De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De eerste adventsvraag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De eerste adventsvraag

Rond advent en kerst (1)

6 minuten leestijd

En de Heere God riep Adam en zeide tot hem: Waar zijt gij? Genesis 3 : 9

'Wie Adam nooit bij zichzelf tegenkwam, heeft ook nooit Christus ontmoet'. Bent u het met deze uitspraak eens? Dan leest u de eerste bladzijden van de Bijbel als de eerste pagina's van uw eigen levensboek!
Wanneer we in deze weken rond advent en kerst aan de hand van Gods Geest in en door de Schriften worden heengeleid naar het wonder van Bethlehem, dan worden we aanstonds in het begin van de Bijbel stilgezet. Daar klonk en klinkt het eerste woord van advent in de vorm van een vraag. En deze vraag wil gehoord zijn als

1. Een ontdekkende vraag ter onderwijzing
Daar zaten ze nu, de twee eerste mensen, pronkstukken van Gods hand, weggekropen achter de bomen en het struikgewas, met armzalige schorten van vijgebladeren ter bedekking van hun schaamte, op de vlucht voor God. Toch gedaan wat niet mocht. Toch gegeten van de vrucht van de verboden boom, toch toegegeven aan de verleiding van de satan. En wat had dat gebracht? Waren ze nu als God geworden, kennende het goed en het kwaad. Ja, nu kenden ze het kwaad, ook het kwaad uit eigen ondervinding, maar niet opgeklommen, neen gevallen, neergestort in een ellendige jammerstaat. Was dat nu het mensenpaar dat de vorige dag nog de stem van de Schepper hoorde in het ruisen van de wind? En nu te denken zich voor God te kunnen verschuilen, te komen op een plaats waar Hij ons niet kan zien en niet kan vinden? Hoe zal de eindige mens de Oneindige God ontvlieden?
Hoor daar klinkt de stem van God, Die naar de mens op zoek gaat en naar de mens toekomt: Waar zijt gij? God weet Zijn schepsel te vinden maar Hij is het kwijt, werd van Hem afvallig. En de mens wordt gewaar zich niet te kunnen bedekken en Hem in een vijand te zijn verkeerd. O, o, wat bracht de val van God af teweeg!
Waar zijt gij? God komt vragend, ontdekkend, stilzettend, tot bezinning brengend. Zijn stem klonk daar in de hof, eeuwen geleden, maar nu nog, onder en door Zijn Woord, in de kerk, op school, in huis, op de grote vaart, ter visserij, overal waar de Bijbel open gaat, ook in deze adventstijd. Hoort u die vraag ook, aan u, aan jou, aan mij gesteld. Zo vaak onderricht de Heere vragenderwijze. Tot Hagar klonk het: vanwaar komt gij en waar gaat gij heen? Tot Mozes in moedeloosheid: zou dan de hand des Heeren verkort zijn? Tot Elia op de vlucht voor Izebel in de woestijn: wat maakt gij hier Elia? Tot Judas in de hof klonk het uit de mond van de Meester: Vriend, waartoe zijt gij hier...? Tot Saulus' blazende dreiging en moord op de weg: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? De Zaligmaker kwam tot de achtendertig-jarige kranke: wilt gij gezond worden? Tot de blinde Bartimeüs: wat wilt gij dat Ik u doen zal? O, die vragen, die zieldoordringende en zielsontdekkende vragen, die op eenmaal heel de zaak blootlegt, heel de nood peilt, onderricht geeft aan dwazen en verblinden in zichzelf. Ze moeten zich bewust worden niet hoe gelukkig, maar hoe diep ongelukkig ze zijn. Is de grootste ellende van de mens niet deze, dat hij zijn ellende niet ziet en niet kent?

2. Een richterlijke vraag ter dagvaarding
God gaat er op uit, op zoek naar de mens. Hij zegt niet tot Adam: 'Nu, vriend, hier scheiden dan onze wegen voor goed, we gaan uit elkaar, ga dan uw eigen weg maar. Maar God, Die de mens kwijt is wil hem terug, dagvaardt voor Zich, vraagt rekenschap en verantwoording.
Die rechterlijke dagvaarding kan op niets anders uitlopen dan op de gerechtelijke, eeuwige straf! God kan niet ophouden God te zijn. God doet van Zijn recht geen afstand. God had gesproken: ten dage dat ge daarvan eet, zult ge de dood sterven. En nu de dagvaarding wordt bezorgd moet het vonnis worden geveld en... ten uitvoer worden gelegd.
Kreeg u de dagvaarding ook al thuisbezorgd in de prediking, bij het Bijbellezen door de werking van de Heilige Geest? Werd u betrokken in het rechtsgeding? Mocht ge de Heere toevallen in Zijn recht, eraan ontdekt dat u God kwijt bent door eigen schuld en dat God Zijn schepsel zag heengaan van Zich? Met vijgebladeren neemt de rechter geen genoegen, geen verontschuldiging is aan te voeren, geen ver­zachtende omstandigheid kan gelden. Dan komen er diep ongelukkige adventskinderen voor de dag, dood, gevallen in de zonden en in de misdaden en de eeuwige dood waardig.
Maar daar is tenslotte ook...

3. Een liefdevolle vraag ter ontferming
God gaat op zoek naar de mens om... deze te verlossen. Zijn barmhartigheid te betonen. God heeft Zich begeven, zegt de onze belijdenis om de mens te zoeken, op te zoeken, terecht te brengen. Liefde wint in voor het recht, maar liefde wordt ook bewezen dóór het recht.
Als God de vraag stelt aan Adam: waar zijt gij? dan trekt Hij eigenhandig aan het klokkentouw van Zijn openbaring en... geen doodsklok luidt maar adventsklokken galmen de boodschap uit van verzoening door voldoening, van vergeving voor arme zondaren.
Het mensenpaar moest het vonnis horen en zien, uit het paradijs gezet, maar de voltrekking geschiedde aan de Zaligmaker, Die als Borg is gesteld en Zich heeft aangeboden.
Waar zijt Gij? Die vraag klinkt in het paradijs, dat verlaten werd, in een wereld verloren in schuld. Als die vraag onbeantwoord zou blijven...? Maar neen, naar Een kon worden gevraagd. Die er altijd is geweest, nooit Zich heeft verborgen voor God en de mensen. Integendeel, in de stilte der eeuwigheid was Hij daar, bood Hij Zich aan, 'Zie Ik kom...'
Hoezeer is God gekrenkt in Zijn recht en deugden, en nu heeft de beledigde Partij voor genoegdoening gezorgd. De profeet Jesaja ontwaarde iets van het diep adventsen kerstgeheim: dewijl Hij zag dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen Voorbidder was; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan.. (Jesaja 59 : 16).
Adam verstopte zich met Eva in de hof voor de Rechter. Eeuwen later was er een Ander ook in een hof, neen, niet die van Eden maar die van Gethsemane. Mensen kwamen om Hem te vangen en naar de aardse rechter te brengen. Maar Hij zag Zijn Vader als Rechter achter al dat gedoe, en... Hij heeft Zich niet verstopt, Hij kwam te voorschijn met het 'Wien zoekt gij?' En... als ge dan Mij moet hebben, laat dezen dan vrijuit en henengaan... Hijzelf wilde het enig en eeuwig antwoord zijn op de vraag 'waar zijt gij?' En daarom, daarom alleen mogen de meditaties getiteld zijn 'Rond advent en kerst'. Daarom straalt genadelicht in het donker, daarom gaan recht en liefde in Hem samen. En zing het dan maar: dan wordt gana van waarheid blij ontmoet...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De eerste adventsvraag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's