De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opbouw van de gemeente in een tijd van geestelijke verschraling (3)

Bekijk het origineel

Opbouw van de gemeente in een tijd van geestelijke verschraling (3)

Ambtsdragersverg. (G.B.) september 1991

12 minuten leestijd

4. De gemeente die gebouwd moet worden naar Schrift en Belijdenis
Daarbij gaat het om drie aspecten.
4.1. Waarachtig geloof
Onze belijdenis spreekt van de kerk als 'een heilige vergadering van de waarlijk gelovige christenen' (art. 27 NGB). In art. 29 worden de kenmerken der ware kinderen Gods genoemd: het geloof... In Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus belijden we aangaande de kerk: ... dat ik daarvan een levend lid ben en eeuwig zal blijven. Het gaat dus om de geloofsgemeenschap met de levende God. Het gaat om de verzoening met Hem in Jezus Christus, in de weg van het geloof. Dat we Hem aanhangen, betrouwen en liefhebben. Dat we om­ gang met Hem hebben rondom Zijn Woord en In het gebed.
4.2. Gemeenschap met elkaar
De Heilige Geest verbindt de individuele gelovigen aan elkaar in de liefde van Christus. De gemeenschap met God komt openbaar in de gemeenschap onderling in de gemeente. Het geloof, door de liefde werkende doet oog hebben voor elkaar.
4.3. Staan in de wereld
De Naam van de Heere Jezus wil uitgeroepen worden over alle mensen en alle dingen. Alle creaturen moeten worden bezocht met het evangelie. Het bevel van geloof en bekering moet onder alle volken klinken. Het is de roeping van de gemeente om structuren te vinden en te benutten om vandaag in de wereld te staan en bezig te zijn tot heil en zegen.
Kortom, gemeenteopbouw is die geloofsaktiviteit, die gericht is op het zichtbaar worden van de (bruids-)gemeente in geloof, gemeenschap en dienst. Daarin wordt God verheerlijkt en de komst van Zijn Koninkrijk in volkomenheid bespoedigd.

5. De opbouw van de gemeente vandaag (enkele lijnen)
Gebonden aan de beginselen voor gemeenteopbouw naar Schrift en Belijdenis (zie 2 en 3), zullen we onze weg in deze moeten gaan.
U zult allemaal wel aanvoelen, dat de realisering niet gemakkelijk is. Misschien moeten we zeggen: moeilijker dan ooit tevoren vanwege de tijden die we beleven.
En toch: we mogen ons weten onder de belofte: Hij, die u roept, is getrouw. Die het ook doen zal.

