Impressie van een synode-discussie
'Zuid-Afrika' schijnt telkens goed te zijn voor een stevige synodale discussie. Afgaande op (krante)koppen boven verslagen van dit gesprek op de laatstgehouden synode lijkt die conclusie enigszins gewettigd. 'Discussie Zuid-Afrika brengt onverwachts spanning op synode' opende het verslag in Trouw. De weergave van dit gesprek in het weekbulletin van het Hervormd persbureau (zie vorig nummer) had als kop 'Soms stekelige discussie rond Zuid-Afrika'. Wat was er 'stekelig' en bracht 'onverwachts spanning' bij de bespreking van dit punt? Waren dat de kritische vragen bij het Zuid-Afrika beleid van onze kerk? Maar dat moet toch kunnen lijden!
De nota van o.a. de ROS (Raad voor de zaken van Overheid en Samenleving), lichtte ter inleiding toe dat de recente ontwikkelingen in Zuid-Afrika voor het moderamen van de synode aanleiding waren geweest om via deze nota een synodediscussie voor te bereiden. Daarmee honoreerde het moderamen tevens de verzoeken, van tijd tot tijd ter synode gehoord, die aandrongen op opening van de discussie omdat intussen een en ander veranderd was. Om zo mogelijk zelfs het standpunt te herzien dat de synode sinds negen jaar inneemt: volgen van het advies dat de zwarte- en kleurlingenkerk van Zuid-Afrika geven. En dat advies luidde bij monde van de twee ter synode aanwezige Zuidafrikaanse predikanten (vertegenwoordigers van de zwarte- en kleurlingenkerk) ook nu het beleid onveranderd voortzetten.
Voor een eventueel herzien van het beleid gaf het moderamen en ook de nota geen opening. Er zijn wel veranderingen, maar ze zijn nog niet voldoende uitgekristalliseerd, oordeelde het moderamen, dat de tijd nog niet rijp achtte om het tot nu toe gevoerde beleid te herzien. Daar was niet iedereen het mee eens en ook de twee Zuidafrikaanse gasten konden niet ieder overtuigen. Vertolkten zij in hun advies de stem van de hele zwarte bevolking? Die is immers niet eenstemmig in het waarderen van de veranderingen en het advies om sancties op boycot al dan niet af te schaffen. Als er uit de zwarte bevolking stemmen opgaan om die wel af te schaffen, moeten wij dan voet bij stuk houden, vroeg ds. A. v.d. Beek (Rijssen) zich af. Overigens viel mij op dat de meeste vragen bij het beleid van onze kerk niet zozeer gericht waren op de concrete situatie in Zuid-Afrika alswel een appel inhielden dat de kerk als kerk met deze dingen omgaat en erover spreekt: profetisch en niet politiek. Daarbij legde ds. C.L. de Rooij (Terneuzen) de vinger toen hij bij een aantal andere kritische geluiden de vraag stelde of een strafmaatregel als boycot wel past bij een kerk. Is er geen andere weg naar de verzoening? Bij dat laatste sloot mijn buurman ter synode, diaken J.J. Visser (Dordrecht) aan die meende dat het isolement waarin de blanke NGKerk o.a. door onze kerk is gedrongen de verzoening niet bewerkt. Wel het tegendeel: gekwetste gevoelens bij vele leden van deze kerk, zo wist hij uit eigen ervaring. Het weekbulletin van het persbureau heeft mij de vraag in de mond gelegd of zij (bedoeld zijn waarschijnlijk de zwarten) in staat zijn verantwoordelijkheid te dragen binnen een democratische staat. Jammer, deze omissie. Waarom zou ik twijfelen aan de capaciteiten van zwarte mensen. In mijn bijdrage heb ik wel gepleit voor geduld in het huidige veranderingsproces, waarbij het gist en waarbij niet altijd het beste komt boven drijven. Niettemin dragen die veranderingen in zich de belofte dat het een goede kant uit gaat, zoals de berichten van de laatste weken bevestigen. We kunnen er alleen blij mee zijn. Maar zou ook hier niet gelden dat haastige spoed zelden goed is? Met opzet voorzie ik deze uitspraak van een vraagteken. Ter synode heb ik dat willen doen door aan te dringen op bescheidenheid. Wij staan zo snel met het opgeheven vingertje klaar. Dan is het juist des te schrijnender dat we als Nederlandse Hervormde Kerk niet eens orde op eigen zaken kunnen stellen. Een aktueel voorbeeld is de verwarring in de kerk ontstaan na de geruchtmakende uitspraak van wijlen prof. Van Gennep over de opstanding en de lafheid welke hij predikanten verweet die, naar hij opperde, met Pasen liever niet zouden preken, maar het niet durven laten voor de goe-gemeente. Het rapport dat na veel aandringen toen verscheen kon de status van een pastoraal schrijven niet halen. De herder liet de kudde in de kou van verwarring staan. Moet dat de kerk in haar spreken naar buiten niet tot voorzichtigheid en bescheidenheid manen?
Wat mij bij deze discussie gebleken is en getroffen heeft, is dat Zuid-Afrika, naar mijn smaak een zaak die hooguit het beleid van een synode en kerk kan raken, voor een niet gering deel van onze kerk tot een zaak van belijden lijkt te zijn geworden. En het omgekeerde lijkt ook waar. Wat het belijden van de kerk dient te raken, lijkt veelszins gedegradeerd tot een kwestie van beleid. Niet zelden beleid in de marge van het kerkelijke bedrijf. Waarbij ik heel concreet denk aan het besluit dat ook deze synode is genomen terzake vrouwelijke predikanten als consulent. Tot voor kort een kerkordelijk vastgelegd gegeven dat geen gemeente van haar diensten behoeft gebruik te maken indien (vanuit principiƫle overwegingen) niet gewenst. Nu allerminst een vanzelfsprekende zaak meer. Het is niet alleen een vrome wens als we besluiten: God geve dat onze kerk weer profetisch spreken zal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's