De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Martin Bucer, een vergeten reformator (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Martin Bucer, een vergeten reformator (4)

10 minuten leestijd

Onderwijs
Een zaak waarvoor Bucer zich in de metropool van de Elzas bijzonder beijverd heeft, is het onderwijs. Scholen waren naar zijn diepe overtuiging onmisbaar voor de christelijke opvoeding van de jeugd. Zonder scholen, geen 'ware' christenen. Daarom dienden alle jongeren in de gelegenheid gesteld te worden onderwijs te volgen. Niet alleen de jongens maar ook de meisjes. Minder begaafden evengoed als de kinderen met veel aanleg. Mede door Bucers inspanningen telde Straatsburg in 1535 niet minder dan acht scholen waar veel kinderen hun eerste vorming kregen. Daarnaast waren er ook nog drie zogeheten Latijnse scholen. Voor aanstaande predikanten kwam er een internaat dat spoedig een flink aantal studenten uit Zuid-Duitsland en Zwitserland herbergde. Bucers ideaal om ook een eigen universiteit te stichten is tijdens zijn leven niet gerealiseerd. De magistraat wilde er geen geld voor uittrekken en vond zo'n instelling eigenlijk overbodig. Wie wilde, kon ook in een andere plaats terecht voor een universitaire opleiding. Wel lukte het de reformator om de drie Latijnse scholen samen te voegen tot een soort Hogeschool, waar naast theologie ook Hebreeuws, Grieks en Latijn gedoceerd werden. Van alle kanten stroomden studenten toe en onder leiding van de zeer begaafde Johannes Sturm kwam deze instelling tot grote bloei. Bucer stond met deze rector van de Hogeschool op zeer goede voet. Hun samenwerking in het onderwijsgebeuren bracht hen steeds meer tot elkaar, zodat op den duur een hechte vriendschapsrelatie tussen beide mannen is gegroeid. Hoezeer Sturm de Elzasser waardeerde, blijkt uit zijn reactie toen Bucer later plotseling Straatsburg moest verlaten. 'De verwijdering van Bucer... was de slag, die het meest aankwam voor ons. Wij kunnen ons er alleen maar over beklagen dat de man die tot de eersten behoorde, die de ware religie en de leer van het Evangelie onder ons hebben gebracht, de initiatiefnemer en stichter van onze Hogeschool, op deze wijze van ons heeft moeten scheiden. En het is ons net of de godsdienst en de vroomheid met hem vertrokken zijn.'

Advies over de Joden
De invloed van Bucer beperkt zich niet tot zijn eigen woonplaats. Tot ver buiten Straatsburg en zelfs buiten Duitsland was zijn uitstraling merkbaar. Dikwijls werd hij gevraagd advies te geven in bepaalde kerkelijke en theologische kwesties. Menigmaal was hij op reis om in andere steden behulpzaam te zijn met het opstellen van kerkorden. Soms kwam er ook een vraag van politieke zijde. Zo benaderde de landgraaf Philips van Hessen hem met de vraag, in hoeverre het toelaatbaar was om Joden in hun regio te laten wonen. Hijzelf was geneigd hun woon- en leefruimte in zijn gebied toe te staan. Hij overwoog zelfs de Joden een definitieve status te verschaffen. Sommige theologen meenden dat het gezien hun joods-religieuze leefwijze en hun economische praktijken (men verweet de Joden onder meer woeker) beter was om hun geen verblijfsvergunning te verlenen. Bucer schrijft zijn opvattingen neer in de bekende Judenratschlag (Advies betreffende de Joden), die in 1539 van de persen komt. Hij is het niet eens met zijn collega's die de Joden uit Saksen willen verjagen. Men moet hun juist een plaats gunnen temidden van de christenen opdat 'men velen tot hun eigen behoud mag winnen voor de christelijke religie'. Bucer is van mening dat de overheid de taak heeft om de christelijke godsdienst ook onder de Joden te bevorderen. Theologen moeten speciale preken houden met het doel de Joden voor het geloof in Christus te winnen. Het bijwonen van zulke bijeenkomsten dient voor de Joden verplicht gesteld te worden. Wanneer zij weigeren om zich te bekeren, moeten zij gestraft worden. Ook is de magistraat geroepen de christenen te beschermen tegen de invloed vanuit het Jodendom. Publieke gesprekken tussen Joden en christenen moeten verboden worden om te voorkomen dat iemand tot het Jodendom wordt overgehaald. De Joden mag ook niet worden toegestaan de naam van Christus te lasteren. Hun godsdienstige werken zoals de Talmoed dienen hun ontnomen te worden, zodat zij alleen nog maar het Oude Testament kunnen lezen. De bouw van een synagoge, een eigen afzonderlijke gebedsplaats acht Bucer ook ontoelaatbaar.

