Afscheid van apostolaire triomfantelijkheid
Voorwaarde voor kerkelijk getuigenis:
'Leer het volk zijn doop verstaan en het is gered', zo luidt een befaamde uitspraak van J.A. Wormser in de vorige eeuw. Die uitspraak werd gedaan in een tijd, dat 'het volk' nog gedoopt wàs. Het overgrote deel van ons volk had nog een zodanige band met één der kerken, dat de doop werd begeerd voor de kinderen, ook al leefden de ouders zelf vaak ook toen al niet of nauwelijks meer mee met kerk en gemeente. De doop behoorde bij het nog ergens (christelijk) religieus bepaalde volksleven. En daarom kon Wormser zeggen: leer het volk zijn doop verstáán... Het geestelijk inleven van wat de doop werkelijk wil zeggen, zou heilzaam zijn voor mens en volk.
De vanzelfsprekendheid, waarmee ouders voor hun kinderen de doop vroegen, is zo goed als weg. Kerken, die een grote buitenkerkelijke rand hebben, gaan ervaren, dat mensen in die rand om redenen van 'bijgelovigheid' de doop toch minder zoeken dan vroeger. Maar verder staat nochtans in de kerken zelf de betekenis van de kinderdoop nog steeds onder spanning. En dat niet alleen — hoewel óók — omdat de volwassendoop wordt voorgestaan. Vandaag hebben velen, die nog min of meer bewust met de kerk meeleven, ook moeite met het afleggen van beloften in het algemeen, en dan wel in het bijzonder bij de doopvont. Vandaag zouden we Wormsers these best ook zo kunnen lezen: 'leer de kerk haar doop verstaan en ze is gered'. Want het volk als geheel leeft nog veel verder van de doop dan in de vorige eeuw het geval was.
In ieder geval moet de hervormde synode zich deze week gaan bezighouden met de moeite, die velen vandaag binnen de gemeente met de doop hebben en daarom liever hun kinderen 'opdragen'. De vraag is nu hoe de synode deze week zal omgaan met het oergegeven van de christelijke doop, naar het joodse volk toe bijvoorbeeld hèt kenmerk van het christenzijn. Zal het 'opdragen' kerkelijk recht van spreken krijgen? We hopen van ganser harte, dat dit niet het geval zal zijn.
Mij dunkt, dat we zeggen moeten, dat de crisis rondom de kinderdoop alles te maken heeft met de crisis inzake geloof en belijden, zoals die in deze tijd van mondigheid en onzekerheid aan het licht treedt.
Tekenend
Tekenend is nu echter, dat op dezelfde vergadering van de synode als waarop de crisis rondom de doop ter sprake komt de Hervormde Kerk zich lijkt te gaan opmaken om nog weer eens een forse politieke uitspraak te gaan doen: de sancties ten aanzien van Zuid-Afrika moeten blijven! Wat hiervan te zeggen?
Allereerst dit, dat de wereld er niet van zal opkijken als de Hervormde Kerk deze uitspraak zal gaan doen.
In de tweede plaats lijkt het er veel op dat, gezien de grote Wende die zich ook in Zuid-Afrika heeft voltrokken en nog bezig is zich te voltrekken, zo'n positiekeuze veel weg heeft van het wondelikken van een bepaald type bestrijders van de apartheid, die zichzelf hebben overleefd. Het is misschien wel tekenend voor de (onze) kerk, dat vandaag dit oude stokpaard nog van stal moet worden gehaald. Ook vandaag, nu in Zuid-Afrika van een gistingsproces sprake is waarin de positieve lijn domineert, menen we als kleine kerk in Nederland nog weer eens de vinger te moeten heffen. Er zal ongetwijfeld in Zuid-Afrika in de harten van mensen nog wel heel wat moeten veranderen, wil er sprake zijn van een harmonisch samengaan van de onderscheiden bevolkingsgroepen. Maar moet een kerk als de onze daar opnieuw zo nodig met een forse politieke uitspraak bij zijn?
Maar in de derde plaats — en daar gaat het me nu vooral om — dit soort gewichtige mondiale, politieke uitspraken strookt in geen enkel opzicht meer met de uitstraling, die de kerk realiter naar buiten heeft. Daarvoor is de kerk innerlijk tezeer verzwakt. Op de wijze van zulk een uitspraak, met betrekking tot sancties hier en boycots daar, wordt een beeld van triomfantelijkheid bevestigd, dat allang teloor is gegaan. Liever nog: als er al ooit reden tot het afleggen van alle kerkelijke triomfantelijkheid moet zijn, dan zeker wel in deze tijd. Er is in onze tijd eerder reden tot grote deemoed. Vanwege de innerlijke zwakte. Vanwege de ontzinking aan de echte waarde(n) van het geloof en van de verminderde uitstraling dáárvan naar buiten.
