De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voorbereiding tot het Heilig Avondmaal (2)

Bekijk het origineel

Voorbereiding tot het Heilig Avondmaal (2)

Verrassende ontdekking in Friesland

6 minuten leestijd

Inhoud van Baers' prekenbundeltje
De inhoud van Baers' prekenbundeltje Een Geestelijcke/ Schriftmatige/ Voorbereydinge kan als volgt kort omschreven worden. Het eerste punt, dat in de eerste preek uiteengezet wordt, is dat iedereen als een geestelijke priester zich, voordat hij tot de tafel en de dienst des Heeren komt, onderzoeken moet of hij smetten en gebreken heeft. Met de smetten worden de zonden bedoeld. Het voor dat zelfonderzoek benodigde instrument is de spiegel van de geboden des Heeren.
Hieruit worden door Baers vier leringen getrokken. De eerste is, dat de zonden zielesmetten zijn, die als ze niet tijdig afgewassen worden, ons verloren zullen doen gaan. De tweede lering is, dat wij niet naar de kerk of ten Avondmaal mogen gaan, tenzij wij door oprechte boete alle zonden afgelegd hebben. De derde lering behelst dat wij alle onwetendheid moeten schuwen, terwijl de vierde lering inhoudt, dat wij, onszelf in de spiegel van Gods wet goed beschouwende, hartelijk moeten begeren om van onze zonden gereinigd te zijn.
Onder het tweede punt wordt behandeld hoe wij, wanneer wij ons als bevlekt gewaarworden, gereinigd kunnen worden. Dit kan uitsluitend door Christus. Wij dienen daarom ons met een vast geloof en een levende hoop tot Hem te wenden. Ook bij dit tweede punt horen vier leringen. De eerste is, dat wij God dankbaar moeten zijn voor de gave van Christus. De tweede lering houdt in dat wij Christus dankbaarheid behoren te bewijzen door niet meer te zondigen. De derde lering is, dat wij na opnieuw begane zonden ons weer tot Christus moeten wenden met de voeten des geloofs. Bewogen waarschuwt Baers voor uitstel van bekering. De vierde lering luidt, dat wij alle schadelijke dwalingen moeten mijden, waardoor men wijsgemaakt wordt, dat de zonden afgewassen kunnen worden door andere middelen dan het bloed van Christus.

De tweede preek gaat eerst over het derde punt, namelijk op welke wijze wij tot het geestelijke altaar komende behoren te offeren. Wij moeten met heiligheid en gerechtigheid bekleed zijn. Het altaar waarop wij offeren is Christus. Onze offers zijn de offerande van onszelf, onze gebeden en onze werken van naastenliefde. Wij moeten altijd offeren en ons hierbij onthouden van de wereld. Opnieuw trekt Baers vier leringen. De eerste bestaat in de waarschuwing voor roomse en libertijnse dwalingen. De tweede is dat het oprecht christen-zijn meer is dan alleen een naam of uiterlijke schijn. In de derde plaats zijn wij schuldig precies te weten wat onze offerdienst inhoudt. De vierde lering behelst dat wij dagelijks de Heere om vermeerdering van Zijn bekwaammakende genade smeken. Met het oog hierop laat de schrijver een voorbeeld van zo'n gebed volgen. Onder het laatste punt laat de auteur zien, hoe erg zij zich bezondigen, die zich verstouten om met hun ongerechtigheden tot God te naderen en Hem te dienen. In totaal onderscheidt hij zeven verschillende soorten christenen, die onwaardig ten Avondmaal gaan. Dit zal vreselijk gestraft worden. Toch mag dit er niet toe leiden, dat de Avondmaalsgang nagelaten zal worden. Evenals bij de vorige punten zijn er vier leringen. De eerste is dat wij niet moeten denken dat uitwendige godsdienst voldoende is voor de zaligheid. In de tweede plaats behoren wij ons hart getrouw te onderzoeken. In de derde plaats hebben de predikanten en de ouderlingen allen van de tafel des Heeren af te houden, die zichzelf niet kunnen en die zichzelf niet willen onderzoeken. Onder de laatste lering stelt Baers, dat het misbruik van de sacramenten en de verachting van het Woord de enige oorzaak vormen van al de ellenden die de kerk en de staat treffen. Of wij laten ons oprecht overeenkomstig het Woord Gods en naar de instelling van Christus reformeren, òf wij halen Gods oordeel over ons.

