De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opbouw van de gemeente in een tijd van geestelijke verschraling (2)

Bekijk het origineel

Opbouw van de gemeente in een tijd van geestelijke verschraling (2)

Ambtsdragersvergadering (G.B.) september 1991

8 minuten leestijd

2. Schriftuurlijke uitgangspunten
Om zicht te krijgen op wat gemeenteopbouw is, moeten we horen naar het getuigenis van de Heilige Schrift, met name de apostolische brieven in het Nieuwe Testament. Horig aan het Woord kunnen we legaal bouwen. De lijnen hebben we ontleend aan hetgeen anderen reeds voor ons hebben uitgewerkt.
2.1. Lichaam van Christus
Wezenlijk voor onze visie op de gemeente is de belijdenis dat Christus haar Heere en Hoofd is en dat zij Zijn lichaam is. Om te blijven in de sfeer van 'bouwen': de gemeente is 'Gods gebouw', gebouwd op het fundament van apostelen en profeten waarvan Jezus Christus de Hoeksteen is. De gemeente is geroepen tot gemeenschap met Hem en met elkaar.
2.2. Gave van de Geest
Dankzij de gave van de Geest aan de gemeente, mag in de gemeente iets openbaar komen van het 'reeds' van het heil. Het is de Heilige Geest die ons toeëigent hetgeen wij in Christus hebben (de vergeving van zonden en de wedergeboorte) maar tegelijk leeft de gemeente nog in de gebrokenheid van deze wereld. De spanning wordt beleefd tussen het 'reeds' en het nog niet. Zo is de opbouw van de gemeente een dynamisch proces, waarvoor Christus de grondslag gelegd heeft en waarvan het doel ligt in de voltooiing op de dag van de grote oplevering. Tussen die momenten van fundering en oplevering bevinden we ons en worden wij geroepen te bouwen.
2.3. Werk van de drieënige God
Het is God Zelf, die in Christus zijn gemeente bouwt tot een woning van God in de Geest. Gemeente-opbouw is de zaak de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat is fundamenteel. God bouwt Zijn gemeente. Deze wetenschap behoedt ons voor krampachtig wetticisme, alsof wij het moeten doen. Het behoedt ons voor overmatig aktivisme, alsof wij het kunnen doen. Wie waarlijk Gods-mede-arbeider mag zijn, weet: die last is mij te zwaar. Opbouw is onswaarts voor alle dingen Gods zaak. Gods gave, opdat het zij gelijk geschreven is: wie roemt, die roeme in de Heere!
2.4. Be-gaaf-de mede-arbeiders
God bouwt door de dienst van mensen. Hij roept ze. Hij zendt ze uit. Wij zijn Gods-mede-arbeiders. Van concurrentie tussen God en mens is geen sprake. Ons aandeel in de opbouw van de Gemeente begint altijd met een gelovig rusten in het volbrachte werk van Christus en bestaat vervolgens in een voortdurend gelovig ontvangen van alles uit Hem. De dragende grond voor onze mede-arbeid ligt niet in ons kennen en kunnen, maar in de dood en de opstanding van Christus. Aan Hem ontleent het gebouw haar bestaan, opbouw en volmaking. Ieder lid van de gemeente ligt onder de vermaning en de verplichting mee te werken aan de opbouw van de gemeente. Wat nodig is, is te krijg bij de verhoogde Christus. Hij heeft het al te geef Zijn Woord heeft Hij ons toevertrouwd. Zijn Geest heeft Hij in ons midden uitgestort. Hij vervult nog telkens christenen met Zijn Geest. In die inwoning van de Geest komen alle gaven mee die nodig zijn voor het opbouwwerk. Gaven van de Geest: charismata. Gaven, die in het geloof ontvangen en gebruikt mogen worden. Op basis van die 'charismata' zijn er in de gemeente op aanwijzen van Christus en Zijn apostelen ook verschillende diensten of bedieningen gekomen, die een meer institutioneel karakter hebben: de ambten. Naast de ambten is ieder lid geroepen tot opbouwwerk. Alles wat we elkaar hebben te 'bieden' in de gemeente is uit het Woord, uit Christus en door de Heilige Geest.
2.5. Intensief en extensief
De opbouw van de gemeente heeft twee zijden: a. de intensivering van het geloof, de hoop en de liefde van de gelovigen. Het is de opwas in de genade en de kennis van de Heere Jezus Christus. Op de dag van onze bevestiging in het ambt hebben we beloofd 'te oefenen in de verborgenheden van het geloof'. b. de toebrenging van hen die tot nu toe buiten stonden. Een gezonde gemeente weet zich gezonden in de wereld, opdat door zending en evangelisatie mensen getrokken worden uit de duisternis van het (moderne) heidendom tot Jezus Christus. En bij alle ijver mogen we niet vergeten dat ook verbondskinderen (gedoopten) bekering, wedergeboorte nodig hebben. We worden niet als gelovige geboren.
2.6. De eredienst
De opbouw van de gemeente vindt plaats in de samenkomst van de gemeente rondom de bediening van het Woord Gods en van de Heilige sacramenten met daarom heen gebed, lied, diakonia. Prediking: bediening der verzoening, bediening des Geestes. Daar wordt het heil verkondigd, geschonken, aangenomen door het geloof. Daar klinkt de profetie, daar is ruimte voor lied en gebed. Daar is bemoediging en vermaning. Daar wordt de gemeenschap met God en met elkaar zichtbaar, met name aan de avondmaalstafel.
2.7. Vrucht
De bediening van Woord en sacramenten, heel de eredienst, wil de gemeente doen zijn 'een volk tot Zijnen dienst bereid'. Het gemeente-leven van alledag wordt op de zondag op de juiste hoogte gebracht. Zo wordt de gemeente een pastorale gemeente, waarin men omziet naar elkaar en naar hen die buiten zijn. Omzien in vermaning en vertroosting.
2.8. Voortdurende levensheiliging
Heel nauw met het vorige verbonden is het onderwijzen van elkaar. In navolging van de Meester zullen we de nog onervaren gelovigen doen wennen aan het smalle pad ten leven. Samen op de weg ter zaligheid. Dit onderwijs aan elkaar richt zich op het hele leven van onze broeder en zuster in de Heere. De levensheiliging is van wezenlijk belang. Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.
2.9. Verbreiding en verdediging van de waarheid
De zorg voor de rechte lofprijzing (orthodoxie), de rechte leer (waarin het loflied doorklinkt) heeft van meet af aan een plaats gehad in de opbouw van de gemeente. Verbreiding en verdediging van de waarheid is zo oud als de kerk. Het toevertrouwde pand moet bewaard. Het gaat hierbij om het geloof wat eenmaal de heiligen is overgeleverd.
Rondom de rechte leer zal de gemeente de eenheid des Geestes bewaren door de band des vredes. De rechte leer moet ook worden toevertrouwd aan betrouwbare mensen die bekwaam zijn om anderen te leren. Kadervorming is van wezenlijk belang.
2.10. In orde
God is een God van orde. Kerkorde en regelgeving zijn noodzakelijk. Zij scheppen ruimte in de gemeente om elkaar te dienen in de liefde. Ze behoeden de kerk voor verwildering en zijn gericht op de opbouw.

