Mozes’ keuze
Achtende de versmaadheid van Christus' meerdere rijkdom te zijn, dan de schatten van Egypte, want hij zag op de vergelding van het loon. (Hebr. 11 : 26)
Vorige week hebben we gezien, hoe Mozes door zijn moeder Jochebed in een biezen mandje in de Nijl is neergelegd. Bijna zouden we zeggen: hoe hij door haar is geofferd. Zoals eens Abraham zijn zoon moest offeren en hem in het geloof weer terugkreeg.
Door datzelfde geloof, zegt de Hebreeënbrief, heeft Jochebed haar zoon te water gelegd. Hem zo aan God gegeven. Hij alleen kan nog voor hem zorgen. En... ze heeft hem daarna als uit de doden weer teruggekregen.
Want wat gebeurt er verder met het jongetje? Hoe zorgt God voor hem?
Welnu, wie kent niet het tafereel dat zich daar aan de Nijl moet hebben afgespeeld? Hoe de dochter van de farao, die bij het water kwam om te baden, het kistje zag; haar dienstmeisjes de opdracht geeft het naar de kant toe te halen. Hoe zij het kind zag en hoe ze door de aanblik ervan vertederd raakt. Haar besluit staat vast, ze zal het jongetje, dat (dat begrijpt ze wel) van de Hebreeën afkomt, adopteren en thuis verzorgen! Wie weet niet hoe dan Mirjam te voorschijn komt; hoe ze haar moeder aanbeveelt als voedster en hoe dan Mozes de eerste jaren van zijn leven toch thuis bij zijn ouders doorbrengt? Onder protectie van de prinses!
Maar dan komt toch al gauw het moment dat Jochebed haar zoon weer moet loslaten. Als de knaap enkele jaren oud is, moet hij, zo is de afspraak, naar het paleis.
Dáár aan het hof van de farao is Mozes groot geworden. Dáár heeft hij zijn opvoeding genoten en dáár heeft hij les gehad. Daar heeft hij de wijsheid van Egypte ingedronken. Het is nog wel enigermate na te gaan, wat Mozes daar geleerd heeft. Het zal niet weinig geweest zijn. De Egyptenaren waren zeer bedreven in bijvoorbeeld de sterrenkunde en de wiskunde. Hij heeft er ook de Egyptische godenwereld leren kennen. Alle zonen van de farao kregen les van Egyptische priesters, die hen leerden geloven in andere goden dan de God van Mozes' ouders.
Dat moeten we eens even tot ons door laten dringen, wat dat geweest is. Voor een jongen alleen. Vele ouders weten daarvan mee te praten. Hun kinderen gingen ooit studeren. Kwamen in een vriendenkring waar men van de God van de bijbel niet wilde weten. Vaak ondergingen ze een mentaliteitsomslag. Gelovig gingen zij naar de universiteit of hogeschool, vol twijfel en negatief kwamen zij er vandaan. Hoe heeft Mozes het geloof kunnen bewaren? Hoe kunnen onze kinderen dat, ook vandaag?
We lezen over Mozes' opvoeding niets in de bijbel. Het enige wat later blijkt, is dat Mozes het volk van zijn afkomst niet vergeten is. Maar van de periode daartussen weten we niets.
En toch is er wel het één en ander over te zeggen. Er is namelijk nog eens iemand geweest, die in zijn jonge jaren een dergelijke levensloop kende. Ook hij werd op vroege leeftijd bij zijn vrome moeder weggehaald om opgevoed te worden in een paleis, waar men van de God van het ouderlijk huis niets moest hebben. Ook hij heeft zich later opgeworpen als verdediger van het volksdeel, dat diezelfde God diende als de God van zijn ouderlijk huis.
Het is niemand minder dan Willem van Oranje. Opgevoed in Duitsland, tot zijn elfde jaar, moest hij het kasteel van zijn ouders inwisselen voor het keizerlijk paleis in Brussel, waar een heel andere geest heerste dan thuis. Waar men de Reformatie vijandig gezind was.
Wel, lezen we van Mozes niets, misschien dat hij ons inlichten kan over wat er ook met Mozes in die jaren gebeurd moet zijn. Later op deze periode terugziend, zegt hij: 'God heeft het niet toegelaten dat het zaad dat mijn moeder gestrooid heeft, in mijn vroege jeugd verstikt is. Maar na een periode van onverschilligheid is het ontkiemd, is het gaan groeien en is het vruchten voort gaan brengen'.
Letten we goed op wat hij zei: God zorgde ervoor dat dat, wat men vroeger gehoord heeft, op een bepaald moment, door allerlei levensverwikkelingen heen, weer een rol begon te spelen. Dat het mosterdzaadje uitgroeide tot een boom, met veel takken, waarin velen hun schaduw vonden. Wat gebeurt er namelijk? Mozes gaat op een dag kijken naar zijn verdrukte volksgenoten. Hij ziet dat een Israëliet geslagen wordt door een Egyptenaar.
Dat wekt zijn woede op. Hij slaat de Egyptenaar dood. Wat ging daarachter schuil? Is het een onberedeneerde woedeuitbarsting geweest en meer niet? Dat is niet zo. Er ging een welbewuste keuze aan vooraf. De Hebreeënbrief zegt: Hij verkoos liever met het volk van God smaadheid te lijden, dan een zoon van de farao genoemd te worden.
Mozes heeft voor een keuze gestaan. Zoals ieder mens daarvoor komt te staan. Of... of. Of een leven als een prins aan farao's hof. Of het Woord van God.
Die keuze moet u zich eens voorstellen. Aan de ene kant het hof van farao. Waar Mozes alles kon krijgen, wat een mens maar wil. Voorspoed, rijkdom, aanzien en gaat u maar door. Hij hoefde er maar één ding voor te doen. Te vergeten dat hij een Israëliet was.
En dat kan hij niet! De keuze valt uit voor het volk van God. Hoe komt Mozes daartoe? Wat heeft hij in dat volk gezien? Hij heeft gemerkt, dat zijn volksgenoten niet zomaar gewone mensen zijn. Ze zijn dragers van de belofte van God. De omgang met God stempelt hun leven. Geeft hun in hun gedrag en voorkomen iets vorstelijks. Zo werd Sarai indertijd Mijn vorstin genoemd. Zo werd Jacob na zijn strijd bij de Jabbok vorst Gods genoemd. Was ook Abraham in zijn optreden niet een vorst? En waren zij allen niet vorstelijk, juist omdat zij God kenden!? Welnu dat juist zíj zo kwalijk behandeld werden, heeft Mozes' ijver opgewekt. Want Mozes ziet door alles heen. Ja hij is een prins met geweldige kansen. Een prins van Egypte. Zo een land! Maar daar staat tegenover, dat het dit niet heeft: de belofte van God en de omgang met God! En dan valt de keuze hem niet moeilijk meer. De tekst zegt: Hij zag op de vergelding van het loon en hij vreesde de toorn van onze koning niet, want hij hield zich vast als ziende de Onzienlijke. De Hebreeënbrief zegt hiervan, dat hij de smaadheid van Christus, met wie het volk één is, gezien dat karakter van het volk (het is beloftedrager) verkiest boven de rijkdom van Egypte.
Om deze keuze gaat het in ons leven. Wie in zijn of haar leven het vorstelijke van Gods kinderen gezien heeft, in nood, in verdriet, op sterfbedden, die zal dat niet gemakkelijk vergeten. Was dat het niet wat Willem van Oranje dreef, getuige wat hij in een moeilijk uur ooit zei: 'Laat ons het verdragen dat men over ons loopt, als wij maar dienen mogen Godes Kerk'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's