Die zal u in al de waarheid leiden
Bij de kerkelijke klaagmuur, die in onze tijd tamelijk druk bezocht wordt, hoort men nogal eens klagen over het gebrek aan Heilige Geest. De kerk, zo heet het dan, is arm aan het werk, de vrucht en de gave(n) van de Geest. Zou God misschien op het punt staan om Nederland en de wereld waarin wij leven, te verlaten?
Keerpunt/kentering der tijden
Het is duister in onze tijd. Er schijnt een doem te liggen op het leven (politiek, maatschappelijk, geestelijk, zedelijk). Godsverduistering die zich uit in verregaande secularisatie en omslag naar een godloze cultuur. In een geestelijke dommel van het nog ter kerke gaande volk. In morele decadentie, slijtages van morele waarden. In een ongekend uitbuiten van de vrijheid die de mens van de 20e eeuw zich ongestraft schijnt te kunnen veroorloven.
We leven in een na-tijd. Post-christelijk. Een afgang voor alles wat aan God en aan het christelijk geloof herinnert. We leven in een tijd waarin het geestelijke vacuüm, dat is ontstaan, gevuld wordt met pseudo-godsdienstigheid. We zijn stellig bezig aan de laatste dagen van de wereldgeschiedenis. Wereldrijken storten ineen. Miljoenen zien geen heil meer in een ideologisch stelsel, dat lange tijd geacht werd het vrederijk op aarde te brengen. In de plaats daarvan: verwarring, chaos, oorlogen, honger...
Wie zou van dat alles niet wakker liggen. Wie zou zich om al die dingen niet verootmoedigen voor God?
Gelet op al deze moedbenemende dingen, is het best een hachelijke onderneming om een collegejaar te openen. En dat van een Theologische Hogeschool die de pretentie voert, mensen op te leiden tot godsdienstleraar en kerkelijk/pastoraal werker. Menen wij soms, dat wij de droeve toestand, waarin we verkeren, nog ooit zouden kunnen veranderen? Is het niet vechten tegen de bierkaai?
Wat moeten wij met al die mensen, die zich ook voor het komend jaar hebben laten inschrijven om een beroepsopleiding te gaan volgen, omdat zij branden van verlangen om er met het Woord van God en met de hun door God geschonken gaven op uit te trekken en overal te betuigen, dat we met een levende God en met een rijke Zaligmaker te doen hebben? Menen zij soms, dat er zoveel vraag naar hen is? In die geseculariseerde wereld, die aan haar laatste stuiptrekkingen bezig is? In de kerk die amper haar dominees meer betalen kan? Waar zijn we in ons instituut eigenlijk mee bezig?
Toch openen we het collegejaar 1991-'92. En we doen dat niet alleen omdat we wel een beetje hoop hebben, dat er na deze tijd een betere komt. Of omdat we hier en daar tekenen bespeuren van een hernieuwd vragen naar religie, wellicht in het bijzonder onder jongeren, naar waarden van het verleden, zo lang onder hen afgeschreven geweest. We doen het niet maar omdat we er moed op hebben, dat er een geestelijk herleven komt, ook in de kerken. Misschien ook wel mede door middel van ons.
Hij is beloofd
We doen het hoofdzakelijk, omdat we van onze God een belofte gekregen hebben, die er niet om liegt. Het is de belofte die ik boven mijn inleiding heb geplaatst: 'Die zal u in al de waarheid leiden' (Joh. 16 : 13). Een belofte van de Geest die in de verlengende wereld van nu kennelijk houvast biedt. Hij zal ons in al de waarheid leiden. Dit woord komt uit het Evangelie naar Johannes, dat we het Evangelie van de Trooster zouden kunnen noemen, de Er-bij-Geroepene, de Advocaat die aan de kant staat van Gods ellendigen in het kort geding tussen God en de wereld. In wie Christus present blijft op het strijdtoneel van dit leven. Die vanaf de dagen van de schepping een relatie heeft met de kosmos (Hij zweefde reeds op de wateren van de nog ongevormde chaos). Die in de volheid van de tijd de gevallen wereld komt overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Als een brandend vuur in de gewetens der mensen.
Maar deze Geest is het vooral die van Vader op Zoon gaat en van de Zoon (op de basis van diens volbrachte werk) naar de bruidsgemeente van Christus. Daar wederbaart Hij de harten en vernieuwt mensenlevens. Daar woont Hij in. Met vreugde. Daar rijdt Hij voorspoedig op het Woord der waarheid. Daar maakt Hij dat Woord tot een stroom van water, springende tot in het eeuwige leven. Daar leidt Hij in in al de waarheid. Deze belofte van de Geest en van Zijn zegenrijk werk blijft zijn kracht behouden. Ook in de barre tijden waarin wij leven. Ook in het werk van docenten en studenten van onze Theologische Hogeschool. En het is daarom, dat we er weer moed op hebben voor het komend jaar.
