Uit het hart van de Nadere Reformatie
Guiljelmus Saldenus
Het boek van dr. G. van den End, dat voor ons ligt en dat diende als proefschrift te Utrecht, is een biografie van een belangrijke figuur uit de Nadere Reformatie, Guiljelmus Saldenus. Bij de biografisch-thematische methode, zoals daar door de auteur voor gekozen is, gaat het om een wijze van onderzoek, waarbij we door kennis te maken met een (hoofd)persoon van een belangrijke historische stroming, tevens oog krijgen voor een breed spectrum van opvattingen en ontwikkelingen van zijn context. Deze methode heeft iets aantrekkelijks, wij maken makkelijker kennis met systemen en ideeën via mensen van vlees en bloed. De keuze die de schrijver voor zijn proefschrift heeft laten vallen op Saldenus is in die zin een gelukkige, dat we hier te maken hebben met een representant van de Nadere Reformatie, die in al zijn veelzijdigheid midden in deze, voor onze kerkgeschiedenis zo belangrijke, geestesstroming stond. De schrijver hoeft zijn hoofdpersoon niet te vertekenen om er een modelvoorbeeld van een nadere reformator van te maken, Saldenus is het eenvoudig en Van der End heeft dat m.i. overtuigend laten zien door hem voluit aan het woord te laten. De biograaf nadert zijn hoofdpersoon tot in de kern van zijn 'Anliegen', en geeft zo een klaar zicht op het hart van de Nadere Reformatie, met zijn rijkdom maar ook met zijn beperking. Het is een waardevolle bijdrage tot de kennis van de Nadere Reformatie dat er, naast de wat kleinere biografieën in verzamelbundels en de herdrukken van oudere dissertaties, weer eens een gedegen proefschrift is verschenen, dat aan een belangrijke vertegenwoordiger van deze stroming is gewijd.
De inhoud
Wat vinden wij zoal in dit boek? In vogelvlucht geven we de volgende impressie: Hoofdstuk 1 beschrijft uiteraard de levensloop van Saldenus, zijn afkomst en studie in Utrecht — hij was een trouwe leerling van Voetius —, en de gemeenten die hij gediend heeft. Dat waren voorwaar niet de minste. Hij eindigde in Den Haag, de stad van het hof en van vele internationale contacten. Hij paste er echt thuis. Maar ondanks dat hij een voorname en geleerde predikant geweest moet zijn, stond hij niet ver van het 'gewone volk' en de dagelijkse praktijk van het kerkelijk leven. In het volgende hoofdstuk komt de theologie van Saldenus aan de orde. We merken, dat hij niet zozeer een originele theoloog was, maar wel dat hij met een degelijke theologische kennis de eigen kenmerken van de theologie van de Nadere Reformatie heeft verwerkt. Daarbij viel in de strijd tegen de remonstranten de nadruk steeds meer op verkiezing en wedergeboorte. Saldenus dacht sterk heilsordelijk, ook kreeg de heiliging een groot accent. Dogmatisch ging hij voluit in het voetspoor van Voetius, de dogmatiek overheerste bij hem de exegese.
Saldenus heeft zich meer dan alleen als prediker op het terrein van de homiletiek begeven. Vanuit de praxis van de prediking, die zo wezenlijk was voor de Nadere Reformatie, en met het oog op die praktijk, heeft hij enkele homiletische publicaties doen verschijnen. Hij deed dit al na zes jaar preekervaring, dat betekent volgens de schrijver dat hij bijzondere liefde en zorg had voor de prediking. Van den End gaat uitvoerig op de inhoud van zijn grote homiletiek in. De praktisch-bevindelijke accenten van de prediking krijgen daarin veel aandacht. Een preek moet geen vertoning van geleerdheid zijn. Er worden ook enkele impressies gegeven van Saldenus' preken. Het tijdsgebeuren klinkt erin door, vroomheid en puriteinse levenswandel zijn nauw verbonden. Verder constateert Van den End. dat de prediking meer beschrijvend dan appellerend is, dit heeft volgens hem te maken met de wijze waarop de uitverkiezing en de heilsorde in de prediking functioneerden.
Bij het hoofdstuk over Saldenus' opvatting over de sacramenten wordt vooral belicht de manier waarop hij aandacht gaf aan het avondmaal. Alles staat daar volgens Saldenus in het licht van de geloofszekerheid en de heiligmaking. Saldenus heeft de avondmaalsmijding niet bevorderd, maar nadruk gelegd op de roeping, de maaltijd des Heeren te gebruiken.
