De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omgaan met het Oude Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgaan met het Oude Testament

De les van Hanegraaff en Jagersma

15 minuten leestijd

Aanleiding
Aanleiding voor dit artikel is de verschijning van twee boeken. Het eerste is geschreven door ds. J. Hanegraaff. Het draagt als titel De voortgang van het Woord in Tenach en Septuagint. Daarmee is zijn trilogie Met de Thora is het begonnen voltooid (1). Aan deze oecumenische inleiding in het Oude Testament heeft hij zeven jaar gewerkt. Daaraan ten grondslag liggen de lessen die hij gegeven heeft voor de cursus Theologische Vorming van gemeenteleden te Kampen. Deze trilogie is een indrukwekkend geheel. Ooit is gesproken over 'de schatkamer van Hanegraaff'. Een rake typering. Gezien de beperkte omvang van dit artikel kunnen we nu niet komen tot een volledige evaluatie van zijn werk. Maar het is zeker de moeite waard er kennis van te nemen en op onderdelen te raadplegen. Want het is uniek in zijn soort. Nu willen wij de vraag stellen wat wij in positieve zin van hem kunnen leren en op welke punten wij hem beslist niet kunnen volgen. Wat is dus de les van Hanegraaff? Niet zonder weemoed vermelden wij dat hij kort na de voltooiing van zijn werk op 22 maart jl. is overleden.
Het tweede boek bevat een keus uit reeds eerder gepubliceerde artikelen van professor Jagersma (2). Het werd hem aangeboden ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Nederlandstalige Afdeling van de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel. Deze bundel bevat studies over getallen, teksten, verhalen en geschiedenis van het Oude Testament. Vijftien jaar heeft Jagersma in Brussel gedoceerd. Het is goed om dan de balans op te maken. Jagersma geeft in deze bundel zelf de richting aan waarin wij de betekenis van zijn werk moeten zoeken. De Bijbel verhaalt geschiedenis. Maar wat zijn nu de exacte feiten geweest? Deze vraag stelt hij telkens weer aan de orde. Ik denk aan zijn Geschiedenis van Israël in twee delen, een algemeen erkend en gewaardeerd studieboek dat ook in het Engels werd vertaald. En verder aan zijn driedelige commentaar op het boek Numeri, verschenen in de serie De prediking van het Oude Testament. Het blijkt ook uit de dissertaties die onder zijn leiding tot stand zijn gekomen. Hier kunnen wij dus dezelfde vraag stellen: wat is de les van Jagersma?
Nu willen wij het werk van Hanegraaff en Jagersma niet over één kam scheren. Er moet nu eenmaal verschil in niveau zijn tussen het doceren aan een universiteit en les geven aan belangstellende gemeenteleden. Ondertussen onderschatte men niet de moeilijkheidsgraad van de boeken van Hanegraaff. Als een enthousiaste ontdekkingsreiziger weet hij boeiend te vertellen wat hij allemaal op zijn soms eenzame speurtochten is tegengekomen. Je kunt het ook niet in één keer in je opnemen. Daarom is het goed dat je het nog eens kunt nalezen. Jagersma daarentegen gaat nuchter en kritisch zijn weg. Hij verzamelt de ter zake doende gegevens, analyseert ze en trekt dan zijn conclusies. Maar wat beiden gemeen hebben is hun interesse in wat feitelijk is gebeurd.

