Voorbereiding tot het Heilig Avondmaal (4)
Verrassende ontdekking in Friesland
Belijdenisvragen
Uit de door Baers weergegeven liturgie blijkt, dat het aan het einde van de zestiende eeuw in de Friese hoofdstad de gewoonte was, dat de predikant na het uitspreken van zijn voorbereidingspredikatie de aanwezigen, die het voornemen hadden om de dag daarna aan te schikken aan de dis des verbonds, verzocht op te staan van hun zitplaatsen. Hij vroeg hun dan om de drie belijdenisvragen, die hij hun voorhield, één voor één positief te beantwoorden. In aansluiting hierop zei hij allen die van ganser harte en uit een waar geloof hun jawoord uitgesproken hadden, in de naam van Christus de vergeving van al hun zonden, hun aanneming tot kinderen en het eeuwige leven toe. Daarentegen sprak hij over hen die hun jawoord geveinsd gegeven hadden, de toorn Gods uit, totdat zij zich zouden bekeren.
Geschiedenis
Dit bijzondere element van de voorbereidingsdienst in Leeuwarden kent een (voor)geschiedenis. Helaas is hiervan op dit moment nog lang niet alles bekend. Wat wij er wel van weten, wettigt de volgende reconstructie.
Het gebruik van belijdenisvragen met genade- en oordeelverkondiging in het kader van een voorbereidingsdienst tot het Heilig Avondmaal gaat terug op de liturgische praktijk van de gereformeerde gemeente te Emden omstreeks 1550. In de loop der tijd zijn de genoemde liturgische onderdelen echter verplaatst naar de Avondmaalsdienst zelf. In 1594 fungeerden zij in deze dienst als overgang van de prediking naar de viering van het sacrament. Vanuit Emden is het gebruik van voorbereidingsvragen ook gangbaar geworden in de provincies Friesland en Groningen. Voor Groningen geldt dit zeker tot en met de eerste helft van de zeventiende eeuw, terwijl dit voor Friesland zelfs voor de hele zeventiende eeuw opgaat. In de laatste provincie heeft dit verschijnsel zich zeer lang weten staande te houden. Nog in de vorige eeuw werd er een liturgisch formulier herdrukt, waarin vier vragen voorkomen, die door de toekomstige Avondmaalgangers en -gangsters tijdens de voorbereidingspreek staande moesten worden aangehoord en met ja moesten worden beantwoord.
Inhoud
De drie belijdenisvragen uit het prekenbundeltje van Baers kunnen naar hun inhoud goed getypeerd worden met de bekende drieslag van de Heidelbergse Catechismus: ellende, verlossing en dankbaarheid. Bij de eerste vraag ging het erom, dat men een hartelijk leedwezen had over al zijn zonden en dat men daarom van God om Christus' wil vergeving daarvan begeerde. Bij de tweede vraag was in het geding, dat de antwoorder in zijn hart gevoelde en vertrouwde, dat Christus hem van de Vader geschonken was tot een volkomen verzoening zijner zonden, zodat de laatste hem nooit meer zouden worden toegerekend, maar dat hij vrede met God had. Die hem tot een lief kind van Zichzelf aangenomen had. Bij de derde vraag werd aangegeven, dat men in zijn hart voorgenomen had om God al de dagen zijns levens dankbaar te zijn, dat men ook alle zonden wilde schuwen, dat men begeerde voortaan in gehoorzaamheid aan de goddelijke geboden door Gods genade te leven en dat men God vlijtig wilde bidden om alles wat daaraan ontbrak.
Het eerste wat in deze vijgen opvalt, is het overheersende accent, dat op de innerlijke zijde van het leven des geloofs ligt. In de eerste vraag gaat het om leedwezen hebben en begeren, in de tweede vraag om gevoelen en vertrouwen en in de derde om voornemen, willen en begeren. Uit deze kernwoorden komt voorts naar voren, dat het wilsaspect een centraal gegeven in de geloofsopvatting is. In de derde plaats springen bij de omschrijving van het geloof in de tweede vraag het persoonlijke en de zekerheid eruit.
In de vierde plaats leert de vergelijking met de vragen, die in Emden gesteld werden, dat bij de tweede vraag in Leeuwarden niet het geloof zoals in Emden, maar het gevoel bepalend was. In Emden werd gevraagd, of men van harte in Christus geloofde en alle heil door het ware geloof alleen van Hem verwachtte. In Leeuwarden vroeg de predikant of men in zijn hart gevoelde en vertrouwde dat men Christus persoonlijk van de Vader tot een volkomen zaligheid had ontvangen. De vervanging van het geloof door het gevoel is een typisch piëtistische trek, die tevens aangeeft, dat het geestelijke klimaat in de gereformeerde gemeente in de Friese hoofdstad rond de wisseling van de zestiende naar de zeventiende eeuw goed harmonieerde met de piëtistische inslag van Baers.
Vervolgens komt in de dankbaarheid een sterke gebondenheid aan de geboden Gods tot uiting, terwijl dit aspect versterkt wordt door de tendens naar volmaaktheid. Wat tenslotte als een gouden draad door al de vragen heenloopt, is de klemtoon op het echte en gemeende. Vandaar dat steeds gesproken wordt van hartelijk en van in het hart.
Doel
Het laatstgenoemde aspect heeft alles te maken met de functie, die de vragen in het geheel van de voorbereiding tot het Heilig Avondmaal hadden. Avondmaalgangers mochten niet ondoordacht of automatisch aan de dis des verbonds aangaan. Omdat God het sacrament voor Zijn gelovigen ingesteld had, moest de dienaar des Woords zijn toehoorders door middel van de vragen niet slechts bepalen bij de onmisbaarheid van het ware, zaligmakende geloof, maar hen zelf ook laten uitspreken dat zij dit deelachtig waren. Als ergens echtheid en waarheid gevraagd werden, dan bij het Heilig Avondmaal.
Aan het eind van de zestiende eeuw werd in Leeuwarden de roeping van de kerk en van de ambten om de sacramenten in het midden der gemeente heilig te houden, bloedserieus genomen. Blijkbaar heeft men in de Gereformeerde Kerk al heel snel na de invoering van de Hervorming ontdekt, dat de toestand bepaald niet ideaal was en dat het koren altijd vergezeld is van het kaf. Nu zullen alle Gereforrneerden dit theoretisch wel beaamd hebben, maar het was het eigene van de Piëtisten onder de Gereformeerden, dat zij zich er in de praktijk voor inzetten om de uitwassen tegen te gaan. In dit licht is het begrijpelijk, dat de beantwoording van de vragen niet alleen door een genadeverkondiging, maar ook door een oordeelaanzegging gevolgd werden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's