De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Trooster en Zijn werk (6, slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Trooster en Zijn werk (6, slot)

10 minuten leestijd

Wanneer de Heilige Geest ons roept tot de dienst van het Koninkrijk, om van Christus te getuigen, gaat dat niet buiten ons eigen hart om. Wij moeten eerst vallen voor het getuigenis van de Trooster, om daarna getuigen te kunnen zijn. Zonde, gerechtigheid en oordeel raken niet allen de wereld om ons heen, wij hebben er ook deel aan. Het appel van de Geest doet ons voor het eerst of steeds meer eigen schuld kennen. We worden arm gemaakt onder de prediking en moeten belijden, dat er van ons niets te verwachten valt. Dat leert ons roepen om de genade, die de Heere in Christus schenken wil. Ook in het leven van het geloof hebben wij dagelijks vergeving van zonden en reiniging van ons hart nodig. Naarmate de Trooster meer in ons doorwerkt, ontdekken we de kracht van onze zondige aard, waarmee we ons leven lang te strijden hebben. De Geest toont ons onze zwakheden en de overgebleven zonden in ons hart. We zijn zo vaak niet, wat we zouden moeten zijn. De klacht van Paulus 'Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde' komt midden in ons leven te staan. Elke dag moeten we opnieuw belijden: 'Het goede, dat ik doen wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik'.
Hoe zullen zulke zondaren van Christus spreken? Kan zo'n mens wel een kind van God zijn? Is het geen hoogmoed om daarvan te getuigen? Hoe durven wij te bidden tot de Heilige God, als ons eigen hart ons aanklaagt? Die vragen staan midden in de praktijk van het geloof. Wie oppervlakkig leeft, is er altijd en heeft nooit met enige aanvechting te strijden. Dan deert de zonde ons niet en voelen we niets van de heilige vrees voor God, die het geloof kent. Maar hoe dieper we bij het licht van Gods Geest en Woord graven in ons eigen hart, des te meer kwaad ontdekken we. Dat maakt het moeilijk om tot de zekerheid van het geloof te komen. Er kan zoveel in de weg staan, dat we hoogstens kunnen zeggen: 'Ik geloof Heere, maar kom mijn ongelovigheid te hulp'. Gods genade is zo groot en wij zijn het zo onwaardig, die te ontvangen. Hoe zou Hij door ons gediend kunnen worden. Die alle dingen in Zijn hand houdt en alles over ons weet?
Die zelfde vraag gold ook voor de apostelen. Petrus had zijn Meester verloochend, de anderen hadden Hem verlaten en wa­ren weggevlucht. Saulus had de gemeente Gods vervolgd. Hoe zou de belofte van Christus ooit in hun leven vervuld kunnen worden: 'Gij zult ook getuigen'? Daartoe moest het Pinksteren worden. Christus zond de Trooster om hen te vervullen met Zijn genade. Toen Hij kwam, werd alles anders. De apostelen zagen de vastheid van het Woord en het werk van de Heere Jezus Christus. De Geest Zelf getuigde in hen. Hij bad voor hen en leerde hen als kinderen van God wandelen. Door Zijn genade verkondigden ze Jezus Christus en Die gekruisigd. Hoewel zij hun prediking met bloed hebben bezegeld, lag de kracht van hun getuigenis buiten henzelf. Ze werden door de Trooster bediend uit de genade van de getrouwe Getuige, de Heere Jezus Christus. De Heere wrocht mee en deed grote tekenen, zodat de werking van de Geest alom zichtbaar was. Dat was genoeg voor leven en sterven. Want terwijl de apostelen Christus verkondigden, getuigde de Geest in hun hart en wisten zij zich verzekerd in Zijn trouwe zorg.