De 'Geschiedenis van Israël' als academisch vak
Jagersma heeft zijn gedachten over dit onderwerp helder geformuleerd in het artikel 'Noodzaak en betekenis van de "Geschiedenis van Israël" als academisch vak'. Het is volgens hem 'een onmiskenbaar gegeven', dat in het Oude Testament niet de historische feiten op de voorgrond staan. De heilige woorden spelen een veel grotere rol. Zelf zegt hij het zo: 'Niet dat, wat er historisch precies is gebeurd, staat in het middelpunt, maar de relatie tussen God en mensen. Om deze relatie weer te geven, maken de auteurs van de Bijbel soms gebruik van historische gegevens, zonder zich er al te veel over te bekommeren of deze historische feiten altijd juist worden weergegeven. De bestudering van het vak 'Geschiedenis van Israël' brengt dit alles aan het licht en behoedt ons daarmee voor een gevaarlijke ontsporing, namelijk om de Bijbel als een geschiedenisboek te lezen. In de loop van de tijd hebben we wel geleerd tot welke rampzalige gevolgen een dergelijke optiek kan leiden' (93 v.).
Wat Jagersma daar precies mee bedoelt, wordt duidelijk aan het slot van zijn artikel. Predikanten en godsdienstleraren krijgen steeds meer te maken met mensen die van de Bijbel vervreemd zijn. Eén van de vele oorzaken die tot deze vervreemding hebben geleid, is het lezen van de Bijbel als een 'geschiedenisboek'. Dat kan – aldus Jagersma – zo licht de gedachte wekken dat 'alles zoals het er staat precies zo en echt gebeurd moet zijn', met als conclusie 'en dat kan niet, dus het is allemaal nonsens' (96). Daarom vindt hij de bestudering van de 'Geschiedenis van Israël' juist ook met het oog op het apostolaat in onze 'postchristelijke wereld' een zaak van belang.
We kunnen moeilijk hier iets anders constateren dan dat Jagersma in het letterlijk nemen van de Bijbelse geschiedenis een groot kwaad ziet dat ons naast andere faktoren heeft opgezadeld met het probleem van de 'Godsverduistering' in onze tijd.

De facta en dicta
Jammer genoeg laat Jagersma in zijn artikel het vraagstuk van de verhouding tussen de facta (de feiten) en de dicta (de dingen die gezegd zijn, de getuigenissen) verder rusten. Want de positie die men op dit punt inneemt, geeft aan welke waarde men toekent aan de historische betrouwbaarheid van het Oude Testament.
De probleemstelling in deze vorm is voor het eerst geformuleerd door de bekende Duitse oudtestamenticus Gerhard von Rad. Volgens hem roepen de dicta een heel ander beeld op van de geschiedenis van Israël dan de conclusies waartoe het onderzoek van de facta heeft geleid. Wat ons altijd als de 'Bijbelse geschiedenis' is verteld, is niet de historische werkelijkheid, maar een theologische interpretatie van bepaalde gebeurtenissen, sociaal-economische structuren en religieuze gebruiken. Zulke elementen, waartussen op zichzelf genomen nog geen enkele samenhang hoeft te bestaan, worden met elkaar verbonden en verwerkt tot een geloofsge­tuigenis. In die geloofsgetuigenissen zijn weer verschillende typen aan te wijzen, al naar gelang hun thematiek. Zo nemen bij Hanegraaff de 'deuteronomist' en de 'chronist' een belangrijke plaats in. Karakteristiek voor de eerste is het thema van het volk van God onderweg, voor de tweede de stad van God met haar cultus en priesterschap. Beide typen vindt hij terug in de twee polen die het spanningsveld in het hedendaagse rooms-katholicisme bepalen. De opvatting van de kerk als ecclesia reformata quia reformanda (de kerk is hervormd omdat zij hervormd moet worden) staat vierkant tegenover de opvatting die de kerk exclusief belichaamd ziet in het ambtelijk kader van paus, bisschoppen en priesters. Vaticanum II als tegenhanger van Vaticanum I. De overheersing van de tweede visie noemt Hanegraaff — met een zinspeling op 'chronist', de 'theoloog' die zijn stempel gezet heeft op de boeken I en II Kronieken, Ezra en Nehemia — een 'ana-chronisme'. Omgekeerd nemen bij Hanegraaff zijn dogmatische opvattingen geleidelijk aan een steeds grotere plaats in. Ik denk aan zijn visie op de schriftelijke en mondelinge traditie en op de verhouding tussen enerzijds de Wet en de Profeten en anderzijds de Geschriften. Zij vertoont duidelijk een katholieke structuur. Zowel in de synagoge als in de (katholieke) kerk wordt de Schrift verklaard door de mondelinge traditie. De 'wijsheid van de volken' uit de Geschriften (b.v. de boeken Spreuken en Prediker) staan tegenover de Wet en de Profeten als de natuur eii de bovennatuur in het rooms-katholieke leersysteem.
Bij Jagersma kunnen wij zien tot welke resultaten de toepassing van Schriftkritische constructies leidt. Zo is het z.i. heel goed denkbaar dat Abrahams pleidooi voor 'Sodom' verstaan moet worden in het licht van de verwoesting van Jeruzalem in 587/586 v. Chr., dateren de teksten over de tienden in Leviticus en Numeri uit de tijd van de ballingschap en is Jericho nooit door Jozua veroverd.

