Uit de Pers
Kerk en cultuur
Het is altijd boeiend te vernemen, hoe christenen uit andere landen en culturen onze manier van gemeente-zijn beleven. Wat hen daarin opvalt. Wat voor kanttekeningen ze daarbij plaatsen vanuit hun eigen belevingen van het christelijk geloof. In het maandblad van de GZB Alle den volcke van december 1991 stond een gesprek te lezen, dat ds. D.Ph.C. Looijen had met twee predikanten uit Guatemala, ds. José Bolanos en ds. Martin Tomás. Ze waren onlangs enkele weken in ons land en maakten daarbij ook kennis met het gemeenteleven hier. We lichten uit genoemd gesprek het volgende fragment.
Was er terugkijkend ook een dieptepunt in het bezoek?
We hebben de indruk dat te weinig het besef leeft wat het is een kind van God te zijn. Er wordt zo weinig bij beleefd!
Wij hadden verwacht dat, omdat het evangelie hier vandaan is gekomen, het hier in Nederland veel meer leven zou.
We hebben ook de indruk, dat de dominees wat angstig zijn om deze situatie werkelijk te onderkennen en daar adequaat op te reageren.
Wat we ook jammer vinden, is dat jongeren hier zo laat belijdenis doen. Er zijn dan al heel wat jaren voorbij gegaan, waarin ze niet volwaardig betrokken zijn in een eigen verantwoordelijkheid voor het leven van de gemeente.
Als jullie teruggaan naar Guatemala, welke boodschap willen jullie dan hier aan ons achterlaten?
Pas toch vooral op voor het gevaar van het nominalisme. Dat je de naam hebt een christen te zijn, maar het in wezen niet bent. Een belangrijke graadmeter is dat de kerk zich ervan bewust moet zijn dat haar bestaansreden is getuige van Christus te zijn! Bent u in Nederland daar vòl van?
Pas ook op voor het gevaar van het formalisme. In ons léven moet Christus aanwezig zijn. U moet niet denken, dat je door mensen mee te nemen naar de kerk ze tot geloof kunt brengen. Want dan schuift u de verantwoordelijkheid weer af naar 'de kerk' of naar de predikant. En zijn uw kerkdiensten wel zo aantrekkelijk voor buitenstaanders? Hoe het ook zij, de kerk is niet het eerste middel om mensen te beevangeliseren, maar dat zijn we zelf door ons leven met Christus en ons getuigen van Hem in woorden en wandel.
We hebben veel hoop voor de kerk in Nederland. De kerk is er en zal er zijn, want de Heere leeft! En u doet aan zending. Daar hebt u dan toch blijkbaar visie voor. En het is goed dat u bezig bent met het bewaren en bijeenhouden van de kudde. Maar laat uw boodschap naar binnen en naar buiten toe steeds christocentrisch zijn.
Een spiegel wordt ons voorgehouden door de broeders uit Guatemala. Mij vallen twee kritische noties over ons gemeente-zijn op: pas op voor nominalisme en voor formalisme. Zijn dat niet raak getypeerd de gevaren die ons bedreigen? Genoeg hebben aan vormen en denken dat daar de zaak waar het om gaat mee iii stand te kunnen houden. En verder: de privatisering van het geloof zonder dat het geïntegreerd is in heel het leven. Anders gezegd: de volstrekte scheiding tussen de zondag en de maandag, tussen kerk en werk, tussen leer en leven. Treffend als medechristenen uit een totaal andere cultuur ons daar weer eens op wijzen. Om ter harte te nemen!
Cultuur en kerk
Ik las dezer dagen nog een gesprek over dit thema. In het blad Windstreken van december 1991, uitgave van het jeugdevangelisatiecentrum De Windroos viel een gesprek te lezen met drs. A.J. Plaisier. Hij is docent aan de Theologische Hogeschool in het Indonesische Ujung Pahdang. Hij was recent enkele maanden op verlof in ons land. Vlak voor zijn vertrek had Windstreken nog een gesprek met hem over de kerk in Indonesië, de crisis in de westerse cultuur en nog wat zaken. O.a. komt de vraag aan de orde:
Welke ontwikkelingen in onze cultuur zijn je opgevallen, sinds je laatste bezoek aan Nederland?
