De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof en bekering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof en bekering

13 minuten leestijd

Merkwaardig
Wie al een aantal jaren predikant is en telkens weer met gemeenteleden over geloofszaken spreekt, zal het wel eens opgevallen zijn, hoe telkens weer de bekering de hoofdtoon ontvangt. Dat is een bekeerde man, zo hoort u; dat is een bekeerde vrouw. Vergissen wij ons niet, dan denkt men daarbij aan een persoon, die een godvrezend leven leidt. Meestal bemerkt u in zo'n gesprek ook een stille bewondering over de geweldige omzetting, die in het leven van deze mens heeft plaatsgevonden. Een heimelijke voorkeur speelt door de conversatie heen voor de plotselinge, opzienbarende bekering. Over het geloof hoort men doorgaans niet zo veel. Op catechisatie althans, wanneer wij de vraag stellen, hoe komt een mens tot God, dan is het strijk en zet als antwoord gegeven: een mens moet bekeerd worden.


Orde
Luisteren wij naar de Heidelbergse Catechismus, dan is de orde daar heel duidelijk geloof en bekering. Vanwaar komt zulk een geloof, vraagt op een gegeven moment Zondag 25. Van de Heilige Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie. In het vervolg van het leerboek komt dan de bekering aan de orde. Wij herinneren ons een passage uit een dogmatiek van Bavinck. Deze schrijft, dat wij het geloof moeten zien als verlichting van het verstand en de bekering als verandering van wil. Hij wil deze twee — geloof en bekering — uitdrukkelijk niet scheiden en het komt ons voor, dat zulks juist is. Bij geloofdenken wij aan een boom. Die staat vast geplant in de aarde. Maar door het binnenste van de stam heen gaat het merg en levenssap, dat de boom in de aarde voedt, jaar in en jaar uit. U kunt dat stille proces niet zien, maar het is er wel degelijk. Zo is er nu ook een band van het geloof met het Woord van God. Door het getuigenis van de Heilige Geest in ons hart houden wij Gods Woord voor waarachtig. Wij klemmen ons aan het Woord vast. Wij beamen het Woord in zijn veroordelende zijde, maar wij buigen ons ook voor het Woord als het ons in genade vrijspreekt van schuld om Jezus' wil.

Bij bekering daarentegen denken wij aan de boomschors, de bladerengroei, de levenskracht van de boom. Het uitwendige proces vertolkt het inwendige. Je ziet soms in een park een dorre boom staan. Hij maakt een doodse indruk. Geen bladeren meer, de boswachter met zijn kennersblik oordeelt hem dood. Alles daaraan is ook ter ziele gekomen. De levenssappen vloeien niet meer door de stam, er zijn overal rottingsverschijnselen.
Samengevat zouden wij dan kunnen zeggen, dat geloof het innerlijke proces is. De band met God en Zijn Woord. Wij kunnen ook zeggen: het geloof is de ademhaling in het Woord. De bekering daartegenover is het uiterlijke proces. De polsslag, de levenswandel. De openbaring van dat geloof naar buiten.


Geen scheiding
Er is heel wat gediscussieerd over de vraag, wat er nu eerst is: geloof of bekering? Leert een mens eerst geloven of gaat hij zich eerst bekeren? Wij zijn van mening, dat wij dat tweetal niet los van elkaar moeten maken. Als wij dat wel gaan doen en de bekering uit het oogpunt van tijd bezien vóór het geloof gaan plaatsen, komen wij onherroepelijk in remonstrantse wateren terecht. Want dan wordt de bekering iets wat wij zelf moeten presteren vanuit onze oude mens. Dan maken wij de bekering los van het geloof als een werk van de Heilige Geest, waardoor ons alleen de vernieuwing kan worden geschonken. Het komt er dan op aan, allerlei plichtplegingen te eisen op grond waarvan de Heere ons verlossen moet. Wij kunnen daarin blijven hangen, soms levenslang. In de grond der zaak hangt het dan af van onze inwilliging der genade. De diepste motivering is dan werkelijk hoogmoed, omdat wij in de echte zin des Woords nooit verootmoedigd werden en schuldenaar voor God begonnen te zijn. Neen, wij willen voluit een bijbelse koers varen en stellen, dat bekering plaatsvindt dóór het geloof. En dat alles in gerichtheid op en betrokkenheid op het grote werk der verlossing, door de Heere Jezus Christus volbracht. Geloof is om zo te zeggen het zaad, bekering door de vrucht uit dat zaad gegroeid.


