De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrijmoedig getuigenis geven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrijmoedig getuigenis geven

9 minuten leestijd

Op één van de laatst gehouden regionale ambtsdragersvergaderingen zei een jonge ambtsdrager, dat hij wel eens opgestoken vingers zou wilen zien als gevraagd werd of men durfde zeggen het eigendom van Christus te zijn. De vraag kwam kennelijk zó over, dat hij ook metterdaad uitnodigde dit te doen. Waarop spontaan een aanmerkelijk deel van de aanwezigen de hand opstak. Enkele dagen later stond in een dagbladverslag iets van diezelfde strekking te lezen. Een predikant stelde aan de orde of de aanwezigen zouden kunnen zeggen in Christus te zijn.
Zo'n vraagstelling nu is ongetwijfeld enigszins vermetel en riskant. In gesprekken wordt nog wel eens gezegd dat, als het 'dáárover' gaat, te weten de persoonlijke heilszekerheid, 'de wagen vaak stil staat.' Welnu, op de betreffende vergadering lieten ambtsdragers zich uitnodigen vrijmoedig getuigenis te geven van de hoop die in hen was. Toch is zo'n vraag, als gezegd, ietwat vermetel. Want op zo'n moment treedt een zekere tweedeling op van de aanwezigen: mensen, die hun hand (durven) opsteken, en mensen, die dat niet doen.
Op de betreffende vergadering herinnerde ik eraan ooit een keer in een kring van jonge mensen het verzoek gekregen te hebben gelegenheid te willen geven voor een zogeheten 'kringgebed'. Desgevraagd bleek slechts een gering deel van de jongeren bereid daaraan deel te nemen. Ook op zo'n moment treedt een tweedeling op. Betekent dat dan, dat er bij de één méér en bij de ander minder geloof, of bij de één wèl en bij de ander géén geestelijk leven aanwezig is? Dat zou een wel heel rechtlijnige vooronderstelling zijn.

Vrijmoedigheid
Mij dunkt, dat van een ambtsdrager, als het erop aan komt, gevraagd mag worden, dat hij bereid en in staat is rekenschap te geven van de hoop, die in hem is. Maar dat geldt niet alleen voor ambtsdragers. Voor elk mens geldt die noodzaak. Voor ambtsdragers geldt overigens, dat er een wisselwerking is tussen wat ze mogen géven en wat ze zelf mogen ontvàngen. Wanneer in 1 Timotheüs 3 over de opzie­ners en de diakenen wordt gehandeld, wordt van hen gezegd, dat diegenen, die wèl gediend hebben, voor zichzelf een goede opgang verkrijgen 'en veel vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus Jezus'.


Nu kan vrijmoedigheid in het geestelijke veel te maken hebben met karakter. Er zijn nu eenmaal gesloten menstypen en open menstypen. Zelfs de volksaard kan een rol spelen. Er zijn streken des lands, waar men, wat het geestelijke betreft, alles om zo te zeggen in de etalage heeft liggen, terwijl bij anderen er altijd ook nog een achterdeurtje is.
Daarom moeten we ons er niet op verkijken als mensen soms met grote vrijmoedigheid durven en kunnen spreken van de hoop die in hen is, terwijl het bij anderen altijd heel schuchter toegaat. Prof. Van Ruler placht nogal eens te spreken over 'gestolde vreugde'. Maar gestolde vreugde is niet minder vreugde dan vreugde, die zich meer spontaan uit. Ze kan zelfs bezonkener zijn. Het gaat uiteindelijk om waarheid in het binnenste. Daarom is de vraag om maar eens duidelijk te zeggen of men de zekerheid des geloofs kent in zeker opzicht een impertinente vraag. Soms kunnen mensen urenlang spreken over hun bekeringsweg of hoe men dit ook aanduiden moge, bijvoorbeeld in programma's als 'God verandert mensen'. Anderen — zoals ik ergens in een levensbeschrijving las — gewagen van 'een ondeelbaar ogenblik', een bliksemflits; verder doen ze er het zwijgen toe. Er is ook nog zoiets als de intimiteit van de verborgen omgang. Op bepaalde momenten kan echter het bloed toch kruipen, waar het niet gaan kan. Dan wordt vrijmoedigheid geschònken, gegéven, gegéven door de Heilige Geest op momenten dat het nodig is.

