De dokter op visite
'Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn' (Markus 2 : 17)
De Heere Jezus heeft zojuist Levi weggeroepen uit het tolhuis. Nu zit Hij bij hem en bij zijn medetollenaren aan tafel. Om wat er nu gebeurt te kunnen begrijpen, moeten we vooral niet vergeten wat een maaltijd voor een Oosterling betekende. Bij iemand aan tafel zitten, dat betekende dat men vertrouwelijk met hem omging. Nu begrijpen we waarom de farizeeën zich zo ergerden. Waarschijnlijk hebben er min of meer beruchte typen aangezeten, die ze elkaar verbaasd hebben aangewezen. Daar zit hij... en hij! Vroeger luidde een spreekwoord: 'Diefjes en diefjesmaat'. Een fraai gezelschap. Geen wonder, op het eerste gezicht dat zij zeggen, schamper en verachtelijk: Deze ontvangt zondaren en eet met hen. Maar prachtig is het antwoord dat de Heere Jezus hierop geeft: 'die gezond zijn, hebben de dokter niet nodig, maar die ziek zijn'.
Daar zit ironie in. Wie zou er nu met de zieken en wie met de gezonden bedoeld zijn? Ze moeten het zelf maar uit zien te vinden. Ons gaat het er vooral om, dat de Heere Christus hier de zondaar een zieke noemt. Zonde is dus eigenlijk het abnormale.
Het is van eminent belang om dit te blijven beseffen. Zeker in onze dagen. In veel moderne lectuur, in de doorsnee film wordt het protest tegen het abnormale van de zonde afgestompt. De mens krijgt door sommige psychologen de raad om niet tegen de zonde te strijden, maar om er aan toe te geven, als een uiting van de menselijke natuur. Zonde maakt voor anderen het leven pikant en breekt nog een beetje de sleur van elke dag.
Hoe vaak gebeurt dat niet dat de zonde als het normale aan de man gebracht wordt. Wat dat betreft leefde Levi in een betrekkelijk goede tijd. Door zijn omgeving kreeg hij de kans niet om te gaan denken dat het niet zo erg was, om te doen, zoals hij deed. Die kans wordt de moderne mens wel geboden. In Engeland spreekt men wel van een 'permissive society', d.w.z. een maatschappij waarin alles toegelaten is.
En soms wordt dat nog op een onoordeelkundige manier, quasiwetenschappelijk, zelfs met een beroep op de bijbel goedgepraat. 'De Heere Jezus heeft toch de wet afgeschaft?' 'Hij heeft toch gezegd dat wij niet zullen oordelen?' Men gebruikt zulke geschiedenissen als deze om te zeggen: 'Genade is de leidraad voor het leven. Daarom dienen we tolerant te zijn.'
'Zie maar, zegt men, zulke mensen had Jezus lief!' Jawel, maar er is geen sprake van dat Hij hun leven goedkeurde. Vast staat dat genade nooit tolerant is ten opzichte van de zonde. Zo liefhad Hij hen, dat Hij hen van de zonde verloste. Als... van een ziekte. Als men de zonde als normaal gaat zien, dan heeft men als het ware een dubbele bekering nodig. Door eerst weer te zien wat normaal is en vervolgens de conclusie te trekken: ook ik ben ziek. Ik heb een dokter nodig.
In zo'n situatie leven wij. Het morele besef is veelal afgestompt. Daarom is het voor velen zo moeilijk om tot geloof te komen. Want die gezond zijn hebben de dokter niet nodig, maar die ziek zijn. Wie zal ons daarvan afhelpen? In de allereerste plaats het Evangelie. De Heere Jezus ziet de zonde als een ziekte. Zijn liefde betekent niet dat Hij Gods Wet als achterhaald opzij schuift. Als er één de Wet in zijn rijkdom en heerlijkheid heeft liefgehad, dan de Heere Jezus. Dat bleek al als 12-jarige jongen in de tempel. 'Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader', zei Hij tegen zijn ouders.
