De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mijn kind gaat niet ’om de hoek’ naar school

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mijn kind gaat niet ’om de hoek’ naar school

6 minuten leestijd

Alweer enige tijd geleden hebt u in dit blad een oproep kunnen lezen, die gericht was aan ouders met een kind in het speciaal onderwijs. Daarbij ging het vooral om de levensbeschouwelijke vragen en problemen, waar deze mensen mee geconfronteerd worden.
Na enkele tientallen reacties besloot 'Op weg met de ander', de hervormd-gereformeerde vereniging van en voor mensen met een handicap, om deze ouders op een tweetal plaatsen bij elkaar te brengen.
Inmiddels hebben beide avonden, in Putten en Schoonhoven, plaatsgevonden. Het zijn goede avonden geweest, die duidelijk om een vervolg vragen.
Bestuur en stafmedewerker van 'Op weg met de ander' beraden zich nu op de vraag in welke vorm een dergelijk vervolg gestalte kan krijgen. Graag geven we ook hier een korte samenvatting van hetgeen op deze eerste avonden naar voren is gekomen. Aanleiding voor deze bijeenkomsten is het feit dat men als ouders vaak is aangewezen op goede, maar niet-christelijke vormen van onderwijs en opvang. Veel ouders ervaren dit als een gemis en hebben moeite met deze situatie. Tijdens deze avonden hebben we in een open gesprek geprobeerd de problemen en vragen hierover 'in kaart te brengen'.
Er blijkt veelal geen 'klankbodem' te zijn bij het personeel voor het geloofsgoed dat men als ouders graag mee wil geven. Dit gebeurt ook bij instellingen die het predikaat 'christelijk' voeren. Als ouders moet je voortdurend attent zijn op zaken, waarvan jij wilt dat ze aandacht krijgen. Concrete zaken, die genoemd worden, zijn: het gebed rond de maaltijd (de steeds weer verslappende aandacht van personeel voor jouw wensen hieromtrent), de invulling die gegeven wordt aan de viering van de christelijke feesten, de carnavalsperiode, de verandering die zich bij je kind kan voltrekken (de aanpassing die je ziet).
Het moeilijke in dit alles blijkt de positie van het eigen kind te zijn. Je wilt ook de uitzonderingspositie, waarin hij of zij zich toch al zo vaak bevindt, niet nog eens extra versterken. Als ouders wil/kun je ook niet steeds een storende factor zijn naar personeel, dat overigens uitstekend voor je kind zorgt.
Een moeder spreekt haar zorg uit over het feit, dat ze zo moeilijk aansluiting vindt bij haar dochter voor een gesprek over geloven. Je merkt absoluut niet of iets aanslaat of niet: 'Mam, wat gaan we eten?'
Haar kind maakt gebruik van de 'gewone' catechese, eigenlijk zou ze op een ander niveau catechese moeten volgen.
Er ontwikkelt zich een kort gesprek, waarin ouders van hart tot hart elkaar bemoedigen. Mag je ook van deze kinderen niet zeggen, dat ze 'geheiligd zijn in de ouders?' En heeft God ook niet vele wegen — voor ons vaak niet te zien — om ook hen te leiden?
De ervaringen met de eigen gemeente zijn nogal verschillend. Als positief voorbeeld wordt genoemd de predikant, die iedere zondag vooraf zijn preek uitgetikt heeft voor de dove dochter van een aanwezig ouderpaar.
Het blijkt moeilijk te zijn, om je ouder wordende kind zijn of haar handicap te doen aanvaarden. Daarin kun je eenzaam zijn. Grote zorg leeft er ook bij vele ouders over de toekomst van hun ouder wordende kind. Je gaat er menselijkerwijze van uit, dat je kind jou overleeft. En dan? Een GVT of een andere voorziening? Maar de grote angst is, dat je kind terecht komt in een sfeer en een milieu waarmee je zelf grote moeite hebt. Tot op heden zijn er vrijwel geen contacten met gelijkgezinde ouders. Daar is wel duidelijk behoefte aan, al was het alleen maar om elkaar te bemoedigen en te steunen in de grote zorg die er kan zijn: 'Als mijn kind gelooft, wordt dat dan straks onderhouden als wij er niet meer zijn?'