Extra dimensie
Wat de vrijmoedigheid betreft moet het er echter ook maar eens op áán komen. Vrijmoedigheid in een kring van gelijkgezinden is nog wat anders dan vrijmoedigheid in een kring waar tegenweer of vijandschap troef is.
Van Petrus en Johannes lezen we, dat ze vrijmoedigheid hadden inzake het spreken over de enige Naam onder de hemel tot zaligheid gegeven, toen ze voor het Sanhedrin stonden (Hand. 4).
Paulus en Barnabas hadden vrijmoedigheid in het spreken ten overstaan van een schare vijandige joden (Hand. 13). En Paulus kreeg vrijmoedigheid om ten overstaan van koning Agrippa het Woord Gods te spreken. Hier is sprake van beproefde vrijmoedigheid.

Maar Nicodemus kwam 's nachts tot Jezus, om de vreze der joden. Niet ieder heeft kennelijk altijd en overal de vrijmoedigheid, die aan de apostelen in kritieke situaties, toen het erop áán kwam, werd gegeven.


Ondergetekende heeft vrienden in Israël, die, louter door het lezen van de Schriften, zijn gekomen tot de aanvaarding van Jezus als hun Messias, hun Heere en Zaligmaker. Ze wonen in een puur joodse omgeving en blijven, om de vréze der joden, tot heden verborgen. Vanuit een situatie, waarin ons (nog) geen strobreed in de weg wordt gelegd, kan het gemakkelijk oordelen zijn over anderen. Maar wie hìèr met vrijmoedigheid durft en vermag te spreken over het werk van Christus, mag zich nochtans afvragen hoe het hem of haar zou vergaan in een situatie, waarin — om het bijbels te zeggen — tot voor koningen en overheden moet worden betuigd. Mij dunkt, dat mensen, wanneer hun wordt gevraagd rekenschap te geven van de hoop, die in hen is, deze vraag zó ook wel eens naar zich toe krijgen: Wat zou ik ervan maken als het werkelijk gaat spannen, als alles in de smeltkroes komt? Dan heeft de praktijk, de eeuwen dóór, ook nog wel eens geleerd, dat laatsten eersten werden en eersten laatsten. Zelfs hebben soms mensen met een naar ons gevoel ietwat dubieuze belijdenis moed ontvangen, die anderen niet was beschoren.

Ds. J. Overduin schrijft in zijn bekende boekje 'Hel en hemel van Dachau', dat hij, in die verschrikkelijke omstandigheden in het concentratiekamp, ondervonden heeft dat het wáár was wat hij had gepreekt. Hij kreeg moed en kracht om daarvan — tot het bot uitgekleed — getuigenis te geven. Hij schrijft evenwel ook ergens, dat hij nooit zou durven zeggen dat, wanneer zich opnieuw soortgelijke omstandigheden zouden voordoen, hij weer die kracht en moed zou hebben. Ook hierin moet het manna per dag worden geraapt.
Wat vrijmoedigheid betreft moet het er maar op aan komen. In de beproeving wordt deze gelouterd.

Christus
De vraag is intussen wèl, waarìn dan de vrijmoedigheid tot uitdrukking dient te komen. Wanneer met name in het boek Handelingen van vrijmoedigheid sprake is, gaat het vooral om het spreken, het getuigenis geven aangaande Christus.
Toen Apollos, 'een zeker jood', vrijmoedigheid kreeg om te spreken in de synagoge, overtuigde hij de joden in het openbaar met grote ernst, dat Jezus de Christus was (Hand. 18 : 28).
Van de grote heidenapostel Paulus lezen we aan het slot van de Romeinenbrief, dat hij twee jaar lang in zijn gehuurde woning het Koninkrijk Gods predikte, vrijmoedig lerend van de Heere Jezus. Hij schrijft ook, namelijk aan de gemeente van Filippi, dat in alle vrijmoedigheid Christus groot gemaakt dient te worden, zowel in leven als in sterven (Fil. 1 : 20).