Een 'Jodenjongen'
Uit deze raadgevingen aan de landgraaf spreekt onmiskenbaar iets tweeslachtigs wat betreft Bucers houding tegenover de Joden. Enerzijds verzet hij zich tegen hen die de Joden willen verdrijven. Maar tegelijkertijd komt hij met tal van beperkende, in onze ogen antisemitische voorwaarden aanzetten. Deze dubbelheid is typerend voor Bucers visie op het Jodendom. Principe en praktijk vormen bij hem in dit opzicht een duidelijk spanningsveld. In het concrete leven van alledag is hij beducht om de Joden al te veel leefruimte en invloed te verschaffen, omdat hij daar een bedreiging van het Rijk van Christus in ziet. Maar gaat het om de vraag hoe de Bijbel over de positie van de Joden spreekt, dan wordt Bucers toon veel en veel positiver. Hij ontkent dat het joodse volk voorgoed door God verworpen zou zijn. Nog altijd liggen er beloften voor hen die op vervulling wachten.
Bucer zelf is zich van zijn ambivalentie in deze terdege bewust geweest. In het advies aan de landgraaf schreef hij met zoveel woorden, dat wie de Joden temidden van de christenen wil dulden, daarbij moge denken aan de bijzondere plaats van Israël in Gods heilsbedoelingen, wie ze verdrijft, doet dat om de christelijke religie tegen verdere smaad te beschermen.
In Bucers uitleg van de Romeinenbrief komen we dezelfde tweeslachtigheid tegen. Aan de ene kant zijn de Joden vijanden van de christenen, die zich alle ellende zelf op de hals hebben gehaald. Maar tegelijk vormen zij de heilige rest die door God bewaard wordt, opdat de christenen als wilde takken daartussen geënt zullen worden. Wij moeten hen daarom zowel weerstaan als liefhebben, hen houden voor vijanden en vrienden tegelijk, hen bestrijden maar hen ook begunstigen.
Toch is voor Bucers tijdgenoten het positieve in diens houding ten opzichte van het Jodendom kennelijk het meest duidelijk geweest. Zijn overtuiging dat Israël eenmaal tot bekering zal komen, bezorgde hem het verwijt er joodse opvattingen op na te houden. En sommigen beweerden zelfs dat hij van joodse afkomst zou zijn. Zijn tegenstanders maakten hem uit voor Jodenjongen (eines Judenson).
Veelzeggend is het oordeel van rabbijn Soetendorp over Bucers houding ten aanzien van de Joden. Hij is van mening dat er een groot verschil bestaat tussen Luther en de Elzasser in dit opzicht. Hij schrijft: 'De christenen, zo zegt Bucer, moeten de uitwerking van de goddelijke liefde aan het joodse volk ondersteunen. Bucer is tegen een georganiseerde missie. Hij is een voorstander van het goede voorbeeld, de hulp aan medemensen en vooral liefde. De christenen dienen zich te bekeren, wanneer zij willen dat Joden dat doen. Het gebed voor de Joden moet, aldus Bucer, gepaard gaan met een gebed om zuiverheid van de christenheid'.