We willen enkele lijnen trekken naar eigen hart en leven als ambtsdragers alsmede naar de praktijk van het kerkewerk.
5.1. We staan vandaag de dag in het krachtenveld van allerlei geestelijke machten, die het geestelijk leven in de gemeente verschralen (zie 1). Hoe sta ik daarin als ambtsdrager. Sta ik daarin met wat aangeleerde vormen en met een verstandelijke, aangeleerde kennis van de Bijbel, de bevindelijke waarheid? Sta ik daarin met wat geleerde lesjes, die ons gewichtig doen zijn bij het kerkvolk? Of sta ik daarin in de kracht van de Heilige Geest? De vraag 'Hebt gij de Heilige Geest ontvangen?' wil ook door een ambtsdrager beantwoord worden. De Heilige Geest ontvangen door het geloof in de prediking van het evangelie (Gal. 3 : 1v). Wanneer we leven uit de kracht van de Heilige Geest, uit de volle rijkdom die in Christus is, zal dat vrucht dragen in de ambtsbediening. Ons preken en ons spreken zal dan niet zijn 'in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid, maar in betoning van geest en kracht' (1 Kor. 2 : 4).
5.2. In het bevestigingsformulier voor ambtsdragers wordt ons voorgehouden dagelijks te trainen in het biddend onderzoeken van Gods Woord en onszelf gedurig te oefenen in de overlegging van de verborgenheden des geloofs. We hebben 'ja' gezegd. Hebben we ook in deze 'ja' gedaan?
Genoemde training/oefening legt beslag op je agenda. Het is van groot belang voor de opbouw van de gemeente. Hoe bereiden we ons voor op de zondagse prediking? Hoe verkeren we onder de bediening van het heil? Is de nabespreking geestelijk van aard? Doortrekt het gehoorde Woord ons denken en doen? Is er op de kerkeraadsvergadering voldoende ruimte om bezinnend bezig te zijn rondom Schrift en Belijdenis? Zijn wij modellen van de godsvrucht, zoals Paulus in zijn pastorale brieven daarvan spreekt tot Timoteüs en Titus?
We staan onder de sprake van de Meester: blijft in Mij en Ik in u; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Het is niet overbodig om in deze ook onze huisgenoten erbij te betrekken: onze echtgenote en (als het de Heere beliefde ons ze toe te vertrouwen) onze kinderen. Dr. A. van Brummelen sprak in onze voorbereidingstijd op het ambt: een vrouw kan je maken of breken in het ambt. Misschien geldt dat ook van de kinderen.
Laten we ervoor op onze hoede zijn geen twee levens te leven.
Mensen Gods, die op en onder de kansel die in huiselijke kring en op huisbezoek dezelfde zijn: beoefenaars van de godzaligheid.
5.3. Al onze ambtelijke arbeid (alle kerkelijke arbeid), zal gedragen moeten worden door het verlangen naar een gemeente, die gemeente van Jezus Christus is. Een kerk die waarlijk kerk is! In al ons werk zullen we de kerk op het oog moeten hebben. Dit behoedt ons voor het religieuze individualisme (sectarisme) en subjectivisme. Het behoedt ons voor ethisch individualisme (een ieder doe wat goed is in eigen oog). Het behoedt ons voor dogmatisch individualisme (een ieder zijn eigen theoloog, dominee, waarheid). Kerkelijk denken en werken. Ook dat is een doodsteek aan alle groepsvorming/polarisatie. Wanneer we de kerk op het oog hebben in al onze arbeid, staan we onder het Woord Gods, de ware schat der Kerk.
In de kerk zijn we 'samen met al de heiligen'. Gebonden aan de Schrift en de Belijdenis. Staande in de vrijheid waarmee Christus vrijmaakt.
5.4. Als ambtsdragers moeten wij er zorg voor dragen dat de ware leer haar loop hebbe. De ijver voor de zuivere leer mag bij niemand onzer ontbreken. Binding aan Schrift èn Belijdenis mag niet slechts een zaak van woorden zijn. Maar een zaak van het hart. Bij al het opbouwwerk in de gemeente onder jong en oud, ook in onze dagen, mag de bezorgdheid voor de 'gezonde leer' wel sterk aanwezig zijn. De liefde voor de Belijdenis is ook onder ons gering. Zijn het ook onder ons als ambtsdragers niet veel meer dan 'slogans', woorden, zinnen, uitspraken van vereerde voorgangers, dan dat de zaak zèlf vanuit de Heilige Schrift, op de leerschool van de Heilige Geest ons bekend geworden is? Terug naar dé Bron. Terug naar de bronnen van de gereformeerde traditie, waarin we zeggen te staan en waarin we roemen. Een geest van normoverschrijdende tolerantie waait onder ons. Wie durft nog te spreken van ketterijen?
Opbouw van de gemeente heeft plaats wanneer we vasthouden aan de 'gezonde leer', die ons in de drie formulieren van enigheid is gegeven. De vrucht is de eenheid. Zonder belijdenis geen eenheid. Zonder leertucht geen behoud van eenheid.