We behoeven, we mogen het niet voor eigen rekening doen. En zeker niet op eigen rekening schrijven. We varen uit met een smeekgebed om de assistentie, de inspiratie en bekrachtiging van Gods Geest. Opdat ons werk (in colleges en thuisstudie) werkelijk in spiritualiteit zou zijn.
Al de waarheid
En wat is dan het liefste werk van de Geest? Hij verheerlijkt Christus en leidt in al de waarheid. Neem die twee samen. Hoe kan een mens thuisraken in de waarheid buiten Christus om? De Weg, de Waarheid en het Leven? De Geest van Christus is er niet op uit om waarheden, die nergens mee in verband staan, in te prenten. Geen Aristotelische waarheid, onbewogen en hard als graniet, fataal en meedogenloos.
Waarheid in de Bijbel is een grondwoord, dat te maken heeft met de levende God Zelf aan gindse zijde van tijd en ruimte. Maar het is vooral een woord dat te maken heeft met de gang van deze God door de geschiedenis. Met de heilsgeschiedenis. Met heilsfeiten. Die van kruis en opstanding. Waarheid is Gods betrouwbaarheid in Zijn bevelen en beloften. Daarmee valt geen sterveling ooit om. Het liefdesgebod des Heeren waaraan de mens het hart mag ophalen. Het verzoenend werk van Christus dat dat hart vrede biedt. Voor eeuwig.
Om die waarheid gaat het de Geest. Daar mag het ook ons om gaan. Dat is Geest en leven. De theologie kent best ook in zijn verschillende vakgebieden een aantal axioma's, principes, uitgangspunten, denkrichtingen... U zult daar als studenten in het onderwijs aan deze Hogeschool mee te maken krijgen. En dat zal u hoofdbrekens kosten. Het vraagt studiezin en inspanning van u, studenten. En uw docenten willen er werk van maken om alles wat er in de theologie alzo de revue passeert, met u te toetsen aan de Bijbel — ons exclusieve uitgangspunt — en aan wat daarover in de Reformatie is gezegd en beleden, onze Gereformeerde belijdenis. Die is beproefd. Dat is een oude waarheid. Maar niet te oud voor nu, ook niet voor het jonge geslacht van nu. Dus dat is geen kwestie van nostalgie of repristinatie. Ze is uit de Schriften geput. Ze is ons uit het hart gegrepen.
Niet los verkrijgbaar
Vergeet echter nooit de Bijbelse grondbetekenis van het woord waarheid, zojuist genoemd. Wat zou het u baten, als u in engelentaal de voorname stukken van de Bijbelse en Gereformeerde leer op een rij wist te zetten? Wat zou het u baten, als u van de uitverkiezing alles zou weten wat de Bijbel en de belijdenis van onze kerken erover te kennen geven? Wat zou het u baten, als u vakkundig toegerust in de didactische vorming van onze beroepsvoorbereiding straks een adequate benadering van moderne jongeren (van wat voor snit ook) bezit?
Met dat alles bent u nog niet in al de waarheid ingeleid. Het kan zelfs zijn, dat u niets van de waarheid verstaat, er alsnog blind voor bent, er niet daadwerkelijk door bent vrijgemaakt.
Want daarvoor is nodig, dat de Geest u aan de voeten van de grote Leermeester en Zaligmaker Jezus Christus brengt. Alle waarheden die u hier zult horen, zijn niet los verkrijgbaar. Niet los van Christus. Niet los van een persoonlijk geloof. En niet los van een daadwerkelijke overgave aan Hem. Niet los van daadwerkelijk christendom. Daartoe wil de theologiebeoefening aan ons instituut u dringen. Maar daartoe kan ten diepste alleen de Geest van God en van Christus u leiden. En Hij wil het graag.
Onze gids
Het is Zijn typische werk. Voor het woord 'leiden in' (al de waarheid) wordt in Joh. 16 : 13 een Grieks werkwoord ('hodègeoo') gebruikt, dat heel sporadisch (slechts eenmaal in het Evangelie naar Johannes) voorkomt. Dit werkwoord herinnert m.i. aan het werk van een gids die het goede spoor wijst, van een herder die met zijn kudde naar grazige weiden en zeer stille wateren gaat. Zo deed Jezus het met Zijn jongeren. Wandelen in de waarheid. Hij Zelf is de waarheid. Zijn opzoekende zondaarsliefde. Zijn liefdesgeboden (dit is Zijn gebod, dat gij elkander liefhebt). Dat is al de waarheid. Dit is de volle waarheid. Zulk een Leermeester was Hij.
M.i. betekent het Griekse 'hodègeoo' dus zowel 'gidsen' als 'onderwijzen' ('didachein', dit in tegenstelling tot wat hierover in Kittels woordboek s.v. 'hodègeoo' wordt gezegd).
