Torenspitsen-gemeenteflitsen
MIDDELHARNIS
Week in week uit mag ook in Middelharnis de gemeente samenkomen om te horen het Woord van de levende God. Dat gebeurd in een laat-gotische kruiskerk, die oorspronkelijk rooms-katholiek was. In de 15e eeuw was de hoge heerlijkheid van Middelharnis het eigendom van enige kloosters en geestelijke genootschappen (die ook het klooster of de abdij van St. Michiel te Antwerpen bezaten) en enkele particulieren. In 1465 kwam de bedijking tot stand. Een van de bezitters was Jan Ruijgerok van der Werve. De geschiedenis vermeldt niet of een van de huidige predikanten van Middelharnis ds. L.W.Ch. Ruijgrok een nazaat van hem is.
De naam van het dorp zou zijn Sint Michiel in Putten. Maar deze naam, hoewel lange tijd op officiële stukken vermeld, raakte bij de bevolking niet ingeburgerd. Het werd Middelheernisse, later Middelhamis, maar bij de Flakkeese bevolking (nog altijd) Menheerse.
Bij de uitgifte was een van de voorwaarden dat er een kerk gebouwd moest worden. Aldus geschiedde. De kerk werd gebouwd 'ter eere Gods ende sijner gebenedijder moeder Maria en de sonderlingen den Heilighen Engel Sint Michiel en Johannes den Evangelist'.
De kerk bevatte zeven altaren o.m. voor de visserij en de boeren. Twee altaarstenen bleven bewaard en doen thans dienst als stoep voor de zuidelijke ingang van de kerk. Ze zijn herkenbaar aan 5 daarin uitgehakte wijdingskruisjes.
De rooms-katholieke periode duurde van de inpoldering (1465) tot de Reformatie in 1574.
Op aandringen van ds. Van Doorn (die hier stond van 1593-1609) werden de Tien Geboden in de kerk geschilderd. Dat deed Nicolaas Stelert uit Dordrecht. De kosten bedroegen 125 Carolus guldens. In het jaar 1609 schonk de burgerlijke gemeente een glas in lood raam, met daarop het wapen van het dorp, van de baljuw, de secretaris en de schepenen. Dit raam was vervaardigd door de glazemaker Zeger van de Maas.
Tot 1795 bevonden zich in de kerk heel fraaie banken, versierd met keurige schilden, ten dienste van de regeringsleden. Halverwege de achttiende eeuw liet het onderhoud kennelijk te wensen over. Er ontstonden scheuren in de muren, de dakbedekking werd zo slecht dat er lekkage ontstond, het ongedierte veroverde de kerk (1750). In 1772 greep de diakonie in en kocht rattenkruid. Het mocht niet baten, want in 1787 bracht schipper Cornelis de Jong een ratteval mee uit Rotterdam. Dat kostte 2 gulden en 2 stuivers. Ook uilen waren kennelijk in de kerk aanwezig, getuige het feit dat er een premie werd uitgeloofd als men een uil ving.
Op 25 juni 1904 brandde de kerk af (de oorzaak was reparatie van de dakgoot). De kerkgracht was (om hygiënische redenen) aan het eind van de 19e eeuw gedempt, zodat met zeer primitieve middelen water uit de haven moest worden gehaald. Veel wat van historische waarde was is hierbij verbrand. Helaas ging 44 jaar later (30 december 1948) de kerk voor de tweede keer in vlammen op. Kwamen 's morgens om 10 uur de eerste rookslierten uit het dak van het koor, om 12 uur stortte het hele gebouw in. Uit het brandende gebouw wist men de beide leuningen van de kansel, de kanselbijbel, het doopvont en het complete archief (waarvan het oudste stuk uit 1484 dateert) te redden. Op 2 april 1952 werd de kerk weer in gebruik genomen.
Bij beide branden bleef de toren behouden. Deze toren bezit een zekere faam, daar de schilder Meindert Hobbema in 1689 een schilderij heeft vervaardigd 'Het laantje van Middelharnis'. Dit bevindt zich thans in de National Gallery te Londen. Hierop is de toren van Middelharnis afgebeeld, nog met de peervormige spits. Op last van Napoleon is deze spits in 1811 afgebroken om op de toren een seintoestel te kunnen plaatsen. Enkele jaren daarvoor (in 1804) was de spits door de bliksem getroffen. Door moedig optreden van een metselaar en twee vissers bleef de schade beperkt. Zij beklommen de spits en blusten de brand met emmers water. Ze werden door het gemeentebestuur beloond. De metselaar kreeg een gouden, de vissers ontvingen een zilveren horloge. Ieder kreeg ook een zilveren tabaksdoos.
De beide luidklokken werden in de oorlog door de Duitsers geroofd. De kleine klok werd na de oorlog temggevonden en weer op de oude plaats gehangen. Op 24 december 1949 werd een nieuwe klok opgehangen, met het opschrift:
Door de vijand geronnen
Door eenheid gewonnen
Memento Vivere
De Schepper ter ere.
Zo mag ook deze kerk teken zijn van de trouw van God in de geslachten. Hij maakt Zijn Woord waar dat, zolang de zon schijnt. Zijn Naam voortgeplant zal worden van kind tot kind. Het gebed mag opklimmen dat de Heere ook aan deze plaats Zijn Woord zal doen verkondigen tot de jongste dag.
KtK
(Met dank aan dhr. J. de Rooy te Middelharnis)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's