Een keerpunt
1991-1992
Helaas is bij de afwerking van mijn kerstartikel, door onvolkomenheden op de drukkerij, mijn kerstartikel verminkt doorgekomen. De lezers zullen al wel begrepen hebben dat het gedeelte onder het eerste kopje 'brood' ten onrechte (dubbel) is geplaatst. Bovendien moest de tekst uit Hebr. 11 : 33, 34 niet staan in de derde kolom op blz. 798 maar in de eerste kolom op blz. 799 na '... koninkrijken overwonnen'.
Opnieuw blikken we terug op een jaar, dat voorbijging. We maken de verlies- en winstrekening weer op. De jaren vliegen. Dat ervaren we allen. Maar voor wie een ernstig verlies leed staat de tijd als het ware even stil. Dat ene jaar van verlies doet de pas inhouden in de vlucht van de tijd.
We gedenken onze voorgangers, die ons het Woord Gods hebben verkondigd, en die van hun aardse dienst werden afgelost. Onder ons waren dat:
Cornells Trouwborst (50)
Anthonie Gooijer (69)
Pieter de Jong (69)
Hendrik Karel van Wingerden (81)
Jan Vos (69)
Hendrik Kraaij (82)
Comelis Hooykaas (85)
Eduard Rienk Damsté (87)
Hendrik Roelofsen (86)
Marinus Bergsma (67)
Jan van den Heuvel (77)
Adolf Nicolaas Langhout (75)
Berend Schroten (51)
Maar ook vele anderen betreuren hun doden. Voor sommige mensen is het zelfs zó, dat ze bij herháling ernstige verliezen moesten doormaken. Ingrijpend is het als een kind moest worden afgestaan. Een moeder zei: 'dat kom je je leven lang niet ècht meer te boven'.
Geerten Gossaert dichtte, bij de terugkomst van een verloren zoon:
voor zoveel vreugde, geen tranen meer;
maar met een variant kan soms ook worden gezegd:
voor zoveel droefheid
geen tranen meer.
Er waren ook gebeurtenissen, die reden gaven tot blijdschap.
In het klein noemen we, wat de kring van de hervormd-gereformeerden betreft, twee promoties, namelijk die van ds. G. van den End en ds. O.J. van der Ploeg. Verder mag met dankbaarheid worden gememoreerd de benoeming tot hoogleraar in Amsterdam (voor Praag) van dr. W. Balke.
In breder verband mogen we noemen de erkenning van overheidswege van GLIAGG De Poort en de daarmee samenhangende subsidiëring. En voorts ook het bereiken van de A-status van de Evangelische Omroep. Binnen ons maatschappelijk bestel is christelijke organisatie nog mogelijk en wordt het ook nog gewenst.
Het 'gewone' werk in de gemeenten mocht intussen ook doorgang vinden. Daar klopt het hart van de kerk. Predikanten gingen heen of gingen hun emeritaatsfase in. Jonge mensen stonden echter gereed om de herdersstaf op te nemen. Ze ontvingen een gemeente als bevestiging van hun roeping. Met fris elan, hoewel ook met de stille vraag hoe het gaan zal, werd het werk in de Wijngaard ter hand genomen. Er zijn helaas ook wachtenden. Ze worden op de proef gesteld, omdat nog geen gemeente hen riep. Het is hen een schrale troost, dat we dezer dagen lazen, dat er binnen de Nederduytsch Gereformeerde Kerk in Zuid Afrika nog 180 'proponenten' zonder beroep zijn. Het zij hen echter eerder een bemoediging te weten vanuit de geschiedenis, dat dienaren van het Woord soms moesten wachten op hun eerste beroep en toch in een lange en zegenrijke dienst werden genomen.
Niet onvermeld mag blijven, dat op de valreep van 1991 de Verenigde Naties de antizionisme resolutie ('zionisme is racisme') hebben herroepen. Een nieuw perspectief naar de toekomst?
De oorlog
Als de jaarwisseling intussen ook noopt tot het gedenken der doden, dan mogen we ons wel afvragen of we nog wel echt terugdenken aan de meer dan honderdduizend doden, die vielen in de Golfoorlog, die dit jaar begon en ook weer eindigde. In enkele weken tijds wisselden immers zo vele jonge mensen het tijdelijke met het eeuwige! Evenzovele moeders betreuren hun zonen. Bovendien overleden tienduizenden kinderen na de oorlog vanwege de gevolgen van de boycot. Voor zoveel droefheid, geen tranen meer!