En zo doet ook de Heilige Geest. Want Die is daarin niet onderscheiden van Jezus. 'Die zal u alles leren en zal u indachtig maken wat Ik u gezegd heb (Joh. 14 : 26). Hij heeft Jezus discipelen als de Geest der waarheid op de weg der waarheid geleid. Hij maakte hen indachtig de dingen die Jezus had gezegd en geleerd (ook die dingen die hun later zijn geopenbaard tussen Pasen'en Hemelvaart; Joh. 16 : 12; Hand. 1 : 2v). Zij hebben dat ook opgeschreven. En wij hebben het in de Schrift ontvangen. Al de waarheid ('tota Scriptura').
Een soort Schriftwording van de Geest.
Dat is het typische werk van de Geest. En dat houdt voor ons in, dat Hij ons in de Schriften thuisbrengt. De grazige weiden, de zeer stille wateren. Hij is niet de Geest van buitenbijbelse spitsvondigheden, en warrige religieuze gevoeligheden. Er is geen waarheid achter de waarheid van Jezus' kruis en opstanding. Geen intellectuele, geen bevindelijke. De Geest heeft de diepten van God altijd al doorzocht en Hij is altijd al bij Christus en Zijn Woord terecht gekomen. Zouden wij dan iets anders zoeken? Zoek het niet.
Welnu, aan de hand van die Geest, geïntroduceerd door die Geest willen wij ook in onze opleiding met de Schriften bezig zijn. Geen woord eraf, geen woord erbij. Wij willen Christus verheerlijken en zo Godverheerlijkend bezig zijn.
Uitzicht en inzicht
Dat geeft perspectief. Het maakt, dat we met open ogen naar de toekomst blikken. Want de Geest zal ons ook 'de toekomende dingen verkondigen' (Joh. 16 : 13 slot). Wij mogen door de duisternis van onze tijd met al zijn verwarring en chaos heenzien naar de komst van de Bruidegom. De Geest en de bruid zeggen: 'Kom' (Openb. 22 : 17). En die boodschap willen wij doorgeven, ook aan jongeren die op hun 18e jaar de burgerlijkheid van het leven thuis denken te moeten ontvluchten en zwervende en dolende worden op de aarde.
Hij zal ons in al de waarheid leiden. Dat betekent tenslotte ook — heel praktisch — dat Hij ons gidst in de doolhof van het moderne leven met al zijn vragen en twijfels. Daarom staan wij erop bij ons theologisch onderwijs u allen ook heel duidelijk het onderscheid te leren tussen goed en kwaad. Laat u niet op sleeptouw nemen door de vrijpostigheden, de losbandigheden en hartstochtelijkheden van de mens der wetteloosheid. Laat ons mensen Gods zijn, tot alle goed werk volmaakt toegerust. Waarlijk Gereformeerde mensen die maar niet een beetje theologie studeren om der wille van een getuigschrift waarmee ze weldra als met een statussymbool kunnen zwaaien.
Laat ons elkaar sterken en verdiepen in Gods waarheid. We komen er nooit in uitgestudeerd.
Wij willen in onze Theologische Hogeschool graag inleidingen geven en ook aanleiding geven tot een daadwerkelijk volgen van Jezus. Dat is de 'didactiek', het 'agogische' immers van Gods Geest (Rom. 8 : 14).
Didachè
Ik besluit met enkele woorden uit 'De didachè' (ook wel genoemd 'Onderwijs van de twaalf apostelen', een oud-christelijk geschrift uit het begin van de 2e eeuw n. Chr.), zeer populair en actueel ook voor ons, juist omdat het een praktijk van godzaligheid predikt, waarmee we het kunnen uithouden.
'Mijn kind, ga uit de weg voor alle kwaad en alles wat erop lijkt. Word niet kwaad; want kwaadheid leidt tot doodslag. Wees niet jaloers, twistziek of opvliegend; want uit dit alles komt doodslag voort. Mijn kind, wees niet begerig; want dat leidt tot ontucht. Onthoud je van vuile taal en onbeschaamdheid; want uit dit alles komt echtbreuk voort... Mijn kind, word geen leugenaar, daar de leugen leidt tot diefstal. Wees ook niet begerig naar geld of naar zinloze luister. Want uit dit alles komt diefstal voort. Mijn kind, wees geen mopperaar; want dit leidt tot lasteren... Wees zachtmoedig; want de zachtmoedigen zullen de aarde erven. Wees geduldig en barmhartig, argeloos, rustig, goed en beef onder de woorden die u hoort. (Didachè, III. 1-8).
Leid mij in Uw waarheid, leer
IJv'rig mij Uw wet betrachten.
Want Gij zijt mijn heil, o Heer'.
'k Blijf U al de dag verwachten.
(Ps. 25 : 2 ber.)
Leer mij, o God van zaligheden,
Mijn leven in Uw dienst besteden;
Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand;
Uw goede Geest bestier' mijn schreden
En leid' mij in een effen land.
(Ps. 143 : 10 ber.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's