Het aangrijpende van de secularisatie
Indrukwekkend is altijd weer het eerste hoofdstuk van de Klaagliederen van Jeremia. 'Jeruzalem klaagt en smeekt om hulp', zo luidt het opschrift.
De stad, die eens zo vol volks was, is als een weduwe geworden. (vs. 1)
De wegen van Sion treuren omdat er niemand (meer) op het feest komt. (vs. 4)
Jeruzalem is, in de dagen van haar ellende en van har veelvuldige ballingschap, 'gedachtig aan al haar gewenste dingen, die ze van oude dagen af gehad heeft' (vs. 7). De vijanden spotten met haar rustdagen.
Het meest aangrijpende is nog wel, dat de geestelijke leiders het vol bedriegen. Maar intussen zoeken 'de priesters en de oudsten' zelf naar voedsel 'om hun ziel te verkwikken', maar ze vinden het kennelijk niet en geven de geest. (vs. 19). Calvijn zegt hierbij, dat de nood, die de profeet beschrijven wil, wel uitermate groot moet zijn geweest. Als zelfs de priesters en de oudsten, die normaal gesproken aan voedsel geen gebrek hebben, wegens langdurig gebrek naar voedsel zoeken moeten is het wel heel erg.
De voortdurende klacht in dit hoofdstuk is evenwel, dat het volk Gods troost zoekt, maar het niet vindt. Het volk Gods is als een weduwe, die geen troost vindt.
Het opvallende is overigens, dat geen program voor herstel van de deplorabele toestand wordt gegeven.
'Sion breidt haar handen uit, maar is geen trooster voor haar.' (vs. 17).
'Zij horen dat ik zucht, maar ik heb geen trooster.' (vs. 21).
Het meest aangrijpende is dus, dat Jeruzalem zelf, het volk Gods, geen trooster heeft en dat 'priesters en oudsten' zelf op zoek zijn naar brood, maar het niet vinden. Ze geven daarbij de geeft.
Onze tijd
Er is niets nieuws onder de zon. Wat er vandaag is, is er ooit al geweest. zegt de Prediker. Daarom zijn de schriften altijd actueel. Ook de eigen tijd mogen we leggen tegen het lamplicht der Schriften, ook van de Klaagliederen. Bij het licht van het eerste hoofdstuk van de Klaagliederen zien we ook onze eigen tijd in profetisch licht.
Geldt ook van onze tijd niet, dat de wegen naar Sion treuren, omdat er geen feestgangers meer zijn? Het is aangrijpend als we zien hoe in de grote steden – en zijn die niet de voorboden voor het hele land? – het aantal mensen, dat opgaat naar het feest van de verkondiging, uitermate gesmaldeeld is. De vijanden spotten – niet eens meer luidop – om haar rustdagen. Het is nog slechts een amechtig hoopje volks, dat samenkomt.
De grote steden zijn in de Schriften de spiegels van de cultuur en ook van het godsdienstige leven. Daarom is het zinvoller om de geestelijke thermometer vandaag dáár aan te leggen, waar het bruisende volksleven – in de grote steden dus – aanwezig is, dan daar, waar traditiegetrouw het volk nog wel te hoop loopt.
De secularisatie is aangrijpend. Dat blijkt vooral in de grote steden.
Ook voor vandaag moeten we er dan echter, bijbels gezien, wèl rekening mee houden, dat 'priesters en oudsten', óók in de grote steden vandaag, maar evenzeer in het geheel van ons ontkerstende land, zèlf naar voedsel zoeken maar het niet vinden. Ze geven zelf de geest. Dát nu is hóógst aangrijpend. Dat betekend vooral ook, dat Jeruzalem zonder troost is. Dat het volk Gods treurt als een weduwe. Daarover moeten we niet gering denken. Want het volk Gods is de kurk der samenleving. We zijn in het algemeen geneigd om de secularisatie vooral dáárom ernstig te nemen, omdat er zovelen zijn, die niet meer op het feest komen. Maar we vergeten al te vaak, dat het volk Gods zelf als een weduwe wordt. Zonder troost!
En toch – zo leert ons Klaagliederen 1 – bidt en zucht het volk Gods vanwege dit verval van Jeruzalem. Jeruzalem is symbool van het hele volk. Ten diepste ligt hier zelfs, bij het volk dat zelf ongetroost is, de enige uitweg uit de nood. Alle programma's mislukken. Er is nog slechts de uitweg van de uitgebreide handen. Dat lijkt een machteloos gebaar. dat ìs het ook. Maar in de machteloosheid van die gevouwen handen ligt evenwel nochtans de uitweg uit de geestelijke ontreddering. Want ook na Jeremia's klaaglied – dat leert de Historie – zijn er ook andere tijden gekomen.
