Toen ik mijn twijfel had tot rust gebracht
Toen ik mijn twijfel had tot rust gebracht,
Begon mijn ongeloof zijn lied te zingen:
'Waar is de grond, de vaste grond der dingen,
Waarop gij hoopt?' – Ik zuchtte en zeide zacht:
'Stil, stil, mijn kind! Ga slapen, het is nacht,
Gij zoudt mijn pas ontslapen twijfelingen
Ontwaken doen'... Maar klagend bleef het zingen.
En schreiende herzei mijn ziel de klacht:
'Waar is de grond? waar mijner hope grond?
Waar het bewijs der onzienlijke zaken?'
Wees stil, mijn ziel! Zou aan Gods horizont
Nog niet het licht van zijn genade naken
Die mij den naren nacht, dien ik doorwake,
Doet wijken – ach wanneer? – voor blijden morgenstond?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1991
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1991
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's