Globaal bekeken
In een origineel boekje, waarin 'gevleugelde woorden uit het klassiek en middeleeuws Latijn voor mensen van nu' worden toegelicht ('Veni, Vidi, Vici', uitgave Unieboek, Houten) troffen we de volgende wetenswaardigheden:
• Alea jacta est, eigenlijk Jacta alea est(Suetonius, Divus Julius 32) De teerling is geworpen, de beslissing is onherroepelijk.
'Op 10 Januari in 49 v. C. stond Gaius Julius Caesar bij de Rubico(n), een roodachtige (rubicundus) rivier die uitmondt in de Adriatische Zee en toen de grens vormde tussen Italië en Gallia Cisalpina. Een Romeinse wet bepaalde dat geen enkele generaal de Rubicon mocht oversteken voordat hij zijn leger had ontbonden. Die wet overtreden werd beschouwd als een oorlogsverklaring aan de almachtige Senaat.
Suetonius vertelt dat Caesar die dag bijzonder zenuwachtig was. De generaal had daar alle redenen toe want op 1 januari had de Senaat hem als bevelhebber ontslagen. Hem restte maar één kans meer om aan de macht te komen: met zijn leger de Rubicon oversteken. Hij wist dat hij daardoor een burgeroorlog zou ontketenen en, bovendien, dat het regeringsleger zou geleid worden door zijn gewezen schoonzoon Pompejus, een bekwaam veldheer die even ambitieus was als hij en daarom de zijde van zijn tegenstanders had gekozen.
Caesar, die over deze voor hem niet vleiende episode zelf met geen woord rept in zijn relaas over de burgeroorlog (De bello civili), sprak die beslissende woorden niet uit in het Latijn maar in het Grieks. Dat is niet verwonderlijk want wat hij zei was de helft van een spreekwoordelijk geworden versregel van de Griekse komedieschrijver Menander die in Rome vrij vaak werd geciteerd. Die versregel luidde: "Dedogmenon to pragm": aneriphto kubos" (De zaak is beslist; omhooggeworpen zij de teerling). Dus niet: "De teerling is geworpen" in de zin van: "er valt niets meer aan te veranderen"; maar veeleer zoiets als: "Mijn besluit is wel genomen, de doorslaggevende beslissing van het lot hangt echter nog in de lucht", m.a.w. "op hoop van zegen". Nu zegt zowat iedereen alea jacta est omdat dit blijkbaar makkelijker in de mond ligt. Spreekwoordelijk in verschillende talen werd ook "de Rubicon overtrekken" in de betekenis van "een beslissende, onherroepelijke stap zetten of beslissing nemen". Een Caesar ad Rubiconem (Caesar bij de Rubicon) is iemand die een belangrijke maar riskante beslissing moet nemen. In de kaartspelen bezique en piket betekent "rubicon maken" winnen voordat de tegenspeler 100 heeft gescoord.'
• Extra ecclesiam nulla salus (naar Cyprianus, Brieven (Buiten de kerk is er geen enkel heil).
'Als bisschop van Carthago pleitte Cyprianus ervoor dat berouwvolle ketters die weer tot de christelijke gemeenschap wilden toetreden, daartoe opnieuw tot het doopsel werden toegelaten quia salus extra ecclesiam non est (omdat er buiten de kerk geen verlossing mogelijk is). Augustinus citeerde hem in de vorm Salus extra Ecclesiam non est (...). En Erasmus maakte er van Extra Noae arcam non est salus, waarbij hij onder de ark van Noach de katholieke kerk verstond. In die kontekst valt ook Roma locuta, causa finita (Rome heeft gesproken, de zaak is afgedaan) te situeren. De Engelse monnik Pelagius (ca. 350-ca. 425) doceerde vanaf 400 in Rome dat de mens uit eigen vrije wil, en dus zonder hulp van de goddelijke genade, tot de verlossing kan komen. Ook verwierp hij het bestaan van de erfzonde. De voornaamste bestrijder van het pelagianisme was Augustinus, die erin slaagde het te doen veroordelen door verschillende synodes. Pelagius en zijn felste leerling Caelestius werden uiteindelijk door Innocentius I geëxcommuniceerd in 417. Kort daarna stierf deze paus en zijn opvolger Zosimus heropende het onderzoek. Augustinus reageerde daarop heftig in een preek tot de gelovigen van zijn bisdom Hippo (Noord-Afrika): Causa finita est; utinam aliquando finlatur error (Sermoenen 131, 10 – De zaak is beëindigd; mocht het nu eindelijk eens gedaan zijn met die dwaling). In 418 werd het pelagianisme opnieuw veroordeeld, maar het bleef vooral in Frankrijk voortwoekeren tot ook dat semi-pelagianisme door het Concilie van Orange (529) in de ban werd gedaan.