Praktisch en irenisch
Hoofdstuk 5 handelt over 'Saldenus als pastoraal psycholoog'. Er was binnen het kader van zijn theologie, die sterk uitging van de wedergeboorte, grote aandacht voor de existentiële vragen van de worstelingen van het geloof en de ervaringen van het hart. In zijn behandeling van de 'gewetensgevallen' — hij schreef drie werken hierover, die geliefd waren en grote invloed hebben gehad — sloot Saldenus zich sterk aan bij de Engelse praktici, die hij in zijn geschriften op dit terrein veelvuldig citeerde. Saldenus blijkt groot inzicht te hebben gehad in wat er in het hart kan omgaan als het gaat om de moeilijkheden van het geloofsleven. Daarbij neemt de aandacht voor het gevoel een grote plaats in. De mens wordt naar Christus verwezen tot troost en vastigheid, maar hij wordt in de soms wel erg verregaande analyse van het geloofsleven ook op zichzelf teruggeworpen. Het volgende hoofdstuk gaat over het christelijke leven. De heiliging heeft bij hem als man van de Nadere Reformatie een grote plaats, het gaat daarbij over gezin, zondagsviering, levensstijl en zorg voor armen. Van den End geeft veel aandacht aan zijn geschriften over het kaartspel en over het toneel, dat hij als zondig afwees.
We leren iets van het eigen karakter van Saldenus kennen uit het hoofdstuk over zijn visie op kerk en staat. In de vragen van het kerkelijke en politieke leven was zijn mening niet onduidelijk en betoonde hij zich een echte vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie. Hij nam een sterk irenische positie in. Bij theologische en kerkelijke controversen, zoals die van Voetianen en Coccejanen, drong hij aan op verzoening. Hij had een afkeer van schisma en hekelde de hardheid en liefdeloosheid van hen, die de kerk wilden scheuren, zoals vooral De Labadie in zijn dagen beoogde. In de controverse met de labadisten waren er ook contacten met Duitse geestverwanten. Opmerkelijk is het, dat Saldenus, als echte voetiaan toch een geheel eigen positie innam in het conflict tussen de volgelingen van Voetius en Coccejus. Hij kon behoorlijk wat sympathie opbrengen voor de laatste, en zelfs duidt hij het werk van Descartes als een onschuldige filosofie. Hij ging er zelfs een fel dispuut over aan met een medevoetiaan, Spanheim, dat hij in het latijn voerde. Het intrigeert bijzonder, dat hij zijn geschriften in een voor het gewone volk onleesbare taal deed uitkomen. Was het alleen omdat hij het 'gewone volk' erbuiten wilde laten, omdat het een discussie onder geleerden betrof, zoals Van den End meent? Ik vraag me af: kan er ook naar het gewone volk toe niet een stukje zelfbescherming in gezeten hebben? Het was immers niet zomaar wat dat hij als voetiaan een partijgenoot zo fel moest aanvallen. Het geeft trouwens wel aan, dat Saldenus geen slaafse leerling van Voetius was.
In de leer van de laatste dingen is Saldenus sterk in het spoor van Calvijn en zijn overdenking van het toekomstige leven gegaan. Het gaat vooral om de individuele toekomst van het mensenleven. Chiliasme is er in zijn geschriften niet te vinden. Evenals bij andere geestverwanten krijgt de 'welstervenskunst' een grote plaats.
Een man van cultuur
Verrassend is het negende hoofdstuk, dat Saldenus tekent als een man van de cultuur. Hij blijkt een brede culturele belangstelling te hebben bezeten. De kritische houding, waarmee hij stond in de wereld van zijn dagen, was duidelijk geen afwijzing van de cultuur op zich. Net als vele ambtsbroeders begaf ook deze predikant zich op het terrein van de poëzie, waarvan enkele voorbeelden worden getoond. Het ging hem er niet om, een literair kunstwerk te leveren, maar om stichtelijke zielezangen te vervaardigen. De idealen van de Nadere Reformatie klinken in zijn verzen door. Wat Saldenus niet met iedere collega-predikant gemeen zal hebben gehad, is zijn grote interesse voor de 'schone letteren'. Hij schreef twee boekjes, waarin hij zich als bibliofiel, liefhebber van boeken dus, liet kennen. Het was zijn 'hobby' om zich in verloren uurtjes bezig te houden met een brede literaire oriëntatie op klassieke literatuur in de geest van de humanisten. Hij wilde een instructie geven over de beste manier om op vruchtbare wijze kennis te nemen van een breed scala van literatuur. Van den End merkt op, dat deze literaire eruditie wat los staat van de vroomheidsbeleving van de Nadere Reformatie. De geest, die de bibliofiele studies van Saldenus ademen, is duidelijk een andere dan in zijn overige geschriften. Het voorlaatste hoofdstuk handelt over Saldenus' invloed. Die beperkte zich niet tot Nederland, ook in Duitsland werd hij gewaardeerd, blijkens de vertalingen, die er van een aantal van zijn werken in het Duits zijn verschenen. Ook reikt zijn invloed in de tijd tot in de twintigste eeuw, waarin nog boekjes van hem werden heruitgegeven. Van den End beëindigt zijn boek met een korte plaatsbepaling. Waar stond Saldenus nu precies binnen de Nadere Reformatie? De auteur ziet hem staan in een overgangsperiode, een man, die somberder werd over het ideaal van heiliging des levens naarmate zijn ambtelijke dienst en de tijd vorderde. Het accent op het innerlijk, het gevoel werd steeds groter. Er was sprake van een verschuiving van de gerichtheid op Gods beloften naar de innerlijke gesteldheid van de mens in de Nadere Reformatie. Saldenus is er in zijn werken een illustratie van. Hij was echter geen epigoon, een klakkeloze navolger van grotere mannen. De slotconclusie van de schrijver is, dat hij toch een duidelijk eigen karakter had: 'Hij was dan misschien geen theoloog van groot formaat, maar dan toch meer dan alleen een navolger'.
