De Trooster en Zijn werk (5)
'De Heere Jezus Christus is van de God Vader verordineerd en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, Die ons de verborgen raad en wal Gods van onze verlossing volkomen heeft geopenbaard', zegt de catechismus. Dat doet Hij nog steeds door Zijn Heilige Geest. Daarom lezen we Johannes 14 over de Trooster: 'Die zal u alles leren en zal u indachtig maken, alles wat Ik u gezegd heb'. Dat woord 'leren' zet ons direct op onze plaats. De Heilige Geest maakt ons in het leven van het geloof tot leerlingen. Hij neemt ons op de school van het Woord, zodat we leren horen naar Zijn stem. Zo zorgt Hij zowel voor het leermiddel en het onderwijs als voor het vermogen om dat te verstaan. Omdat alles Zijn gave is, maakt deze geestelijke kennis niet opgeblazen. Integendeel, hoe meer we toenemen in de geloofskennis van de Heere en van onszelf, des te kleiner worden we in eigen oog. Dan staan we niet vooraan om anderen met onze geestelijke kennis te verbazen, maar bidden we voortdurend om de ware wijsheid, die de Geest geeft. Tegelijk ervaren we, hoe moeilijk het is, om door te geven, wat Hij ons geleerd heeft. De troost, waarmee de Heilige Geest ons hart vervult, is 'een verborgen manna, dat niet zo duidelijk aan anderen verklaard kan worden' (Ridderus).
Lessen vol troost
Bij Zijn onderwijs gebruikt de Heilige Geest het Woord. Calvijn noemt Hem de inwendige Leermeester, Die op Zijn tijd, tijdens de prediking of daarna, het Woord toepast aan onze harten. Van dat Woord is Hij overigens ook Zelf de Auteur. Om het eenvoudig te zeggen: de Geest leest Zijn eigen werk zó dat wij het kunnen verstaan. Daarom is Hij ook de Geest der waarheid. Hij leidt in alle waarheid, verlicht ons en leert ons de zin van het Woord verstaan. Dat gaat verder dan ons verstand; Hij maakt ons het Woord eigen, geeft het plaats in ons hart en leven. Daar wordt de genade van Christus toegepast aan ons hart. Om met Calvijn te spreken: het bloed van Christus begint te druppen en raakt zondaarsharten, reinigend, genezend en kracht schenkend. Door dat werk van de Trooster in ons hart wordt het Woord doorstraald van een wonderlijke kracht. Oude woorden worden fonkelnieuw; we bemerken, dat ze voor ons bedoeld zijn. Dan is het Woord geen dode letter, maar is het vol kracht. De Geest maakt de betekenis van het Woord duidelijk voor onze situatie, Hij past het zo toe, dat we er onszelf in terug vinden. Het wordt een integrerend deel van ons leven en gaat onze handel en wandel bepalen.
De Trooster maakt ook indachtig, wat Christus gesproken heeft. We vinden dat terug in het leven van de apostelen. Nadat de Heilige Geest op Pinksteren is uitgestort, valt de Schrift voor hen open. Ze zien de verbanden, die er in het Woord zijn en worden herinnerd aan Jezus' woorden en daden. Geïnspireerd door de Heilige Geest, schrijven zij hun evangeliën en brieven. Ze getuigen van hun Heiland, zelfs voor koningen en keizers. In de grootste noden blijven ze vol goede moed, want de Trooster trekt met hen mee. Hij geeft hen te spreken in de ure, waarin zij dat nodig hebben. Hij verlicht hun verstand, opent hun mond en vervult hen met de liefde van Christus. Ze hoeven niet te zoeken naar woorden, de Trooster brengt hen te binnen, wat ze vroeger van Jezus gehoord hebben. Toen hebben ze het dilcwijls niet verstaan, maar nu valt het voor hen open. Eenvoudige vissers worden predikers, die velen tot zegen zijn. Niet in eigen kracht, maar omdat ze een machtige Voorspreker hebben, Die hun van de hemel gezonden is en die bij hen blijft, overal waar ze heen gaan.
Dat werk gaat ook vandaag door. Wanneer de Trooster Gods beloften toepast aan ons hart, merken we, dat ze voor ons bedoeld zijn. Hij spreekt met zo'n kracht lot ons, dat waar wordt, wat we lezen in het gebed voor de predikatie: we horen niet het woord van een mens, maar gelijk het in waarheid is, Gods Woord. Dat doet ons het Woord geloven, zoals het tot ons komt. We vinden troost in de beloften van God, die spreken over de vergeving der zonden en in het eeuwige leven. Dat geeft zekerheid en kracht, het wekt ook verlangen in ons naar de volle openbaring van wat de Heere beloofd heeft. De Trooster geeft steeds meer inzicht in de Schrift. We ontdekken, dat de Heere op allerlei momenten en in diverse omstandigheden een Woord voor ons heeft. Er is een bijzondere zegen in verborgen, die we onder de prediking of in de stille meditatie mogen vinden. Daar maakt de Geest indachtig. Hij roept het op, stelt het ons voor ogen, maakt het zo persoonlijk, dat wij als met name geroepen worden.
