Martin Bucer, een vergeten reformator (2)
Het eerste geschrift dat Bucer publiceerde draagt de veelzeggende titel: 'Dat niemand voor zichzelf, maar wij allen voor anderen moeten leven, en hoe iemand zover kan komen (1523)'. Met deze woorden heeft de Elzasser eigenlijk het hele program van zijn leven en werken samengevat. De liefde was voor hem nummer één. Zijn kwart-eeuw lange verblijf in Straatsburg stond geheel in dit teken: in liefde dienstbaar zijn aan de zaak van God en de medemensen. Van deze bijbelse roeping probeerde hij zijn gemeenteleden voortdurend te doordringen. Daarvan getuigde hij in al zijn geschriften.
Intensief heeft Bucer in Straatsburg deelgenomen aan het politieke en theologische overleg. De situatie in de rijksstad was dusdanig dat de vernieuwing van het kerkelijke leven zich slechts kon voltrekken binnen, de kaders die door de overheid werden aangegeven. De beschermende en stimulerende houding van de stedelijke overheid ten opzichte van de hervormingsbeweging was dan ook van eminent belang. Nauw samenwerkend met het stadsbestuur slaagde Bucer erin de bevolking geleidelijk te winnen voor de nieuwe verkondiging. Vooral de sympathie van Jacob Sturm, vooraanstaand lid van de stadsraad, is van onschatbare betekenis geweest voor de doorvoering van de Reformatie in deze stad. Veel steun heeft Bucer van hem ondervonden in de loop der tijd.
Ondertussen is de Reformatie in Straatsburg zeker niet alleen een zaak van geestelijken en geleerden geweest. Zij kwam ook op vanuit het volk. Velen aanvaardden de nieuwe leer gretig, met als gevolg dat er een positieve verandering speurbaar werd in het openbare leven. Op 1 december 1523 besloot de raad dat 'alle predikers zich moesten houden aan het Heilig Evangelie'. Van toen af kwamen de zaken in een stroomversnelling. Het jaar 1524 bracht de definitieve beslissing: de Hervorming werd in Straatsburg doorgezet.
De gevolgen waren ingrijpend. De eredienst kreeg een andere vorm. De volkstaal verdrong het Latijn uit de diensten, het avondmaal werd voortaan op bijbelse wijze, namelijk onder de beide gestalten van brood en wijn gevierd. Aanvankelijk handhaafde men de oorspronkelijke Latijnse liturgie, zij het in vertaling en met weglating van de typisch rooms-katholieke onderdelen. Dit in het Duits vertaalde misboek draagt dan ook de naam Teutsche Messe. Deze orde van dienst beleefde verschillende uitgaven, waarvan Bucer er in 1525 zelf één verzorgde. De klassieke viering van de mis, zoals deze voorheen plaatsvond beschouwde Bucer als pure afgoderij, als godslastering die door geen enkele christelijke overheid geduld mag worden. Bij de revisie ging het hem en zijn collega's vooral om twee zaken: het uitzuiveren van roomse zuurdesem in de liturgie enerzijds en een terugkeer naar de traditie van de oude kerk anderzijds. Bovendien streefde men er naar om de gemeenteleden meer actief bij de eredienst te betrekken, onder meer door de kerkgangers zelf te laten zingen. Na verloop van tijd werd echter de hele mis formeel afgeschaft (1529).
Een verslag
In zijn monumentale werk over de eredienst bij Calvijn vermeldt H. Hasper een brief van een student, een zekere Gérard Roussel, gericht aan de bisschop van Meaux. Hierin beschrijft deze hoe het er in 1525 te Straatsburg aan toeging. Hij vertelt hoe op ieder uur van de dag het zuivere evangelie verkondigd werd. Het begon al om vijf uur 's morgens en de mensen waren zeer begerig om het Woord te horen. De predikanten leefden sober en verrichtten handenarbeid om rond te komen. Het Evangelie was voor hen geen zaak van winstbejag. Van de samenkomsten om 8 uur 's ochtends in de grote kerken weet hij te zeggen, dat deze gepaard gingen 'met liederen, welke uit het Hebreeuwse Psalmboek in de volkstaal zijn overgezet, waarbij de stemmen der vrouwen zich zo wonderlijk schoon vermengen met die der mannen, dat het een vreugde is om er naar te luisteren. In dezelfde kerk is te vier uur, na de maaltijd, weer een dienst, waarbij het wederom voor en na de preek niet ontbreekt aan liederen, alsof zij daarin de genade vragen, bekwaam te mogen zijn om het zaad van het Evangelie te ontvangen en na dit ontvangen te hebben daarvoor dankzeggen'.