In 1636 publiceerde Cornelius Jansen (1585-1638), hoogleraar te Leuven en bisschop van leper, een boek over Augustinus waarin diens ideeën over de noodzaak van de goddelijke genade werden onderschreven. Desondanks werd het in 1642 verboden door paus Urbanus VIII, hetgeen niet belette dat het jansenisme veel aanhangers won, vooral in Frankrijk (Port-Royal). Innocentius XI veroordeelde het in 1713 door de bul "Unigenitus" die in ruime kringen op fel verzet stuitte. Tegen die bul schreef Jean-Baptiste. Willart de Grécourt (1683-1743) het gedicht "Philotanus" (1720). Hij was een afvallig priester die liederlijke liedjes en frivole boekjes schreef waarvan de verspreiding van onder de toonbank gebeurde. Toch werd zijn "Philotanus", wellicht ten gerieve van Rome, in het Latijn vertaald waarbij het sarcastische vers "Rome a parlé, l'affaire est terminée" de lapidaire vorm Roma locuta, causa finita kreeg. Dit aforisme wordt ook ironisch gebruikt wanneer louter gezagsargumenten worden aangewend.'
In het jaarverslag 1990-1991 van de Nederlandse Gideons, de vereniging die zich beijvert voor het plaatsen van Bijbels in hotelkamers, staat het volgende over 'verdwenen bijbels':
'In elk jaarverslag wordt beklemtoond hoe noodzakelijk de controle van de geplaatste bijbels is, in verband met de grote aantallen welke bij de controle blijken niet meer aanwezig te zijn, of, wegens hun slechte staat, moeten worden ingenomen.
Over 1986-1990 is hiervan het volgende overzicht te geven:
Zie tabel.
Toelichting
In de laatste 5 jaren zijn bij controle c.q. de eerste plaatsing 76.366 bijbels beschikbaar gesteld (kolom A), maar voor bijna 60% ging het om vervanging van verdwenen of ingenomen exemplaren (kolom B). Om een zuiver beeld te krijgen van het aantal, waarmee de totaal aanwezige bijbels zijn vermeerderd, moet kolom A met kolom B worden verminderd, zoals in kolom C is aangegeven.
Het bestuur heeft in de loop der jaren vele en verschillende pogingen ondernomen het meenemen van bijbels tegen te gaan, maar zonder enig resultaat. Aan de beschikbaarstelling van bijbels op de wijze zoals onze vereniging dit doet, is inherent en niet te voorkomen dat de bijbels worden meegenomen. Een verzoek aan de hotel- en bungalowgasten dit niet te doen, blijkt geen effect te hebben. Men kan ook stellen dat een bijbel bepaald niet het slechtste is wat kan worden weggenomen, en dat – wellicht – ook een meegenomen bijbel aan het door ons gestelde doel – de bijbel meer bekendheid te geven – kan beantwoorden.
Hoe dit zij, met gemiddeld ca. 9.000 verdwenen bijbels per jaar moet rekening worden gehouden. Een factor die ook financieel van betekenis is. Immers, hoe meer bijbels worden meegenomen, des te eerder moet de voorraad bijbels worden aangevuld. De waarde van de verdwenen bijbels is per jaar op ca. ƒ 60.000,– te stellen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's