Ik wil hier weg
Van Overzee
'Ik wil hier weg', zegt hij tegen mij tijdens mijn pastorale spreekuur. Het is een jongere van onze gemeente. Vierentwintig jaar is hij. Actief in de evangelisatiecommissie. Gaat vaak de weekenden en de zondagen naar de evangelisatiepost 'Sinai'. Heeft geen werk. Ging naar een catechetencursus in januari. Geen jongere dus zonder initiatieven, die zijn tijd onnuttig besteedt! En toch: hij wil weg uit Peru. 'Waarom?', vraag ik. 'Hier is geen toekomst voor me. Ik kom hier nooit vooruit. Werk is er niet. Voortdurend moet ik nog van moeders pappot leven en van familie en vrienden geld lenen', antwoordt hij. 'Maar ik heb je toch gezegd in ons vorige gesprek, dat als je je geroepen voelt, je kunt vragen of je als evangelist in de kerkprovincie Amazonas kunt gaan werken. Dan ben je toch ook weg uit Lima? Ik begrijp trouwens best, dat je je leven hier niet fijn vindt en dat je weg wilt. Eerlijk gezegd dacht ik vroeger dat alleen de luiwammesen weg willen uit Peru om elders gemakkelijker te kunnen leven. Ik zag ze als deserteurs, die hun land in de steek laten. Terwijl er zoveel te doen is in Peru! Nu begrijp ik steeds beter, waarom jongeren wèg willen uit Peru. Ze zijn zelfs als goedkope arbeidskrachten al niet meer interessant. Maar ik zei de vorige keer ook, dat ik jouw gewaagde illegale reis overland naar Mexico echt niet zie zitten. Je hebt toch gehoord van de vriendin van Juana, die op de grens tussen Guatemala en Nicaragua neergeschoten is? Tot op heden hebben ze haar lijk niet gevonden. Daarom, begrijp me. Ik kan zo'n reis niet aanbevelen of je zó de zegen meegeven.'
'Ja maar, nu heeft mijn zus, die in Mexico woont, mij geld gestuurd via een meneer met wie ik ga reizen en wel per vliegtuig!', antwoordt hij. 'Ben je er zeker van, dat die meneer te vertrouwen is?', vraag ik. 'Ja, ik denk van wèl. Mijn zus gaf hem een brief mee. Hij gaf mij 1000 dollar. $ 1000,– kreeg hij zelf voor de papieren rompslomp en krijgt nog eens $ 1000,– als hij mij goed en wel aflevert.'
'Ik vertrouw het eerlijk gezegd niet. Er zijn benden, die zo handelen in mensen.'
'Ja maar, hij heeft een huis hier in Lima en hij is expert in zulke reizen. Er gaan nog drie jongens meer mee.'
'In ieder geval moet er flink gerommeld worden met je identiteitspapieren', merk ik nog op.
'Vergeet niet, pastor, dat ik óók weg wil om daar in Mexico te evangeliseren en als het kan theologie te studeren.'
'Maar als je nog niet eens de middelbare school afhebt hier...'
'Ik wil hier in ieder geval wèg, pastor!'
We praten nog een tijdje wat dieper door over het verstaan van de wil van God in deze dingen. Hoe bidt hij t.a.v. deze reis? Mag je bidden of iemand je goed de grens over smokkelt? Hoe denkt je moeder en je zus erover, die ook gelovigen zijn? Het blijkt dat zij er minder moeite mee hebben als ik. Hoe zou dat komen?
Ik voel blijkbaar toch niet genoeg aan wat het is om door je land 'uitgespuwd' te worden en hoe ook christenen zo'n mensensmokkelreis niet moreel onaanvaardbaar vinden. Ze denken waarschijnlijk onbewust in termen van een economische oorlogssituatie.
Voor vertrek wordt er nog een soort oliebollenaktie gehouden door zijn familie om hem goed in de kleren te steken. Ik weet dat in hen de stille of de uitgesproken hoop leeft: 'Straks als hij daar in Mexico of de V.S. gaat verdienen, dan stuurt hij ons wellicht regelmatig een cheque van 100 dollar, een maandloon hier in Peru!'
Tenslotte vraagt hij nog om een verklaring dat hij lid is van onze gemeente. En of ik adressen heb van een presbyteriaanse kerk in Mexico. Ik geef hem die week wat hij mij vroeg.
Op de afscheidsavond kan ik niet present zijn. Gelukkig niet. Ik weet niet wat ik zou moeten zeggen. Het enige wat ik kan doen (en dat is niet weinig!) is, wat ik ook deed aan het eind van ons gesprek: de Heere vragen, dat hij niet uit Zijn handen valt, ook al gaat hij op wegen die ik als pastor duister vind.
Ik herhaal wat ik wèl steeds beter begrijp: dat jongeren wèg willen uit Peru. Er is een nieuw soort vluchteling ontstaan: dat is de economische vluchteling, die asiel zoekt in dat deel van de wereld, waar ze denken dat het beter is. En ònze vraag: Is het er ook wèrkelijk beter, is voor hem nog geen vraag.
Hij vraagt ons echter: hoe lang denken jullie dat het nog voortduurt dat het monster van de wereldeconomie jongeren, zoals ik, uit blijft braken, omdat we volslagen onnuttig en oninteressant geworden zijn? En hij zou mij persoonlijk kunnen vragen: Waarom wil jij volgend jaar juni naar Nederland terug?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's