De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Memorandum inzake Samen op Weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Memorandum inzake Samen op Weg

4 minuten leestijd

In oktober 1987 heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, in het zogeheten manifest van ambtsdragers, stem gegeven aan de brede verontrusting inzake Samen op Weg in hervormd gereformeerde gemeenten. Het Samen op Weg proces wordt in hervormd gereformeerde gemeenten niet begeerd, gezien de wijze, waarop het zich voltrekt, zonder echte gebondenheid aan de Schrift en de gereformeerde belijdenis.
Het hoofdbestuur constateert nu, dat na de laatste vergadering van de hervormde synode, waarin de zogeheten Knelpuntennota inzake Samen op Weg werd behandeld, onrust is ontstaan in de gemeenten. De suggestie is gewekt, dat gemeenten in een dwangpositie zullen komen. Daarom wil het hoofdbestuur het volgende onder de aandacht brengen van de kerkeraden en daarin van de gemeenten.
1. Toen in 1986 door beide kerken is besloten tot de zogeheten staat van hereniging is mede bepaald dat gemeenten, zo lang de staat van hereniging — ofwel de toestand van federatief samengaan — duurt, geen gemeente gedwongen kan worden tot (federatief) samengaan. Over de situatie, die intreedt als vereniging een feit zou zijn geworden, is niets besloten. Dat kon ook niet, omdat nog geen enkele uitgewerkt stuk, laat staan een nieuwe kerkorde, ter behandeling is aangereikt. Er is dus niet bepaald dat er ooit dwang zal komen. Er is bepaald, dat er van dwang geen sprake mag zijn, zolang de situatie duurt, waarover tot heden is beslist.
2. Het gegeven, dat federatie geen fusie is en dat tot heden niet méér bepaald is dan wat voor federatie geldt, staat evenwel onder de spanning van de voortgang van het proces. Dat betekent, dat op alle vlakken van het kerkelijk leven ervoor dient te worden gewaakt, dat federatie niet geruisloos overgaat in hereniging. Zolang de federatieve toestand duurt is er sprake van drie kerkorden: een hervormde voor hervormde (wijk)gemeenten, een gereformeerde voor gereformeerde kerken en een tussenorde voor gefedereerde gemeenten. De grenzen van federatie dienen nauwkeurig te worden bewaakt. Daar, waar die grenzen worden overschreden of (wijk)gemeenten ongemerkt in een dwangpositie komen, wordt aangeraden dit bij de kerkelijke instanties te melden en bezwaar aan te tekenen. Het hoofdbestuur stelt het op prijs, met het oog op zicht op het geheel, in kennis te worden gesteld van concrete knelpunten, waar die zich voordoen. Zonodig wil het hoofdbestuur hier gaarne adviserend en begeleidend assisteren.
3. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond volgt de ontwikkelingen op de voet, met name ook met betrekking tot de kerkorde-in-ontwerp en de federatie van classes. Wanneer zich een nieuwe markering aftekent in het proces, zal het hoofdbestuur de gemeenten informeren en zonodig opnieuw een vergadering van ambtsdragers bijeen roepen, zoals in 1988 is gebeurd, toen het manifest van ambtsdragers werd aanvaard, hetgeen geleid heeft tot de behandeling van de hierboven genoemde knelpuntennota ter synode.
De eerste en voornaamste verantwoordelijkheid ligt echter in de ambtelijke vergaderingen en de kerkelijke organen zelf.
4. Ook in de voortgang van het proces blijven we als Hervormd gereformeerden staan voor het voortbestaan van de vaderlandse kerk. De worsteling om het behoud van deze kerk zal evenwel alleen geloofwaardig en op goede toonhoogte zijn, wanneer liefde tot deze kerk (als geheel) onze drijfveer is en wanneer een geestelijk staan en getuigen op de plaats, waar ieder is gesteld, ook in de ambtelijke vergaderingen, de boventoon voert.
Wij wekken kerkeraden en gemeenten op tot onderlinge liefde en tot liefde voor de kerk als geheel en derhalve tot het daadwerkelijk dragen van mede-verantwoordelijkheid waar die gevraagd wordt, uit liefde tot de waarheid, ons gegeven in de Schrift en de gereformeerde belijdenis.
Alleen in de weg van gemeenschappelijke schuldbelijdenis en verootmoediging is toekomst te verwachten in de moeilijke tijden, die de kerk doormaakt.
Ons voortdurend gebed zij tot de Koning der Kerk: 'Uw werk, o Heere, behoud dat in het leven in het midden der jaren'.

Voor het hoofdbestuur van
de Gereformeerde Bond in de
Nederlandse Hervormde Kerk
C. van den Bergh, voorzitter
R.J. van de Hoef, secretaris

(Uitgereikt op de regionale ambtsdragersvergaderingen van de Gereformeerde Bond, september 1991).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Memorandum inzake Samen op Weg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's