Bijbelvertaling en de kennis van de Bijbel
Prof. dr. A. van de Beek over de Statenvertaling
'Het is absurd dat christelijke scholen de Statenvertaling van de bijbel niet op de literatuurlijst bij het vak Nederlands zetten, want die heeft als geen ander boek de Nederlandse taal gevormd. Bij Duits zouden de scholen de Lutherbijbel kunnen behandelen en bij Engels het Book of common prayer.'
Aldus de aanhef van een verslag over een conferentie van de Unie School en Evangelie in het dagblad Trouw, waaraan de kop was meegegeven 'Statenvertaling hoort op literatuurlijst christelijke school'. Het betreft uitlatingen van prof. dr. A. van de Beek, kerkelijk hoogleraar vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk in Leiden. Nu is dit niet gezegd door iemand, die bekend staat als een pleitbezorger voor 'Standvastig', het orgaan van de Gereformeerde Bijbelstichting, waar de Statenvertaling als de enige bruikbare vertaling in ons taalgebied wordt gezien.
Wat prof. Van de Beek hier overigens zegt wordt méér betoogd. De Statenvertaling heeft immers taalbevorderend gewerkt in deze landen. Het is meer in deze kolommen gezegd, dat de Statenvertaling eigenlijk zijn tijd vooruit was. Vele staande uitdrukkingen in onze taal zijn aan de Statenvertaling ontleend. Feit is verder, dat taal levend is, niet stil staat. Daarom hebben velen in onze tijd, met name ook jongeren, vaak moeite met de geladen, massieve zinnen uit de Statenvertaling, die immers ook gekenmerkt is door grote letterlijkheid in de weergave van de grondtekst (een nauwgezette, woordelijke vertaling!). Wie zijn of haar oor te luisteren legt onder jongeren moet constateren, dat daar bepaald ook andere vertalingen of versies van de Bijbel in omloop zijn en gelezen worden dan de Statenvertaling.
Kennis
Het is intussen te waarderen en ook begrijpelijk, dat prof. Van de Beek, gezien de betekenis in onze traditie van de Statenvertaling een pleidooi voert voor dit 'taalmonument' als verplichte lectuur op de scholen. Toen prof. dr. C.C. de Bruin, de grote kenner van de Statenvertaling in ons land, werd begraven stond op de liturgie van de rouwdienst uitdrukkelijk de tekst vermeld in de Statenvertaling. Aangezien prof. Van de Beek over 'literatuurlijst' spreekt mag worden aangenomen, dat hij bedoelt de scholen voor het voortgezet onderwijs. Hij wil kennelijk de Statenvertaling als zodanig bewaren, ook voor de huidige generatie, vooral gezien het verleden.
Prof. Van de Beek zegt echter blijkens genoemd verslag nòg iets. Hij herinnerde 'met weemoed aan de tijd toen een docent voldoende toegerust was voor het christelijk onderwijs als hij of zij op het juiste moment een passende bijbeltekst wist te citeren'. Hoewel één en ander ietwat negatief klinkt, mogen we hieruit opmaken, dat prof. Van de Beek zich zorgen maakt over de kennis van de Bijbel, in casu kennis ook van bijbelteksten. Ook dìè klacht valt te begrijpen. Maar hier is het, dat ik toch ook wat aanvullende opmerkingen wil maken. De Statenvertaling heeft het nu al meer dan 450 jaar volgehouden in ons land en is zelfs meer dan vier eeuwen de enige echt gangbare vertaling geweest. Die vertaling hadden we in christelijk Nederland om zo te zeggen gemeenschappelijk. Voeg daarbij het feit, dat in het verleden het kenniselement (het uit het hoofd leren) een veel duidelijker functie had dan tegenwoordig, dan mag ook gezegd worden, dat (inderdaad) de mensen in het algemeen bekende en minder bekende Schriftplaatsen veel meer uit het hoofd kenden. Er was vaak meer concrete bijbelkennis dan vandaag. ..
Dat vanwege de verstaanbaarheid voor de huidige generatie intussen pogingen zijn en worden gedaan om onnodige moeilijkheidsgraad uit de vertaling weg te halen is begrijpelijk en zelfs te waarderen. Als het dan ook maar om echt vertalen gaat, in nauwe aansluiting bij de grondtekst. In dat verband moet worden gezegd, dat zelden of nooit de hoogte van het vertaalprincipe van de Statenvertaling is gehandhaafd of toegepast. Parafraseringen zijn aan de orde van de dag. In dat opzicht zijn dan te prefereren die versies, die niet de pretentie hebben een preciese vertaling te zijn maar een nauwgezette vertolking (bijvoorbeeld een gedachte-voor-gedachte-vertaling, zoals in 'Het Boek').