'Er zijn enkele dingen die me opvallen, waarbij ik me overigens afvraag of de situatie of mijn waarneming is veranderd. Wat me het sterkst heeft getroffen, is het stresserige patroon van de maatschappij. Erg veel mensen zijn overspannen of zijn hard op weg het te worden. De samenleving legt een enorme druk op mensen om te presteren, om iets te zijn, om iets te continueren, succes te boeken, promotie te maken. Dat legt een klem op de mensen. Opvallend is ook de dwingende wijze, waarop de markt dicteert wat mensen moeten produceren en consumeren. Of je er blij mee bent of niet, het is een carrousel, waar je in moet stappen. Ik ben geschrokken van de vaart in de markt, de snelheid waarmee het ene produkt moet wijken voor het volgende, terwijl het nieuwe eigenlijk hetzelfde is. Er zit alleen een ander merkje op. Je vraagt je dan af: Wat voor soort mensen worden wij? Wat doe je tegen die ontwikkelingen? De christenheid heeft bewegingen gekend voor alternatieve levensstijl, maar ook die hebben een aardige deuk opgelopen. Het bleek een uitgemaakte zaak; het kapitalisme heeft gewonnen. Andere ideologieën hielden geen stand. Het no-nonsense beleid is algemeen aanvaard en het wordt steeds moeilijker de levensstijl aan te passen.'
'Gij geheel anders...', zegt de apostel. Hoe functioneert dat in Nederland anno 1991?
'Het eigen gezicht van christenen wordt — maatschappelijk gezien — steeds moeilijker. Uiteraard zijn er vormen waarin je het wel uit, maar die vind ik vaak geforceerd, ook in traditionele kring: je profileert je door tégen dit en dat te zijn. De scheidslijn tussen christenen en niet-christenen wordt maatschappelijk steeds minder zichtbaar, heb ik het idee. Er is wel sprake van principes —je doet sommige zaken uit fatsoen al niet — maar hoe kan het geloof zich manifesteren? Is het geloof een innerlijke ruimte van vrijheid, vrijheid van neuroses, vrijheid van dwang? Als het in de eerste plaats een innerlijke zaak is, hoeverre blijft dat dan behouden als het niet uiterlijk vertaald kan worden?'
Ik denk, dat drs. Plaisier hier een ingrijpende zaak aan de orde stelt: in hoeverre ook wij geheel dreigen te worden ingepakt door de prestatiemaatschappij met zijn krachtig materialistische tendensen. We houden de wereld krampachtig buiten de deur van kerk en huis. We creëren voor ons gevoel zo nog een stukje veiligheid en herkenbaarheid. Intussen spoelt het levensgevoel volop onder drempels en door kieren ons leven binnen. Het leven met God is in rechtse kringen even marginaal aan het worden als het bij vele anderen reeds is. Dat aangrijpend verschijnsel is heus niet toe te dekken met een aantal strenge regels. hoezeer regels nog een beschermende functie kùnnen hebben.
Kerk en modern levensgevoel
Er wordt aan drs. Plaisier gevraagd hoe je het anders zijn van een christen kunt verwoorden en gestalte geven in een tijd, waarin het noemen van Gods Naam door velen als gênant wordt ervaren.
'Ik, denk dat soms verschillen openbaar worden. Ben je altijd chagrijnig of houd je een bepaalde vrolijkheid? Heb je een beroepsethiek? Ben je eerlijk? Het zijn geen grote opvallende dingen. Het beeld van de brede en de smalle weg (een christen gaat niet naar de bioscoop), zal steeds minder opgaan. Ik denk dat het niet meer kan en hoeft, en misschien niet meer mag. Dat betekent niet, dat je moet opgaan in de massa. Als het geloof alleen maar iets innerlijks is, zich niet uit in daden en gedrag, kun je je afvragen of het nog geloof mag heten. Maar morele herbewapening is ook gevaarlijk. De missionaire betekenis van het christendom zal, zolang Gods Geest werkt, steeds weer openbaar worden, maar niet voorspelbaar. Dat moeten we aan de creativiteit van de Geest overlaten. Die zich steeds weer ruimte schept.'