Terugziende mogen we evenwel de Naam des Heeren ook prijzen, omdat het wapengeweld ophield en niet verder escaleerde. In Israël bleef daarbij niet onopgemerkt, dat ten tijde van de dreiging van het gifgas van Irak de wind was afgewend ('Die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan...'). Aan het eind van het nu wegspoedende jaar wordt daar echter óók met dankbaarheid opgemerkt, dat de nijpende zorgen met betrekking tot de watervoorziening in Israël (een ongekend laag waterpeil van het meer van Galilea!) verlicht werden vanwege ongekend grote regenval in de laatste weken (in november 48 procent meer dan het gemiddelde).
We belijden ook vandaag, dat de Heere regeert en dat Hij ook staat boven de wetmatigheden en boven de kringloop, die Hijzelf in de natuur heeft gelegd en die Hij ook vandaag gebieden kan, zoals Hij wil.
Keerpunt
Het zou overtrokken zijn als we telkenjare bij een jaarwisseling van een keerpunt zouden spreken. Dat we intussen nu wèl van een keerpunt willen en moeten spreken, is vanwege de dingen, die zich aandienden en aandienen op het Europese toneel.
In het Oostblok viel, na de grote Wende, die eerder intrad, de Sovjet Unie uiteen. Dat dit gebeurde kort nadat een coup van de oude doctrinaire communisten werd afgeslagen, wettigt het vermoeden, dat door één en ander het uiteenvallen van de Unie alleen maar werd versneld. Intussen is het in de landen van de (oude) Sovjet Unie één en al kommer en kwel in economisch opzicht. Gedachtig aan een woord van Lenin — 'Zuerst kommt das Pressen und dann die Moral' — kan men zich dan ook afvragen welke weg het (nieuwe) Gemenebest aldaar nog zal moeten gaan, gegeven het feit, dat het volk nog weer telkens een gaatje moet bijmaken in de broekriem.
In dezelfde tijd, waarin de Sovjet Unie uiteenviel, kwam nu intussen de (west)Europese Unie tot stand. Toegegeven, het gaat allemaal nog niet van een leien dakje. Maar in Maastricht werd toch de basis gelegd voor de, naar het schijnt, onomkeerbare politieke Unie van Europa. Als zodanig staan we toch vandaag wel ècht op een keerpunt.
Het is (nog) niet meer dan een politieke en economische unie, met Engeland voorlopig nog als de grote dwarsligger, als het gaat om 'sociaal beleid'. Engeland is kennelijk — dat is door alles heen te tasten — méér dan welk land in Europa beducht om eigen identiteit kwijt te raken in de grote smeltkroes van Europa.
Al eerder schreven we dit jaar over de schaduwkanten van het verenigd Europa. Alles is hierbij immers geconcentreerd op het economische. Het economische leven is bepalend geworden voor het leven als geheel. Daarom mag met zorg de vraag worden gesteld — nú, op dit keerpunt van de tijd in Europa — hoe het gaan zal met historische verworvenheden. En die staan niet los van geestelijke verworvenheden.
De munt
Er komt een nieuwe Europese munt. De ecu zal een modèrne munt zijn. Onze vorstin heeft al te kennen gegeven, dat haar beeltenis (op de munt althans) verdwijnen mag. Onze munt — die volgens dhr. W. Duisenberg 'nog wel veertig jaar zal bestaan' — bevat evenwel ook een randschrift 'God met ons'. Ik val direct de critici bij, die zeggen dat daar, waar mèt het geld die Náám rolde, heel wat ongerechtigheden zijn gepleegd. Het slijk der aarde heeft zijn naam letterlijk eer aangedaan, ondanks de Naam op de rand. Maar die Naam staat ook voor een verleden. Die Naam staat niet buiten ons christelijk verleden, ons protestants christelijk verleden. Daarin had Oranje een historische plaats. Als nu de christelijke symbolen verdwijnen, zal dan ook op den duur niet de achtergrond daarvan uit het levende bewustzijn der mensen verdwijnen?