Troost en zekerheid
De zekerheid van het geloof ligt niet in iets van onszelf, maar in de Heere. Hij verzekert ons door Zijn Heilige Geest van het eeuwige leven. De Trooster geeft houvast in het Woord en past Gods beloften persoonlijk aan ons hart toe, zodat we kunnen belijden: die genade is niet alleen anderen, maar ook mij geschonken. Dat geeft de Heilige Geest een bijzondere plaats in het geloofsleven. Zonder Hem is er geen leven, maar waar Hij komt, brengt Hij alle zegeningen van de ten hemel gevaren Heiland mee. Hij is de Plaatsbekleder van Christus op aarde. Die de band tussen de Koning en Zijn Kerk onderhoudt. Zo leidt Hij Christus' Kerk op weg naar Zijn toekomst. Hij voedt en onderhoudt haar met de gaven van het Vaderhuis en deelt haar de volheid van de genade van Christus toe. De Geest verzegelt de gelovigen en geeft hun zekerheid, dat zij de Heere toebehoren. Zoals een herder zijn schapen merkt, zo krijgen zij het zegel van de Goede Herder. Calvijn zegt: 'In de harten der gelovigen wordt door de Heilige Geest als door een zegel een indruksel gemaakt'. Elders wordt het een eigendomsmerk genoemd, een zegel van toeëigening door God in de Heere Jezus Christus. Dat raakt ons hart en stelt ons in de vrijheid van de kinderen Gods. Owen schrijft: 'Wij zijn verzegeld, wanneer wij een vers gevoeld hebben van de liefde die God ons gegeven heeft, met een troostrijke overtuiging van onze aanneming door Hem.'
Eigenlijk kan gesteld worden, dat de verzegeling de gave van de Heilige Geest Zelf is. Waar de Trooster komt, geeft Hij zekerheid. Hij is de Eerstelingsgave, de Voorbode van de heerlijkheid die wacht voor allen, die de verschijning van de Heere Jezus Christus hebben liefgehad. Nu is veel nog verborgen; we leven door het geloof en niet door aanschouwen. Maar de Geest is het pand, dat de ten hemel gevaren Zaligmaker aan Zijn Kerk zendt. Hij zal dat pand op Zijn tijd inlossen en haar tot Zich nemen in eeuwigheid. In die tussentijd legt de Heilige Geest de verbinding tussen Christus en de Zijnen. Al is Hij in de hemel en zijn zij op de aarde, toch kan door het geloof beleden worden: De Geest woont in Hem als het Hoofd en in ons als Zijn lidmaten. Het Avondmaalsformulier spreekt daar in tere bewoordingen over. De Trooster legt de band, waardoor wij waarachtige gemeenschap met Christus kunnen hebben, zodat wij niet meer in onze zonden leven maar Hij in ons leeft en wij in Hem. Zo zijn wij waarachtig het Nieuwe en eeuwige Testament en verbond der genade deelachtig, dat wij niet twijfelen, of God zal eeuwig onze genadige Vader zijn.
De Trooster brengt in het Woord aan ieder die gelooft de boodschap van de Heere, dat Hij ons in Christus als Zijn kinderen wil aannemen. Hij wekt vertrouwen in ons hart, zodat wij ons hoe langer hoe meer aan de Heere overgeven. De liefde van God in Christus wordt ons door het Woord verklaard in de bediening van de Trooster en treft ons hart met een onuitsprekelijke genade. Wanneer we erin delen, kunnen we het niet onder woorden brengen. Misschien wordt het wonder nog het best vertolkt in een lied, dat zingt in het hart: Ik ben een kind, van God bemind en tot geluk geschapen. Al ontbreekt mij alles. Mijn Zaligmaker heeft volkomen volbracht, in Hem ben ik met God verzoend. Hij is mij gegeven tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing. Er is vrede met God, want Hij ziet mij in Christus aan, als had ik nooit zonde gekend noch gedaan en alle gerechtigheid volbracht. Als gevraagd wordt, hoe u dat weet, is het antwoord: uit de gewisse belofte van God, die Hij bevestigt door Zijn Heilige Geest.
