De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Global bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Global bekeken

4 minuten leestijd

Uit Opbouw knipten we een stukje van de hand van M.E. Norah, geschreven in het blad Kontakt van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Zaandam. 'In ere herstellen' luidt de kop. Het gaat over 'de voorlezer'.

' "Voorlezers tiidens de kerkdienst", bestaan ze nog? Uit betrouwbare bron weet ik te melden dat in alle kerken op Urk de ouderlingen dit werk nog doen. Voor degenen, die niet weten wat een "voorlezer" is volgt hier een korte uitleg. Een voorlezer is iemand die de dominee ter zijde staat in het lezen van de Wet en het bijbelgedeelte.
Vroeger was dit een zeer gebruikelijke aangelegenheid, die niet altijd stoorloos verliep.
In het boekje van Henk de Jong over 'Kerkeheren kerkeknechten' vertelt de schrijver over Gartjan Hesselink die op Pinksteren Handelingen 2 moest lezen. Hij raakte op een keer zo in de war van al die landen en streken, dat hij de meest wonderlijke gebieden noemde: Klappadozië, Pontus en Pilatus, Prikkië en Pampilus. Toen de predikant van elders in de Pinkstermiddagdienst opnieuw Handelingen 2 opgaf werd het Gartjan te gortig. Na gestart te zijn met de "Parters en de Meders" keek hij van zijn bijbel op en zei: "en verder allemaal dezelfde heren als vanmorgen."
Het waren lang niet altijd de "eersten de besten" die dit "ambt" van voorlezer bekleedden.
Zo moet het in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam gebeurd zijn, dat een dominee van 'elders' de voorlezer bij zich liet komen in de consistorie om hem attent te maken op de moeilijke namen in het voor te lezen Schriftgedeelte. De voorlezer beloofde zijn best te zullen doen. Toen echter deze man aan het voorlezen was ontdekte de dominee al gauw dat hier een vakman aan het woord was. En bij goed kijken zag hij dat het niemand minder was dan de classicus prof. Woltjer.
Er waren voorlezers die stukken beter en welluidender lazen dan de dominees. Maar er waren er ook zoals bijvoorbeeld in Oudelande die 'volledig onbequaam' werden bevonden. In Nijmegen kreeg de beste man zelfs een boete van twee schellingen voor ieder woord, dat hij inslikte.
Sommige voorlezers wilden ook in hun mimiek de dominees imiteren. Zo wees de voorlezer in Amsterdam-Zuid bij het lezen van "nedergedaald ter helle" indringend naar de grond en hij verhief zijn handen bij "opgevaren ten hemel". Een andere voorlezer die dit ook eens wilde proberen vergiste zich en liet zo de "nederdaling" opwaarts geschieden.
Overigens en nu kom ik aan het slot van dit stukje, waarom zouden we de voorlezers niet in ere herstellen?
Wij leven immers in een tijd van democratie, niet van dominocratie, van inspraak niet van alleenspraak.
En de gemeente wordt op die manier weer wat meer ingeschakeld bij de eredienst.'


Het zou interessant zijn te weten in welke (hervormde) gemeenten de voorlezer nog 'in ere' ìs. (v.d.G.).


Geknipt uit een kerkblad, over 'Gods leiding'.

'Twee honderd jaar geleden liep op een eenzame landweg in Engeland een ongelukkige, ellendige vrouw met een zuigeling in haar armen. Het was haar voornemen, haar arme kind te vondeling te leggen. Achter een haag aan de kant van de weg legde ze het slapende jongetje neer en daarop verwijderde ze zich zo snel mogelijk. Enige ogenblikken later kwam een jongen met een schooltas diezelfde weg langs, op weg naar huis. Alles was stil. Alleen liet een krekel zijn scherp geluid even horen. Dat was natuurlijk voor die jongen een aanleiding om naar de krekel op zoek te gaan. En toen hij achter de haag kwam, vond hij het jongetje, dat in het gras rustig lag te slapen. Nu was de krekel onmiddellijk vergeten en met de vondeling ging de jongen huiswaarts. De ouders van de jongen namen het verlaten kind als hun eigen kind aan en voedde het op. De kleine groeide flink op en werd een verstandig man. In Londen richtte hij een zaak op en God zegende alles wat hij ondernam. Destijds regeerde Koningin Elisabeth, die vaak de raad inwon van een verstandige man. Het was Thomas Grasham, de grondlegger van de Koninklijke Beurs in Engeland. Ter herinnering aan Gods leidingen met hem plaatste hij als windwijzer op het gebouw... een krekel.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Global bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's