De zondag
Me dunkt, dat we ernstig rekening moeten houden met het feit, dat de politieke 'eenwording' van Europa ingrijpende gevolgen zal hebben, die ook het christelijk leven niet ongemoeid zullen laten. Het laat zich aanzien, dat we met schuivende panelen te maken zullen hebben. Hoe dan ook, we dragen in Nederland nog altijd, bijvoorbeeld ook met betrekking tot de zondag, de erfenis van ons christelijk verleden met ons mee. De zondag mag dan in hoge mate geseculariseerd zijn, tot op zekere hoogte geldt met betrekking tot bijvoorbeeld winkelsluiting en verschijning van dagbladen, dat de zondag nog een aparte dag is in onze samenleving. Ook de zondagskrant wil nog niet echt van de grond komen, omdat zulks nog breed maatschappelijk protest oproept.
Luther heeft ooit gezegd, dat de zondag er ook is terwille van 'de knechten en de meiden', waarmee hij bedoelde te zeggen, dat de zondag ook een sociale functie heeft. Hoe zal echter de zondag in het Europa van de toekomst worden ingevlochten in 'sociaal beleid'?
We moeten zeggen, dat Europa als geheel de jaren door minder rekening heeft gehouden met de zondag dan Nederland, met zijn ook puriteinse erfenis. Anderzijds is het ook zo, dat zelfs de socialisten te onzent vandaag het sociale zicht op de zondag — als dag van het staken van de arbeid voor de werknemers — aan het kwijtraken zijn. Het hele sociale beleid is gericht op de economie. Als zodanig mogen we ons afvragen waar de eenwording van Europa ook in economisch opzicht toe leiden zal, juist als het gaat om de zondag.
Hierbij zal ook veel afhangen van de vraag wat binnen de kerken de hele zondag nog waard is met betrekking tot de dienst des Heeren. Zal het functieverlies van de kerken in onze samenleving in een verenigd Europa óók een schaalvergroting krijgen? De vraag is maar of de kerken zèlf nog pit en merg zullen hebben om waarden te stellen, die ook voor de samenleving ten goede zijn.
Dezer dagen zei de bekende ds. Barthold van Ginkel uit Amsterdam, in een interview ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, dat naar zijn overtuiging over dertig jaar de kerk — zeker in de grote steden — nog slechts door enkele 'oude mannen en oude vrouwen' zal worden bezocht. Nu behoort ook deze, uit hervormd gereformeerde kring stammende voorganger tot de profeten, die brood eten. Maar waarom zou hier niet kunnen gebeuren wat elders in Europa al realiteit is? De voortekenen zijn niet gunstig. De vraag zal dan zijn welke uitstraling de kerk, hoe gesmaldeeld ook, naar buiten zal hebben. Zal van de kerk gelden wat in de Schrift van de gemeente van Filadelfia wordt gezegd? 'Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht en hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend' (Openb. 3 : 8).
Ooit heeft overigens een theoloog te onzent gezegd, dat, wanneer het Godsbesef wegzakt uit de samenleving, de zondag het eerste is, dat verdwijnt. Zien we daarvan vandaag ook niet de tekenen?
Solidariteit
Vandaag reeds ondervinden velen, bijvoorbeeld in de handel en de nijverheid, maar ook in de dienstverlenende sectoren, wat de gevolgen van de secularisatie van de zondag zijn met betrekking tot hun dagelijkse arbeid. Naar het zich laat aanzien zullen die zorgen niet minder worden in een verenig(en)d Europa.
Zal de christelijke gemeente in de toekomst dan ook niet, in solidariteit, om diegenen moeten staan, die ten principale de zondag als 'sabbat' verkiezen boven de economische voordelen? Dat zou kunnen betekenen, dat we als christelijke gemeente weer de 'eigen bakker en slager' gaan zoeken tussen de giganten, waar slechts economische motieven een rol spelen. Het kleine dorp zal wellicht verder aan betekenis inboeten. Zullen we dan, in de schaalvergroting die zich allerwegen al voltrekt, ook als het om kopen en verkopen gaat, wellicht de grenzen moeten verleggen van bet dorp naar de regio?
De eenwording van Europa zal ook voor de christelijke gemeente geestelijke investering vragen. Ook met betrekking tot de doordenking van de zondag voor ons allen in onze complexer wordende maatschappij, nu panelen wellicht nog verder gaan verschuiven.
Temidden van alle keerpunten in de tijd rijst intussen de bede op of de Heere Zich zou willen wenden. Opdat ook de kerk een vernieuwd gelaat zal mogen hebben, naar binnen en naar buiten. Met deze bede sluiten we 1991 af.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's