De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zijn Naam belijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn Naam belijden

9 minuten leestijd

Het is voor ouders een blijde dag, als ze hun kinderen voor God en Zijn gemeente het jawoord horen uitspreken. Ze hebben voor hun kinderen 'ja' tegen de Heere gezegd bij de doop en als belijdenis van het geloof wordt afgelegd, nemen hun kinderen dat jawoord over.
Op catechisatie worden we voorbereid op de belijdeniscatechisatie, daarna kan de beslissing worden genomen om belijdeniscatechisatie te volgen en belijdenis af te leggen van het geloof.
Voor veel jongeren is het heel moeilijk om tot deze beslissing te komen. De een laat het na zonder daardoor verontrust te zijn en de ander doet het eenvoudig, omdat het zo hoort. De een zegt: Ik heb toch de leeftijd om belijdenis te doen. De ander: Men kan het toch niet 'zomaar' doen. Inderdaad is er een bepaalde leeftijd, waarin de Heere met bijzondere nadruk van ons vraagt Zijn Naam in het midden van de gemeente te belijden en men kan het inderdaad niet 'zomaar' doen, want het blijft een ernstige beslissing.
Als het goed is, worden onze jonge mensen door die twee kanten gedrongen: Het moet omdat de Heere recht op ons leven heeft en tegelijk mag het niet buiten ons hart omgaan.

Ja zeggen...
Wanneer we het jawoord uitspreken, legt dat verplichtingen op. Dat jawoord verbindt ons aan de Heere. Daar kunnen we nooit van af! Eerst 'ja' zeggen en daarna de Heere niet meer zoeken: dat kan beslist niet. Eerst belijdenis doen en daarna de wereld dienen: dat zal niet gaan.
Sommigen zien hierin de reden om maar geen belijdenis te doen. Ze beseffen heel goed, dat ze hun verplichtingen toch niet na kunnen komen. Dat vinden ze eerlijker tegenover God en tegenover zichzelf en ze zijn van mening dat deze onthouding lof verdient. Als we zo denken, gaan we ervan uit, dat we zonder het jawoord wel onze eigen weg mogen gaan. Maar de zonde is — met of zonder het jawoord — even erg en de verplichting om in Gods wegen te wandelen rust op een ieder van ons.
Het geldt voor iedereen — jong en oud — dat we geroepen zijn de Heere te dienen. De ernst van het jawoord kan daarom nooit een geldig excuus zijn om ons aan de roeping tot het afleggen van de openbare belijdenis van het geloof te onttrekken.

Eigen verantwoordelijkheid
Wanneer de jaren des onderscheids zijn gekomen en we zijn opgegroeid tot mensen met een eigen verantwoordelijkheid, moeten kinderen dit 'ja' van hun ouders overnemen. Dat is: het overnemen van de doopbelofte en het plechtig uitspreken voor God, dat we ons ervan bewust zijn, dat deze verantwoordelijkheid nu op onze eigen schouders rust.
De meesten verlaten het ouderlijk huis en nemen die doopbelofte mee het leven in. Daarom is de belijdenis van het geloof als het ware de echo op wat plaatsvond bij onze doop. Wanneer we geen belijdenis doen, doen we toch belijdenis, namelijk deze, dat we niets van de God van het Ver­bond willen weten. Durven we deze zeer ingrijpende belijdenis voor onze rekening te nemen?
Vanaf het begin van ons leven heeft de Heere er doelbewust op aangestuurd, dat wij Zijn Naam zouden belijden. Hij heeft de hand op ons leven gelegd en daardoor zegt Hij: Kom tot Mij en besteed je leven in Mijn dienst.
In Gods Woord worden we ertoe aangespoord om reeds vroeg de Heere te dienen. We kunnen dit lezen in Prediker 12: 'Gedenk aan je Schepper'. Spreuken 8: 'Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden'. 2 Kronieken 34: Josia was zestien jaar toen hij de Heere begon te zoeken.

