De Trooster en Zijn werk (3)
De Heilige Geest komt als de Trooster tot allen, die geloven. Christus zegt van Hem: De wereld kan Hem niet ontvangen. Zij staat immers in vijandschap tegenover de Zaligmaker en heeft geen behoefte aan Zijn genade. Ze troost zich met allerlei andere zaken en kan de enige troost wel missen. Daarom moet de Heilige Geest zondaarsharten vernieuwen om plaats te maken voor Zichzelf en de genade van de Heere Jezus Christus. Op de Pinksterdag werd de schare in het hart geraakt, toen Petrus het evangelie verkondigde. De mensen ontdekten hun zonden en schuld, zodat de vraag rees: Wat moeten wij doen? In die nood verkondigde Petrus hen de boodschap van Gods genade. Wie zijn Woord gaarne aannam, werd gedoopt en vond vrede voor zijn hart bij de Heere Jezus Christus. Zo kwam er plaats voor de blijdschap en de troost, die de Heilige Geest rijk in de gemeente uitdeelde. De gemeenschap van de eerste christengemeente rond Woord en Sacrament is de illustratie van Zijn werk als Trooster. Vrede en vreugde vervulden het hart van allen, die geloofden en zij kwamen samen om brood te breken in eenvoudigheid des harten. Dat werkte door in alle verhoudingen: ze prezen God en hadden genade bij de mensen. Er ging wat van die gemeente uit en de Heere liet Zich niet onbetuigd: dagelijks werden er toegevoegd aan de gemeente, die zalig werden. Daar werd de werking van de Trooster voortdurend ervaren. Maar het luistert nauw in het leven van het geloof. De Heilige Geest is immers ook de Geest der heiligmaking.
Troost en heiligmaking
Wanneer we aandacht geven aan de troost, die de Geest schenkt, kunnen we niet voorbijgaan aan de heiligheid, die Hij vraagt. De Heere is een heilig God, Die de zonde niet duldt. Daarom was het bedrog van Annanias en Saffira in de eerste christengemeente een verzoeken van de Heilige Geest. Daarmee werd de gemeenschap gebroken, omdat het gebod van de liefde overtreden werd. Dan geldt: God laat Zich niet bespotten. Hij oordeelt over de zonde en straft die op Zijn wijze. Dat roept ons op, de zonde te haten en te vlieden. Tegelijk geldt, dat de Trooster, Die heiligheid vraagt, ook heilig maakt. God geeft, wat Hij eist. De Heilige Geest leert strijden tegen de zonde en wekt in ons het verlangen om naar alle geboden van God te leven. Het nieuwe leven dat Hij wekt, komt van God en keert zich ook weer tot Hem. Het komt van Boven en richt ons hart, dat van nature aan de aarde vast zit, op Christus, Die in de hemel is.
Daarom is het werk van de Trooster allerminst een vluchtige aanraking of een moment van bewogenheid. Hij werkt wel in op ons gevoel, maar gaat niet op in godsdienstige emoties. De Heilige Geest graaft dieper en wil ons hart vernieuwen en vervullen om daar een totale verandering te bewerken, die ons raakt tot in de wortels van ons bestaan. Het is geen zaak van het verstand alleen, maar van het hart. Van daaruit komt het hele leven in het vizier, want uit het hart zijn de uitgangen van het leven. Juist nu alom geklaagd wordt over dorheid in het geestelijk leven en tegelijk het gevoel alle aandacht krijgt, is het goed om op dit aspect de Trooster en Zijn werk te letten. Er is troost bij de Heere te vinden. Hij zoekt mensen op, die in bittere eenzaamheid door het leven gaan en vervult hen met Zichzelf Verloren zonen, die van God vervreemd zijn, worden thuisgebracht. De Geest wil woning maken in het hart van ieder die gelooft. Hij wekt er strijd tussen oude en nieuwe mens en leert ons op het spoor van Gods geboden lopen. Zo leren we door het geloof, wat wij aan de Heere en Zijn Woord hebben. Het is de echte, levende bevinding, die gewerkt wordt door Gods Woord en Geest, de verborgen omgang, die zielen vinden waar Zijn vrees in woont.
Er is een duidelijk verband tussen de heiligmaking van ons leven en het ervaren van de troost, die de Heilige Geest schenkt. Wanneer Christus in Joh. 14 spreekt over de Trooster, staat dat in het kader van het onderhouden van Zijn geboden en de liefde die Zijn discipelen tot Hem en elkander hebben. Waar de Heilige Geest werkt, worden die liefde en ijver versterkt. Daarom is het geloof ook werkzaam in het verkrijgen van de troost, die als genadegave geschonken wordt. De uitverkorenen roepen dag en nacht tot de Vader en Hij zal hen Zijn Heilige Geest geven, zegt de Schrift. Met die geestelijke betrokkenheid maken wij ons Gods Geest niet waardig, alles blijft genade. Maar het is wel de weg, waarlangs de Heere komen wil. De liefde tot Christus uit zich in het onderhouden van Zijn geboden. Als we Hem, Die onze Voorspraak in de hemel is, niet liefhebben, hoe zouden wij dat de troost van Zijn Plaatsbekleder op aarde kunnen ontvangen?