Lijdelijk en actief
Als we geloven en belijden, dat alleen door het geloof in Christus de mens wordt gered van het eeuwig verderf, dan kan ons de keel worden afgeknepen als we rondom ons zien, als we zien hoevelen wankelen ten dode. Aangrijpend is dat. Maar niet minder aangrijpend is het, als in de maalstroom van de secularisatie, het volk Gods verdort, geen troost meer krijgt, verlangend is naar 'de dagen van ouds'. Bij alle programs, die ook vandaag worden ontwikkeld om boven de geestelijke ontreddering uit te komen, mag niet uit het ook mag worden verloren, dat ook vandaag het volk Gods zucht. De breedte van het getuigenis zal niet mogen gaan ten koste van de diepte ervan, ook naar binnen toe. De binnenkamer van het geloof is er ook nog. Treurigen zullen worden vertroost. Daarin ligt ten diepste zelfs het geheimenis van de gemeente, juist ook, als het goed is, met het oog op de samenleving.
Het mag voor al diegenen, die dag in dag uit zwoegen om de boodschap ook vandaag te brengen in de heggen en de steggen (van de grote steden en de dorpen) een bemoediging zijn als ze weten, dat er een biddend front achter hen staat. Dan kan ook het geval zijn in een gemeente. Eén enkele vrouw, één enkele man kan de nood van een gemeente op de ziel gebonden krijgen en voor God in het krijt treden, b.v. met het oog op de aankomende jonge generatie. Zulke mensen zijn als profetessen en profeten. Ze hebben iets van de gestalte van de weduwe uit de Klaagliederen. Ze zijn van onschatbare waarde. Dit alles laat onverlet de moeite en de soms uitzichtloze activiteit van de zwoegers in de sloppen van de steden en de dorpen, die er dag in dag uit op uit trekken om de boodschap aan de man en de vrouw te brengen. Ooit zei de broer van Godfried Bomans – een kloosterling – dat zij werk bestond uit gebed voor diegenen, die het te druk hadden om te bidden.
Voor het volk
Intussen staat in hoofdstuk 1 van de Klaagliederen de weduwe voor geheel Jeruzalem. Jeruzalem klaagt en smeekt om hulp. De klacht van de weduwe vons in die oudtestamentische tijd plaats in het kader van gehéél Jeruzalem, van gehéél het volk. Als we dit beseffen, ervaren we temeer hoe schrijnend het is, dat we het geheel van het volk grosso modo vaak hebben prijsgegeven, opgedeeld als we zelfs zijn in onderscheiden kerkelijke denominaties, die ieder voor zich ijveren voor eigen gelijk en voor eigen lijfsbehoud.
In de vorige eeuw heeft – om een voorbeeld te noemen – met name Groen van Prinsterer er innerlijke moeite mee gehad om de openbare school prijs te geven en het onderwijs te verbijzonderen. Over diens geestelijke strijd moeten we niet gering denken. Hoe dankbaar we ook mogen zijn dat Groen de kampioen voor het christelijk onderwijs is geworden, feit is, dat hij eengrote innerlijke strijd heeft gekend vanwege het in feite loslaten van het volkskind. De oud-gereformeerden hebben dat ideaal nog het langst bewaard. We zijn echter vandaag vele stappen verder. We hebben de verbijzondering van het onderwijs, en niet alléén van het onderwijs, verder voortgezet en zijn daardoor het zicht en de greep op het volk goeddeels kwijtgeraakt. En intussen is de secularisatie aangrijpend! Men kan zelfs het bange vermoeden hebben, dat de instituties, die in korte tijd als paddestoelen uit de grond zijn gekomen, wel eens de laatste schansen zouden kunnen zijn, die overigens óók op breken staan. Want het gaat om het volk. En de vraag is of het volk nog bereikt wordt.
De volkeren zullen de Naam des Heeren loven! Dat is de doorgaande lijn van bijvoorbeeld de psalmen. We zien echter in onze tijd, dat de verbijzondering de vloedgolf van de secularisatie niet heeft kunnen keren. En daarom gaat het opnieuw om de profetie, om de zucht en de klacht van de weduwe, terwille van geheel Jeruzalem, nieuwtestamentisch: van héél het volk.
Ook vandaag zijn er, Gode zij dank, wachters op Sions Muren. Ze klagen met Jeremia mee. Ze zijn begaan met het volk en steunen daarom wél en van harte alle bezig zijn om het Woord Gods ingang te doen vinden in het volksleven.
Zij zijn de voorboden van een nieuwe opwekking, die komen gaat, naar Gods belofte. Zij zijn het, die staan achter alle pogen om het Woord Gods in te brengen in het volksleven. Zij verbizonderen zich zelf niet maar staan — kwetsbaar — open naar het gehéél van het volk. 'Och dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt.'
De Klaagliederen eindigen dan ook met deze indrukwekkende bede: 'Heere bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn. Vernieuw onze dagen als vanouds.
Want zoudt Gij ons geheel verwerpen? Zoudt Gij zozeer tegen ons verbolgen zijn?'
De secularisatie is zó aangrijpend, dat alleen bede tot herstel overblijft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's