Deze kinderen zijn zo naïef, ouders houden hun hart vaak vast. Waar vind je een sfeer waar je je kind in vertrouwen achterlaat?
Een sociale kaart blijkt hard nodig te zijn, zodat je als ouders kunt nagaan met welke instellingen andere christenouders positieve ervaringen hebben. Een vereniging als 'Op weg met de ander' zou iets dergelijks op moeten zetten. Ook zouden zgn. 'aangepaste' en 'doven'diensten veel meer via een blad als 'Op weg met de ander' moeten worden aangekondigd en doorgegeven.
Er is behoefte aan onderlinge ondersteuning. In de gemeente wil 'men' vaak wel, maar men weet niet met de situatie om te gaan.
In instellingen voelt men zich vaak een eenling, iets wat ontmoedigend is. De overgave van je kind is dan bijzonder moeilijk. Je ervaart dat je kind in twee werelden leeft. Het 'loslaten' van je kind is dan heel zwaar. Er is veel gebed nodig, 'meer dan voor je andere kinderen op dit punt'.
Nog iets anders is, dat er ook in de plaatselijke gemeente vaak weinig begrip voor je situatie is. Het is dringend nodig, dat kerkeraden hierin toegerust worden. Een moeder verzucht: 'Als één lid lijdt, lijden alle leden... maar je merkt er zo weinig van!'
Opnieuw ontwikkelt zich een heel persoonlijk en soms emotioneel gesprek, waarvan de uiteindelijke conclusie is, dat je op deze avonden in je problemen een stuk geestelijke verbondenheid ervaart, die heel erg goed doet.
Hoe nu verder? Dat is de concrete vraag die zich aandient. De contacten op avonden als deze met gelijkgezinde ouders in min of meer dezelfde omstandigheden, worden als bijzonder positief ervaren. Eén van de vaders zegt letterlijk 'zich eigenlijk voor het eerst in al die jaren op een bijeenkomst i.v.m. mijn kind eens echt thuis te voelen'. Frequente bijeenkomsten aan de hand van een onderwerp of thema worden zeer gewenst, graag zo spoedig mogelijk. Daarbij gaat het ook om praktische informatie, er zijn meer dan voldoende gespreksonderwerpen. De informele contacten voor en na de tijd zijn daarbij ook van belang om elkaar te bemoedigen.
Meer respons en ondersteuning vanuit de gemeente wordt op prijs gesteld. Een goede christelijke/reformatorische school is wenselijk.
Opnieuw wordt 'Op weg met de ander' gevraagd een sociale kaart op dit terrein te ontwikkelen.
Het is belangrijk als ouders in instellingen 'mee te draaien', je zult toch je stem moeten laten horen. Het komt meerdere mensen bekend voor, dat gelijkgezinde ouders soms zwijgen, bijvoorbeeld uit angst voor 'represaillemaatregelen' op hun kind.
Nodig is, dat ouders op bijeenkomsten als deze toegerust worden. Door je ervaringen kun je elkaar toerusten, 'Op weg met de ander' zou het organisatorische platform moeten bieden, waarbinnen dit kan.
Verder wordt aangegeven, dat ouders van jonge 'gehandicapte' kinderen in een mallemolen terechtkomen. Juist dan is er behoefte aan ouders die al meer ervaring hierin hebben, maar die juist ook qua levensovertuiging heel dicht bij je staan!
Aan 'Op weg met de ander' wordt gevraagd twee kanten op te werken: enerzijds ouders toerusten op meer van dit soort bijeenkomsten, anderzijds via kerkeraden ruimte scheppen voor mensen met een handicap in de plaatselijke gemeente.
De door iedereen als bijzonder zinvol ervaren avonden worden besloten door samen met en voor elkaar te danken en te bidden.
Wordt vervolgd... Ook door u?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Mijn kind gaat niet ’om de hoek’ naar school

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's