Leren in de gemeente (1)
(Omgewerkte lezing, gehouden op de catechesedagen van de HGJB 1991)
Inleiding
Het woord 'leren' kunnen we op twee manieren opvatten. In de eerste plaats een aktiviteit van de leraar (Engels: to teach). Deze benadering van leren heeft in het gereformeerd protestantisme altijd veel nadruk gekregen. Het staat in het kader van de roeping om aan een volgende generatie de inhoud van het christelijk geloof over te dragen.
In de tweede plaats kan men het woord 'leren' bezien als een aktiviteit van de leerling (Engels: to learn). De laatste decennia is voor deze benaderingswijze meer oog gekomen. Het gaat dan om de vraag: hoe maakt de leerling zich de leerinhoud eigen en hoe leert hij daarmee de weg van het geloof zelf te gaan. Dat laatste is namelijk niet vanzelfsprekend.
Het is goed om aan beide benaderingswijzen vast te houden. Het leren van de leraar en het leren van de leerling kunnen niet zonder elkaar. Benadrukken we teveel het leren van de leraar, dan lijkt het leren op de landing van een vliegtuig zonder vliegveld. Benadrukken we teveel het leren van de leerling, dan lijkt zijn leerproces op een vliegveld, zonder een vliegtuig, dat landt.
Leren in de gemeente van het Nieuwe Testament
We komen straks op dit onderscheid terug. Nu kijken we eerst naar het leren in de gemeente van het Nieuwe Testament. Het valt ons dan meteen op, dat dit leren een grote plaats inneemt. Als we de Schriftplaatsen vanaf het boek Handelingen bezien, dan stuiten we op een onvoorstelbare hoeveelheid voorbeelden van leren.
We noemen — tamelijk willekeurig — de volgende gegevens: Volharden in de leer van de apostelen (Hand. 2 : 42); leren in de tempel en bij de huizen (Hand. 5 : 42); wij weten (Rom. 3 : 19); die leert in het leren (Rom. 12 : 7); herders en leraars (Ef. 4 : 11); Christus leren (Ef. 4 : 20); bekwaam om te leren (1 Tim. 3 : 2); blijft gij in hetgeen gij geleerd hebt (2 Tim. 3 : 14); ken de Heere (Hebr. 8 : 11); wij kennen, Hem kennen (1 Joh. 2 : 3), enz. enz.
Grondwoorden
Enkele veel voorkomende Griekse woorden voor leren zijn:
1) Manthanein: het leren van de leraar, gericht op het mathètes zijn, het leerling zijn.
2) Didaskein, waarvan afgeleid didaskalos: de leraar en didachè: de leerinhoud.
3) Katèchein, een woord waarvan de uitdrukking katechese afgeleid is.
Wanneer deze woorden in het Nieuwe Testament gebruikt worden, wortelen zij bijna altijd in het oudtestamentische woord 'lamad'. Dat is een belangrijk gegeven. Want dat betekent dat het leren in de nieuwtestamentische gemeente niet het intellectualistische karakter van het Griekse leren draagt, maar het praktische karakter van het joodse leren. Leren is niet gericht op wereldse wijsheid, maar op het volgen van Jezus.
Waarom leren?
Dat er in het Nieuwe Testament zoveel over leren geschreven wordt, komt omdat het leren samenhangt met het christen-zijn. Christen-zijn is discipel-zijn, leerling-zijn.
Waarom is dat zo? Omdat het christen-zijn geen ontplooiing is van iets wat de mens aangeboren is. Het is iets wat de mens van nature vreemd is. Het volgen van Jezus is iets wat je moet leren. Daarom luidt de opdracht van de apostelen: 'Onderwijst alle volken', d.w.z. maakt hen tot mijn discipel, leerling, volgeling (Matth. 28 : 19). De uitdrukking discipel komt 250 keer voor in de Evangeliën en de Handelingen. Het betekent: volgeling van Jezus, de Meester, zijn. Eerst zijn er 12 discipelen, later komen er steeds meer tot het aantal eenmaal zal zijn uitgegroeid tot een schare van 12 keer 12 keer 1000, 144.000, een ontelbare menigte. (Op. 14 : 3)
Leren behoort dus tot de identiteit van het christen-zijn.
Inhoudelijk gaat het er dan om, dat je leert Wie Jezus Christus voor jou persoonlijk is. Het is je leven door Hem laten beheersen. Door Zijn woorden en daden. Prachtig is de uitdrukking uit Ef. 4 : 20: Christus leren.
Bij dit leren heb je voorbeelden nodig. Identificatiefiguren zouden we nu zeggen. Je moet aan anderen kunnen zien hoe het 'werkt' om Jezus te volgen. Zo is Paulus voor Timotheüs een voorbeeld, een geestelijke vader. Timotheüs is zijn zoon, die hem navolgt. 'Hetgeen gij ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doet dat' (Fil. 4 : 9), zegt Paulus tegen de christenen in Filippi.