Apostolaat
In de naoorlogse jaren heeft de Hervormde Kerk zich naar buiten toe gemanifesteerd als een apostolair bolwerk. Op alle levensterrein zou ze present zijn. Zo zou ze zelfs al voortgaande léren wat belijden was. Nu is dat bezigzijn mèt en ingaan òp datgene, wat zich onder het volk voordoet geen onbijbelse gestalte voor de kerk. Integendeel! Als het dan maar echt gaat om de gestalte van de profetie, die opkomt uit het bijbels getuigenis. Niet zelden ging het element van het echte bijbelse getuigenis echter teloor of schuil achter politieke gelijkhebberij. Laat staan dat het 'buiten' gehoord werd. De wereld buiten hoorde en zag intussen wèl, dat het met de kerk niet goed ging, dat ze meer en meer aan de rand van de samenleving terecht kwam. De uitspraken, die de kerk apostolair deed, werden meer opgevangen als politieke uitspraken dan als klaroenstoten van een gemeenschap, die niet kon nalaten te spreken van onvergankelijke dingen, opgevangen uit het eeuwig Getuigenis.
De kerk is gedecimeerd. Maar de apostolaire instituten binnen de kerk staan nog recht overeind, alsof er niets is gebeurd. Zij handhaven een beeld van triomfantelijkheid, dat op zich al niet in overeenstemming kan zijn met de bijbelse gestalte van de kerk maar in de praktijk ook niet (of niet meer) in overeenstemming is met de geestelijke uitstraling, die de kerk heeft.
Als we als kerken al aan de waarde van de doop gaan knabbelen — o zo theologisch onderbouwd — wat zullen we dan nog te spreken hebben in de mondiale verhoudingen? Leer eerst het volk zijn doop verstaan!
We zullen liever eerst als kerk een nieuwe ootmoed moeten leren, diep moeten inleven wat verootmoediging voor Gods Aangezicht en naar elkaar toe is.
De weduwegestalte van de kerk vraagt vandaag ook concreet om de kledij van de weduwe.
De nood van mens en wereld dient eerder te brengen tot de klacht en de zucht: 'och dat Gij de hemelen scheurdet', dan tot triomfantelijke uitspraken.
Onze tijd vraagt meer om diepte-investering in de wezenlijke geloofsvragen dan om breedteinvestering in zaken, die ons (politiek) te hoog zijn. Anders zullen de groepen buiten de kerken ons wel de rekening presenteren.
Moeten we niet eerder naar de bronnen en naar de diepte? Zo niet dan zal alle kerkelijke spreken vandaag de steriliteit van de geloofscrisis aan zich hebben.
Dus zwijgen?
Het kan nodig zijn, dat we eerst eens een tijdlang gaan zwijgen als kerken naar buiten toe, alvorens we weer iets zullen mogen zeggen of vermogen te zeggen. We zullen, naar mijn diepste overtuiging, eerst een nieuwe ootmoed moeten leren, alvorens we in de grote vragen van vandaag weer iets gezaghebbends zullen kunnen zeggen.
Het getuigenis naar buiten vandaag zal geloofsgetuigenis moeten zijn, spiritueel doorstraald, met een toon van ootmoed: 'wij en onze vaderen hebben gezondigd'. En wanneer ons dan opnieuw een geloofsgetuigenis van binnenuit geschònken wordt, door de gave van de Heilige Geest, zal wellicht ook een nieuwe toon van profetische beslistheid gevonden worden. In die zin, dat ook vanuit een kerkelijke vergadering gezegd zal kunnen worden naar het volk en naar de overheid toe: dit is naar onze diepste overtuiging overeenkomstig het gebod Gods in deze tijd.
De vraag stellenof de synode zó over sancties durft spreken, lijkt een overbodige. Zolang wij echter zelf als kerk verkeren in een context van crisis en vertwijfeling inzake geloofsvragen, moet zo'n vraag temeer expliciet worden gesteld. Waar halen we (nog) het 'recht' vandaan om te spreken?
Toen de apostelen in hun dagen voor koningen, keizers en overheden stonden, wisten ze zich te staan in de gemeenschap van een handjevol amechtigen (een secte, die alom tegengesproken werd). Ze hebben niettemin vrijmoedigheid ontleend aan hun van Godswege gezonden-zijn om tot voor koningen en overheden toe grote dingen te spreken. Ze hebben hun getuigenis evenwel met het martelaarschap moeten bekopen.
Dat is apostolaat onder het kruis.
Dat is ook apostolaat vanuit de triòmf van het kruis.
Maar dat is geen triomfantelijk apostolaat.
Ook vandaag staat de apostolaire roeping bijbels gezien recht overeind. Maar dat is iets anders dan dat onze apostolaire instituten, die met het geheel van de kerk mee, soms aan de diepste geloofsvragen, zijn ontgroeid, overeind moeten blijven. Het gevaar is dat een beeld van triomfantelijkheid overeind wordt gehouden, dat op spanning staat met het echte getuigenis.
Het apostolaat, zoals het vandaag wordt gepraktiseerd, is een anachronisme geworden, d.w.z. dat het door de tijd is achterhaald. Apostolaat terwille van de smaadheid van Christus is intussen met het kérk-zijn gegeven.
Helaas spreekt de hervormde synode deze week éérst over sancties inzake Zuid-Afrika en pas daarna over de doop. Het apostolaat gaat om zo te zeggen aan het belijden vooraf. We zullen zien waar dat belijdend op uitloopt.
Zal over het eerste zelfbewust en over het tweede aarzelend, in twijfel gesproken worden? Het zou tekenend zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's