Het geschonden kleed
Hij was niet mooi en niet charmant.
Zijn ogen stonden scheef.
Je zag direct dat zijn verstand
jaren ten achter bleef.
Zijn mond hing open in een grijns,
het speeksel liep er langs.
Soms uitte hij een schor gekrijs,
hief tot een groet zijn hand.
Maar als de kerkdeur open ging,
dan was hij steeds present.
Hij was tot elks verwondering,
hier in zijn element.
Hij hield het psalmboek op z'n kop.
Zong mateloos verblijd,
zijn lofzang en hij loofde God,
om Zijn barmhartigheid.
Nu is hij van ons heengegaan.
Hij zingt in 't hemelkoor.
't Geschonden kleed is weggegaan,
wij danken God daarvoor.
Christien van der Rest
uit de bundel: 'Zilverberken'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1991
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1991
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's