Levenslang
Het leren Jezus te volgen krijgt zijn beslag in de Doop, gepaard gaande met de belijdenis van het geloof. We zien dat in het leven van de kamerling (Hand. 8). Eerst krijgt hij onderricht en leert hij. Dan wordt hij gedoopt en belijdt hij zijn geloof. Er is dus een akte waarin het leren tot een zekere afronding komt. Er is ook sprake van een basiskennis. Een verzameling van geloofsinhouden, waar je mee instemt. Hierop staat het 'wij weten', waarover Paulus in zijn brieven herhaaldelijk spreekt. Maar het leren houdt bij de doop en de belijdenis niet op. Ook als men is toegetreden tot de christelijke gemeente, blijft men leren. Daarin zien we opnieuw de invloed van het joodse leren. Men blijft levenslang leren. De uitdrukking 'volharden in de leer van de apostelen' bevat ook de gedachte dat christenen zich voortdurend in wisselende situaties afvragen wat de boodschap, de leer van de apostelen, betekent voor het leven van elke dag.
Het is nodig, dat men blijft leren; dat er groei is in het leren. In dit verband kent het Nieuwe Testament het onderscheid tussen het gevoed worden met melk en met vaste spijs (bijv. 1 Cor. 3 : 2). Bij melk gaat het om de eerste beginselen van het christelijk geloof. Bij vaste spijs om diepere waarheden. Het is niet goed als men blijft steken in die eerste beginselen. Er dient sprake te zijn van een toename in kennis. Een steeds beter verstaan van het Woord van God. Steeds meer inzicht krijgen in de konsekwenties ervan voor de praktijk van het leven.
Bouwwerk
De lerende gemeente wordt verschillende malen voorgesteld als een bouwwerk. Leren is niet alleen iets persoonlijk, maar iets wat de gemeente, de gemeenschap raakt. Het fundament, waarop de gemeente staat, is het heil van Jezus Christus, dat de apostelen en profeten hebben gepredikt (Ef. 2 : 20-22). Op dat fundament wordt de gemeente gebouwd. Steeds hoger en ruimer van omvang wordt het gebouw. Het gebouw wordt als het ware functioneel gemaakt. Net als een kerk, die uitgebouwd wordt. Architectonisch niet fraai, maar wel functioneel. Zo wordt de gemeente al lerend en aflerend functioneel gemaakt. Namelijk tempel van God te zijn, waarin gediend kan worden. Waarin liefde beoefend wordt tegenover God en de naaste.
Het is God Zelf, die zijn gemeente bouwt. Maar Hij gebruikt er medearbeiders (sunergoi) voor, herders en leraars, ouderlingen en diakenen, evangelisten, helpers enz. enz. Ieder heeft zijn eigen taak. Maar samen staan zij op de steigers waarop de leerinhouden als bouwstenen worden aangedragen. Eenmaal komt het gebouw klaar. De tempel is dan voltooid. De gemeente is bereid voor de bruiloft. De christen is de mens Gods, tot alle goed werk volmaakt toegerust (2 Tim. 3 : 17).
Leren en leren
We begonnen dit artikel met het onderscheid tussen leren en leren. We komen daar nu op terug. Dit onderscheid vinden we namelijk ook in het woordgebruik van het Nieuwe Testament. Allereerst is er het leren van de leraar (to teach). We noemen enkele voorbeelden. De apostelen leren het volk (Hand. 4 : 2), Paulus verkondigt en leert (Hand. 20 : 20); er zijn mensen die vermanen (Rom. 12 : 8), voeden (1 Cor. 3 : 2), opbouwen (Ef. 4 : 12), arbeiden in het Woord en de leer (1 Tim. 5 : 17), toerusten (2 Tim. 3 : 17), weerleggen (Ti 1 : 9).
Maar er is ook het leren van de leerling (to learn). Zij weten (Ef. 6 : 21-22), zij volharden in de leer (Hand. 2 : 42), zij onderzoeken de Schriften (Hand. 17 : 11), zij verstaan (Rom. 7 : 1), zij kennen (1 Cor. 13 : 9), zij worden veranderd (Rom. 12 : 2), zij beproeven (Rom. 12 : 2), zij zijn navolgers (1 Cor. 11 : 1), zij betrachten de waarheid (Ef. 4 : 15), zij blijven in de leer (2 Joh. 9), zij lezen, horen en bewaren (Op. 1 : 3).
Nu is het niet zo, dat beide vormen van leren los van elkaar staan of op gespannen voet met elkaar staan. Beide vormen van leren zijn twee kanten van dezelfde zaak, zijn schering en inslag. De één reikt iets aan en de ander neemt het aan. De één reikt het zó aan, dat de ander het kàn aannemen. Er is een boeiende dialectiek tussen beide vormen van leren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's