De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

11 minuten leestijd

Gereformeerd en evangelisch
Toen ik zojuist dit kopje schreef boven deze aflevering van onze rubriek, dacht ik bij mezelf: nog maar weer eens aandacht geschonken aan de ontmoeting van beide groepen christenen. U weet, daar is de laatste jaren al de nodige aandacht aan besteed. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond gaf vorig jaar een nota uit met gesprekspunten voor een dialoog tussen beide groeperingen. In het blad, dat het jeugdevangelisatiecentrum 'De Windroos' uitgeeft, 'Windstreken' van september 1991, valt een boeiend gesprek te lezen tussen o.a. ir. J. van der Graaf en een aantal jongeren over deze nota. Er is nogal kritiek op de inhoud van de nota. Ze zou teveel geschreven zijn vanuit de houding 'wij gereformeerden' hebben 'jullie evangelischen' iets te zeggen. Kerkeraden, die deze nota lezen, krijgen alleen maar bevestigd, dat zij het bij het rechte eind hebben en de gemeenteleden, die vertrokken zijn naar een evangelische gemeente ongelijk. Er zit te weinig binnenkerkelijke kritiek in en begrip voor hen, die zijn weggegaan uit de kerken. In hetzelfde nummer van 'Windstreken' staat een gesprek te lezen met drs. Evert van der Poll, tien jaar oudste in een evangelische gemeente in Voorthuizen en thans beroepbaar in de Hervormde Kerk. Dit gesprek is gevoerd, omdat Van der Poll onlangs een scriptie schreef over evangelische gemeenteopbouw in een reformatorische context onder de titel 'Vrolijk orthodox'. Boven dit gesprek staat enigszins uitdagend de uitspraak 'Kerken hebben "evangelische bui" nodig om reformatorischer te worden'. De eerste vraag, die aan Van der Poll gesteld wordt, gaat in op de woorden 'vrolijk orthodox'.

Van der Poll: 'Met "vrolijk" bedoel ik de vreugde om de gevonden schat, de diepe blijdschap dat je bij de Heer mag horen. Ik denk dat die vreugde in de evangelische beweging meer aanwezig is. Met "orthodox" wil ik aangeven, datje die vrolijkheid niet op haar beloop moet laten; dan wordt het een vrolijke boel of geestdrijverij. "Orthodox" staat voor de hoofdlijn van de Reformatie: het verstaan van de bijbel, het fundament van het geloof, ook op de momenten dat je je niet zo vrolijk voelt. Het probleem in de evangelische beweging is dat de vrolijkheid en niet de gevonden schat tot fundament wordt: "Ben je niet blij, dan is er iets met je mis." Dat is de grote verzoeking.
Aan de andere kant vind ik die evangelische vrolijkheid nu net het frisse buitje, dat eens over die dorre akker van de kerk moet. Wat gebeurt er dan? Als er na een periode van droogte regen over het land gaat, dan komt er iets tot ontkieming wat niet in de regen zat, maar in de bodem, in het land. Dus als die evangelische vrolijkheid – in de goede zin van het woord – over de kerkelijke akker gaat, dan komt er niet iets evangelisch op, maar iets reformatorisch, namelijk datgene wat in die akker verborgen lag: meer geloofszekerheid, meer verlangen om de bijbel te bestuderen, meer inzet om te getuigen in woord en daad, meer persoonlijk gebed. Mijn stelling is, dat de kerken van een evangelische vrolijkheid niet minder reformatorisch worden, maar juist meer.'
Van der Poll ziet zijn stelling in de praktijk bevestigd:
'In veel evangelische gemeenten kom je kerkmensen tegen, die de blijdschap van het evangelie dáár zoeken en vinden. Maar na drie, vier jaar — dat is de gemiddelde "omloopsnelheid" — komt de behoefte aan verdieping. Dan gaan ze bijna allemaal toch weer terugvragen naar elementen van de kerkelijke bedding, waar ze uit kwamen, maar dan vernieuwd. Ze kijken er dan soms nog positiever tegenaan dan voorheen en zitten met rode oortjes de kerkorde van de Herv. Kerk te lezen en grijpen naar Calvijn, zoals iemand die ermee opgegroeid is, nog nooit heeft gedaan.'

Verderop in het gesprek geeft Van der Poll toe, dat nogal wat mensen die overgingen van een kerkelijke gemeente naar een evangelische gemeente, op den duur toch weer een soort heimwee krijgen naar de structuren, die men kende vanuit het verleden.

Dialoog
Aan het begin schreven we even over de nota van het hoofdbestuur, bedoeld om tot een dialoog te geraken tussen kerkelijken en evangelischen.

