De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Protetstanten in een verenig(en)d Europa

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Protetstanten in een verenig(en)d Europa

9 minuten leestijd

'Zo is uit het Nederlandse Protestantisme, het Smeekschrift der edelen in 1566, een nieuwe staatsvorm geboren, die uniek was in een Europa en die temidden der andere Europese staten ons volk een bijzondere plaats heeft gegeven. Een positie, die het gedurende vele tientallen jaren een wijkplaats en herberg heeft doen zijn voor talloos velen, die in eigen land vervolgd werden, omdat zij er ontbeerden wat hier in zo rijke mate gevonden werd: gewetensvrijheid en rechtszekerheid.
Daarmee is Nederland ontkomen aan de ideologische druk van het dwingende recht van het Heilige Roomse Rijk, het Sacrum Romanum Imperium, dat de pauselijke kerk en haar geestelijkheid zo fanatiek heeft gepropageerd, en dat in Duitsland, in Spanje en in Frankrijk gevoerd heeft tot de onderdrukking en de alleenheerschappij van keizers, koningen en vorsten gedurende eeuwen.
(...) tot een doorbraak in de staat is het nergens gekomen dan in de Nederlanden. Slechts dáár is men er, zij het met bloed, zweet en tranen, in geslaagd het ideologische web van het Roomse recht te scheuren en zich een staatkundige onafhankelijkheid te verwerven, die ruimte bood voor geweten en geloof en die de voortgang der geschiedenis mogelijk maakte.'

Met deze geladen woorden vertolkt dr. W. Aalders in zijn boek 'De overlevingskansen van een protestantse natie' de unieke positie van Nederland in (een verenigd) Europa. Deze ferme houding van de protestanten heeft intussen wel plaats gemaakt voor vaak zouteloze oecumeniciteit. Als vandaag nog over nederlandse calvinisten gesproken wordt gaat het meer om een zekere hardnekkigheid in ingenomen standpunten — tot in de voetballerij toe — dan om het stáán voor datgene wat van de protestantse vaderen is overgeërfd. Maar desalniettemin, in het bovenstaande is haarscherp vertolkt welke plaats Nederland onder de volkeren hier in dit gebiedsdeel heeft ingenomen en wat derhalve op het spel staat in een zich verenigend Europa.

Stemmen
Na lange tijd van stilte wordt momenteel het zwijgen inzake de protestantse zaak her en der doorbroken nu zich 'Europa '92' aandient en de ontwikkelingen naar een verenigd Europa zo langzamerhand onomkeerbaar lijken te zijn, protesten of bezwaren in de marge daartegen ten spijt. Zelfs horen we hier en daar de hartekreet: alle hens aan dek.
De kerkleiding van de Evangelische Kerk in het Rijnland bijvoorbeeld organiseerde een ontmoeting, waaraan ook door Nederlandse delegaties (hervormd, gereformeerd en luthers) werd deelgenomen, teneinde te komen tot gemeenschappelijke bezinning op de toekomst van de (protestantse) kerk in Europa. Uit een impressie over deze ontmoeting van de hand van dr. J. Hoek in Woord en dienst valt op te maken, dat de voorzitter, dr. Peter Beier, daar duidelijke taal heeft gesproken. Hij stelde dat het nodig is de protestantse erfenis voor Europa te bewaren en opnieuw vruchtbaar te maken voor deze tijd. In Europa is slechts acht procent van de bevolking protestant.
'Wij hebben — aldus Beier — als protestanten toch een eigen identiteit en vertegenwoordigen toch een andere gestalte van het christendom als het rooms-katholicisme?' 'Het evangelische Woord is toch nog wat anders dan de oosters-orthodoxe iconostase of de roomse thomistische moraalleer.' Dr. Beier toonde zich dan ook beducht, dat in een verenig(en)d Europa de rooms katholieke traditie voor politici en wetenschappers het enige adres dreigt te worden, wanneer zij hun licht willen opsteken over een christelijke benadering van allerlei actuele zaken. Zijn betoog liep uit op een pleidooi voor een protestantse-Europese synode. Dat was al eerder bepleit door de Duitse hoogleraar Reinhard Frieling.