Voorbeeld
Het is misschien een heel waagstuk, maar wij willen toch eens een gewoon voorbeeld geven uit de praktijk. Het gebeurt ons meer dan eens op catechisatie, dat jongens op de valreep nog wat na blijven praten. Het gesprek komt dan vaak op heel intieme dingen, waar ze thuis niet zo openlijk over durven praten. Vaak gaat het dan over liefde, huwelijk en het seksuele leven. Catechisatie wordt dan zielzorg. Jongens brengen het gesprek dan ook wel eens op dit of dat meisje. Wij bemerken dan al gauw, dat ze in vuur en vlam staan voor dit of dat meisje. Vaak is het kalverliefde. Maar helemaal niet zo zelden merk je een vonk in de harten. Ze vertellen openlijk, dat ze deze of gene een aardig meisje vinden. Ze ontmoeten haar bij deze club of op die vereniging. Ze fietsen eens langs haar woonhuis, staan eens op wacht aan het einde van de werktijd bij haar werkkring. Wat doet een jongen al niet om het meisje van zijn keuze te ontmoeten? De vonk van de liefde gloeit, maar het duurt altijd nog wel even, voordat het contact is gelegd. Welnu, in die orde moet u nu zien geloof en bekering. De binnenkant werkt door naar de buitenkant.


Moody
De kerkgeschiedenis kan in dit opzicht ons ook een steun geven. De Heere geeft ons levenslessen in de levensbeelden van grote persoonlijkheden. Wij merken ze doorgaans veel te weinig op, omdat wij tegenwoordig zo schaars en slordig lezen. Maar het komt ons voor, dat het goed is, u een blik te gunnen in het leven van een paar grote geloofshelden. Welnu dan, de lectuur van Bijbelse personen zou in dit opzicht ook reeds voldoende blijken, maar wij bemerken de contouren daar dikwijls te weinig. In biografieën is dat anders. De bijbelse waarheden komen daar openlijk aan de dag. Neem nu eens Dwight Lyman Moody, de grote Amerikaanse prediker. Hij werd geboren in 1837 uit een puriteinse familie. De opvoeding, die de jonge Moody ontving, was streng en ouderwets. Het godsdienstig leven van het gezin was weinig ontwikkeld. De band met de kerk werd aangehouden, maar feitelijk was dit niet meer dan een gewoonte. Elke zondag, wat voor weer het ook was, liep het gehele gezin tweemaal over een afstand van anderhalve mijl naar de kerk, terwijl de kinderen na de ochtendkerkdienst nog de zondagsschool bezochten. Dit was een regel, die geen uitzondering had. Verder ging de godsdienstige opvoeding echter niet. Moody wist vrijwel niets van de Bijbel en de godsdienstige waarheden van het christendom waren hem vreemd. Het is wel merkwaardig, dat dit in een gezin, dat zo trouw de kerk bezocht, kon voorkomen. Maar een feit is het, dat hij eens als jonge man van zeventien jaar in zijn Bijbel het boek Daniël niet vinden kon.