De Bijbelse geschiedenis geen geschiedenis?
Het is m.i. zeer de vraag òf er zich wel een tegenstelling laat construeren tussen de facta en de dicta. Raakt men niet zo verstrikt in zijn eigen problematiek? Want het aanbrengen van onderscheidingen houdt niet op. Daardoor vermenigvuldigen zich de beelden van de 'geschiedenis van Israël' die door de facta worden opgeroepen. Dat levert wat betreft de oorsprong van Israël de volgende beelden op: Er waren wel patriarchen. Er waren geen patriarchen. Er zijn nooit stammen in Egypte geweest. Er zijn enkele stammen in Egypte geweest. Niet alle stammen hebben een exodus beleefd. Niet alle stammen waren betrokken bij de verbondssluiting op de Sinaï. Niet alle stammen hebben deelgenomen aan de intocht. Enzovoort, enzovoort. Ook in de dicta meent men weer verschillende beelden te herkennen: Er is de God van de aartsvaders. Er is de God van de uittocht. Er is de God van de Sinaï. Enzovoort, enzovoort. Daarbij zou ik nog de volgende opmerkingen willen maken:
1. M.i. ligt de kracht van de dicta in de facta. Nog sterker: zouden de dicta niet verloren zijn gegaan als zij niet verbonden waren geweest met bijzondere gebeurtenissen, die toen zij plaats grepen, ook als zodanig werden herkend? De facta verifiëren de dicta. Wat stelt de aanhef van de Dekaloog voor zonder exodus?
2. Een ander bewijs voor het historisch karakter van de facta is hun koppeling. De daden van God in de geschiedenis van Israël staan niet op zichzelf maar vormen een reeks. De facta zijn Gods acta (handelingen). Ik kan dit nu niet verder uitwerken, maar men zie b.v. Deut. 26 : 5-9.
3. Een derde argument is de herkenbaarheid van de facta als Gods verbondsdaden. Hij geeft het verbond met Zijn volk gestalte. Hij komt op voor de Zijnen als zij worden verdrukt. Hij treft hen met Zijn oordelen wanneer zij Zijn wegen verlaten. De facta zijn dan ook te rubriceren in themata: uittocht, doortocht, intocht, land van belofte, stad van God, terugkeer.
Zijn er in de geschiedenis van Israël dan geen gebeurtenissen en ontwikkelingen aan te wijzen die op dezelfde wijze verklaard kunnen worden als de geschiedenis van de Israël omringende volken? Dat wordt door hetgeen hierboven gezegd is niet uitgesloten. Daarvan zijn ook voorbeelden te geven. Israël groeit onder David en Salomo uit tot een sterke natie, juist in een tijd dat in het Midden-Oosten een politiek machtsvacuüm was ontstaan. Een soortgelijke situatie doet zich nog een keer voor tijdens de regering van koning Josia. Déze aspecten van de facta zijn ook historisch verifieerbaar. Ze zijn te vergelijken met de pax romana, waardoor menselijkerwijs gesproken de zending in de eerste eeuw na Chr. zich in het gebied rondom de Middellandse Zee zo snel kon ontwikkelen. Maar de kracht van de zending ligt toch in het getuigenis van de Heilige Geest. Hij is metterdaad bezig het heil dat Christus heeft verworven, uit te delen aan de mensen. We moeten de geschiedenis niet seculariseren. Als feiten historisch verklaard kunnen worden, sluit dat Gods leiding niet uit. Hij is de Herder van Israël en leidt Jozef als schapen, Ps. 80 : 2.
4. Een vierde reden om het historisch karakter van de facta niet in twijfel te trekken ligt in de verbinding van belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van Israël met bepaalde personen. Reeds H.H. Rowley heeft daar de aandacht op gevestigd. Buiten Israël treft men dit verschijnsel niet aan. Zo is de uittocht uit Egypte verbonden met de figuur van Mozes, de bevrijding uit de overheersing door de Midianieten met Debora en het ontzet van Jeruzalem met Hizkia. Rowley trekt in dit verband de lijn door naar het Nieuwe Testament. Het heil dat God schenkt is onlosmakelijk verbonden met de persoon van Jezus. Daarin is Hij herkenbaar als de lijdende Knecht des Heeren uit het Oude Testament.
5. In de vijfde plaats moet hier de cultus worden genoemd. Daar worden de daden des Heeren herdacht en gevierd. Maar wat valt er te gedenken en te vieren wanneer niet teruggegrepen kan worden op concrete gebeurtenissen? Daar komt nog iets anders bij. Want waarom wordt God geprezen? Hij heeft Zijn volk keer op keer gered ondanks de zonde die het had bedreven en ondanks het oordeel dat het daarom over zich had uitgeroepen. Niemand zet zichzelf nodeloos in een kwaad daglicht. Ook dat is een aanwijzing dat wij hier te maken hebben met reële feiten.
6. Men was in Israël al vroeg bedacht op het gevaar van de valse profetie. Dat zal zeker ook geleid hebben tot een voortdurende toetsing van de dicta. Zijn ze werkelijk door God gegeven of vrome wensen van goddeloze mensen als Hananja uit de dagen van Jeremia?
7. Behalve de facta en de dicta zijn er van meet aan ook de oorkonden. De oproep tot een heilige oorlog tegen Amalek wordt op Gods bevel vastgelegd in een boek 'ter gedachtenis'. Mozes legt een lijst aan van de kampementen uit de woestijnreis. De Heere Zelf schrijft met Zijn vinger Zijn Wet op twee stenen tafelen. Von Rad heeft bij zijn formulering van de tegenstelling tussen de facta en de dicta de oorkonden buiten beschouwing gelaten. Mede daarom kan zijn hypothese ons niet overtuigen. In Israël zijn Gods heilige daden, de heilige woorden en de heilige schriften nauw met elkaar verbonden. Tezamen vormen zij Zijn wegen, Zijn openbaring, Zijn Thora.