Wie zijn oor goed te luisteren legt hoort nogal eens de klacht, dat onder ons zo weinig met vrijmoedigheid wordt getuigd. Dat heeft ongetwijfeld óók te maken met hierboven genoemde diep ingrijpende vragen aangaande de heilszekerheid. Als voorbeeld — vooral voor de jongeren — wordt dan echter vaak genoemd de evangelische wereld, waar met veel meer vrijmoedigheid wordt getuigd. De vraag is dan echter wèl welke diepgang daarachter steekt. Want alle tonen van het Evangelie dienen tot hun recht te komen, de lichte en de donkere. In het echte getuigenis voert genade de boventoon. Dat geeft diepte.
De vraag is dan ook vooral wat de inhoud van het getuigenis is. Gaat het dan om wat 'ik geloof' of om wat Christus betekent, voor mensen persoonlijk en voor de wereld als zodanig? Wat dit laatste betreft: ls Paulus over zijn apostelambt onder de heidenen spreekt, gewaagt hij ervan, dat door de gemeente bekend gemaakt zal worden 'aan de overheden en de machten in de hemel de veelvuldige wijsheid Gods'. Ook daarvoor ligt de vrijmoedigheid in Christus (Ef. 3 : 10, 11, 12).
Het zij toegegeven, dat ook in de Schrift regelmatig van een persoonlijk toegepitst getuigenis sprake is. Paulus roept voor Agrippa in grote vermetelheid uit: ik wenste wel dat gij waart zoals ik ben. Maar ook hìèrin en bóven alles uit staat de getuigenis aangaande Christus centraal. Wanneer dan ook soms zo gemakkelijk over het getuige-zijn wordt gesproken, en over de vrijmoedigheid, die sommigen hierin altijd hebben, dan dient ook te worden gevraagd of zulk een getuigenis de diepgang van het Evangelie aangaande de gekruisigde en opgestane Christus heeft. Dat mag gevraagd worden als het gaat om het getuigenis van jongeren. Dat mag gevraagd worden als mensen hun weg, hun bekeringsgeschiedenis vertellen.
De vrijmoedigheid van het geloof ligt in Christus en richt zich op de Persoon en het werk van Christus. Er zit dan ook in het getuigenis — zoals ook in de prediking — iets van persoonlijke terughoudendheid, in die zin dat 'mijn ik' en 'mìjn belevenis' ondergeschikt zullen zijn aan wat Hij deed en doet.

De Heilige Geest
Ten diepste komt het ook hier altijd weer aan op het werk, de inwerking van de Heilige Geest. In Handelingen 4 (vs. 31) staat het met-vrijmoedigheid-spreken-van-het-Woord-van-God in direct verband met het-vervuld-worden-met-de-Heilige-Geest. Die Geest neemt het uit Christus en verkondigt het ons. Die Geest verleent ook vrijmoedigheid om toe te gaan tot de troon der genade, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. Dan geeft het vat op z'n tijd, als het goed is, tòch uit wat het in zich heeft. 'Hoort wat mij God deed ondervinden wat Hij gedaan heeft aan mijn geest'. Maar niet wij beschikken over de Geest, de Géést beschikt over òns, ook waar het die vrijmoedigheid betreft.
Maar zelfs wanneer een mens wanhoopt aan zichzelf, wanneer zijn zicht op het heil is verduisterd — om wat voor redenen in de mens zèlf dan ook — dan (nòchtans) zal rekenschap worden gegeven van de Hoop, die in Christus is, wanneer we daartoe worden geroepen, ùìtgedaagd soms.
Als Petrus door de Satan is aangevochten, zegt nochtans Christus tot hem: 'Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude'. Van Christus kan, mag en zal te allen tijde een goed woord, liever hèt goede woord worden gesproken. Als het maar om Hèm gaat, kan er van ik-gerichte triomfantelijkheid geen sprake zijn. Bovendien zal de buitenwereld meer onder de indruk (moeten) komen van Hem dan van 'mij'.


Toen Paulus voor Agrippa stond en vrijmoedig getuigenis had gegeven aangaande Jezus, zei deze, dat Paulus hem bijna bewoog een christen te worden. Dáárna zei Paulus, dat hij wel wenste dat Agrippa, en allen die hem hoorden, zouden zijn als hijzelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vrijmoedig getuigenis geven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's