Boekbespreking
J.A. van der Spek-Begemann, Job, het troostboek voor Israël, een bijbelstudie, Uitgeverij Boekencentrum B.V., 's-Gravenhage 1991, 152 blz., ƒ 22,50.
Mevrouw Van der Spek heeft zich in haar interpretatie van het boek Job laten inspireren door Margarete Susman. Overweldigd door de verschrikkingen van het nationaal-socialisme, kwam deze jodin ertoe, in de lotgevallen van Job een weerspiegeling te zien van de geschiedenis van haar volk. Dit thema wordt nu door mevr. Van der Spek in haar bijbelstudie verder uitgewerkt. Zo doet het begin van het boek Job, waarin ons Job getekend wordt als een 'man groter dan al die van het Oosten', ons denken aan de gouden eeuw tijdens de koningen David en Salomo. Het gezin van Job bestaat uit twaalf personen. Dat symboliseert de twaalf stammen van Israël. Dan wordt hij getroffen door de ene ramp na de andere. Het ergste wat hem overkomt is de dood van zijn tien kinderen. Dat zijn de tien stammen die in ballingschap zijn weggevoerd. Elihu staat voor de kerk uit de heidenen. Maar met wie zijn nu de drie vrienden te vergelijken? Is Elihu ergens nog familie van Job, de vrienden hebben geen achtergrond in Israël maar zijn wèl theologen. Met hun leer richten zij echter alleen maar schade aan, omdat zij God hebben opgesloten in hun dogmatisch systeem. Zij beschouwen het lijden van een mens als een straf op de zonde. Hoe zwaarder het kruis, des te groter de overtreding. Daarom dwingen zij Job tot een bekentenis. Maar dat weigert hij. Het hernieuwde geluk van Job aan het slot van dit bijbelboek moet gezien worden als een belofte van het herstel van Israël. De messiaanse verwachting is aards gericht: vrede op aarde. De troon van de Messias staat in Jeruzalem. 'Het kerstversje dat zingt: 'Zijn troon was een kruis' is een christelijke ontkenning van Gods trouw aan Zijn eed aan David' (53). De Messias is niet 'los van Israël verkrijgbaar' (142). De kerk heeft een voorbeeld te nemen aan de vrienden van Job, die aan het slot van het verhaal hun hoofd voor Job moesten buigen. Zo heeft de kerk haar schuld tegenover Israël te belijden. Niet slechts tegenover de synagoge, maar tegenover het volk als geheel, dat sinds 1948 weer een staatshoofd heeft. 'Hierin, in de adressering van haar schuldbelijdenis, ligt de kerkelijke erkenning van de staat Israël als nationaal tehuis van de joden (cursivering van de schrijfster, H.d.B.)' (145v.). Deze 'kerkelijke' bekering ten opzichte van Israël zal bijdragen aan de geestelijke vernieuwing van de gemeente.
De schrijfster noemt dan een aantal aktuele zaken: het conciliair proces, de kerkelijke vredesbeweging, samen-op-weg en de kerkverlating (met name ook het wegtrekken van de jeugd). Het kan weer spannend worden onder de prediking als we weer te horen krijgen, dat er in de nabije toekomst grote dingen staan te gebeuren. Want God doet Zijn verbond met Israël gestand (151).
Eigenlijk ligt het wel voor de hand om in de lotgevallen van Israël enkele parallellen te zien met de geschiedenis van Israël. Er zijn momenten dat het volk van God zich herkent in de figuur van Job. In die richting wijst ook het vermaan van Jakobus: gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer, 5:11.
Toch kan de visie van de schrijfster ons niet overtuigen. In de eerste plaats laat zij de geschiedenis van Israël beginnen met de periode van David en Salomo. De tora legt echter het begin in Egypte. Dan is er niet een gouden eeuw, maar het diensthuis. De Heere voert Zijn volk òp naar het land van belofte. Het gaat van de díepte naar omhoog. Zie ook zo'n fundamentele tekst als de aanhef van de Tien Geboden. In de tweede plaats wordt Job ons getekend als een historische figuur. Weliswaar uit een ver verleden, maar dat doet niet terzake. In de derde plaats hoeven wij helemaal niet de verborgen strekking van dit bijbelboek op te sporen, omdat het met zoveel woorden in de tekst zelf wordt aangegeven: Is het om niet dat Job God vreest (1 : 9)? Een bijkomend probleem is de diversiteit tussen de Statenvertaling en de Nieuwe Vertaling. Wijlen dr. Schroten heeft aangetoond, dat de Statenvertaling de betekenis van de grondtekst vaak beter weet aan te geven dan de Nieuwe Verta ling. Het maakt een groot verschil of men in 33 : 23 'zijn rechte plicht' leest (SV) of 'zijn onschuld' (NV). Men kan zich gemakkelijk aan de tekst vertillen. De schrijfster erkent dat ook eerlijk (39).
Mevr. Van der Spek draagt Israël èn de kerk een warm hart toe. Men merkt dat onder het lezen. Iedereen, die geïnteresseerd is in de vragen rondom Israël, zal er graag kennis van nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's