De veelgeprezen dialoog tussen evangelischen en de kerken komt op dit moment vooral van één kant, signaleert Van der Poll.
'Ik heb het idee, dat er binnen de kerken veel meer openheid is om naar hun verloren zonen te luisteren, dan dat er onder die verloren zonen de bereidheid is om eerlijk de kerkelijke bedding op te zoeken. Dat maakt het gesprek ook zo moeilijk. Het gesprek komt van één kant, op dit moment. Wie schrijven er binnen de Evangelische Alliantie over de evangelische beweging? Dat zijn toch de evangelischen binnen de kerk? De mensen van Opwekking of Jeugd met een Opdracht hebben het te druk met andere zaken, die zitten echt niet te wachten op een telefoontje van de dominee. En als die belt, dan zeggen ze: "Nou, die gaat het echt zien hoor, we zullen veel voor hem bidden". Maar dat zij van die man iets kunnen leren, komt in hun gedachten niet voor. Het is mijn stellige overtuiging, dat de waarde van de evangelische beweging het best bewaard blijft in een bredere kerkelijke bedding.'
Wat biedt die bedding dan zoal?
'De reformatoren weten te vertellen, dat vrolijkheid geen doel in zichzelf moet zijn. Alle antwoorden die ik aan God geef, in bekering, gebed, doop, getuigenis, zijn niks anders dan ja-zeggen tegen Iemand die allang ja tegen jou gezegd heeft. Het heil heeft zijn wortel en duurzaamheid "extra nos" (buiten ons). Die ontspanning, waarbij je God alle eer geeft en laat, is een oer-reformatorisch besef, dat evangelischen nodig hebben, wil hun vrolijkheid geen doel in zich worden. En als evangelischen eerlijk zijn, erkennen ze dat ook.'

Er wordt vaak gezegd, dat de evangelische wereld aantrekkingskracht heeft vooral op kerkmensen. Daar zou het geheim liggen van de groei van evangelische gemeenten. Ook daarop wordt door Evert van der Poll in het gesprek ingegaan.

'Als je die vraag in enquêtes stelt, dan zeggen mensen "de warmte", maar dat moet nader ingevuld. Het aansprekende is, dat je in de dienst hoort dat je erbij mag zijn. "God is blij dat jij er bent. God wil jou hier vandaag ontmoeten". Dat krijgt in begrijpelijke vormen gestalte. Neem daarentegen een willekeurige ochtenddienst in een hervormde kerk. Omdat ik liturgiek heb gevolgd, weet ik dat daar een ontmoeting plaatsvindt tussen God en zijn gemeente volgens een vaste structuur van vormen. Stel nu dat ik dat niet zo precies wist, zoals 99,9% van de kerkgangers, zou ik dan wel snappen dat ik daar God ontmoet langs de verootmoediging, schuldbelijdenis, genadeverkondiging, de lezing van de wet, etc? Met andere woorden: Begrijpen mensen wel wat er gebeurt? In een dienst in een evangelische gemeente wordt alles verduidelijkt, alle liedjes worden aan elkaar gepraat met korte tussenpreekjes. Voor oudgedienden is dat op den duur irritant, maar voor nieuwkomers geeft dat veel duidelijkheid. De preek is vaak anekdotisch, er valt wat te lachen. Bijna altijd is er een informele ontmoeting na de dienst. Je wordt als nieuwkomer tijdens het koffiedrinken gemakkelijk aangesproken. Niet door een ambtsdrager, maar door een heel gewone jongen, een lid van de gemeente. Er is aandacht voor elkaar.'

'De groei komt ook dikwijls tot stand door het "spinneweb-effect". Iemand raakt verslaafd aan drugs en komt in de problemen. Via gebed en geloof komt zo iemand er vanaf. Het bericht gaat rondzingen in de familie en na verloop van tijd komen meerderen uit de familie- of kennissenkring tot geloof. Van de ene doopdienst komt de andere doopdienst, was bij ons een bekend verschijnsel in de evangelische gemeente.'

Toekomst
Tenslotte wordt aan Van der poll nog de vraag voorgelegd aangaande de toekomst van beide groeperingen. Er worden tamelijk negatieve verhalen verteld over de kerken en positieve over de groei van de evangelische gemeenten.

