Uitverkiezing – een omstreden zaak (4)
N.a.v. 'Gereformeerden op zoek naar God'
Na het inleidend artikel over de inhoud, de teneur, de bedoeling en de werkwijze (methode) van Graafland in bovengenoemd boek, hebben wij vervolgens het een en ander geschreven over de zgn. oer-belijdenis van de Reformatie (de rechtvaardiging van de goddeloze) en over de verhouding tussen de rechtvaardiging en heiliging. Rest ons nog iets te zeggen over twee andere zaken die behoren tot de kern van Graaflands betoog, nl. de verkiezing en de spiritualiteit. Eerst dan nu iets over het punt van de verkiezing.
'Cor ecclesiae' (het hart van de kerk)
De rechtvaardiging van de goddeloze is de kernbelijdenis van de Reformatie. En ze is ook vandaag het hart van het getuigenis met al zijn actualiteit voor de mens van de 20e eeuw.
Maar daar is ook het stuk van de uitverkiezing. En iedereen weet, dat juist ook dit stuk in de Reformatie en de Gereformeerde traditie een kardinale (ook veelbesproken) zaak is geweest. Niet voor niets brengt dan ook Graafland steeds ook de uitverkiezing ter sprake. Ook op dit punt wenst hij het hart van de Reformatie, het artikel waarmee de kerk staat of valt, bewaakt te hebben. Geen kwaad woord van de vrijmacht van Gods genade (zie blz. 171 o.a.). Maar dan wel gepredikt — juist in onze uitzichtloze tijd — als de enige 'escape' en bezongen als een loflied. En niet verwrongen tot systeem. Niet als een 'struikelblok op weg naar God', maar 'als altaar der aanbidding bij God' (Calvijn).
Vooral hier is het echter ook dat Graafland — voor zover wij hem begrijpen — zijn grote vragen stelt en zijn ernstige bedenkingen koestert t.a.v. de overlevering van het erfgoed der vaderen. Hij spreekt in dit verband nogal eens (zie zijn boek Van Calvijn tot Barth) over 'de tragiek van Dordt' en over het 'trauma' van vele gereformeerden in deze (blz. 200 vv.). Zelfs oppert hij de gedachte, dat alles bij Calvijn, hoezeer ook in diens theologie de schepping en de heiliging aan bod komen, zich toch richt op de redding van de uitverkorenen, de 'persoonlijke, geestelijke, bevindelijke op de hemel gerichte vroomheid' (zie o.a. blz. 125). En hij vindt dat een 'reductie' waaraan de hedendaagse armetierige spiritualiteit mede is te danken (blz. 202).
Calvijn en de brief aan de Romeinen
In deze sterk kritische benadering is Graafland — zacht gezegd — voor tweeërlei uitleg vatbaar. Hij boort hier in elk geval tot in het hart van de Gereformeerde traditie. De uitwassen die hij op dit punt in de Gereformeerde traditie signaleert, hebben hem sterk aan het denken gezet en doen hem als maar doorvragen. Wildgroei op dit terrein komt toch niet nergens vandaan?
De beslissende vraag is hier echter niet, of er een directe lijn loopt van wat Graafland als afwijking ziet in eigen traditie naar o.a. Calvijn. De eigenlijke vraag is, of er ook een ongebroken lijn is tussen wat de Schrift ons inzake de uitverkiezing verkondigt en wat Calvijn hierover heeft gezegd. Welnu, en dan mag Graafland ons toch nog eens uitleggen, waarom hij vindt, dat Calvijn in zijn leer van zonde en genade niet alles mag richten op de redding van Gods uitverkorenen en daar in op de glorie van de drieënige God. En hij moet ons toch echt ook nog eens uitleggen, waarom de vaderen in Dordt zich om de vrijmacht van Gods genade te betuigen in hun verweer tegen de Remonstranten niet mochten beroepen op de uitverkiezing zoals zij dat deden?
