeenten rond Sterkenburg, Stam en Bogaard, die het herstel van de breuk nog verwachtten als een vernieuwing van de Nederlandse Hervormde Kerk, dwars tegen de zichtbare vervalsing van hun dagen in, die inderdaad in nogal radicale woorden werd veroordeeld.
Nog een enkele opmerking over vorm en stijl tenslotte. Tussen de tekst door vinden we telkens kleine biografieën van de ledeboeriaanse voorgangers, in een kader en vaak met portret, die op zich nuttig zijn. De wijze echter, waarop ze in het boek zijn uitgestrooid, geeft een wat rommelig leesbeeld. Verder is het boek, een kleine handmatige lakcorrectie daargelaten, netjes uitgegeven. De stijl van schrijven vond ik helaas wat stroef, de taalkundige correctie had wellicht wat meer stijlmatig kunnen zijn. Dit neemt echter niet weg, dat dit boek zich makkelijk laat lezen, het is verhelderend voor diegenen, die de geschiedenis van de gereformeerde gezindte, in de volle breedte èn in de engte, ter harte gaat. Er is trouwens geen enkele kerk binnen het brede spectrum van kerken van gereformeerde belijdenis, die met de inhoud van dit boek geen raakvlakken heeft.
N.a.v. De Ledeboerianen, een onderzoek naar de plaats, invloed, en denkbeelden van hun voorgangers tot 1907, door H. Florijn. Den Hertog B.V., Houten, 1991, 248 pag., prijs ƒ 49,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's