Intussen is echter onze tijd zo dynamisch, dat vertalingen elkaar in snel tempo opvolgen. Zoals gezegd, de Statenvertaling heeft de eeuwen verduurd. De Nieuwe Vertaling (vertaling van het N.B.G.) krijgt nog binnen dezelfde generatie als waarin ze ontstond een opvolger. Er is nauwelijk de mogelijkheid van echte inwerking geweest. Nog afgezien van de waardering van deze vertaling als vertaling (daarop is gegronde kritiek van rechts tot links, tot de Amsterdamse school toe), uit het lóútere feit, dat thans al weer een initiatief is genomen voor wéér een nieuwe vertaling, moet worden geconcludeerd dat de Nieuwe Vertaling zeker geen geschiedenis zal maken zoals de Statenvertaling dat heeft gedaan. En daarbij komt dan dus dat vandaag het kenniselement niet echt wordt bevorderd (ook niet in het algemeen christelijk onderwijs). Uit dit alles moeten we derhalve wel concluderen, dat alleen al door het voorbijgaande van een vertaling als de Nieuwe Vertaling de door prof. Van de Beek gewraakte vermindering van echte bijbelkennis wordt bevorderd.
De Statenvertaling liep op de taal vooruit en ging wortelen in het volk. De nieuwe vertalingen hijgen achter de taal aan maar intussen wordt de kennis van de Bijbel oppervlakkiger, omdat die taal niet meer kan beklijven. De Schriftwoorden in hun letterlijke versie krijgen niet meer de gelegenheid in een generatie te bezinken.
Wie vandaag bezwaar maakt tegen allerlei vernieuwingsdrift wordt al snel in het hoekje van de conservatieven gezet. Daarom wil ik vóór alles ook zeggen, dat voortgaand Schriftonderzoek en de ontwikkeling van de taal doorgaande toetsing van elke vertaling noodzakelijk maken. Maar in een tijd van verder doorgaande kerkelijke neergang is het ook uiterst riskant om het 'vertrouwde' op te geven en in te ruilen voor iets nieuws, dat geen echte ingang meer kan krijgen. De oudere generatie herkent het oude niet meer en de nieuwe generatie leert het nieuwe niet meer.
Ik besef, dat ik dit alles ietwat zwart/wit neerschrijf. Ik hoop dat duidelijk is, dat ik slechts zeggen wil, dat we, met alle drift om in kerkelijk Nederland iedere keer nieuwe versies van vertaling en berijming aan te reiken, globaal genomen de echte kennis van de Schrift niet hebben bevorderd.
Coloriet
Nog één keer terug naar de Statenvertaling. Er wordt terecht gesproken over het coloriet van de Statenvertaling. Dat is zoiets als het rotsmassief, waardoor het geheel van dit (ver)taaldocument is gekenmerkt. De uitwerking daarvan gaat wellicht ook geestelijk dieper dan bevroed wordt. Een predikant, die al dertig jaar gepreekt had met getrouwe gebruikmaking van de Statenvertaling, ging over op een Nieuwe Vertaling vanwege een anderssoortige gemeente, die hij ging dienen. Hij bemerkte, dat hij in zijn (uitgeschreven) preken niet maar even woordjes behoefde te veranderen. Het coloriet van de Statenvertaling had ook het coloriet van zijn prediking bepaald.
Al met al gaf prof. Van de Beek met zijn tweeledige opmerkingen de kerken stof tot bezinning.
Als hij ervoor pleit om de Statenvertaling verplicht te stellen voor de literatuurlijst van de christelijke scholen dan zou ik willen zeggen: méér dan dat! Als we dan inderdaad zóveel te danken hebben aan de Statenvertaling, laten de kerken in breder verband er vandaag dan óók nog maar zuinig op zijn. Want deze is in grote delen van de kerk immers volstrekt buiten beeld geraakt.
Dit zo te stellen is wat anders dan afgoderij met een vertaling plegen. De Statenvertaling is slechts één van de honderden vertalingen van de Bijbel in de wereld. Ze is als vertaling ook niet onfeilbaar. Dat hebben de statenvertalers zelf erkend en op punten, waar getwijfeld werd ook aangegeven. De Bijbel in de grondtekst is de echte Bijbel. De woorden en volzinnen van de Statenvertaling kunnen ook niet duidelijk genoeg uitgelegd worden, in prediking, catechese en onderwijs. Het kan bij Schriftonderzoek verder ook nuttig zijn verschillende vertalingen naast elkaar te leggen. Het Woord van God is niet gebonden, laat Zich ook niet binden door een vertaling op zich.
Maar het gaat bij zorg om het behoud van de Statenvertaling toch ook om meer dan liefde voor een monument. Toen prof. dr. C.C. de Bruin, de grote kenner van de Statenvertaling, werd begraven stond op de liturgie van de rouwdienst uitdrukkelijk de tekst in de Statenvertaling vermeld. Dat was voor hem, naar ik bij zijn leven van hem hoorde, méér dan waardering voor een monument.
En wat de kennis betreft. Nog altijd geldt het Schriftwoord, dat het volk is uitgeroeid omdat het zonder kennis is. En de Heilige Geest wil ook Schriftwoorden, die door uit het hoofd leren in het geheugen werden gegrift, gebruiken om deze soms verrassend te doen oplichten in de harten, tot opbouw van het geestelijk leven. Memoriseren van Schriftwoorden is niet niets. Over woorden krijgen gesproken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's