De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voer voor theologen: de titaan en zijn laatste loodjes

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voer voor theologen: de titaan en zijn laatste loodjes

6 minuten leestijd

Even een anderssoortig stukje dan wat meestal in De Waarheidsvriend wordt aangetroffen. Even het licht laten vallen op iemand, die in alle eenzaamheid bezig is een titanenwerk tot een goed einde te brengen: dr. Ben Wentsel, tot vorig jaar (gereformeerd) predikant in Den Haag.
We leven in een tijd, waarin langzamerhand de dogmatieken weer beginnen te verschijnen. Lange tijd is Nederland de kluts kwijt geweest, en heeft het in de ban van de 'theologieën van de kreten' (H. de Vos) geleefd: theologie van de bevrijding, van de revolutie, het feminisme enz. Nu breekt de behoefte om de dingen, ook die van de bijbel, op orde te zetten weer door. Wie een betrouwbare dogmatiek zoekt, hoeft niet mis te grijpen. Immers, aan de eerste dog­matiek van de nieuwe tijd, die van H. Berkhof kleven gebreken, die hem als gids onvoldoende betrouwbaar maken: er zit te veel evolutionisme in. In de godsleer, in de scheppingsleer en in de christologie die zelfs aan Arius, de grote tegenstander van Athanasius (die van de Geloofsbelijdenis van Athanasius die in ons kerkboek staat) doet denken. Wie een goede buitenlandse dogmatiek zoekt, kan bijv. bij Otto Weber terecht, maar in Nederland komt men nu ook onderdak, en we hoeven dus niet altijd terug te grijpen naar Herman Bavinck en de vorige eeuw.
Wij verwelkomen dit stuk levenswerk van dr. B. Wentsel. Het vierde kloeke deel (deel 3B, want de verzoeningsleer is in tweeën gesplitst) is nu uitgekomen, en één deel zal nog volgen. Wat tot nu toe voor ons ligt, kan men karakteriseren als een dogmatiek, die geënt is op Bavinck, maar die meer gebruik heeft gemaakt van wat de historisch-kritische exegese heeft opgeleverd, en die daarom een meer historisch denken verraadt dan dat van de, toch wat statische, dogmatiek van Bavinck, die de geschiedenis er soms niet echt in kon krijgen, en het Griekse zijnsbegrip er niet echt uit. Wat Wentsel doet, is o.i. een volstrekt legitieme voortzetting van de gereformeerde traditie.
Men kan vragen, of deze dogmatiek modern is, eigentijds, en dan zowel met nee als met ja antwoorden, nee, wanneer men onder modern verstaat, dat een dogmatiek heeft in te gaan op de vragen van de eigen tijd. In deze zin is de dogmatiek van Karl Barth en in zijn spoor (verder) die van Beker en Hasselaar moderner, zij het ook speculatiever. Wentsel is niet de man, die met vragen worstelt, of die probeert in te spelen op de ervaring en leefwereld van de eigen tijd, althans niet in zijn dogmatische arbeid, maar die de zaken ordent en thetisch de bijbelse grondbegrippen in dogmatiek vertaalt. Daardoor blijft de vraag, waaròm afwijkende inzichten voorkomen, uit welke nood ze vaak geboren werden, in de schaduw. Was Wentsel echter anders te werk gegaan, dan was zijn boek nog heel wat dikker geworden. Wèl modern is dit werk, omdat het ingaat op de vragen die nu aan de orde zijn. Zo geeft hij bijv. in dit deel een theologische onderbouw aan de ontwikkelingssamenwerking, trekt hij vanuit de vleeswording lijnen naar de wetenschapsbeoefening en naar de maatschappij, en vanuit het thema van het Koninkrijk van God naar de in onze tijd door twee wereldoorlogen geteisterde wereld. Dat is erg modern, zij het niet spiritueel, omdat Wentsel vooral op ordening en de daarmee gegeven geslotenheid mikt.
Bij alle onderdelen geeft Wentsel een (bijna) compleet litteratuuroverzicht. Samenvattingen en overzichten zorgen ervoor, dat men, bij het naslaan van speciale onderwerpen, het hele veld voor zich heeft. Men staat dan weliswaar op een ander veld dan de exegeet, nl. op dat van de systematicus, maar alle systematisch materiaal ik herkenbaar gebouwd op de bijbelse grondwoorden. Ik herinner mij nog dat Severijn ons leerde, dat er geen onderscheid diende te zijn tussen dogmatiek en bijbelse theologie. Ik denk, dat hij in zeker opzicht gelijk had, geen dogmatiek zonder verwerking van de bijbelse grondwoorden! Wanneer straks het laatste deel verschenen zal zijn, beschikken we zo over een naslagwerk van allure.
De opzet van deze dogmatiek onderscheidt zich van de gangbare. Keerzijde daarvan is, dat telkens het gevaar van doublures dreigt. Wentsel komt vaak zichzelf tegen. Ons wordt echter in het laatste deel een index beloofd over alle vijfde delen. Dan zien we dus ook tegelijk de verbanden voor ons, waarin bepaalde zaken ter sprake dienen te worden gebracht.
Op deze plaats geen inhoudelijke kritiek, al heb ik deze wel degelijk. Hier gaat het mij om noodzaak en nut van deze belijdenisgetrouwe arbeid. Ik val Wentsel bij in zijn stelling, dat systematiek een vorm van lofprijzing is van de Naam van God. Wat Bach deed in zijn Hohe Messe, tracht Wentsel te doen in zijn theologische compositie: hij verwoordt waarom God de lof toekomt. Wij staan als theologen permanent in de verzoeking, ons op onderdelen vast te bijten, zonder in de gaten te hebben, dat we bezig zijn een ruk te geven aan dogmatische grondbegrippen. Ook bij ons dreigt altijd weer een 'theologie van kreten' die onze zo rijke traditie verengt en scheef trekt. Ik vind dat geen gereformeerd theoloog deze dogmatiek ongebruikt mag laten. In onze kring hebben we vroeger dogmatisch altijd tegen de Vrije Universiteit aangeleund, grijpen we hooguit naar Zuid-Afrika (Heyns) voor betrouwbare systematische arbeid, maar lopen daardoor m.i. ook averij op, zij het minder dan zij, die de systematische scholing omzeilen. En nu heeft Wentsel plaatsvervangend iets gedaan, waarvoor hij grote dank verdient en wat wij dienen te benutten.
Naar aanleiding van het verschijnen van dit deel werd op 31 mei in Kampen een waardevol symposium gehouden, met als thema 'aards welzijn en eeuwige behoudenis', één van de thema's uit deze dogmatiek. Maar er kan m.i. van die zijde best nog iets meer aan erkenning bij. Het laatste deel verschijnt uiterlijk over vier jaar. Daar zien we naar uit, niet alleen vanwege het register, maar vooral omdat de leer van de Heilige Geest daarin zal staan. Moge het Ben Wentsel geschonken zijn, zijn titanenwerk te voltooien, en te ervaren dat het ook wèrkt, ook onder ons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Voer voor theologen: de titaan en zijn laatste loodjes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's