3. Gemeente-opbouw naar de Belijdenis der kerk (enkele lijnen)
De reformatie is te beschouwen als een sterke beweging tot gemeente-opbouw. De binding aan de Heilige Schrijft als bron en norm voor de structuren en de werkvormen stond daarbij bovenaan. In navolging van Calvijn willen gereformeerde-christenen niet anders zijn dan nederige leerlingen van de Schrift. Naar de Meester willen wij horen. Alle gezag ontlenen we aan Hem.
Verschillende beginselen van gereformeerde gemeente-opbouw willen we noemen.
3.1. In alles verlangen naar opbouw van de kerk, die de Gemeente van Jezus Christus is. Onze arbeid moet kerkelijke arbeid zijn. Wij kunnen God niet tot Vader hebben als de kerk onze moeder niet is.
Dit beginsel rekent af met allerlei religieus individualisme en subjectivisme. Buiten de kerk is er geen heil. Allen behoren zich bij haar te voegen en zich met haar te verenigingen om zo de eenheid te bewaren (art. 28 NGB). Daar waar de Koning regeert, mogen zij, die onderdanen van Hem zeggen te zijn, niet weglopen.
3.2. IJver-voor de zuiverheid van de christelijke leer. Zorgen dat de ware leer voortgang heeft (art. 30 NGB). De kerk moet weren al wat haar belijden weerspreekt. Het gaat hier om de eenheid van de kerk.
3.3. IJver voor de heiligheid van de gemeente (art. 32 NGB). Het zal hierbij moeten gaan om de eer en het recht van God. De kerk moet kérk zijn, en dat betekent dat ze ernst moet maken met de levenstucht.
3.4. De verbreiding van de waarheid d.m.v. catechese. Het didactische element is in onze gereformeerde belijdenis voluit aanwezig. Ook de formulieren bijv. van Doop en Avondmaal bevatten een 'hoofdsom van de leer'. De gemeente moet onderwezen worden. Ze moet geestelijke kennis bijgebracht worden.
Deze vier beginselen zijn van grote betekenis voor gereformeerde gemeente-opbouw. Samenvattend kan worden gezegd dat gereformeerde gemeente-opbouw haar norm vindt in art. 27-32 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daar vinden we een omschrijving van de kerk die wij geloven. Wij vinden er de beginselen voor de kerkregering, voor de orde en de tucht, de zuivere prediking etc. Ook in Zondag 12 (vr./ antw. 32, waar we een prachtige invulling van het christen-zijn vinden) en in Zondag 21 (vr./antw. 54, 55, waar gesproken wordt over de kerk, de gemeenschap der heiligen) vinden we de norm voor gereformeerde gemeente-opbouw. Aan deze beginselen weten we ons gebonden, omdat ze gegrond zijn op het Woord Gods. Opbouw van de gemeente naar Schrift en Belijdenis in een tijd van geestelijke verschraling.
We moeten goed beseffen dat, wanneer we deze weg gaan (omdat we niet anders kunnen en begeren), we haaks staan op de 'kerkelijke veranderkunde', wat gemeenteopbouw in vele gevallen geworden is. Vanwege de eis des tijds analyseert men het bestaande en niet behulp van begrippen en methoden uit de gedragswetenschappen brengt men op veel plaatsen bezinning en vernieuwing op gang. En: wie nog in traditionele schema's denkt, wordt wel geholpen zich daarvan los te maken.
Nee, niet dat we de gedragswetenschappen alle hulpverlening ontzeggen, maar we zullen de gemeente opbouwen volgens de normen die de Schrijft en de Belijdenis ons voorschrijven, Calvijn en De Brès hebben zich niet beroepen op de eis des tijds, maar op Gods eeuwig blijvend getuigenis. De Geloofsbelijdenis vertolkt, wanneer ze naar de Schrift is, wat eeuwig waarheid is en niet wat eis van de tijd is.
Het is duidelijk dat wij in 1991 de opdracht hebben om wegen te zoeken waarlangs dit normatieve getuigenis gestalte krijgt in de praktijk van vandaag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opbouw van de gemeente in een tijd van geestelijke verschraling (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's