Perikelen
De doorvoering van de Reformatie in Straatsburg verliep ondertussen niet zonder strubbelingen. Waar wel trouwens? Niet iedereen was gelukkig met de gang van zaken. Vooral van rooms-katholieke zijde rees er veel weerstand tegen de ideeën van Bucer en de veranderingen die mede door hem waren aangebracht. Diverse malen moest hij zich verantwoorden en ging hij gesprekken aan met katholieke theologen als Treger en Murner.
Ondertussen was er ook aan een geheel ander front strijd te voeren. De boeren in Duitsland, die aan het einde van de middeleeuwen nog onder zware feodale lasten gebukt gingen, waren al meermalen in verzet gekomen tegen hun wereldlijke en geestelijke landheren. Toen de Hervorming evenwel steeds meer gestalte kreeg, nam de ontevredenheid en de oppositie met de dag toe. De boeren meenden zich gesteund te mogen weten door de idealen van de nieuwe beweging. Had Luther niet gepleit voor de vrijheid van een christenmens? De boeren trokken de lijnen rechtstreeks door naar het maatschappelijke leven en eisten afschaffing van de lijfeigenschap en opheffing van een deel der kerkelijke belastingen, evenals vrijheid van jacht en visvangst. Met name onder invloed van geestdrijvers als Thomas Münzer kreeg het streven van de boeren steeds meer een revolutionair en gewelddadig karakter.
In 1525 breidde de opstand zich als een olievlek uit en bereikte onder meer de Elzas. De woedende boeren rukten op in de richting van Straatsburg en Bucer werd er, met zijn collega Capito op uitgestuurd om te proberen hen tot bedaren te brengen. De hervormer wilde van dit revolutionaire optreden niets weten. Hij zag in dit alles een ernstige bedreiging van de zaak der Reformatie. Zijn bemiddelingspoging mislukte echter en het gevolg was dat de boeren bij Lupstein en Zabern door de Hertog van Lotharingen bloedig werden verslagen.
Temidden van radicalen
Behalve rooms-katholieken die graag alles bij het oude wilden laten, waren er in Straatsburg ook mensen die vonden dat de Bucer en zijn collega's nog lang niet ver genoeg gingen. Daarbij moet vooral gedacht worden aan vertegenwoordigers van de zogeheten radicale Reformatie, ook wel de linkervleugel van de Reformatie genoemd. In Straatsburg wemelde het destijds van deze lieden. De stad was buitengewoon gastvrij en had haar poorten geopend voor allerlei vluchtingen. Zij was een vrijplaats van 'religieuze zwalkers' geworden, zoals iemand het uitdrukte. Vooral vanuit Frankrijk namen vele non-conformisten de wijk naar Straatsburg. Onder hen bevonden zich heel wat Spiritualisten en Wederdopers. De eerstgenoemden lieten zich erop voorstaan dat zij met de Heilige Geest vervuld waren en zij vonden dat Bucer zich nog veel te veel liet leiden door het uiterlijke Woord. Echte kinderen van God hebben het goddelijke, eeuwige licht binnen in zich en laten zich rechtstreeks, onmiddellijk leiden door wat de Geest hun ingeeft.
De Dopers bestreden Bucers opvattingen over de kinderdoop en leerden dat alleen aan volwassenen het sacrament mocht worden toegediend. De tucht stond hoog in hun vaandel en middels de uitoefening daarvan ijverden zij voor een zuivere gemeente, een gemeente zonder vlek of rimpel. Ook waren zij verklaarde tegenstanders van het eedzweren op lasten van de overheid en het dragen van wapens.