Geestelijke ligging van Baers
Uit de inhoud van Een Geestelijcke/ Schriftmatige/ Voorbereydinge heeft Kalma opgemaakt, dat Baers een gematigd Zwingliaans standpunt innam. De pastorale gedeelten uit dat werk brengen hem ertoe om bij Baers te spreken van de mildheid van het geloof in de algemene genade. De laatste zou pleiten voor een kerk, waarin ruimte was. Dit is echter louter verbeelding. Zoals zo vaak bij een evaluerende kerkgeschiedenisbeoefening, zeggen deze opmerkingen veel over — de vrijzinnige — Kalma en weinig over Baers.

Een Geestelijcke/ Schriftmatige/ Voorbereydinge doet de Friese predikant kennen als een onverdachte calvinist. Over zijn orthodoxie kan geen enkele twijfel bestaan. Wel is het zo, dat Baers een bijzondere calvinist was. Hij was namelijk een calvinistisch piëtist, dat wil zeggen dat hij binnen het raam van de calvinistische theologie uit reactie op bestaande ethische en religieuze wantoestanden en misvattingen aandrong op heiligheid des levens en hierbij pastorale interesse voor het innerlijke leven des geloofs aan de dag legde. Typisch piëtistisch zijn de nadruk op het zelfonderzoek, de afwijzing van pracht en praal, het grote aandeel dat de toepassing in de preek heeft, de opsplitsing van de gemeente in geestelijke groepen, het bestrijden van naam- en schijnchristendom, van onkunde en van uitstel van bekering, de stringente tuchtuitoefening, het vertroosten van aangevochten zielen en het aandringen op reformatie. Aandacht voor het Avondmaal en in het bijzonder voor de voorbereiding hiertoe is overigens iets wat juist bij de Piëtisten onder de Gereformeerden aangetroffen werd en wordt.

Belang van Baers' prekenbundeltje
De piëtistische inhoud van Baers' prekenbundeltje is voldoende reden om Baers in te lijven in de kleine rij van Nederlandse gereformeerde piëtistische auteurs uit de zestiende eeuw. Dit betekent dat het gereformeerde Piëtisme aan het eind van de zestiende eeuw in de Nederlanden ruimer verbreid was, dan tot nu toe aangenomen werd. Deze constatering heeft niet alleen betrekking op de kwantiteit van de oude schrijvers in die tijd, maar ook op de streek waar zij werkten. Reeds vroeg blijkt het gereformeerde piëtisme ook in Friesland wortel geschoten te hebben.
De in de literatuur oudst bekende Nederlandse uiting van de gereformeerde piëtistische voorliefde voor het Heilig Avondmaal is een van 1620 daterende prekenbundel van Willem Teellinck: Het Geestelijck Cieraet van Christi Bruylojtskinderen. Baers' werkje laat zien, dat de gereformeerde piëtistische Avondmaalstraditie in geschrifte twintig jaar ouder is, dan tot dusver verondersteld werd. Zij stamt zelfs uit de zestiende eeuw.
Het opvallende van deze eerste uiting van die traditie is, dat die geheel gewijd is aan de voorbereiding tot het Heilig Avondmaal. Bijna een halve eeuw later verscheen in Friesland een bundel van dertig piëtistische voorbereidingspreken van de Friese gereformeerde predikant Focco Johannes: Proef-Praedicatien, ofte voorbereydinge Tot het H. Avontmael des Heeren, 1648 Andere uitgaven van gereformeerde piëtistische signatuur, die uitsluitend betrekking hebben op de voorbereiding tot het Heilig Avondmaal, zijn mij, niet bekend. Het heeft er de schijn van, dat de exclusieve aandacht voor de voorbereiding een kenmerk van het Friese gereformeerde piëtisme is geweest.
Het proefschrift van T. Brienen wijst uit, dat de typisch piëtistische preekmethode met de haar kenmerkende elementen van de structuur van uitleg en uitvoerige toepassing en van het onderscheiden van geestelijke groepen binnen de gemeente eerst in de zeventiende eeuw goed aantoonbaar is. De ontdekking van het gereformeerde piëtistische karakter van Baers' ­ prekenbundeltje positioneert deze verschijnselen evenwel in de zestiende peuw. Wat één klein oud boekje al niet voor een schat aan interessante gegevens kan opleveren!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Voorbereiding tot het Heilig Avondmaal (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's