Dat geeft zekerheid in het geloof en leert ons voortgaan op Gods weg. Zo wordt Christus al rijker voor ons, we krijgen Hem steeds meer lief Hij wekt in ons ook liefde tot de naaste. Gods Woord is immers werkzaam; het is in de kracht van de Geest als een zuurdeeg, dat het meel doortrekt en omzet. Dat merken we aan ons leven. Het verandert onder de bearbeiding van de Geest. We moeten veel leren, maar nog meer afleren. Terwijl Hij soms diep insnijdt in ons eigen vlees, verandert Hij ons naar het evenbeeld van Christus. Dat beeld wordt er niet opgedrukt, zodat het als een goede vlag een verkeerde lading zou kunnen dekken. Het wordt van binnenuit gevormd, onuitwisbaar en onweerstaanbaar, tot onze verwondering. Saulus wordt Paulus, Simon Jona's zoon Petrus de Rotsman. Dat is niet ons werk, maar Gods werk. Christus krijgt gestalte in ons, we gaan jagen naar de prijs der roeping Gods, die van Boven is. Het is: vergeten wat achter is en ons strekken naar wat voor is, gedreven door de Geest en getrokken door Gods Woord. Zo worden onze gang en treden vast in het Woord en leren we roemen in het werk van de Drieënige God. Het geheim van die zekerheid ligt in het getuigenis van de Heilige Geest. Hij getuigt van Christus en leert ons leven van de vastheid van Zijn Woord.
Getuigend appèl
Die troost is nodig, want we leven in een wereld, die van Christus niet weten wil. Ze verwerpt Hem en weigert Hem als Koning te erkennen. Daarom vervolgt ze ook Zijn Kerk. 'Allen die godzalig willen leven, zullen vervolgd worden'. De Kerk van Christus ligt op allerlei manieren onder vuur. We zien, dat in sommige landen, waar christenen om het geloof vervolgd worden. We merken het in ons land aan de toenemende weerstand tegen het evangelie van Christus de Gekruisigde. Naarmate de verdraagzaamheid tegenover allerlei leringen toeneemt, groeit het verzet tegen de unieke boodschap van het evangelie. Zo komt de oude tegenstelling uit de tijd van de apostelen weer in nieuwe hevigheid op ons af. Christenen, die aan de keizer èn aan Christus offerden, werden geduld, maar wie naast de Heiland geen andere zaligmaker erkende, ging voor de leeuwen. Al wordt dat in onze tijd niet letterlijk waar, jongeren en ouderen die met de Heere willen leven, komen voor de keuze te staan, op hun werk of op school. Christus belijden kan spot en discriminatie betekenen, uitsluiting en achterstelling.
Maar dat is het enige niet. We ervaren in het geloof de strijd niet alleen van buiten, maar ook van binnen. Ons hart is een fabriek van afgoden en er welt allerlei kwaad op. We hebben te strijden met twijfels en verkeerde gedachten, met begeerten en verleidingen. Soms zouden we er moedeloos van worden. Maar er is een machtige Bijstand, Die het in deze wereld voor Christus en Zijn Kerk opneemt: de Heilige Geest. Hij treedt bij de wereld op als de Parakleet, de advocaat van Christus en Zijn gemeente. Dat doet Hij allereerst in de Schrift. Hij getuigt daarin tegenover de wereld, dat Jezus de Christus is. Het Woord is 'de pleitrede van de Heilige Geest voor Christus, die Hij uitspreekt en handhaaft de eeuwen door' (Bavinck). Maar dat Woord wordt ook verkondigd, in de wereld uitgeroepen als een blijde boodschap. Waar het tot de mensen komt, werkt de Heilige Geest als de Parakleet. Hij daagt in de prediking de wereld voor Gods rechterstoel en stelt haar schuldig in haar ongeloof. Hij getuigt van het recht van God en komt op voor de eer van Christus. De prediking van de gekruisigde en opgestane Heere, Die weerkomt om levenden en doden te oordelen, is het zwaard van de Geest, waarmee Hij scheiding maakt. Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Dat wekt verzet bij allen die niet voor Christus willen buigen. Maar het brengt ook tot bekering en nieuw leven. We zien afgodsbeelden vallen en mensen voor de Heere door de knieën gaan. Ze belijden hun schuld en bidden om genade.
De Trooster doet door de prediking van het Woord een getuigend appèl op ons mensen. Hij roept dode zondaarsharten tot het leven in de kracht van Christus' opstanding. Waar het Woord sommigen een reuk des doods ten dode is, wordt het anderen een reuk des levens ten leven. Zo volvoert de Heere Zijn Raad door de dwaasheid der prediking. Hij roept wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil. Het gaat dus onder het getuigenis van de Geest op het scherp van de snede: eeuwig wel of eeuwig wee. Dat bepaalt ons bij de klemmende ernst van de bediening van het Woord. God richt er Zijn rechterstoel op in het midden van de gemeente en in het midden van de wereld. Wie daarop ziet, moet met de apostel zeggen: Wie is tot deze dingen bekwaam? Niemand kan van zichzelf enig goed woord van Christus spreken. Maar onze bekwaamheid is uit God. De Geest getuigt en doet ook getuigen. Hij geeft de woorden in de mond en vervult met Zijn wijsheid en kracht. Dan gaan we geestelijke dingen met geestelijke samenvoegen en geeft Hij ons woorden om te spreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's