Wat is nu de les?
Hanegraaff en Jagersma hechten grote waarde aan de geschiedenis van Israël en hebben daar veel onderzoek naar gedaan. Dat is hoog te waarderen in een tijd waarin van de Amsterdamse school een grote aantrekkingskracht is uitgegaan. In zo'n klimaat is eigenlijk alleen interessant (en maatschappelijk relevant) de geschiedenis die een tekst hier en nu maakt, niet de geschiedenis van het verleden waarop zij teruggrijpt.
Wat vooral bij Hanegraaff duidelijk wordt is dat bijbelwetenschappers geen vakgeleerden zijn die — anders dan b.v. dogmatici — werken met 'objectieve gegevens'. Reeds daarom verdient zijn trilogie onze aandacht. Ter illustratie het volgende voorbeeld. Nog steeds wordt de inleidingswetenschap van het Oude Testament beheerst door de zgn. bronnentheorie: de vijf boeken van Mozes zijn een samenvlechting van vier bronnen, de Jahwist (afgekort tot J), de Elohist (E), Deuteronomium (D) en het Priestergeschrift (P). Zo rekent men b.v. de offerwetgeving uit Leviticus tot P. De tekst suggereert wel een mozaïsche oorsprong, maar in werkelijkheid dateert zij uit of na de ballingschap. En dat is duizend jaar later. Welnu, deze bronnentheorie is verbonden met de naam van J. Wellhausen, die op zijn beurt onder invloed stond van Hegel, de voornaamste vertegenwoordiger van de filosofie van het Duitse Idealisme.
Bij Jagersma vallen de zorgvuldigheid en het geduld op waarmee hij de teksten exegetiseert. Hij is niet uit op snelle, spectaculaire resultaten. Ze lijken op het eerste gezicht vaak mooi. Maar bij nader toezien valt er vaak veel op af te dingen.
Als negatief ervaren wij de doorwerking van theologische opvattingen die wij niet kunnen rijmen met het getuigenis van de Bijbel. Of staren we ons blind op de splinter in andermans oog vanwege de balk in ons eigen oog? Daarover nog een opmerking tot slot. Mag ik zeggen een les voor ons?

