De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voorbereiding tot het Heilig Avondmaal (5)

Bekijk het origineel

Voorbereiding tot het Heilig Avondmaal (5)

Verrassende ontdekking in Friesland

5 minuten leestijd

Relatie Avondmaal – Belijdenisvragen
Het bundeltje voorbereidingspreken van Baers en de voorbereidingstradie, die hiermee samenhangt, tonen aan dat er binnen het Gereformeerde Protestantisme van meet af een stroming is geweest, die in de liturgie beide sacramenten met betrekking tot het openlijk belijden van het geloof gelijkelijk heeft behandeld. Deze stroming is breder en krachtiger geweest dan op te maken valt uit wat tot hiertoe in deze artikelenserie als historisch feitenmateriaal is voorgeschoteld. De kerkorde van de Palts uit 1563 kent immers eveneens een zaterdagse voorbereidingsdienst, waarin belijdenisvragen beantwoord moesten worden. Wat de redenen geweest zijn dat de belijdenisvragen — voor zover nu onze kennis strekt — als toegang tot de deelname aan het Heilig Avondmaal niet echt in ons land — met uitzondering van Friesland en Groningen — ingeburgerd zijn, is niet te achterhalen.
Uiteraard ligt één suggestie voor de hand. Wilde men voor de eerste keer aan het Heilig Avondmaal deelnemen, dan moest men vooraf belijdenis des geloofs afleggen. Dit in tegenstelling tot deelname aan de Doop, want hiervoor was geen voorafgaande geloofsbelijdenis vereist. Heeft men het teveel van het goede gevonden, om na eens belijdenis te hebben afgelegd, dit keer op keer te herhalen? Vond men de steeds weerkerende belijdenis afbreuk doen aan de waarde van de eerste geloofsbelijdenis?

Pleidooi
Zelf zou ik ervoor willen pleiten, dat er binnen de Gereformeerde Gezindte een bezinning op gang komt over de inhoud, het nut en misschien wel de noodzakelijkheid om de weerkerende toelating tot het Heilig Avondmaal te koppelen aan het gebruik van het beantwoorden van belijdenisvragen. Zoals aangetoond, heb ik hierbij een onmiskenbaar briesje van de gereformeerde traditie in de zeilen. Dat is voor een gereformeerd denkend mens altijd een aangename zaak.
Wat evenwel de doorslag voor dit pleidooi geeft, is de ongelijke behandeling, die de twee sacramenten nu in onze kerkelijke praktijk ontvangen. Mensen, die als ouders betrokken zijn bij de doop van hun kleine, moeten door het beantwoorden van de Doopvragen in feite belijdenis doen. Personen, die zelf op verborgen wij­ze Christus willen smaken in het Heilig Avondmaal, behoeven geen belijdenis van hun geloofsgemeenschap met Christus af te leggen. Men kan hierop tegenwerpen, dat zij dit reeds eenmaal gedaan hebben en dat dat eens voor altijd geldt. Maar waarom is dit bij de Heilige Doop dan niet zo? Waarom moeten ouders, die reeds eenmaal hun jawoord bij de Doop van hun eerste kind gegeven hebben, dit bij de Doop van hun volgende kinderen iedere keer herhalen?
Het voorstel wint aan kracht, wanneer hierbij in aanmerking wordt genomen, dat het beantwoorden van belijdenisvragen veel meer bij het Avondmaal dan bij de Doop past. Zonder de eenheid van de twee sacramenten geweld aan te doen, mag toch gesteld worden, dat het persoonlijk eten en drinken aan de dis des verbonds veel meer overeenstemt met het persoonlijk belijden van het geloof dan het laten dopen van een kind.

Voordelen
Het pleidooi kan ondersteund worden door een overzicht van de voordelen die er aan de koppeling van belijdenisvragen en Avondmaal vastzitten. Het eerste voordeel is, dat de ongelijkheid in de weerkerende toegang tot de Doop en het Avondmaal ongedaan gemaakt wordt.
Het tweede voordeel is, dat het uiterste middel aangewend wordt om het sacrament heilig te houden. Hoewel de kerk allerminst bij machte is om alle hypocrieten te weren, heeft zij wel alles hiertoe te doen, wat in haar vermogen ligt. Mij dunkt dat zij geen betere weg kan bewandelen dan mensen in het midden der gemeente zichtbaar te laten opstaan en hoorbaar voor allen, maar bovenal voor het aangezicht en het gehoor van de alwetende en almachtige God, hun persoonlijke geloof in de Heere te laten uitspreken. Als hierop aansluitend de ware gelovigen de genade en de hypocrieten het oordeel aangezegd wordt, is hiermee ambtelijk de hoogste ernst betracht, die mogelijk is.
Het derde voordeel is pastoraal van aard. Wie enige bevindelijke kennis van zichzelf als Avondmaalsganger heeft, weet dat het levensgrote gevaar van automatisme vaak werkelijkheid is. Men schikt aan de Avondmaalstafel, omdat men het in het verleden ook gedaan heeft. Men weet dat het geloof levend zou moeten zijn, maar het is het niet. Men weet dat men een har­telijk leedwezen hierover behoort te hebben, maar het ontbreekt. Voordat men er erg in heeft, kan het dan gebeuren, dat men nochtans tot de tafel toetreedt. Louter uit vorm. Uit gewoonte. En misschien wel uit angst voor de mensen. 'Wat zullen die wel niet denken en zeggen als ik afblijf?'
In de voorbereidingsprediking heeft wel de oproep tot zelfonderzoek geklonken en men heeft zichzelf misschien wel voorgehouden dit ernstig te beoefenen, maar door het drukke bestaan kwam er niets van. Het was zondag voordat men het wist!
Wat zou een openlijke geloofsbelijdenis in een officiële eredienst in zulke gevallen heilzaam kunnen werken. Men wordt dan met zijn geestelijke toestand geconfronteerd voordat de eigenlijke bediening plaatsvindt. Dit zal dan een harde en ontnuchterende confrontatie zijn, maar wel nuttig en Godverheerlijkend in de uitkomst.
Overigens biedt de bewuste liturgische handeling alle Avondmaalsgangers en -gangsters pastoraal voordeel. Zij worden intenser dan ooit bij de Persoon en de zaak van het Heilig Avondmaal betrokken. Dit kan alleen maar gunstig uitwerken.
Het vierde voordeel bestaat hierin, dat in de praktijk de gedachte afgesneden wordt, dat belijdenis-doen een zaak is die slechts eenmaal plaatsvindt. Als het ja-woord eenmaal uitgesproken is, heeft men het gehad. Wie evenwel eens belijdenis doet, begint, als het goed is, met iets wat nooit meer eindigt. Men heet niet zonder reden belijdend lid, dat wdl zeggen een lidmaat dat steeds belijdt. Christenen hebben de roeping om hun Koning te belijden, overal en altijd. Door het herhaalde beantwoorden van de belijdenisvragen wordt men bepaald bij het voortdurende karakter van het belijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Voorbereiding tot het Heilig Avondmaal (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's