Kerkgang
Hoewel Moody in de eerste jaren van zijn leven succes had in zaken en volharding toonde in het streven naar een doel, ja zelfs misschien wel miljonair had kunnen worden — God had iets anders met hem voor. Hij bleef immer trouw in de kerkgang en nam ook deel aan een bijbelkring. In die kring had hij het niet gemakkelijk. Hij had een levendige belangstelling voor de bijbel, maar zijn kennis was minimaal. Soms wist hij de eenvoudigste dingen niet, waarover de andere deelnemers soms met moeite hun vrolijkheid konden verbergen. De leider van de kring zag evenwel in deze belangstellende jongen iets, wat aan de anderen ontging. Hij voelde, dat hij eens met hem praten moest. In dat gesprek vertelde de leider hem, dat Jezus Christus hem liefhad en dat Hij verlangde, dat Moody Hem zou liefhebben. Dat was alles, maar deze woorden vielen in een toebereid hart. Dit onderhoud was het keerpunt in het leven van Moody. Het was geen geweldige gebeurtenis, die ook door zijn omgeving werd opgemerkt. Het was slechts het vaste voornemen van een jonge man, in wiens leven de godsdienst nooit meer dan een goede gewoonte was geweest, om voortaan niet meer zichzelf te leven, maar Christus. Het dienen van God werd hem een levensbehoefte en een voortdurende bron van vreugde. Zijn kennis van de Bijbel en van de geloofsleer was intussen nog ver beneden middelmatig. Zo mager was deze, dat toen hij geloofsbelijdenis wilde afleggen, de kerkeraad bezwaar had, hem als lidmaat van de kerk toe te laten. Het blijkt evenwel, dat toendertijd in Moody reeds leefde angst voor zijn toestand. Hij heeft zichzelf leren zien als zondaar. Hij haat de zonde en streeft naar heiligmaking. Heeft berouw en is voornemens de zonde te verzaken; gevoelt dat alleen in Christus zijn zonden kunnen worden vergeven. Leest de Schriften, volhardt in het gebed. Bij een later geloofsonderzoek is Moody vastbesloten, voor altijd aan de zaak van Jezus Christus trouw te blijven. Het doel van zijn leven is, zijn eigen wil op te geven voor God. Natuurlijk moeten wij ons van zijn geestelijk leven geen overdreven voorstellingen maken. Hij was nog maar een beginneling. Maar hij was bij het doel van zijn leven bepaald geworden en hij had de richting gekozen, waarin hij voortaan gaan zou. Hij had de vaste grond gevonden, waarin zijn anker eeuwig hechten zou. Hij had slechts één verlangen: zijn nieuwe Meester te volgen en te dienen.


Kernen
Vragen wij naar een paar vaste patronen in dit leven, dan is daar allereerst het Woord van God, reeds vroeg in de kerk gehoord. Vervolgens een persoonlijke toespitsing, zo u wilt een centrale toenadering tot het Woord, een overgave met hart en ziel in grote ernst aan Christus gedaan en dan daaromheen een uitwaaiering van arbeid in grote betrokkenheid op Christus gedaan en levenslang volgehouden. Er valt om zo te zeggen een steentje in de vijver en daaromheen vormen zich concentrische cirkels van steeds grotere reikwijdte. Geloof en bekering — het is aanhechting aan Christus en uitstraling voor Christus. Het is een middelpuntzoekende kracht. Toewending naar het Woord in schulderkentenis, berouw en gebed. Maar daarbij behoort ook een middelpuntvliedende kracht: eigen leven voor Christus op het altaar te leggen. Tussen die twee krachten bestaat een balancerende beweging. Telkens weer een beweging naar binnen, in boete, in gebed, in onderzoek van het Woord, in stilte, in retraite, in overgave aan de Heere. En dan weer een beweging naar buiten om trouw te blijven aan het eens gestelde doel, met vernieuwde kracht opnieuw te beginnen. Het is een sterven aan zichzelf en een leven voor Christus. Bavinck heeft gelijk: verlichting van het verstand door het Woord en een verandering van wil door Christus.