Consequenties van onze belijdenis
Het afleggen van openbare belijdenis van het geloof in het midden van de gemeente heeft consequenties voor ons verdere leven. Het is zinvol om daarover goed na te denken. Wanneer we belijdenis hebben gedaan, zijn we daarmee belijdend lid van de gemeente geworden en dragen we zelf de volle verantwoordelijkheid voor dit lidmaatschap. Dat betekent, dat de gemeente van ons mag verwachten dat we trouw meeleven. Van belijdende leden mag een trouwe kerkgang worden verwacht, zodat onze plaats niet zonder wettige reden onbezet blijft. We lezen in Gods Woord, dat we de onderlinge bijeenkomsten — de samenkomsten van de gemeente — niet mogen verwaarlozen. Wanneer we in de kerk zijn, onder het Woord, dan zijn we op de plaats waar de Heilige Geest in het bijzonder wil werken. We spreken wel van de werkplaats van de Heilige Geest.
Het geloof is immers door het gehoor en het gehoor door het Woord van God. De Heilige Geest gebruikt de verkondiging van het Woord om mensen tot geloof en bekering te brengen.
Bij het doen van belijdenis hebben we de verantwoordelijkheid — aan het sacrament van de Heilige Doop verbonden — voor onze eigen rekening genomen. Daarnaast is er het sacrament van het Heilig Avondmaal. Door het doen van belijdenis van het geloof wordt de toegang geopend tot het Heilig Avondmaal.
Maar juist als we het verband gaan zien tussen de belijdenis en het avondmaal, schijnt er een zeker recht te zijn om te zeggen: 'Daar ben ik nog niet aan toe'. Toch moeten we vasthouden, dat de belijdenis — als het goed is — zal moeten uitlopen op de viering van het avondmaal.
Velen hebben er te gemakkelijk vrede mee als ze voor het avondmaal blijven staan. Ik bedoel het niet zo, als zou ieder lidmaat nu zonder meer avondmaalsganger moeten worden. Ook dit kan ontaarden in een weinig zeggende sleurgang, waarin van enige geestelijke spanning weinig meer wordt gevonden. Er moet ruimte zijn voor de worsteling om tot het avondmaal te mogen komen. We kunnen de Heilige Geest in Zijn werkingen niet binden aan een bepaald schema.
Er is een geestelijk recht op het avondmaal dat ons deel wordt in de weg van geloof en bekering. De kerk kan ons slechts een kerkelijk recht verlenen. Ieder lidmaat krijgt het kerkordelijke recht om het avondmaal te vieren, tenzij we in belijdenis en wandel zouden misgaan. In die zin is belijdenis doen dus toegang vragen tot het avondmaal. Of we er goed aan doen om van dat recht gebruik te maken, dat is een zaak tussen de Heere en onze ziel. Daarover kan de kerk en kunnen mensen binnen de kerk niet oordelen!
Als we die toegang vragen, moet er in ons hart een verlangen zijn om van dat recht ook gebruik te maken. Als het helemaal niet ons verlangen is de Heere persoonlijk te leren kennen en in Zijn dienst te leven, dan zou de belijdenis van het geloof een nietszeggende formaliteit zijn.
Laat het nooit onze gewoonte zijn om tijdens avondmaalsbedieningen thuis te blijven. De Heere heeft recht op ons leven, daarom heeft niemand het recht onbekeerd voort te leven!
Bij het doen van belijdenis van het geloof, onderwerpen we ons aan het ambtelijk opzicht over de gemeente. Christus Zelf heeft de ambten ingesteld en van de belijdende leden mag worden verwacht, dat ze buigen onder het ambtelijk gezag van de Koning van de Kerk.
We lezen in Hebreeën 13 : 17: 'Zijt uw voorgangers gehoorzaam en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen'. Er is ongetwijfeld genoeg op de ambtsdragers van de gemeente aan te merken. Het zijn zondige mensen, net als wij. Maar we moeten hen hoog houden omwille van het ambt, dat ze bekleden.
Als we belijdenis van het geloof hebben afgelegd, wordt van ons verwacht dat we deelnemen aan de verschillende kerkelijke activiteiten.
We moeten laten merken, dat we ons betrokken weten bij het gehele gemeenteleven. Het is voor kerkeraden teleurstellend als er maar heel weinig leden op kerkelijke vergaderingen van hun belangstelling blijk geven. We zijn immers medeverantwoordelijk voor de besluiten die worden genomen.
Het doen van belijdenis van het geloof heeft ook consequenties voor heel onze levenswandel. We zijn immers bij de doop door de Heere apart gezet. Dit moet zichtbaar worden in onze totale levenswandel. Er staat ergens geschreven: wel in de wereld, maar niet van de wereld.
Kan men dat aan ons merken op school, op het kantoor, in het bedrijf? Onze belijdenis moet in heel ons leven tot uiting komen. Wanneer daar nare reacties op komen of negatieve opmerkingen over worden gemaakt, mogen we bedenken dat de gunst van onze God oneindig veel meer is dan de gunst van mensen.
Door ons jawoord zijn we belijdend lid geworden van de zichtbare kerk op aarde. Dit is niet genoeg, want het is nodig dat we door wedergeboorte lid worden van de onzichtbare kerk, van de Kerk met een hoofdletter. Als onze naam alleen maar staat ingeschreven in een kerkelijk ledenregister op aarde, dan wordt bij ons sterven onze naam geschrapt. Maar als we staan ingeschreven in het hemelse register — in het Boek des Levens en des Lams — dan wordt onze naam nooit meer geschrapt. Daarin staan de namen van allen, die door onze God zijn verkoren tot het eeuwige leven.

Niet in eigen kracht!
Ons jawoord heeft vèrgaande consequenties. Dit kunnen we nooit in eigen kracht volbrengen. We mogen ons toevertrouwen aan onze trouwe Verbondsgod. We zullen moeten zeggen: Heere, hier ben ik dan, ik kan niet anders, omdat het niet anders mag; maak mij alstublieft niet beschaamd. Het is voor ons een troost, dat niet wij, maar onze Heere Zelf de eerste was en dat Hij ook voor ons jawoord de verantwoordelijkheid wil dragen.
Daarom moeten wij — zeker onze jongeren — ernstig overwegen om Zijn Naam te belijden. Juist in deze turbulente tijd is het nodig, dat velen van harte Zijn Naam belijden, niet alleen in het midden van de gemeente, maar ook op de plaats waar de Heere ons dagelijks heeft gesteld.
'En indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere. Die een iegelijk mildelijk geeft en niet verwijt..., maar dat hij ze begere in geloof. (Jakobus 1 : 5 en 6).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zijn Naam belijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's