Datzelfde geldt voor de gemeenschap, die de Geest brengt. De vrede en de vreugde, die het leven van de eerste christengemeente kenmerkten, werden gevonden in de samenkomsten, waar men elkander vermaande en samen bad, het Woord hoorde en de sacramenten ontving. Dat doet de vraag rijzen, of veel geesteloosheid van onze tijd niet samenhangt met een toenemend gebrek aan geestelijke oefening en saamhorigheid rond het Woord? Hebben wij tijd voor meditatie en bijbelstudie? Bidden wij voor elkander, of hebben wij elkaar allang afgeschreven? Als in sommige gemeenten zoveel voor de kerkeraad en de predikant werd gebeden als over hen gepraat en geklaagd wordt, zou het daar heel anders toegaan. Toen Petrus en Johannes uit de gevangenis en het verhoor van de Joodse Raad waren vrij gelaten, bad men in de gemeente om de bijstand van de Heere. De plaats werd bewogen en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest. De Heere liet hen de krachtige werking van de Trooster ervaren, die hen kwam bijstaan in de strijd van het geloof. Dat wijst ons de weg in alle vragen van onze tijd, voor jong en oud: biddend de Heere vragen om de Troost en de leiding van de Heilige Geest. Want ook nu is het waar: Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft.
De komst van de Trooster
De grote vraag is echter voor velen, hoe de Trooster tot ons komt. Ze zouden zo graag een bijzonder kenmerk van Zijn werk hebben, een teken van de hemel of een hoorbare stem; dan wisten we zeker, dat de Heere hen bedoelde. Terwijl ze daarop wachten, merken ze niet, dat de Geest op een andere wijze tot hen komt en hen voortdurend aanspreekt. Ze zoeken het grote en wonderlijke, terwijl de Geest juist met het eenvoudige werken wil. Verhalen van anderen, die op een bijzondere wijze door God geroepen werden, trekken de aandacht, maar leiden tegelijk af van de waarheid van het Woord. God is vrij. Hij kan op allerlei wijze door Zijn Geest werken. Maar wij zijn niet vrij; wij behoeven niet naar het buitengewone te vragen, maar mogen de Heere danken, dat Hij zo tot ons komt, dat ook de kleinste in het geloof kan delen in Zijn zegen.
De Heere maakt geen mensen zalig door tekenen van de hemel of hoorbare stemmen; het heeft Hem behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven. De Heilige Geest komt niet tot ons met bijzondere openbaringen, visioenen of dromen. Wie zich daarmee denkt te troosten, kan gemakkelijk bedrogen uitkomen. Hij is de Geest van het Woord, Die gewoonlijk door middel van prediking en sacramenten op een verborgen wijze de waarheid van Gods beloften aan ons hart verzegelt. Dat verbindt ons aan de middelen, waardoor Hij de troost wil schenken. Ursinus schrijft in zijn Schatboek: 'De Heilige Geest wordt niet gegeven aan hen die slapen, of die niet willen en volharden in zonden tegen het geweten, maar die daar om bidden. Hem begeren, boete doen, en een voornemen hebben om de zonden te vlieden'. Wie biddend de middelen gebruikt, zal merken, dat Hij op Zijn tijd en wijze komt.
Getroost worden vraagt geloofswerkzaamheid. Wanneer geklaagd wordt over geestelijke dorheid, rijst de vraag, of dat ons ook werkelijk tot nood is geworden? Dikwijls wordt met de mond de nood van de kerk beleden, maar blijft het hart onbewogen. Er is geen verbrokenheid over eigen zonden; die worden ook niet als schuld voor God beleden, zodat er evenmin verlangen is naar het werk van de Heilige Geest. Daarom klemt de vraag: Is de genade van de Trooster voor ons zo rijk geworden, dat wij alles willen missen om Hem te kunnen ontvangen, of hebben we er de strijd met de zonde niet voor over? Er is verband tussen de ervaring van de troost die God geeft en het jagen naar heiligmaking. Wie niet in de strijd staat, heeft geen bijstand nodig, wie geen droefheid kent, verlangt niet naar troost. Maar in de aanvechtingen en de nood worden we als arme bedelaars teruggeworpen op de rijkdom van Gods genade. Waar we in de armoede van ons hart onze ellende voor de Heere moeten belijden, leeft het verlangen naar de troost, die de Heilige Geest schenken wil. Luther zegt zelfs: 'Wij moeten van te voren de vertwijfeling voelen, anders zal de troost niet volgen'. Hoe meer wij eigen zonden en zwakheid leren kennen, des te groter wordt de liefde van God waarmee de Heilige Geest ons wil vertroosten.
Het is goed om ter harte te nemen, wat Van Lodensteyn in een preek over Joh. 16 : 7 schrijft: 'Wilt gij de Heilige Geest ontvangen, zo bereidt u tegen Zijn komst, gelijk de vijf wijze maagden hun lampen bereidden tegen de komst van de Heere Jezus; vult uw lampen met olie des geloofs, tegen dat uw Bruidegom komt. Zuivert uw hart van de zonde, want in een zondig hart kan de Heilige Geest niet komen. Reinigt u van dubbelhartigheid en uw handen van zonden; wij mogen niet aanraken, wat onrein is. Wil de Heere onder ons wonen, wij mogen geen een zonde aan de hand houden, wij moeten onze beminde zonden, die ons het liefst zijn, een scheldbrief geven'. Dat gaat niet zonder strijd, het vraagt een biddend leven. Lodensteyn schrijft dan: 'Maak uw hart ledig van de wereld, want in een aardsgezind hart kan de Heere niet wonen. Gij moet de Heilige Geest gaan halen, waar Hij te vinden is, en dat is bij de Zaligmaker, de Heere Jezus Christus, want in Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen'. Hij wijst ook de voornaamste oorzaak aan van geestelijke stilstand en achteruitgang: 'Gods kinderen nemen niet meer toe, omdat zij niet meer volmaaktheid in de Heere Jezus zien'. Dat roept ons op, Christus biddend te zoeken, want wat Hij geeft, gaat alles te boven. Heel de Schrift getuigt daarvan. Het leven in de troost van de Heilige Geest is vol van zegen. Daar komt vrede in ons hart en blijdschap, omdat de Trooster ons vervult met de liefde van God in Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's