Verder werd recent in Basel een congres gehouden van een zestigtal vooraanstaan­de Europese theologen. Daar kwam ook de idee voor een Europese protestantse synode aan de orde. Hoogst merkwaardig (of veelzeggend) mag worden genoemd, dat de Gereformeerde Kerken in Nederland geen gehoor hadden gegeven aan de uitnodiging. Men vreesde 'anti-katholieke sentimenten.' Hoewel deze stemmen ook in Basel werden gehoord, werd daar toch besloten een eenmalige (ad hoc) bijeenkomst van de 'evangelische kerken' in Europa te houden. Deze zal volgend jaar in Boedapest plaats vinden. Gepoogd zal worden vast te leggen wat protestantse kerken gemeenschappelijk hebben, méér dan alleen 'gestolde traditie'.
Uit de pers hebben we begrepen, dat met name ook dr. K. Blei, secetaris generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk, een pleidooi voor gemeenschappelijke protestantse bezinning in Europa heeft gehouden. Ook hij loopt echter, blijkens een artikeltje in 'Woord en dienst', oecumenische spitsroeden. Eén en ander mag beslist niet als anti-katholiek worden opgevat, zo zei hij. We moeten eerder als protestanten 'ons protestants-kerkelijk nationaal provincialisme te boven komen.'

Eerlijk gezegd
Eerlijk gezegd heb ik enige twijfel — om het maar zacht te zeggen — over een dergelijke 'synode'. In de eerste plaats hebben we enige ervaring met een Raad van Kerken, die zich méér en méér ging ontwikkelen tot een kerkelijk supra-orgaan, waaraan de visie der kerken wordt afgemeten. In het algeméén ontwikkelen oecumenische lichamen zich in de kortste keren ver van de gemeenten af. Ik heb derhalve grote scepsis terzake van een synodaal beraad in Europees verband. We moeten liever niet van een synode spreken als kerken van heel uiteenlopende signatuur, die elkaar niet of nauwelijks kennen, samen komen voor (hoewel noodzakelijk) beraad. Zulks gaat al spoedig een eigen leven leiden en kan leiden tot ongewilde consequenties.
Maar verder klinken de tonen al bij voorbaat vals wanneer zo omzichtig en voorzichtig over Rome gesproken wordt. Het lijkt wel alsof het genant is unverfroren op te komen voor het recht van het protestantisme tegenover de vermeende alleenrechten van de Heilige Stoel.
We kunnen ons dunkt mij gevoegelijk afvragen of er nog voldoende protestantse, of gereformeerde pit zit in de onderscheiden kerken van deze naam in Europa. De moderne oecumenische lievigheid heeft immers al heel wat scherpe kantjes afgeslepen. In het verenig(en)d Europa gáát het er nu juist om ook krachtig stelling te nemen tegen de aspiraties van Rome. We moeten er eigenlijk geen enkel bezwaar tegen hebben voor antipaaps te worden versleten, in die zin, dat de pauselijke stoel, met bovendien wereldlijke aspiraties, voor een rechtgeaard protestant onaanvaardbaar is. Het is immers inderdáád te vrezen, dat het geluid van de kerken in Europa — bij acht procent protestanten — door Rome zal worden gedomineerd. Daar komt nog bij dat Rome één is, een boven-nationale kerk vormt, terwijl de protestantse kerken, behalve door verdeeldheid, ook nog eens (historisch) gekenmerkt zijn door nationale kaders. Als het in Europees verband dan ook gaat — om de woorden van dr. Blei te gebruiken — om het doorbreken van protestants provincialisme, dan is dat een uitermate misleidende optie. Het moet, dunkt ons, gaan om de protestantse (gereformeerde) identiteit met een eigen historische bepaaldheid. Protestantse schaalvergroting betekent anders alleen maar gemakkelijker oecumene met Rome.