Nommensen
Tegenover een Angelsaksisch geloofstype plaatsen wij nu een Duitse geloofsheld, Ludwig Ingwer Nommensen, de apostel der Batakkers. Toegegeven, het revivalelement is in zijn leven veel minder. Opmerkelijk is evenwel ook hier reeds vroegtijdig het zoeken naar de dingen, die Boven zijn. Het betrokken zijn op het Woord, omdat eens te mogen prediken. Een gehecht raken aan de beloften Gods in het Woord. Tengevolge van een ernstig ongeluk moest Nommensen meer dan een jaar op bed doorbrengen. Hij las veel in de bijbel en op zekere dag werden zijn.gedachten bepaald bij de belofte van Jezus: Zo gij iets zult begeren in Mijn naam. Ik zal het doen. Zou hij, die alle hoop op herstel had opgegeven, nog genezen kunnen worden? De jongen klampte zich echter met heel zijn ziel aan het gelezene vast en begon nog vuriger dan voorheen om genezing te bidden, er de belofte aan toevoegende, dat, wanneer God zijn gebed zou verhoren, hij tot de heidenen zou gaan, waarvan zijn vrome meester op school hem vroeger zoveel verteld had. De Heere verhoorde het gebed woordelijk en Nommensen zag in dit alles de bijzondere leiding Gods, waardoor het verlangen om zendeling te worden in zijn hart bevestigd werd.


Geduld
Nommensen moet evenwel door vele levenservaringen heen leren, dat één van de voornaamste dingen, die God van een zendeling verlangt is: een onverwoestbaar vertrouwen en een geduldig wachten tot het Hem behaagt zijn wil uit te voeren. In het leven van deze man zijn telkens uren aan te wijzen van diepe vertwijfeling, gevolgd door bijzondere vertroostingen, maar in alles een aankleven aan Gods beloften. De geloofsovertuiging rijpte bij Nommensen langzaam maar zeker door vele beproevingen heen. Indrukwekkend is ronduit de geloofsovergave, die hij schrijft in zijn dagboek. 'Nu wil ik U mijn leven, mijn tijd, mijn lichaam, mijn ziel en mijn krachten en alles wat Gij mij gegeven hebt, wijden. Mijn Heere en Koning, Koning van alles wat bestaat, leid mij, neem mij aan en behoed mij. Uw knecht, die een geringe van deze wereld is, opdat de wereld mij niet verkeerd kan leiden, als ik U zou willen verlaten en de satan mij tot zonde zou willen verleiden. Schud dan mijn geweten dag en nacht wakker. En als ik dan niet op Uw leiding en roepstem acht zou slaan, gebruik dan ziekte of alles, wat u goeddunkt, totdat ik terugkeer en aanbiddend aan Uw voeten om genade nederval!'


Energie
Die binnenkant van onvoorwaardelijke overgave en toewijding aan 's Heeren zaak wordt bij Nommensen gevolgd door een buitengewoon beleid en bestuur inzake de zending. Hij bezat een warm hart, maar een koel nadenkend hoofd. De biografie van Nommensen doet ons versteld staan van het nuchter inzicht en wijs doordenken van de problemen, waarvoor hij zich zag geplaatst. Het geloof, de verlichting van het verstand door Woord en Geest en de bekering, de verandering van wil, maakte hem geen aardse dromer, of zwevende idealist. Ook hier treft grondige mensenkennis ons, diepe realiteitszin, betrokkenheid op de gewone dingen van de dag. Wij herhalen: ook bij hem is er telkens weer een gang naar binnen, een vernieuwing van het levensverband met de Heere, een zoeken van de stilte. Wij mogen ook zeggen: een afdalen in erkentenis van eigen schuld en zonde. Maar daarnaast een gang naar buiten. Een opeisen van de eer des Heeren. Een opstanding van de nieuwe mens. Het kennen van Gods heil, vreugde over Gods heil en lust en liefde om uit Gods kracht te leven.


Slot
Geloof en bekering — wie die twee scheidt, valt diep. Wie geloof losmaakt van bekering, valt in de strik van illusionisme, verstandsgeloof en guiëtisme. Wie enkel bekering benadrukt, struikelt spoedig weg in het ravijn van remonstrantisme en activitisme. Het is als met het uurwerk en de wijzers. Wat hebt u aan een uurwerk zonder wijzers? Wat hebt u aan wijzers zonder uurwerk. Het eerste is blinde kracht. Het tweede is holle kracht. Beide zijn op elkaar betrokken. Ook hier moet gelden: Wat God heeft samengevoegd zal de mens niet scheiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geloof en bekering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's