Die belijdenis is geen vrucht van eigen akker, maar een gave van de Trooster. Hij wekt haar in ons op door de prediking, maar ook doordat Hij getuigt met onze geest, dat we kinderen Gods zijn. Tot onze verwondering ontdekken we, dat de Heere in ons werkt. Hoewel er allerlei gebreken in ons leven zijn, laat de Trooster ons ook de andere kant zien: hoe Gods goedheid en barmhartigheid in Christus aan ons werd bewezen; het verlangen naar de Heere Jezus Christus, dat we vroeger niet kenden, maar dat nu ons hart vervult; de zonden die we vroeger liefhadden en die ons nu tot een last zijn geworden; het verlangen om de Heere te dienen en Hem groot te maken, terwijl we vroeger alleen voor onszelf leefden; de droefheid over de zonde en de vreugde in God door Christus; de liefde tot Zijn dienst en tot de naaste. Op allerlei manieren wijst de Geest het ons aan, zodat we het niet meer durven ontkennen: God is in ons een goed werk begonnen. Maar de doorbraak komt toch, wanneer de Trooster Gods liefde uitstort in ons hart en ons doet roepen: Abba, Vader. Daar merken we de kracht van de Geest der aanneming tot kinderen, die onze twijfels doorbreekt met de volmacht van Gods beloften.
Dat tilt ons uit boven de armoede van ons hart en leven naar de hoogte van Gods genade in Christus. Daar wordt het welbehagen van de Vader verklaard. Die arme, moede zondaren tot Christus trekt en hen rust doet vinden in Zijn volbrachte werk. Misschien zijn deze dingen voor u te groot en te wonderlijk. Hoe zult u die vaste zekerheid ooit kunnen vinden? Uw geloof is zo klein en de twijfels zo groot. Bid dan om de doorwerking van de Trooster. Want Hij leert u de genade van de Heere kennen, Die ziet op hen die nederig knielen. Als u worstelt met de zwakheid van uw geloof, hoor dan naar het Woord en bid de Heilige Geest, dat Hij u in alle waarheid leidt. De Heere hoort de ziel, die tot Hem zucht. Hebt u het al geprobeerd? Dan kent u ook de waarde van het gebed. Het wordt terecht de adem van de ziel genoemd. Met name daarin betoont de Heilige Geest Zich een Bijstand en Voorspraak.

Troost en gebed
In het gebed wordt de kracht van de Trooster ervaren. Die ons hart vervult en ons aandrijft tot bidden. Hij komt niet alleen van Boven met de zegen van Gods liefde en genade. Hij klimt ook uit de harten van Gods kinderen tot de Heere op. Wij weten niet te bidden, zoals het behoort. Hoe zul­len wij weten, wat God goed voor ons vindt? Wij bidden dikwijls om verkeerde dingen, tegen Gods bedoeling in. We hebben te strijden met allerlei zonden, soms zelfs tijdens ons bidden. Hoe zullen wij naderen tot Hem, Die een ontoegankelijk licht bewoont? Maar terwijl wij het rechte gebedswoord niet kunnen vinden, treedt de Trooster met onuitsprekelijke zuchtingen voor ons in. Hij is de Voorspraak, Die met Zijn kracht door alle hindernissen heenbreekt. Hij bidt naar Gods wil en Hem hoort de Vader altijd. Zo wekt Hij het gebed in de gelovigen. Hij leert ons de kracht kennen van Christus' Naam en brengt ons Zijn Woord te binnen: 'Zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen'. Daar lokken Gods beloften uit en worden ze pleitgronden voor ons gebed.
Er is nog meer te zeggen over het werk van de Trooster, maar dat blijft nu rusten. Het belangrijkste is, of wij Hem persoonlijk kennen als de levendmakende Geest, Die ons hart heeft vernieuwd in de kracht van Gods welbehagen. Zonder Hem is alles de dood, maar waar Hij werkt, brengt Hij leven. Wanneer we dat leren, leeft ook in ons hart het gebed om de Trooster: Veni Creator Spiritus, Kom Schepper Geest.
Jacob Cats zei het zo:
lck wacht op mijn vertreck, maar wilt mij niet ontbinden,
Of laat mij eer ick ga, u rechten Trooster vinden,
Die wacht ick maer alleen; bevredigt mijn gemoet,
En geeft mij vasten troost in Christi suyver bloet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Trooster en Zijn werk (6, slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's