Intussen werd ook bekend, dat de Gereformeerde Kerken zich verzetten tegen de Europese Synode op zich, opnieuw omdat men beducht is voor anti-rooms sentiment. Als wij hier nu óók onze beduchtheid voor een dergelijke synode uitspreken is dat juist vanwege de sterke oecumenische gerichtheid van veel protestanten, waarbij Rome ook heel duidelijk in het vizier ligt. Het creëren van een Europees supra-orgaan zou juist wel eens frustrerend kunnen werken naar aangesloten kerken toe of naar delen daarvan, die het helemaal niet hebben voorzien op oecumenische samenwerking met Rome. Ik zeg dit ten spijt van de te waarderen geluiden, dat het gaan moet om behoud van het protestants eigene in Europa. Maar er zijn immers al zoveel lichamen gevormd, die in de kortste keren van het grondvlak weggroeiden! Daarom liever geen synode.

Gewenst beraad
Dat neemt niet weg, dat beraad in Europees verband van protestanten (een protestantse werkgemeenschap) dringend nodig is en functioneel kan zijn. Want er staan, naar het zich laat aanzien, wel terdege belangen voor de kerken op het spel. Met name staat op het spel, dat in een geïntegreerd Europa het zicht op de historie der onderscheiden nationaliteiten langzaam maar zeker vervagen zal. In het citaat van dr. W. Aalders aan het begin van dit artikel wordt gezegd, dat het nergens als in Nederland tot een doorbraak van het protestantisme naar de staat toe gekomen is. De wordingsgeschiedenis van onze natie is zelfs mede gegeven door de worsteling om de gereformeerde kerk hier te lande. Men kan dit gegeven niet straffeloos negeren. Een volk, dat z'n geschiedenis vergeet, is gedoemd haar opnieuw te beleven. Vervaging van historisch besef — juist ook met betrekking tot de band tussen de gereformeerde kerk en de staat hier te lande — moet een keer opbreken. De kerk zal in deze ook hoedster zijn van een eigen geheimenis in onze nationale geschiedenis.
Daarom is — het zij nogmaals gezegd — protestants merg en pit nodig, wanneer we in Europees verband willen komen tot breed beraad. Dat heeft niets te maken met anti-rooms sentiment, wel met een reformatorisch antipapaal principe.
'Zij zullen het niet hebben, het oude Nederland', zei ooit dr. Ph.J. Hoedemaker. Hij zei ook, dat de protestant, de kring waarin hij samenwerking zoekt, wat enger neemt 'dan hij die alles wat christen heet omvatten wil' en dat hij, 'die zich de calvinist noemt, de kring nog nauwer, veel nauwer neemt.'


Er staan grote dingen op het spel. Daarom is er veel voor te zeggen dat protestanten, die het om de zaak der Reformatie te doen is, komen tot een soort werkgemeenschap — verantwoording verschuldigd aan de kerken — om samen te inventariseren waar de knelpunten voor de kerken komen te liggen. We kunnen denken aan de vrijheid vóór en steun áán het theologisch onderwijs en dus de opleiding van de dienares des Woords; aan het aanspreken van de overheid op zaken, die het woord Gods regarderen; aan de zondag in de samenleving; aan het beleid ten aanzien van christelijke organen en organisaties; aan de media. In dat opzicht staan we ook als Nederlandse kerk(en) in een eigen traditie ten opzichte van de overheid. Anders ook dan in lutherse landen waar de kerk drijft op de Kirchensteuer.
Het belangrijkste daarbij zal intussen zijn, dat de geest van de protestatio levend blijft. Opdat het protestantisme geen zouteloos zaakje wordt. En opdat mede daardoor de pauselijke hegemonie geen nieuwe kansen krijgt.
Protestanten, die in een levende (inderdaad: géén 'gestolde') reformatorische traditie willen staan — en dat zijn op het geheel van Europa nog maar marginale groepen —, staan na Europa '92 voor een nieuwe verantwoordelijkheid. Hier zou reformatorisch voorberaad in Nederland wel eens dringend gewenst kunnen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Protetstanten in een verenig(en)d Europa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's