Liggen deze dingen hier werkelijk anders dan in de Bijbel? Heeft Paulus in zijn brief aan de Romeinen (o.a. in de hoofdstukken 9-11) zich ook niet teruggetrokken op Gods laatste stellingen in het frontgebied van deze wereld, door de verkiezende genade van God te betuigen, in de heiliging van een 'rest'? En heeft de apostel dat niet gedaan tegen de achtergrond van een controverse (met het judaïsme) waarin ten diepste dezelfde tegenstelling (geloof/werken bij Rome en de Remonstranten) aan de orde was als in Dordt en in de theologie van Calvijn?
O.i. is het beroep van Calvijn in zijn leer van de verkiezing op de brief aan de Romeinen daarom in de roos en is wat Graafland in deze Calvijn verwijt niet overtuigend. Een 'nieuwer verstaan van Rom. 9-11' (blz. 217) is dan ook niet nodig en gewenst.
Tragiek van Dordt?
Daarom zou het ook wel eens kunnen zijn, dat wat Graafland de 'tragiek van Dordt' noemt, meer op een vertekening berust, aangehaakt aan een waarde-oordeel dat moeilijk aan de Schrift kan worden ontleend. En het kon dan ook wel eens zijn, dat zij die de Dordtse Leerregels — gelukkig ook behandeld op de vele kansels vandaag — een voor Graaflands gevoel te evangelische taal laten spreken, historisch en ook Bijbels dichter bij de waarheid zijn dan hij wil weten. Dat moet niet al te snel vergeleken worden met: er de scherpe kanten afvijlen (blz. 101). Men moet zoiets ook Calvijn niet verwijten (blz. 203).
Wij menen dit te moeten zeggen, ook waar het gaat over de zgn. dubbele predestinatie (bij de Gereformeerde Kerken in Nederland zeer ten onrechte tussen haken gezet). Dit 'leerstuk' is niet meer, maar ook niet minder dan een belijdenis van de absolute vrijmacht en souvereiniteit van Gods genade, waarvan geen mensenverstand ooit de diepten heeft gepeild.
O.i. is er dan ook geen reden om de Dordtse Leerregels met zoveel vraagtekens te omringen als Graafland doet. Ook al schrijft hij in het slot van zijn boek overigens tamelijk verzachtend over de eigenlijke bedoelingen van die Dordtse Leerregels. Ook moeten wij de verwijten die opklinken uit de hoek van hen die van ons heengingen (denk aan Aleid Schilder), niet steeds doorverwijzen naar de belijdenis van onze kerken. Want dan komt onmiddellijk toch de vraag terug, of die verwijten ook niet de Bijbel zelf kunnen treffen. 'Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt?' (Rom. 9 : 20 vv.).
De dubbele predestinatie
Graafland stelt de vraag of het mogelijk is voluit de Goddelijke genade te belijden, zonder een dubbele predestinatieleer. Wij willen daarop antwoorden, dat dat niet mogelijk is. Hebben de Dordtse vaderen — reflecterend vanuit een verlicht verstand en in onderworpenheid aan de Schrift, hoewel soms in scholastieke termen — niet juist hierdoor de absolute soevereiniteit en vrijmacht van God willen belijden? Zonder iets af te willen doen van onze menselijke verantwoordelijkheid. In God en in Zijn daden is geen onrecht. Volgens Van Ruler 'durfden zij wel heel ver te gaan'. En het was dan ook geen wonder, dat door hen die met hen niet eensgeestes waren, verkeerde 'inleg en uitleg' van bepaalde formuleringen in de Dordtse Leerregels is gegeven, met alle fatale gevolgen van dien.
Bij deze enkele opmerkingen terzake van het punt van de verkiezing laten we het. Wij voor ons menen, dat het gesprek met Graafland over zijn vragen in deze tot op de bodem van het Schriftgetuigenis nog niet is gevoerd. En dat Schriftgetuigenis is het immers waarmee de zaak staat of valt.
C. den Boer
J. Maasland
J. van der Velden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's