Heilig leven
5.5. Opbouw van de gemeente bestaat ook in het zorgdragen voor een heilig leven van de leden der gemeente. De Naam des Heeren, het recht des Heeren is hiermee gemoeid. Kerkelijke tuchtoefening is nodig. IJver voor de reinheid en heiligheid van de kerk van haar leden persoonlijk. Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.
Tucht, om zo uit behoudzucht en niet uit bemoeizucht zorg te hebben over de gemeente. Ik weet dat het hier gaat 'op het scherp van de snede'. Echter, het is onmogelijk dat iemand die door een waar geloof in Christus is ingelijfd, niet begeert te wandelen in een God geheiligd leven. Godsvrucht komt openbaar in handel en wandel. De gemeente is geroepen tot een heilig leven. En... dat heilig leven ligt niet één van ons van nature. Vermaning is nodig.
5.6 Onderwijs in de Schrift en in de catechismus: de catechese. Wanneer een jeugdclub ter ziele gaat, is dat jammer. Wanneer een lidmatenkring stopt is dat spijtig. Maar wanneer er geen catechese meer gegeven wordt, is dat rampzalig. Met preken alleen is het werk van een dienaar des Woords niet af. Huisbezoek moet er ook zijn. Maar ook het onderwijs aan de jeugd van de gemeente. De lijn van Doop naar Avondmaal loopt immers via de catechese. Laat toch de catechese de aandacht hebben in de prediking en het pastoraat. Ook het geven van de zgn. catechisaties op zich zij voorwerp van uw aandacht.
5.7. Na dit alles gezegd te hebben met het oog op ons als ambtsdragers, moeten we ook omzien naar gemeenteleden die be-gaafd zijn (mensen met een bepaalde 'gave' van de Heilige Geest ('charisma') om de gemeente mee op te bouwen. Belijdende gemeenteleden herinneren aan hun roeping om 'naar de u geschonken gaven mee te werken aan de opbouw der Gemeente van Christus'.
Het kerkvolk staat maar al te vaak 'ledig'. De ambten zijn er niet om de gemeente onmondig te maken. De Heilige Geest onderwijst ons in deze in Efeze 4 : 1-16.
5.8. De gemeenteleden wijzen op het oog hebben voor elkaar, zodat in onze tijd van individualisme en subjectivisme de gemeente opgebouwd zal worden in de gemeenschap met elkaar als leden van één lichaam. Vasthoudend aan de bediening van Woord en sacramenten als centrale taak van de kerk, zullen we zondagschristenen/consumptiechristenen ernstig vermanen. De gemeenschappelijkheid heeft juist in de gereformeerde traditie zo'n sterk accent. Wat betekent het, dat wij als gemeente samenkomen voor Gods aangezicht, dat wij de Doop ontvangen in het midden van de gemeente. Wat is de vrucht van de avondmaalsbediening voor het leven met 'elkaar' in de gemeente?
Een gemeente moet een pastorale gemeente zijn. Er is levend diakonaat nodig.
5.9. We zullen als ambtsdragers moeten zoeken naar vormgeving van gemeente-leven in allerlei concrete situaties en onderdelen. Als ambtsdragers zullen we moeten zoeken naar ontmoetingsvormen, waarin de betrokkenheid op de ander, de zorg voor elkaar gestalte kan krijgen. De omvang van de gemeente kan het onderlinge contact zo bemoeilijken. Laat de verenigingen, de kringen kleine kerkjes zijn. In kleiner verband durft men zich wat gemakkelijker te uiten en kan er ruimte zijn voor een goed geestelijk gesprek.
Wat het conventikel in zijn beste vorm beoogde, kan als voorbeeld dienen voor het heden.
Mogen we hier een pleidooi voeren voor de 'bijbellezingen' al dan niet met de gelegenheid voor nabespreking; studie-bijeenkomsten rondom de Schriften, rondom de belijdenisgeschriften; huwelijkscatechese...
In het kader van de vorming en de toerusting zou nog veel meer te noemen zijn.
We zullen moeten waken voor te veel. Niet het vele is goed, maar het goede is veel. En: weet de kerkeraad zich verantwoordelijk voor al datgene wat in het midden van de gemeente plaatsvindt?
5.10. Op de februarivergadering van onze synode werd besloten, dat iedere kerkeraad binnen afzienbare tijd een beleidsplan dient te maken. Onder beleid wordt verstaan: wat is het doel, dat je voor ogen staat en wat is de weg waarlangs je dit doel wilt bereiken? Welke middelen en mogelijkheden heb je in huis? Sluitstuk is het kostenplaatje.
Hoe je hier ook over denkt, het zal nuttig zijn om meer aandacht te besteden aan systematische beleidsvoering door de kerkeraden, dan nu veelal gebeurt. Wat is naar de Schrift en staande in de gereformeerde traditie de taak van de dienaar des Woords? Dat is wel iets anders dan wat de gemeente allemaal van hem verwacht. Weten de ouderlingen, diakenen hun taak?
We zullen over deze zaak nog nader geïnformeerd worden.

