De vreemdeling in onze poorten
Geschokt is allerwegen gereageerd op de uitslag van de verkiezingen in België. Grote winst behaalde het extreem-rechtse Vlaams Blok — 'nationalistisch en radicaal' — met vreemdelingenhaat in het verkiezingsvaandel. En verder scoorde ook hoog de boerenpartijachtige beweging van Jean-Pierre van Rossem, een charlatan, die op verdenking van fraude ten tijde van de verkiezingen nota bene in de gevangenis zat. In Antwerpen heeft liefst 25 1/2 procent van de kiezers op het Vlaams Blok gestemd, hoewel er ook hoog gescoord werd in plaatsen waar nauwelijks vreemdelingen wonen.
Wat in België gebeurd is, staat intussen niet op zichzelf. Ook in Frankrijk en Duitsland (her)leven racistische, nationalistische bewegingen. En allerwégen valt daarbij te constateren, dat de vreemdelingen, met name in de grote steden mikpunt van deze bewegingen vormen. Filip de Winter, de leider van het Vlaams Blok, hoopt de denkbeelden van zijn partij als 'een inktvlek' over Europa te verspreiden. In Nederland is hem dat tot dusverre niet gelukt maar 'dat komt wel' zegt hij. In ieder geval gaven de Nederlandse centrum-democraten ook acte de présence in België.
Tot de denkbeelden van Filip de Winter behoort dan (aldus Trouw), dat vreemdelingen 'moeten opkrassen', zodra ze zonder werk zijn, ook als zij 'geheel buiten hun schuld werkloos zijn geworden.'
Wie denkt, dat Nederland te goed is voor een uitbarsting van extreem-rechts vergist zich, dunkt ons. Het moge in ons land dan ontbreken aan een 'intelligent' leider als De Winter, de geschiedenis heeft geleerd, dat vaker notoire domoren volksmassa's op de been kregen. De geschiedenis heeft ook geleerd, dat ontwikkelingen soms niet in de hand te houden waren. Toen Duitsland na de Eerste Wereldoorlog, na het verdrag van Versailles werd 'vernederd', werd de voedingsbodem gelegd voor het nationaal socialisme en het fascisme. Achter de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog staande, kunnen we ons nu nog nauwelijks indenken, dat het mogelijk is geweest, dat de mensheid voor een deel naar zo'n morele diepte wegzonk. Maar het ìs geschied. En het joodse 'ras' werd het kind van de rekening. Zo kan ook in ons land een dergelijk racistische, extreem rechtse beweging toeslaan. Men behoeft het oor maar bij 'het volk' te luisteren te leggen om te constateren, dat latente vreemdelingenhaat allerwegen aanwezig is. Dit te ontkennen betekent bovendien het eigen hart niet kennen, zoals ook het geval kan zijn ten aanzien van antisemitisme.
Analyse
Uiteraard worden allerwegen analyses gemaakt van wat in België is gebeurd. De politiek staat te ver van het volk, zegt de één. Een verkiezingsuitslag als in België moet worden gezien als een protest tegen de geldende politiek.
'De democratische rechtsstaat moet,' aldus Bert van Duijn niet ten onrechte in Hervormd Nederland, 'overtuigend zijn in de verdeling van zeggenschap, werk en inkomen.' 'We moeten kiezen voor een krachtdadig bestuur, voor het opruimen van bureaucratie, voor een hoge moraliteit en verantwoordelijkheidszin in de politiek', aldus de Belgische socialist Vandenbroucke.
Wat opvalt is echter dat, bij analyses die worden gemaakt, de eigenlijke kwestie van de vreemdeling onder ons vaak niet of slechts verhuld aan de orde komt; bijvoorbeeld alleen in die zin, dat onze maatschappij zelf de schuldige van alles is. Maar op de vreemdelingen onder ons richt zich nu helaas juist het onbehagen van extreem-rechts. Dat neemt men niet weg door te zeggen, dat het er niet zijn mag. Het lijkt echter wel alsof die kwestie niet of nauwelijks (meer) bespreekbaar is. Te pas en te onpas valt dan de term discriminatie. Maar dingen, die niet bespreekbaar zijn of niet echt besproken wòrden, worden verdrongen. Ze ontladen zich dan op een kwaad moment in de vorm van wilde politieke bewegingen, zoals we nu kunnen constateren.