We leven in een merkwaardige tijd. Op het hoogtepunt van de discussie over Godsverduistering en na talloze publicaties over kerkverlating verschijnt er een rapport dat jongeren weer religieus worden. Hoe brengen we in onze samenleving God weer te sprake?
'Dat is een vraag die we niet moeten onderdrukken. De vraag speelt overal, tot middenin de kerk. Wie is God, waar is Hij? Openbaart Hij zich nog in ons leven? Hoe kan God ook emotioneel weer betekenis krijgen? Verstandelijk lukt het misschien nog wel, maar emotioneel? In Indonesië is dat geen vraag. Daar is God voorondersteld. Daar hoef je niet bang te zijn om over God te spreken, terwijl je hier reserve voelt. Een bepaald schaamtegevoel om over God of het geloof te spreken is ook wel weer terecht. Het is ook iets bijzonders. Maar het is niet alleen eerbied, het is ook verlegenheid. Hoe moet je anderen nu uitleggen, dat geloof betekenis heeft voor het leven? Hoe maak je duidelijk dat het noodzakelijk is, zonder meteen te vervallen in een opmerking als: "je gaat naar de hel als je niet gelooft?" Voor sommigen is dat geen probleem. Natuurlijk, zeggen ze, als je niet gelooft, ga je verloren. Het motiveert hen tot evangelisade. Zonder dat te ontkennen, wat wordt je nieuwe motief als je minder dat schrikbeeld hebt dat ieder die niet gelooft reeds met één been in de hel staat? Waarom confronteer je mensen met God? Met Jezus Christus? Wat heb je dan zelf in Hem gezien? Het kan gebeuren, dat die vraagje beklemt op het moment dat je erover spreekt. Dat je door alle bodems heen kunt zakken en in het luchtledige terechtkomt.'
Je vindt dat je daar maar eerlijk in moet wezen?
'Ja. Die verlegenheid moeten we niet verzwijgen. Verlegenheid is ook zwakte. En we moeten het ook als zwakte blijven zien, niet goedpraten. De Indonesiër kent die verlegenheid niet. Hij praat heel direct over God en dan gaan bij mij weer de haren ten berge rijzen.
Zijn "global view" houdt hem optimistisch. De westerse cultuur zit middenin de crisis. Maar dat hoeft ons niet neerslachtig te maken; de wereld is zo groot. Er zijn zoveel mensen die bezig zijn met God. zoveel mensen met wie God bezig is. De helft van het aantal christenen, dat ooit geleefd heeft, leeft nu. De crisis is onvermijdelijk, daarom mag je eerlijk met je verlegenheid voor de draad komen. God slaat onze tijd niet over. Hij is ook vandaag bezig met de kerk.
Dat ontslaat je niet van de opdracht, de situatie goed te analyseren: waar komt de crisis vandaan? Hoe is het tij te keren? Hoe speel je in op ontwikkelingen? Waardoor mist de kerk de boot? We hoeven de crisis niet te ontkennen, maar ook niet te benadrukken. Wellicht is in deze tijd de zending een welkom perspectief.'
Het kon weleens van groot belang zijn meer te luisteren naar wat gelovigen elders in de wereld beleven in hun omgang met God. Gods kerk is immers wereldwijd. Hoe staat de christelijke gemeente in andere culturen met vaak weer andere vragen? Er is één lichaam van Christus. Het éne lid heeft het andere lid soms zoveel ondersteunends mee te delen. De situatie van de kerk in ons land is verre van ideaal, ondanks alle voorrechten die we zeggen te hebben. Dankbaar namen we kennis van de twee hier geciteerde gesprekken.
Kerk en creativiteit
Intussen staan we als kerk hier wel voor de vraag van de overdracht, van de communicatie van het Evangelie met name naar onze jongeren. In Koers van 6 december 1991 stond een uitvoerig gesprek te lezen met Leen la Rivière, voorzitter van Continental Sound. In dit gesprek voert hij een indringend pleidooi voor de verbetering van de relatie tussen christendom en kunst. Een kerk die zich niet creatief weet te vernieuwen, zal op den duur doodgaan. Een krasse uitspraak, niet vrij van een zekere eenzijdigheid. Maar wie een boodschap wil doorgeven, moet soms weleens cru zijn, omdat anders zijn woorden verdampen in de vele woorden, die toch al gesproken worden. La Rivière stelt dat bij verbale communicatie veertig procent van de boodschap blijft hangen. Wordt daaraan lichaamstaal, beeldtaal of muziektaal gekoppeld, dan blijkt er ineens bijna tachtig procent van de boodschap te blijven hangen. Waarom spelen verkondigers op dit gegeven in deze tijd niet meer in, aldus La Rivière. Waarom gebruiken we in kerken en gemeenten niet meer creatieve verwerkingsmethoden? Ik citeer het slot uit het op zich boeiende gesprek over een uiterst boeiend thema, dat helaas maar door zeer weinigen in onze gemeenten als zodanig wordt ervaren.