Calvijn als collega
Aan het eind van de dertiger jaren, om precies te zijn in 1538, krijgt Bucer een welkome ondersteuning bij zijn werkzaamheden in Straatsburg. Niemand minder dan Johannes Calvijn voegt zich hij hem om gedurende drie jaar zijn collega te blijven. Vanwege onenigheid met de raad van Genève had Calvijn deze stad moeten verlaten en was langs een omweg in Bazel aangekomen. Vurig hoopte hij nu eindelijk de rust te kunnen vinden om zich aan de studie te wijden. Een en andermaal stuurde Bucer hem evenwel een brief met het dringende verzoek om naar Straatsburg te komen. Aanvankelijk weigert de Geneefse hervormer, bevreesd om opnieuw blootgesteld te worden aan de kritiek van mensen en op te lopen tegen de weerbarstigheid van overheden. Het ambt van dienaar des Woords is hem ondraaglijk geworden en hij wil niets liever dan zich terugtrekken. Bucer blijft echter aanhouden en gebruikt tenslotte grof geschut. Hij wijst op het voorbeeld van Jona en bindt Calvijn op het hart, dat God hem ook wel zal weten te vinden. Daar kan Calvijn niet tegenop en het gevolg is dat hij zich laat overhalen. Later schrijft hij zelf: 'Toen ik in vrijheid was en los van mijn roeping, had ik besloten in rust te leven zonder enige publieke opdracht voor mijn rekening te nemen, totdat Martin Bucer door een soortgelijk betoog en protest te doen horen als vroeger Farel gedaan had, me deed terugkeren naar een andere plaats. Geschokt door het voorbeeld van Jona, dat hij me voorhield, nam ik opnieuw de last van het leerambt op de schouder'.

Wederzijdse beïnvloeding
Op intensieve wijze hebben Bucer en Calvijn samengewerkt in Straatsburg. Terwijl de Elzasser en zijn collega's onder de Duitssprekende gemeenteleden werkten, was aan Calvijn de zorg over de Franse vluchtelingengemeente toevertrouwd. Ook gaf hij wat lessen aan de Hogeschool van Johannes Sturm. Niet alleen in collegiaal en theologisch opzicht hebben de twee reformatoren veel voor elkaar betekend, ook in de privésfeer was er een amicale verstandhouding. Een tijdlang woonde Calvijn in Bucers huis en later werden ze buren. Hun tuinen grensden aan elkaar en er was een heel frequent contact tussen de beide mannen. Tekenend voor hun goede relatie is dat ze ook over heel persoonlijke zaken met elkaar konden spreken. Bucer was het die Calvijn aanraadde op zoek te gaan naar een vrouw. Bij deze aansporing liet de Elzasser het niet, hij ging er ook op uit om zelf een partner voor zijn vriend te vinden. Uiteindelijk raadde hij hem aan te huwen met Idelette van Buren, de weduwe van de vroegere Doper Jean Stordeur. Het huwelijk werd door Bucer ingezegend.
De veel jongere Calvijn zag in Bucer een vaderfiguur, voor wie hij respect koesterde en door wie hij gecorrigeerd wilde worden. Ooit heeft hij tegen zijn Straatsburgse vriend gezegd: 'Als ik op één of ander punt niet beantwoord aan uw verwachting, weet ge, dat ik in uw macht ben. Waarschuw, kastijd, doe alles, wat aan een vader tegenover zijn zoon geoorloofd is'. Bucer moet toen hebben geantwoord: 'U bent mijn hart en mijn ziel'. Het behoeft geen betoog dat deze diepe verbondenheid de zaak van de Hervorming zeer ten goede is gekomen. Ook in de kerkelijke verhoudingen geldt dat eendracht sterk maakt. Terwijl Bucer ook van het omgekeerde diep overtuigd was: onderlinge verdeeldheid en onenigheid breken de zaak van Christus alleen maar af.
Toch betekent dit alles niet dat Bucer het in alles met Calvijn eens was of dat Calvijn zijn oudere vriend in alle opzichten blindelings volgde. In theologisch opzicht werden ze aan elkaar verrijkt. Alle twee waren zij theologen met een irenische, oecumenische instelling. Maar beide mannen behielden hun eigen accenten en brachten hun eigen persoonlijkheid mee. In de ogen van Calvijn was Bucer weleens te wankel, te vaag, te tolerant.
Voordat hij in Straatsburg terechtkwam, had Calvijn hem per brief al eens op deze eigenschap gewezen en er tevens voor gewaarschuwd: 'In de behandeling van het Woord van God, voor alles bij de stoffen die met de strijdvragen van het moment verband houden, zoekt ge uw uitdrukkingen zo te kiezen, dat ge aan niemand aanstoot geeft. Wij zijn overtuigd, dat ge het met de beste bedoeling doet. En toch moeten we dit streven volstrekt laken. We moeten, hoewel ge het vroeger ook al meer dan eens van ons gehoord hebt, hetzelfde liedje zingen, omdat we zien, hoe deze schadelijke behoedzaamheid van dag tot dag gevaarlijker wordt'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Martin Bucer, een vergeten reformator (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's