De vreemdeling
Laten we voorop mogen stellen, dat in de Schrift sprake is van grote, positieve aandacht voor de vreemdeling. In de eerste boeken van de Bijbel al vinden we dit element telkens terug. Israël moest de vreemdeling liefhebben ('dat men hem brood en kleding geve'). 'Daarom zult gijlieden de vreemdeling liefhebben: want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland.' (Deut. 10 : 19).
De Heere zegt ook bij monde van Jeremia: 'Maar indien gij... de vreemdeling, de wees en de weduwe niet zult verdrukken... zo zal Ik u in deze plaats, in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, doen wonen van eeuw tot eeuw.' (Jer. 7 : 6, 7).
En verder behoeven we alleen maar te denken aan het gebod aangaande de sabbat, waarin de zegen van de rustdag ook voor de vreemdeling is.
In dit verband mag worden gezegd, dat Nederland als christelijke natie onmiskenbaar tekenen van deze bijbelse opdracht gesteld heeft in de geschiedenis. Hoevele vreemdelingen — bijvoorbeeld Hugenoten en joden — zijn in ons land de eeuwen door niet gastvrij ontvangen, zonder het oproepen van een vreemdelingenprobleem. Maar intussen mogen we niet vergeten, dat het met de huidige 'vreemdeling in onze poorten' wel enigszins anders is gesteld. Die vreemdeling in onze poorten is vandaag goeddeels de gastarbeider in onze steden. Met andere woorden, de vreemdelingen zijn diegenen, die we jaren geleden naar hier haalden om het vuile werk te doen, waartoe de gemiddelde 'ontwikkelde' Nederlander niet meer bereid was. Al moet worden gezegd, dat er ook inderdaad gelukkig asiel is verleend aan vluchtelingen, komend uit benarde situaties in de wereld. Anderzijds moet echter ook weer worden gesteld, dat ons sociale stelsel een eigen magneetwerking op vreemdelingen heeft gehad.
Maar àls dan ook een analyse wordt gemaakt van onze maatschappelijke problematiek, is het terecht als gelaakt wordt, dat we enerzijds de vreemdeling hebben gebruikt maar anderzijds de kinderen van de vreemdeling (de tweede generatie) onvoldoende hebben betrokken in het maatschappelijke proces. Dat moet wel een eigen problematiek oproepen.
Bezinning
Verder hebben we echter — en dat vraagt eveneens om diepgaande bezinning — wel een maatschappelijk probleem van de eerste orde gekregen doordat verschillende culturen, met name in de grote steden op elkaar zijn gaan botsen. Als het er dan al om gaat, dat ook vreemdelingen hun eigen, cultureel bepaalde habitus moeten kunnen blijven behouden, dan is ten diepste echte integratie, aanpassing aan onze maatschappij al buiten discussie gesteld. We spreken immers ook van 'culturele minderheden' onder ons! Maar zó betekenen andere culturen onder ons, dat er wijken van steden of delen van ons land zijn, waar de eigen cultuur langzaam maar zeker verdrongen wordt door een vreemde. Dat geldt ook in religieus opzicht. Langzaam maar zeker zien we een zekere islamisering van ons land zich voltrekken. Maar verder is het zo, dat er wijken van steden zijn, waar de autochtonen zich vreemdeling zijn gaan gevoelen. En dan gaat het om de dagelijkse leefsfeer van mensen. Problemen, die hieruit voortvloeien, moeten dunkt mij eerlijker dan vandaag vaak mogelijk is, besproken kunnen worden. Opdat niet een eruptie van vreemdelingenhaat toeslaat, zoals we momenteel zien gebeuren.
