Voortgaan
Zeg de kinderen Israëls dat ze voorttrekken. Exodus 14 : 15b
Calvijn heeft het ergens over het christenleven als over een zekere doortocht, tot het eeuwige leven.
En dan lijkt dat in veel opzichten op het volk van Israël, dat uittrok uit Egypte. Wat hen overkwam, is een voorbeeld van hoe het ons vaak vergaat.
De farao heeft toestemming gegeven aan het volk om Egypte te verlaten. Een wolkkolom gaat voor hen uit. En de Israëlieten doen niet meer dan volgen.
Maar dan gebeurt er iets wat het volk niet verwacht had. De kolom, die voor hen uitgaat, gaat een weg, die niet rechtstreeks naar Kanaän leidt. Integendeel. Hij leidt hen door een kaal landschap, regelrecht naar een rivier, waar geen weg door was. Desondanks volgt het volk. Dat is het eerste wat wij hebben te leren. Wat ligt er meer voor de hand dan dat Hij de Israëlieten de gewone weg zou hebben laten nemen? En toch doet hij dat niet. En daar heeft Hij Zijn eigen redenen voor. Juist op deze weg moet het volk groeien in het geloof. Heel Israëls weg is een catechese in het geloof. Het moet leren wat het is, te sterven aan zichzelf en geleid te worden tot het leven van het geloof. Hij wil zo duidelijk maken, wie Hij is, en wat Hij doet. Dat Hij niet zomaar een God is, maar een Wonderbare God.
Langs deze stervensweg. Want dat is het. Als we namelijk één ding kunnen begrijpen, dan is het wel dat er onder het volk door wat er gaat gebeuren paniek ontstaat. Misschien dat het zich in verbazing heeft afgevraagd, waarom het deze weg moest gaan. Welnu, die verbazing krijgt nog een vervolg. Want plotseling als het voor de rivier staat, horen ze achter zich het rumoer van een leger, dat in aantocht is. Het kan niet anders, het is het leger van farao, die een laatste verwoede poging doet om het volk terug te brengen. Wat nu? Wat moet het volk beginnen tegen zo'n overmacht? Als de farao in staat is hen te grijpen, staat het er niet best met hen voor.
Maar voor Mozes staat dat nu niet vast. Hij knoopt bij dat 'als' aan. Hij rekent met de Heere God, aan wie hij zijn nood klaagt.
Welnu, als wij gedoopt zijn, bij het volk van God horen, als wij in onze jeugd die grondnotie van de vroomheid geleerd hebben, dat gehoorzaamheid het beste is en als wij ons leven aan God toevertrouwen, dan moet dat ook in toepassing gebracht worden. Net als iemand die op een zeevaartschool is, wel weet dat er zodra hij de zee op gaat, stormen kunnen opsteken, die hem in grote nood kunnen brengen. Hij heeft precies geleerd, wat hij dan doen moet. Hij kan het allemaal weten en van goede wil zijn. Maar als dan de eerste storm opsteekt, ook al weet hij wat het is... dan nog is hij bang. We kunnen geleerd hebben wat we vaak zingen: 'God heb ik lief, want die getrouwe Heer, hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen', maar als de nood komt, dan vergaat het ons vaak zoals Kohlbrugge eens zei: 'We liggen voor een muur en we weten niet hoe we er overheen moeten komen'.
Want wat gebeurt hier? De Israëlieten kunnen niets beginnen. Ze zijn volstrekt machteloos. Elk initiatief is hen uit handen geslagen. Farao wil hen weer terugbrengen tot het oude leven van Egypte, tot de duisternis.
Nu, terug kan niet, vooruit evenmin. Er is maar één kant waarvandaan redding mogelijk is. Die moet van boven komen. Anders is de situatie uitzichtloos en hopeloos.
De vragen, die zich hier aan Israël opdringen, zijn levensgrote vragen, die ook op kunnen komen in aanvechtingen door de zonde. Als wij onder het beslag van de Wet zijn groot geworden, het Woord zelf ons bewaarde en we tot Christus kwamen; wie maakt het dan niet eens mee, dat de zonde een greep naar ons leven doet? Wie kent die angst voor de zonde niet?