Bijbelgetrouwheid in een tijd van 'Godsverduistering'
Als ik Jagersma goed heb begrepen ziet hij het letterlijk nemen van de geschiedenis die de Bijbel ons verhaalt als één van de vele oorzaken waardoor mensen van de Bijbel 'vervreemd zijn of raken' (96). Leidt Bijbelgetrouwheid tot wat wij tegenwoordig 'Godsverduistering' noemen? Inderdaad, dode orthodoxie schrikt mensen af. Maar is de orthodoxie als zodanig, dodelijk?
Zoals hierboven is uiteengezet zijn in het Oude Testament de facta en de dicta nauw met elkaar verbonden en wordt dat nog eens door de oorkonden bevestigd. Dat geldt eveneens voor het Nieuwe Testament. Het werkelijkheidsgehalte en het waarheidsgehalte van de Schrift vallen in principe samen. Want Gòd handelt en spreekt. Met Israël. Met de volken. Met ons. Uw getuigenissen zijn zeer getrouw, Ps. 93 : 5a. Alle reden dus om onszelf bij het omgaan met de Bijbel de vraag te stellen: Waar zijn we mee bezig? Is onze Bijbelgetrouwheid niet meer dan een formeel principe? Dient de belijdenis van de Bijbel als het Woord van God alleen voor extern gebruik: een wapen in onze strijd tegen de Schriftkritiek? Laat deze belijdenis vooral ook intern functioneren: een beginsel dat inhoud geeft aan ons persoonlijk geloof. Waarheid als realiteit. Want Gòd geeft Zichzelf te kènnen. Anders slaat de 'Godsverduistering' ook onder ons toe. Of moeten we zeggen: het is al zover? Dan is juist deze belijdenis een goed medicijn. Daar fleurt het geloof van op. De vloed van het ongeloof komt opzetten met donderend geraas, maar... de Heere regeert, de Heere handelt, de Heere spreekt. Geen paniek. Daarom: de heiligheid (hier in de specifieke betekenis van onaantastbaarheid, geborgenheid, veiligheid) is Uw huis sierlijk, Heere, tot lange dagen, Ps. 93 : 5b.

(1) ds. J. Hanegraaff, Met de Thora is het begonnen, deel III, Rondom de mondelinge Traditie, 370 blz., ƒ 54,50, Uitgeverij G.F. Callenbach B.V., Nijkerk, 1990.
De ondertitel van deel I luidt 'Oecumenische inleiding in het Oude Testament' en verscheen bij dezelfde uitgever in 1988. In hetzelfde jaar kwam ook deel II uit met als ondertitel 'De voortgang van het Woord in Tenach en Septuagint'.
(2) dr. H. Jagersma, Tekst en interpretatie, Studies over getallen, teksten, verhalen en geschiedenis in het Oude Testament, 131 blz., ƒ 34,90. Uitgeverij G.F. Callenbach B.V., Nijkerk, 1990.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Omgaan met het Oude Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's