Maar daar komt nog iets bij. Ik onderstreep nòg eens, dat het een bijbelse opdracht is om de vreemdeling lief te hebben en dus ook gastvrijheid te verlenen. We mogen ons zelfs gerust afvragen of de christelijke gemeente hierin ook vandaag wel voldoende voorbeeld-ig is; ook wat betreft de uitstraling van hen, die tot de gemeente behoren, naar de vreemdeling toe in de dagelijkse levenspraktijk. De vreemdeling heeft echter niet alleen (gast)rechten maar ook (gast)plichten. Ook de vreemdeling is onderworpen aan de normen van Gods geboden, die de christelijke gemeente als een spiegel heeft ontvangen. Het ligt voor de hand dat, wanneer vandaag de grote steden hoge percentages vreemdelingen (liever allochtonen) binnen de 'poorten' hebben, deze allochtonen ook, wanneer de sociale omstandigheden voor hen miserabel zijn of het leven uitzichtloos is, mede deel uitmaken van de misdaad (zeg de verloedering) in de grote steden. Ook zij bedreigen dan mede de veiligheid van wonen en reizen. Wie dit echter zegt, loopt de gerede kans gezet te worden in de hoek dergenen, die óók al discrimineren. Eerder moet de vreemdeling — in de opinie van velen — vallen onder positieve discriminatie, dat wil zeggen dat omzichtig moet worden omgegaan met de misdadigheid van vreemdelingen onder ons. Want onze samenleving zelf is toch de hoofdschuldige? Dat nu moet op den duur fout gaan. Dat roept psychologisch verklaarbare gevoelens van onbehagen op, die zich op den duur kunnen ontladen in verwerpelijk stemgedrag, met name in de grote steden. Overbodig overigens om te zeggen, dat vele allochtonen als gewone burgers hun plaats onder ons innemen.
Terug naar de Schrift
Tenslotte nog één keer terug naar de Schrift. Voor de christelijke gemeente betekent het liefhebben van de vreemdeling als het goed is ook het brengen van de vreemdeling bij de geboden Gods, die ten goede zijn voor mens en samenleving. De diepste nood van onze samenleving is echter, dat we ontzonken zijn aan de heilzame normen (en beloften) van de geboden Gods. Dat geldt voor autochtonen en allochtonen. In het evangelisatiewerk in de grote steden — maar niet alleen daar — mag de vreemdeling dan ook niet buiten beeld blijven, ook niet wanneer deze een andere religie aanhangt. Ik denk in dit verband aan het werk van de Stichting 'Evangelie en moslims.' Vandaag staat zulke arbeid echter hier en daar ook al onder verdenking van discriminatie. Voor velen is het christelijk genoeg louter ruimte te scheppen voor het bouwen van moskeeën, terwijl tolerantie naar moslims toe soms duidelijker wordt getoond dan naar (mede-)christenen.
En ook wanneer vandaag gastvrijheid en christelijke liefde worden gepraktiseerd, in bijvoorbeeld christelijke educatieprogramma's, zal de stem van het Evangelie zelf mogen meeklinken. De vraag is of het één èn het ander, het ander èn het één gebeurt. Ook de vreemdeling zal weten dat er een God in Israël was en is. Ook de vreemdeling heeft de paaltjes van de geboden Gods nodig om verantwoord voor zichzelf en naar de omgeving toe te leven.
Wanneer we beseffen, dat onze samenleving als geheel veraf leeft van de geboden des Heeren, is er weinig reden om eenzijdig naar de vreemdeling te wijzen. Botsing van culturen voegt echter wel ook in dit opzicht een nieuwe dimensie aan onze maatschappelijke problemen toe. Maar de oproep tot bekering, tot omwending ook in het maatschappelijk leven, raakt ook de vreemdeling, die in onze poorten is.
Als er dan al van radicaliteit sprake is, dan is de eis van het gebod Gods radicaal. Maar dat gebod Gods is ook maatschappelijk ten goede. Dat is iets anders dan extreem rechtse radicaliteit. Nadruk op het gebod Gods betekent b.v. dat niemand, die zich vergrijpt aan het goed van de ander of het leven van de ander, recht heeft op een aparte bejegening. In de wet komt de Heere God om Zijn recht en belooft Hij Zijn genadige toewending bij gehoorzaamheid aan die geboden, ook in de samenleving.
Onze samenleving is intussen ziek, zei premier Lubbers nog niet zo lang geleden. Of hij toen ook dacht aan de ontzinking aan de integrale normen van Gods geboden is niet direct waarschijnlijk. In dat licht gaat het ook om het integrale beleid inzake de vreemdelingen. Maar de vreemdeling zelf staat niet buiten het verziekingsproces.
Gaat het evenwel om gezondmaking, dan gaat het om liefde en recht, om gastvrijheid en orde.
En bij de christelijke gemeente weegt blijkens het vierde gebod de 'sabbat' zwaar, ook voor 'de vreemdeling die in onze poorten is. De gemeente zou vanuit de zondag dan ook door de week exemplarisch moeten zijn als het gaat om de benadering van de vreemdeling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's