Tot zover de impressie van het vele, dat dit boek ons te bieden heeft. Het sluit af met enkele waardevolle registers en een literatuuropgave. Wij willen dr. Van den End van harte gelukwensen met deze volbrachte studie. Het is een boek geworden, dat zich heel aangenaam laat lezen, zeker ook voor niet-academisch gevormde geïnteresseerden in theologie en kerkgeschiedenis. Ik kan het iedereen aanraden, die op een boeiende wijze kennis wil maken met de Nadere Reformatie. Saldenus, in de beschrijving van Van den End, kan u daarbij zeer zeker van dienst zijn.
Een enkele kritische opmerking wil ik echter niet nalaten te geven. Wat mij enigszins een onbevredigd gevoel gaf bij het totaal van deze studie, was de verhouding tussen beschrijven en weergeven van het leven en de werken van Saldenus en het uitwerken van de conclusies. Het eerste is zeer uitvoerig en nauwgezet gebeurd, het tweede was me wel eens wat te kort. De auteur is vooral sterk in het breeduit aan het woord laten van zijn 'man', hij wil hem alle ruimte geven. Dat heeft tot voordeel dat het doel bereikt wordt om ons optimaal kennis te laten maken met Saldenus, vanuit zijn eigen woorden. Soms dacht ik echter wel eens, dat de uittreksels van de geschriften naar verhouding een te grote plaats in gingen nemen. Dit laatste, zal wellicht te maken hebben met de kortheid, waarmee sorhmige opmerkelijke dingen worden geconstateerd, zonder dat er verder al te zeer op in wordt gegaan. De kwestie van de mogelijke beïnvloeding van Eswijler, de relatie met voor-reformatorische vroomheid, de wonderlijke verhouding van literaire interesse en Nadere Reformatie-vroomheid, het zijn zo maar enkele voorbeelden van zaken, die wat mij betreft wel wat meer uitgediept hadden mogen worden. De vragen worden wel gesteld, maar lijnen van invloed en uitwerking worden meer aangewezen dan nagegaan. Zo blijft het geheel mijns inziens teveel steken in het registreren. Overigens is het daarin bewonderenswaardig accuraat. Er is bijzonder veel werk verricht om de gegevens zo uitvoerig bij elkaar te krijgen. Het speurwerk dwingt respect af. Zo is deze biografie van Saldenus zeker een belangrijke bijdrage tot de kennis van de Nadere Reformatie, en heeft hij ook zeker raakvlakken en herkenningspunten voor het kerkelijk en geestelijk leven van vandaag. In het licht van de zorgen en noden van de Kerk van onze tijd kan het zeker van nut zijn, kennis te nemen van de wijze, waarop enkele eeuwen geleden een dienaar van het Goddelijk Woord gestalte gaf aan zijn roeping.
Een laatste opmerking betreft de uitvoering van dit boek. Er zijn de laatste tijd enkele herdrukken van oude biografieën van nadere reformatoren verschenen. Op zich kan de oude kost nog goed smaken, maar de nieuwe smaakt wellicht toch het best. Te meer als we zien, dat de prijs nog aanmerkelijk lager is dan bij de herdrukken. Alle lof voor de goed verzorgde uitgave van dit boek! Voor zo'n boek is de prijs een aangename verrassing. Alle reden om het te kopen en te lezen. Van harte aanbevolen!
N.a.v. Guiljelmus Saldenus (1627-1694). Een praktisch en irenisch theoloog uit de Nadere Reformatie. Door dr. G. van den End. Uitgeverij J.J. Groen en Zoon, Leiden, 1991, 320 pagina's, ƒ 39,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's