De knecht des Heeren
Na Advent en Kerst (3)
Ziet, Mijn knecht... Jesaja 42 : la
Mogen we door Gods Geest geleid in het oud profetisch Woord binnengaan, dan komen we toch zeker rond advent en kerst terecht in de profetieën van Jesaja?! Wie onder de Godsmannen van het oude verbond mocht meer blikken in het teer en hoog geheim van advent en kerst dan Jesaja? Reeds zijn naam spelt ons de kerstboodschap: de Heere geeft heil. En in het troostboek, dat zijn aanvang neemt in hoofdstuk 40 vinden we enige malen een lied over de knecht des Heeren. De tekst, die het begin vormt van het eerste lied spreekt ons van
1. De presentatie van deze knecht
Ziet,... zo vangt de tekst aan. Wie is het, die dit laat horen? Wie vraagt er aandacht? Is het de profeet, die opmerkzaam maakt? Neen, het is God Zelf. Aangrijpend, God vraagt aandacht voor wat Hij gaat zeggen. Hoe diep buigt zich de Heere, wat een moeite om onder de mensen gehoor te krijgen en gehoor te vinden. Moesten we niet een en al oor zijn, als Hij het woord neemt? We staan open voor alles en nog wat. We geven gehoor aan allerlei stemmen en boodschappen. Maar de Stem, die van Boven komt? Daarom is kerst onzerzijds ook zo moeilijk, ja, onmogelijk te vieren, tenzij,... tenzij het komt tot een gehoor-geven aan God.
Bij wie vraagt God aandacht voor Zijn Knecht?
Vroeger stelde een oudoosterse koning voor aan het hof, zoals Farao met Jozef deed: 'Ziet ik heb u over gans Egypteland gesteld'. Gen. 41 : 41. Zo heeft ook Israëls God de door Hem uitverkorene voorgeleid, zoals Saul in 1 Sam. 9 : 17 de spruite en Zach. 3 : 8 met als inleidend woord Ziet.
Bij wie leidt de Heere dan Zijn Knecht binnen? Moeten we denken aan het hemelse hof? Het 'ziet' klinkt immers ook wanneer de heidense goden ontmaskerd worden en 'als minder dan niet' worden verklaard, Jes. 41 : 24. Naar het hele tekstverband zouden we eerder moeten denken aan Israël en eventueel al de volken er rondom heen. Waartoe de goden, die door Israël zijn vereerd, totaal niet in staat zijn, dat zal Deze gaan volbrengen! Niet de engelen neemt God aan maar het zaad van Abram.
Hebben we de ogen open voor de Knecht, Die het advent en kerst maakte in het leven? O, onze blikken kunnen zo betoverd geraken bij al het feestelijks en bij al het licht in winkelstraten en etalages, de een al mooier dan de ander. Maar ziet toch eens wat God te bieden heeft in een wereld, verloren in schuld, aan mensen, aan van Hem afgevallen en weggelopen mensen, die van nature blind en verduisterd door de wereld gaan.
Werden onze blinde zielsogen geopend voor God en Zijn heerlijke deugden, voor ons zelf in onze uitzichtloze nood en verlorenheid, maar ook en vooral voor Deze, Die gepresenteerd wordt als de Enige, de Schoonste van alle mensenkinderen?
Terecht zegt een van de Erskines: wie Christus zag met het oog des geloofs, heeft alles gezien. En wie alles zag maar Hem niet, heeft nog nooit iets gezien.
2. De publicatie van de knecht
Ziet, Mijn Knecht,... met grote nadruk. Nu gaat het hoog en teer geheim van kerst open. Het blijft niet langer verborgen. God komt — met eerbied gesproken — ermee voor de dag. Hij onthult Zelfde verborgenheid van de godzaligheid.
Voor het grote en vele werk, dat er bij God te doen is, komt niemand in aanmerking dan Hij, Die bij God vandaan komt. God wees Hem aan, van eeuwigheid reeds. Hij is Gods Uitverkorene. Met welk een vreugde stelt God Hem voor. Niemand onder de mensen werd gevonden om het kerst te maken. God ontzette Zich, Jes. 59 : 10, maar... Hij vond er Een, Die bereid was alles op Zich te nemen wat gevraagd is. Kerstfeest heeft haar oorsprong in de hemel, in God. Maar Zijn werk richt Zich in het verzoenend en verlossend handelen op God, Wiens eer Hij bedoelt. Wiens werk Hij volbrengt. Wiens recht Hij voldoet. Kerstfeest is zo heel eenzijdig Gods werk, wordt door Hem bereid in Hem, die Hij aanstelt en bekwaamt en wordt uitgewerkt door Zijn Geest met het Woord in mensenharten.
Waren wij niet door God op God aangeschapen? Waren wij niet gesteld in het schone paradijs om onze Schepper tot vreugde te zijn? Dat ging teloor door onze val. We werden zelfzoekers en zelfbedoelers. Hoe anders wordt het, wanneer Gods ontdekkende en verlossende Woord ons van onze zelfzucht bevrijdt en herstelt in Zijn gunst en gemeenschap.
Wijlen ds. J. van Sliedregt zei en schreef eens: 'daar is een volk op aarde, dat een dubbel geheim met zich meedraagt; het komt aan de weet wat zonde is. Het komt ook aan de weet wat genade is'.
3. De proclamatie van de Knecht
Ziet, Mijn Knecht. Met dit woord wordt vooreerst Hij aangeduid. Die God heeft verkoren. We mogen dat woord minstens wel met een hoofdletter schrijven. Menigeen is getooid met de naam Knecht van de Heere, zoals de aartsvaders, Mozes, de levieten, de profeten, de koningen, de eenzame bidder, ook Israël, Zijn volk. Een bijzondere verhouding wordt aangeduid, die van trouwe toewijding en dienstbaarheid enerzijds, die van veilige bescherming anderzijds.
Op wie is deze benaming beter van toepassing dan op Gods eigen Zoon? Hij toch werd aangewezen en Hij toch werd bereid gevonden volkomen zalig te maken.
Welk een goddelijk wonder, Gods eigen Zoon wordt bij Zijn Vader... Knecht. Hij komt in de gestalte van een dienstknecht. Hij vernedert Zich tot de komst in deze wereld, ja tot de dood aan het kruis toe.
Diepe eeuwige liefde van de Vader om Zijn Kind als Knecht te willen aanstellen. Diepe en eeuwige liefde van de Zoon om Zich het knechtschap te laten welgevallen. Diepe en eeuwige liefde van de Heilige Geest om van Hem te getuigen, om voor Hem op te komen en plaats te maken in harten en levens, waar van nature geen plaats was en is.
Maar heeft deze Knecht Zich dan zo in dienstbaarheid begeven om gebonden zondeslaven voor eeuwig vrij te maken en tot God terug te brengen, onder welke bescherming staat dan ook deze Knecht tevens. Al het welbehagen des Vaders is in Hem zoals de hemel tot driemaal, bij Zijn doop, onderweg naar Jeruzalem en op de berg der verheerlijking getuigd heeft. Hoezeer is deze Knecht beloond en verhoogd toen Hij Zijn werk had voleindigd op de aarde.
O, verwerp deze Knecht dan toch niet, opdat niet eeuwige schade en ondergang uw deel is.
Maar buig u nog voor deze Knecht in ootmoed en met schuldbelijdenis neer.
Zo graag is Hij ook voor u de ware Zaligmaker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's