Zo heeft Hij geleefd als jongen. Altijd bezig met de bijbel, altijd bezig in gedachten met wat Hij daarvan leerde. De dingen als een mozaïek bij elkaar zoeken, volstrekt één met het bijbelwoord, waarin Hij het grondpatroon voor Zijn leven vond. Volstrekt één met de Wet en de psalmen. Daarin herkende Hij zichzelf 'Hoe lief heb Ik Uw Wet', kon Hij zeggen. 'Ik ben gekomen om Uw wil te doen'. En... één van de eerste woorden die hij in het openbaar deed, was: 'Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet en de profeten te ontbinden. Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar om die te vervullen.' Alles van de Wet laat Hij staan, tot op de tittel en de jota, omdat die Wet goed is. Omdat de Wet God doet kennen als een God zoals we Hem vinden in de psalmen en in de profeten. Die God wilde de Heere Jezus dienen.
En daarom geen sprake ervan dat als Hij bij Levi is, dat in zou houden dat Hij het met de zonde niet zo ernstig zou nemen. Geen sprake ervan dat de Heere Jezus in onze levens, of in dat van Levi dat gevoel in ons leven, het geweten te niet zou doen. Integendeel. Hij maakt dat levend en als een naald van een platenspeler zeer gevoelig. Hij wekt het geweten. Tot het aanvaarden van de Wet.
En u voelt wel, dan is er plaats voor bekering. 'Wat heb ik het verkeerd gedaan. Wat heb ik het verkeerd gezien in mijn leven.' En hóe vrolijk en gelukkig is de psalmist niet, zelfs als er geklaagd wordt, omdat hij bij alle tegenslag Gods heerlijke orde ziet, waarop de wereld gegrond is en waarin zijn leven ingebed is geworden. Dan ziet u wel dat er veel aan mankeert in uw leven, maar dat neemt niet weg dat we kunnen zingen als de dichter van Psalm 119 dat we toch, ondanks ons dwalen, Gods Wet niet zijn vergeten.
Daartoe brengt de Heere Jezus Levi. Hij merkt erdoor dat hij ziek is. En dat is het normale. Zo gaat dat ook bij zieken. Men merkt: er is iets niet in orde. Onze aandacht wordt opgeëist door de ledematen die pijn beginnen te doen. En na verloop van tijd gaan we naar de dokter.
En daarom moet dit woord van de Heere Jezus van de medicijnmeester voor Levi een grote troost zijn. Hij is gekomen om me te verlossen.
En die verlossing gaat nog uit boven de Wet. Want de Heere Jezus doet niet alleen volgens de Wet, maar Hij doet méér. De genade en de liefde van God die in de wet zijn bedding had, stroomt bij Hem over de bedijking heen. Zo ver dat het zelfs ook tot tollenaren en zondaren komt. Om dat te illustreren haalt Hij hier het beeld van een arts aan, die zich één maakt met zijn patiënt. Het geheim van alle redden, dat men zich één maakt met de ander. Zoals een redder met een drenkeling. Zoals Mathilde Wrede, die gevangenen bezocht. Zo kwam ze eens bij iemand die volgens anderen niet meer te helpen viel. Ze kwam bij hem binnen en praatte en praatte. Alles tevergeefs. Hij gaf geen reactie. Totdat ze zijn kroes met bier ergens zag staan. Ze zei: 'Ik heb nu zoveel gesproken, ik heb er dorst van, mag ik iets van je bier?' En ze nam de kroes en dronk eruit. Toen was er iets gebroken bij deze man. Ze had zich één gemaakt met hem en was afgedaald tot zijn niveau. Nu was de weg open voor hem om te komen tot haar niveau. Zo werd Christus één met ons niveau, om ons te halen uit de zonde tot Zijn niveau.
'Volg Mij', zo gebood Hij. In vertrouwen op Zijn overwinnende liefdesmacht, kon Levi gaan. Die liefde overwint en doet ons, uit de zonde vandaan. Hem volgen.
Die gebeurtenis heeft Willem de Merode als volgt verwoord:
De zomernacht werd zwart
Toen, klaar en duidlijk klonk er
Een klare stem door 't donker:
Mijn zoon geef Mij uw hart.
Ik aarzelde... verward...
Was het de wind die zoefde?
En weer zei, maar bedroefder,
De stem: geef Mij uw hart.
Ik wrong mij op de grond,
Tot ik de woorden vond:
Heer 't moet door U genomen!
En nog eens overviel
Die stille stem mijn ziel:
Daartoe ben Ik gekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's