'het enige wat ik kan doen is extrapoleren, huidige ontwikkelingen doortrekken naar de toekomst. De kerk wordt kleiner, maar wel 'evangelischer' in die zin, dat wie overblijven, veel meer vanuit een bewuste keuze kerk willen zijn. Daar is het evangelischen ook precies om te doen: Kies voor Jezus! De kruisbestuiving tussen evangelischen en de kerken vindt nu al plaats, bijvoorbeeld binnen de EO, al hoop ik dat daarbij ook de liturgische en maatschappelijke vragen betrokken zullen worden. Het zal overigens nog wel enkele jaren in beslag nemen. Ik zie een kruispunt opdoemen, waarop evangelische gemeenten voor de keuze worden geplaatst: of gewoon plaats nemen in de kerken waar ze thuis horen zonder daar de zendeling uit te hangen, òf op zichzelf verder gaan als apart kerkgenootschap dat over 20 jaar te star zal blijken te zijn voor wie dan vernieuwing zoekt.'

De jongeren vormen in dat scenario een cruciale factor, aldus Van der Poll. 'De afstand tussen evangelische en gereformeerde jongeren is veel en veel kleiner dan de kloof tussen de oudere generaties. Wat gebeurt er als die jongeren straks ouderling of diaken zijn in de hervormde gemeente en hun vrienden uit een evangelische gemeente ontmoeten waar ze mee naar de praise avonden gingen? Dat praat toch wat anders, zou 't niet?'

Het blijft toch een vorm van 'koffiedik kijken' als je zo over de toekomst praat. Wel blijft het van belang, aandacht te hebben voor eikaars opvattingen en niet te doen alsof de een niets is en wij het toch zo voor elkaar hebben. Daarnaast blijft een reformatorisch mens z'n vragen houden bij voor hem wezenlijke verschillen. Maar dat zal andersom ook wel zo zijn. In een tijd, waarin het aantal christenen uitdunt, is het echter geboden elkaar, zo mogelijk, meer te zoeken dan af te wijzen. De nota van het hoofdbestuur bevat toch ook wel deze intentie.

Reformatorisch en evangelisch in Afrika
Onlangs deed de Chr. Gereformeerde predikant dr. G.C. den Hertog in 'Opbouw' van 30 augustus verslag van een aantal colleges, die hij had gegeven voor Afrikaanse studenten onder het opschrift 'Met Luther naar Afrika'. Als onderwerp voor de cursus, die hij had te verzorgen, koos hij voor 'de vrijheid van een christen'. U weet, dat is de titel van een geschrift van Luther uit 1521. Samen met Afrikaanse studenten werden teksten gelezen en besproken van Luther en Calvijn. Niet hier in Nederland, maar in Afrika zelf, in de kerkelijke situatie van het land aldaar. Daar deed dr. Den Hertog toch wel een verrassende ontdekking, die geheel past in het kader van onze rubriek dit keer.

Opvallend was — daarmee wil ik besluiten — dat de studenten Calvijn en Luther indronken als groot nieuws. Ze vielen van de ene verrassing in de andere. Meermalen zeiden studenten tegen mij, dat ze nu durfden te preken over teksten, waar ze tot dusverre met een boog omheen liepen, bijv. Johannes 8 : 30-36. Het contrast met onze streken is groot. We krijgen in ons land vaak de indruk, dat een 'evangelische' benadering meer bijbels is in vergelijking met de 'verstarde' gereformeerde traditie. Heeft de Reformatie afgedaan? Is het slechts een fase geweest in de geschiedenis van de kerk, die nu afgelost wordt door een evangelische benadering? Het bemoedigende van ons verblijf in Afrika was dat ons daar de kracht en actualiteit van de Reformatie weer zo duidelijk bleek. Het gereformeerde is daar wat het oorspronkelijk is geweest: niet een theologische en kerkelijke traditie naast andere, maar een wijze van omgaan met de Schrift, waarin ten volle recht gedaan wil worden aan het 'sola gratia, sola fide en sola Scriptura'. In de uitgave van de werken van Calvijn heeft men de Institutie — zeg maar: Calvijns 'dogmatiek' — geplaatst ná zijn commentaren op de diverse bijbelboeken en vóór zijn preken. Dat is de juiste plaats! De gereformeerde leer wil niet heersen over de Schrift, maar komt op uit het verstaan ervan en wil de verkondiging van het Evangelie dienen. Dat was voor ons gevoel de ontdekking tijdens dit verblijf: te merken hoe het gereformeerde structuur geeft aan het evangelische, en zo het verstaan en de voortgang van het Evangelie dient.

Het is goed ook dit geluid te lezen en te horen. Niet in de zin van: zie je wel, hebben we toch gelijk. Maar juist om aan te geven, hoe elders in de concrete situatie van een christelijke gemeente de kracht en de waarde van het reformatorisch erfgoed blijkt en de evangelieverkondiging dient. Hier gaat het dan wel om het puur reformatorische, inhoudelijke van de boodschap. We blijven leerlingen, we blijven bedelaars. Dat besef blijve levendig onder gereformeerden èn onder evangelischen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's