Risico's
Bijna aan het eind gekomen van deze lezing zult u allen begrijpen dat het bezinnend bezig zijn met gemeenteopbouw veel losmaakt.
Positief: de beginselen, de grondslagen worden blootgelegd. Zwakke plekken en groei-belemmerende factoren komen naar voren. Wegen ter verbetering worden aangewezen.
Risico's brengt het ook met zich mee. Te Velde noemt terecht, dat mensen in de gemeente alternatieve structuren en werkvormen willen ontwikkelen of willen ontwikkeld hebben uit onvrede over de bestaande. Gemeenteopbouw wordt dan gebruikt om te veranderen al wat te maken heeft met de traditie van een kleine 't'.
Een ander risico is dat van het activisme en perfectionisme. De gemeente wordt bezet door kerkelijke doe-het-zelvers en die niet doordrongen zijn van de woorden van Jezus: 'zonder Mij kunt gij niets doen' en niet overtuigd zijn van de psalmwoorden: 'zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs...' Dan lopen we misschien het vuur uit de sloffen en vervallen in krampachtigheid, die ten diepste hoogmoedige eigengerechtigheid is. Ons bedreigt niet minder wetticisme, wanneer we de gemeente voortjagen met de zweep van dit moet en dat moet anders... terwijl we niet beseffen, dat alle opbouw van de gemeente een gave Gods is, uit genade in het geloof ontvangen en gerealiseerd.

Gebed
We willen allen en een ieder opwekken om te volharden in het gebed om de doorwerking van de Heilige Geest in gemeente, huis en hart. De Geest komt niet daar dan waar men eendrachtig volhardt in bidden en smeken. Waar verdeeldheid is, komt Hij niet. Daar trekt Hij zich terug. Daar wordt Hij bedroefd.
Maar daar, waar verlegenheid is met het oog op gemeente-zijn, gemeente-opbouw, waar we alles nog wel in huis hebben aan beginselen naar Schrift en Belijdenis, maar waar we vastzitten en niet meer zo weten hoe het verder moet... anders moet; daar waar schuldbelijdenis plaatsvindt van ons slordig weinig geestelijk leven; daar waar er persoonlijke en gemeenschappelijke verootmoediging voor de Heere gevonden wordt...
Wie weet, God mocht zich wenden!
Hij gedenkt aan Zijn Verbond tot in eeuwigheid, aan het Woord dat Hij ingesteld heeft tot in duizend geslachten.
En als de Heere gaat gedenken, dan dalen stromen van zegen als plasregens neer.
Paulus heeft dat geloofd. Als hij de gemeente van Korinthe, een gemeente met veel zonden en een gemeente niet zonder afwijkingen van de rechte leer, vermaand heeft, besluit hij in 1 Kor. 15: Zo dan, mijn geliefde broeders! Weest standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw (moeitevolle) arbeid niet ijdel is in de Heere.
In de Heere onze arbeid gedaan... niet ijdel!
Laat dat u stimuleren en bemoedigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opbouw van de gemeente in een tijd van geestelijke verschraling (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's