Na verloop van tijd vormde zich in Straatsburg een grote gemeente van Dopers. Het kwam ervan dat deze mensen de stad gingen betitelen als de 'toevlucht der oprechten'. Tal van vooraanstaande radicalen hebben korter of langer tijd in Straatsburg vertoeft. We komen bekende namen tegen als Michaël Sattler, Clement Ziegler, Hans Denck, Pilgram Marbeck en niet te vergeten die van Melchior Hoffman.
Tegenover de gematigde Dopers nam Bucer aanvankelijk een gematigde houding aan. Hij wist maar al te goed dat sommige bezwaren die zij tegen het kerkelijke leven inbrachten niet geheel zonder grond waren. Zijn leven lang heeft Bucer geleden onder een onmiskenbaar spanningsveld: enerzijds dat wat een gemeente eigenlijk moet zijn en aan de andere kant datgene wat zij in de praktijk was. Nog veel sympathieker dan Bucer stond zijn collega Capito tegenover de Anabaptisten. Gedurende enige tijd heeft hij zelfs Michaël Sattler in zijn huis geherbergd.
Confrontatie
Toch kon de confrontatie op den duur niet uitblijven. Al in 1527 stelt Bucer zich in een geschrift te weer tegen Hans Denck en dienst opvattingen over de kinderdoop. Zes jaar later wordt er een speciale synode bijeen geroepen in Straatsburg waarop de predikanten dagenlang in discussie treden met enkele doperse voormannen. Bucer heeft later zelf een verslag van deze samenkomsten uitgegeven.
Uit alles blijkt dat Bucer er alles aan gedaan heeft de Dopers te winnen voor de kerk. Hij schreef hen niet bij voorbaat af, maar trachtte hen door middel van gesprekken tot andere gedachten te brengen. Meerdere aanhangers van deze beweging heeft hij inderdaad kunnen terugbrengen onder de hoede voor de kerk. Ook wilde Bucer nog wel het één en ander leren van zijn gesprekspartners. Er waren elementen in hun opvattingen die hem aanspraken. De nadruk op het werk van de Heilige Geest en het streven naar een reine gemeente beroerden duidelijk een snaar bij de hervormer. Zonder twijfel heeft hij inzake de uitoefening van de tucht invloed ondergaan van het Doperdom.
Met name het optreden van Melchior Hoffman is evenwel een breekpunt voor hem geworden. Deze zwervende Doper, die als bontwerker zijn kost verdiende, verwekte veel onrust in de stad. Zijn geladen apocalyptische prediking maakte diepe indruk. Toen hij het waagde aan de Raad van Straatsburg een eigen kerkgebouw te vragen, was de maat voor Bucer vol. Hier zag hij zijn streven naar eenheid op een geweldige manier bedreigd. Dit verzoek betekende scheuring en dat was het laatste wat Bucer wilde. Kennelijk woog de aanranding van de eenheid der kerk hem nog zwaarder dan de doperse opvatting ten aanzien van de kinderdoop. De Raad stond achter hem en het gevolg was dat Hoffman de stad gedwongen moest verlaten. Hij vluchtte naar Emden in Oostfriesland.
Later keerde de bontwerker toch weer naar de Elzas terug. Een oude profeet in Emden had hem voorspeld, dat hij in Straatsburg gevangen genomen zou worden en dat Christus zou wederkomen als zijn gevangenschap een half jaar geduurd had. Straatsburg zou het nieuwe Jeruzalem worden. Opgetogen is hij toen naar de rijksstad gereisd in de hoop dat alles zou uitkomen wat de Oostfries hem geprofeteerd had. En inderdaad, Hoffman wordt gearresteerd en achter slot en grendel gezet. Bucer moet hem in de gevangenis nog een bezoek gebracht hebben om hem tot andere gedachten te brengen, maar zonder resultaat. Hoffman wijst hem resoluut de deur. Zijn verwachtingen ten aanzien van het einde van de wereld blijken evenwel niet uit te komen. De fanatieke apocalyptische prediker sterft een ellendige dood in zijn kerker. Intussen had Bucer er bij de overheid van de stad sterk op aangedrongen maatregelen te nemen tegen de Dopers. Sommigen werden wegens bigamie ter dood veroordeeld. Anderen werden gevangen gezet of uit Straatsburg verbannen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's