En wat dan als we daar machteloos tegenover staan, en we, niet kunnen vluchten, omdat onze krachten niet toereikend zijn? Als we Gods hand niet meer zien in ons leven, en om ons heen? Wat als de vraag op ons afkomt, waar we ons heil moeten zoeken? Wat als het leven de laatste gronden van het bestaan loswoelt? Elke christen komt wel eens voor deze vragen te staan. En wie zal zichzelf in die vragen voor vertwijfeling bewaren? Wie komt daar uit? Welke gevaren dreigen daar niet voor ons mensen. Het gevaar van cynisme, van onverschilligheid. Het gevaar dat we het maar laten gaan en wat voortgedreven worden in ons leven, zonder dat we het antwoord, waar onze ziel alleen mee leven kan, gevonden hebben. Hoeveel mensen leven niet zo?
Wie brengt het op, om omhoog te zien als deze vragen tegen hem aanbeuken, als tegen een schip dat in een storm is geraakt? Hoezeer dreigt er geen paniek, ook in onze tijd, waar de macht van de boze zich zo breed maakt. Waar ze de Kerk ook lijkt in te halen?
En toch... in deze nood, in deze nacht zijn er sterren aan de hemel. In deze nood is ons iets gegeven, waardoor wij niet hulpeloos staan. Er is een weg, er zijn bakens, waardoor er een doorkomen aan is. En dat alles is het Woord van God.
Mozes onderkent het gevaar ook. Maar juist hij die als geen ander Gods grootheid heeft gezien, roept Gods Naam aan: 'U kunt ons niet laten vergaan'.
En dan het antwoord! Zeg de kinderen van Israël dat ze voorttrekken. Doorgaan! Door het water heen, door deze wereld heen! Er niet omheen. Nee, er doorheen! Hoe moet dat gaan? Wij willen om de nood heen. Wij deinzen terug. We zullen verdrinken.
Nee, zegt God, er doorheen. Het kan. Er is een weg door dit leven, waarlangs wij onze ziel rein kunnen bewaren. Er is een weg, waarlangs wij 'de banier tot in Gods handen kunnen dragen'.
Mozes moet met zijn staf op het water slaan. En dan vindt er een wonder plaats. Als hij erop slaat, steekt er een wind op, die de watermassa uit elkaar blaast. Plotseling wordt de bodem van de rivier zichtbaar. Het droogt in. En... er is een pad door de zee.
Maar hoe komt dat uiteindelijk? Het komt door het Woord van God. Want wat zou er gebeurd zijn als Mozes alleen maar met zijn staf op de rivier geslagen zou hebben, zonder Gods belofte? Helemaal niets. Het Woord van God heeft het gedaan. Het Woord van God, waaraan Mozes geloofde, zorgde voor deze weg, waarop het volk mocht gaan.
Zo is het nog. Wat brengt ons door het leven, door moeilijkheden heen, zodat we niet uit het verbond vallen, maar erin blijven? Het Woord. Als allerlei dingen, en vooral het leven van Egypte, het leven van de zonde op ons aandringen, ons benauwen, dan schept het Woord ruimte.
In het Woord komt Christus tot ons. Die gezegd heeft tegen Filippus: 'Ik ben de Weg en ook de Waarheid en ook het Leven'.
De moedeloze Filippus wist het ook niet, toen hij zoveel vijandschap tegen Christus zag. Hij vroeg zich af: Wie is de Vader en wat is de weg?
'Ik ben de Weg', zegt Christus. 'Ik ben gedoopt met een doop waar u niet mee gedoopt kan worden'. Hij is de weg van de gehoorzaamheid gegaan. Ten volle. Tot aan het kruis. Tot Hij zeggen kon 'Het is volbracht'. Hij heeft door de branding van de tijd heen, door al het woeden van de duivel heen de overkant bereikt. 'Nu is er een zoele lentewind van hoop gaan waaien over de wereld, die overal dorre en moede zielen aanraakt en uitzicht biedt. Mensen die allang in het moeras van de wanhoop bleven steken, richten zich op en gaan op weg. Vanuit die Éne, die het volbracht, waakt in vele harten die de moed hadden opgegeven, het verlangen weer op om Hem achterna de weg van de gehoorzaamheid, van de Wet te gaan. Als er één over de brug is, die het heeft volbracht, en de overkant van het lijden en de angst heeft bereikt, dan komt ook van die overkant tot ons een uitgestrekte hand, een bemoedigende stem, een roep die niet loslaat.
Dan zijn degenen, die zich opgericht hebben om deze weg van de gehoorzaamheid te gaan, niet eenzaam meer. Dan is er bij Hem genade, barmhartigheid, hulp en ook vergeving'. (W. Aalders) Ook anno 1991.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's