'Je ziet dat mensen gaan begrijpen, dat al dat creatieve van groot belang is. Het woordmechanisme is zeer snel aan het afkalven. Hoe dat komt, doet er niet toe, het is zo. Ik hoor van mensen uit het onderwijs, dat kinderen nog tien minuten achter elkaar kunnen opletten. Dat is twee keer de lengte van een videoclip. Na die tien minuten moet je iets doen om de aandacht weer terug te pakken. Moet ik dan verwachten, dat iemand twintig minuten achter elkaar naar een preek luistert? Kom nou! Mensen luisteren geen twintig minuten. Het tijdsgewricht is veranderd. Als ik dan in het evangelische veld zie, dat er iemand een uur, ja echt een uur, staat te preken, dan denk ik: nou man, je hebt ontzettend je best gedaan en hopelijk heb je heel zinnige dingen gezegd, alleen men luistert geen uur, maar tien minuten. Het wordt zo belangrijk dat je ook daarin creatief bent.
Als je dan naar jongeren kijkt en alle problemen die horen bij jongeren en geloven, dan blijkt dat jongeren wel geïnteresseerd zijn in het geloof, maar dat het de vormen zijn, die hen afschrikken. Dat geldt net zo goed voor de evangelische gemeenten als voor de kerken. Het probleem zit in de vorm. Het probleem zit 'm in het systeem dat je meekrijgt als je een theologische opleiding volgt. In het systeem van de kerkorde. Dat staat allemaal veel te vast.
Er is een heel merkwaardig verband tussen een geestelijke opwekking en een creatieve opwekking. Er vindt geen geestelijke opwekking plaats zonder een creatieve opwekking en omgekeerd. Tussen die twee dingen bestaat een oorzakelijk verband. Als je jongeren wilt boeien, moetje creatief zijn. Onze muziekafdeling organiseert 250 evenementen per jaar, waar een kwart miljoen jongeren op afkomt. Wij kunnen de jongeren nergens meer bergen, want alles zit vol! Als wij het verhaal van kerkverlating horen, gaan we hard lachen. Flauwekul, zeggen we dan. Je pakt het verkeerd aan. Kerken, die er niet in slagen de boodschap creatief te vertalen, zullen doodgaan. Absoluut doodgaan. De kerk, die zich creatief weet te vernieuwen, zal een bloeiende kerk zijn. En wat dat betreft ben ik geen profeet, dat zijn de keiharde feiten.
De oplossing van de Godsverduistering ligt in een creatieve vertaling van wat het geloof inhoudt. Het geloof is het geloof en het evangelie is het evangelie. Daar kan niemand iets af of toe doen. Het zit 'm puur in de vertaalslag, die je maakt. Als ik aan mijn eigen kinderen de NBG-vertaling geef, snappen ze dat al niet meer. En dat terwijl ze toch niet uit een achterlijk gezin komen. Geef ik ze het Boek, dan snappen ze het. Alles moet naar het idioom van nu vertaald worden. Eigenlijk mag je helemaal niet spreken van een Godsverduistering. Er is een communicatieverduistering.'
We geven deze gedreven woorden ter overweging maar weer door. Niet dat hiermee nu laatste woorden zijn gesproken. Als de bezinning op de hier opgeworpen vragen maar aan de orde blijft, ook binnen onze kerkeraden en jeugdraden. Het mag ons nooit onberoerd laten als we merken, hoe moeizaam de communicatie van het Evangelie soms verloopt. Met een beroep op de Geest Die het toch moet doen, is ook het laatste woord niet gezegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's